AchtergrondFeaturedInterviews

Adriana González’ impulsieve plan geslaagd

Er zijn niet veel Guatemalaanse sopranen die aan internationaal aan de weg timmeren, maar Adriana González is hard op weg een grote ster te worden. Ze maakt de komende maand haar debuut bij De Nationale Opera als Micaëla in Carmen. Vanuit haar tijdelijke appartement in de Jordaan in Amsterdam zoomde Adriana met mij tussen de repetities van Carmen door.

Adriana González, ©Foto: Aline Kundig

Voorzover ik weet zijn er niet erg veel beroemde operazangers die uit Guatemala komen.

‘Opera zit niet in onze cultuur. Er is een nationaal theater, maar daar doet een privaat gezelschap één opera per jaar. Er is hier geen circuit van theaters met acht opera’s per jaar zoals overal in Europa. Als je iets in dit vak wilt doen moet je echt het land uit, zeker als je wilt leven van dit werk.

Er is gelukkig nu de bekende tenor, Mario Chang, die Operalia voor mij in 2014 al had gewonnen. Hij heeft nu (samen met sopraan María José Morales) een gezelschap opgericht voor jonge mensen, een nieuwe generatie, zodat ze in ieder geval iets leren over dit vak, over wat erbij komt kijken en hoe je verder kunt komen. Ik ken eigenlijk nog maar één andere zangers, Ana Izabel Lazo, die in Italië werkt, maar er zijn echt maar een paar zangers uit Guatemala die op dit niveau een internationale  carrière hebben.’

Maar waar kwam haar passie voor opera, klassiek zang dan vandaan? Van haar familie, van vrienden?

‘Alles is echt begonnen met mijn zanglerares Barbara Bickford. Ik zat op school en het enige dat me echt interesseerde was muziek. De andere vakken vond ik wel aardig, maar ik was gefascineerd door muziek, door alle verschillende klanken, door wat iedereen deed. Vanaf dat moment wist ik dat ik ook muziek wilde studeren, maar ik wist verder van niets en helemaal niet wat het eigenlijk inhield.

Mijn moeder zei dat het in ieder geval als eerste van belang was dat ik noten leerde lezen en zo is mijn studie begonnen. En toen leerde ik mijn lerares kennen. Ik zong rock en jazz en zij zei dat ik klassieke zangtechniek moest leren en dat ik dan alles zou kunnen zingen, dus ik dacht:’ok, dat gaan we dan maar proberen’.

Sopraan Adriana González © Foto: Aline Kundig

Dus ik kreeg vocalise oefeningen, stapels muziek mee naar huis om te studeren en twee Cd’s met ‘Arie antiche’ door Cecilia Bartoli en Dmitri Hvorostovsky. Ik was ik er helemaal weg van. Daarvoor had ik thuis wel Maria Callas gehoord want mijn moeder was een super fan, maar dat waren opnames uit haar nadagen, met dat beruchte ruime vibrato in haar stem en ik dacht ‘oei’. Maar toen hoorde ik die Arie antiche en dacht, ‘wow’, dit is uniek, zo mooi, zo gevoelig, zo fascinerend hoe de stemmen zich vormen in deze muziek en hoeveel uitdrukking ze gaven in deze muziek. Ik identificeerde me heel sterk met deze vorm van expressie en ik dacht: ‘dit wil ik ook’.En zo ging ik studeren en kreeg ik een paar jaar later de kans om me in Parijs verder te ontwikkelen.’

Steun

Het is wel bijzonder dat je zo snel een grote carrière aan het maken bent. Maar het moet best moeilijk geweest zijn zonder medestudenten, collega’s uit je eigen land die je konden helpen en voorbereiden op het leven van een operazangeres. En dan studeren in Parijs en Zürich, diverse prijzen bij belangrijke competities winnen, zoals Operalia in 2019 en je carrière gaat als een raket.

‘Oh ja, ik ben me heel erg bewust van de kansen die ik gekregen heb en het geluk dat ik heb gehad om met mijn achtergrond zo’n carrière te hebben. Ik had echt geen enkel idee van de operawereld. Ik had alleen maar een romantisch idee over opera, over zingen. Ik wilde alleen maar het mooie operarepertoire zingen, maar had geen idee. Geen idee van reizen, duizenden visa-aanvragen doen elke keer, appartementen huren voor allerlei verschillende projecten, partituren leren, soms jaren van tevoren. Een agent vinden, vreemde talen leren, alles wat er in de echte operawereld nodig is. Gelukkig heb ik een aantal mensen om me heen die me steunen, adviseren en helpen.

Dat is ten eerste mijn agent, René Massis, die zelf ook zanger is geweest en nu een agentuur heeft, dus het vak van alle kanten kent. Hij adviseert me over mijn rollen en bemoeit zich echt mijn artistiek ontwikkeling. Hij hoorde me als Mimì in La bohème in het Teatro Liceu in Barcelona en zei toen, ‘hier moet je op letten, daar moet je aan werken’. Hij is echt een begeleider van mijn carrière en dat is heel belangrijk, want het is hopelijk nog een lange weg die ik te gaan heb. Daarnaast heb ik twee zangleraren, een in Duitsland en een in Engeland.

Kansen

Een andere belangrijke man voor me was en is de Baskische dirigent Iñaki Encina Oyón. Tegenwoordig is hij een belangrijke coach voor me, maar het begon 10 jaar gelden. Hij hoorde mij in 2012 toen hij nog assistent dirigent was en ik in het World Youth Choir zong met zestig andere jonge zangers. Toen ik een solo zong zei hij: ‘Wat doe je met die stem in Guatemala? ‘Ik zei dat ik natuurlijk heel graag Mimì en dergelijke rollen zou willen zingen, maar dat dat nu eenmaal niet mogelijk was daar. Hij vertelde over de Opera Studio in Parijs en e-mailde zes maanden later en vroeg me of ik een project met hem wilde doen. Ik zei ‘ja’ zonder verder na te denken en ging naar Parijs. Bij dat project kwam de directeur van Opera Studio luisteren en bood mij Zerlina in Don Giovanni aan en een auditie voor de Opera Studio. Je moet je kansen grijpen, maar wel voorbereid zijn. Het is een kwestie van er zijn op de juiste plek en op het juiste moment, maar je moet wel je huiswerk gedaan hebben zodat je de kans ook echt kunt grijpen.’

Adriana González als Zerlina in Don Giovanni in 2014 ©Mirco Magliocca/Opéra National de Paris.

Adriana is een echte lyrische sopraan en zong Zerlina, de Gravin in Le nozze di Figaro en andere lyrische rollen. Ze had als kind alleen de platen die haar moeder draaide van Callas en Joan Sutherland.

‘Ik hoorde hun stemmen, maar had geen idee hoe belangrijk ze geweest zijn in het medium opera. Callas is een referentiepunt voor alles, maar dat wist ik als kind natuurlijk niet. Tijdens mijn studie heb alles en iedereen beluisterd, van Renata Tebaldi tot Leyla Gencer en alle belangrijke zangers uit de geschiedenis, om me te realiseren dat ik heel veel werk te doen had.’

Repertoire

Adriana zingt op dit moment rollen als Lìu, Mimì en de Gravin. Haar debuut in de VS maakte ze als Juilette in Gounods Romeo et Juliet.

‘Het rare is dat mensen altijd denken dat Juliette een lichte, coloratuur-achtige rol is, maar behalve de beroemde aria aan het begin van de opera (‘Je veux vivre’) is de rest van rol echt lyrisch en in het midden van de stem geschreven. Toen ik de partituur bestudeerde, want de partituur is alles voor me, begreep ik niet hoe een stem die lichter is dan de mijne, over het orkest uit kan komen. Dat was echt een grote verrassing voor me.  Het orkest is niet dramatisch maar wel vol. De muziek is superromantisch. Daarom zing ik die rol ook en hoop Juliette veel meer te zingen in de toekomst.

Adriana González als Juliette en Michael Spyres als Roméo in Houston © Foto: Lynn Lane

Ik zit echt in het vol-lyrische repertoire met in de nabije toekomst Fiordiligi en de Gravin. Het is voor mij heel duidelijk wat ik wel en niet wil zingen. Men bood me recentelijk Butterfly aan voor komend seizoen, maar daar heb ik ‘nee’ op gezegd. Rustig aan, rustig aan. Over zeven jaar misschien’.

Adriana en Micaëla

Adriana vertrok vanuit haar geboorteland zonder angst voor wat haar eventueel te wachten stond en daarmee komen we bij Micaëla in Carmen, haar debuutrol in Amsterdam.  Micaëla is en jonge vrouw die ook zonder angst, of die in ieder geval zégt dat ze zonder angst de confrontatie met Carmen aan moet gaan. Hoe ziet Adriana de rol van Micaëla?

‘Het is een rol die ik door en door ken.  De rol is ook niet  zo lang, dus hoefde ik niet zo heel veel te leren. De scene, het duet aan het begin en dan de grote aria aan het eind. Prachtige muziek, echt heel mooi. Dit wordt mijn vijfde, of eigenlijk al zesde productie van Carmen. Ik zong Micaëla  in de Carmen- productie van Barrie Kosky, dus ik ben wel wat afwijkende regies gewend. Ik werk nu vooral met de assistenten van Robert Carsen, Jean-Michel Criqui en Maria Lamont. omdat het een herneming van de productie is. Ze werken altijd met Carsen samen en we bekijken de video’s en alle aantekeningen dus we volgen alle ideeën van Carsen op.

Adriana González repeteert Micaëla bij De Nationale Opera. Met in het rood instuderings-regisseur Jean-Michel Criqui en op de rug gezien Stanislas de Barbeyrac als Don José. foto: Milagro Elstak © De Nationale Opera

Ik denk dat Michaëla verliefd op Don José geweest is, ooit, in het het dorpje waar ze vandaan komen. Maar dat is niet meer het geval tegen het eind van de opera. Je moet je voorstellen dat Micaëla in haar eentje weken op weg geweest moet zijn om Don José te vinden. Een volwassen vrouw alleen, op reis door gevaarlijke gebieden met mogelijk gevaarlijke bandieten om haar heen. In haar aria zingt ze ook dat Don José niet meer dezelfde man was die ze kende in het dorp. Hij is veranderd in een agressieve man en hij is, al dan niet door Carmen, een beetje een gevaarlijke gek geworden. Ik denk ook dat Micaëla nooit meer terugkeert naar haar dorp, ook al staat dat natuurlijk niet in het verhaal van de opera.’

Contact met collega’s

Wat ik me afvraag is hoe het voor een zangeres is die alleen aan het begin en het eind van een opera zingt om contact te hebben met de collega’s.

‘Dat contact is geweldig. We gaan veel samen eten en drinken of naar een museum, heel fijn, goed contact. En om eerlijk te zijn, de tenor die Don José zingt (Stanislas de Barbeyrac) kende ik al uit Parijs om dat hij ook in de Opera Studio zat, waar we samen Iphigénie en Tauride gedaan hebben. En toen we samen hier waren hebben we eerst fijn bijgepraat over onze carrières, het leven, over alles. We zeiden na de eerste repetitie meteen: ‘waarom mogen we in ons duet niet dicht bij elkaar staan?’ We staan nu zo ver uit elkaar. Don José negeert Micaëla terwijl ze verdrietig aan de ander kant staat.

Ook met J’Nai Bridges die Carmen zingt, had ik meteen goed contact en begonnen we de relatie tussen Micaëla en Carmen te analyseren. Ze zei dat ze denkt dat er een soort van begrip tussen de twee vrouwen is. Begrip over hoe ze beiden afstand van Don José genomen hebben of moeten nemen. We hebben dan in mijn aria ook een moment waarop we elkaar aankijken met een blik die dat begrip, dat ‘elkaars situatie herkennen en begrijpen’, duidelijk moet maken. Het is voor mij de eerste keer dat een regisseur die twee volwassen vrouwen elkaar lang, zo’n vijf seconden, laat aan kijken en laat zien dat ze elkaar begrijpen en dan hun eigen weg gaan.’

Privéleven

Net als Micaëla is Adriana op reis gegaan naar het onbekende. Haar eigen leven komt best overeen met dat van haar operapersonage. Hoe zijn het privéleven en het artistieke leven gescheiden?

‘Om eerlijk te zijn; ze zijn totaal verweven want mijn partner is ook een operazanger, een bariton, dus we praten heel veel over ons vak, ons werk. Eerst dacht ik nooit een collega als partner te willen, maar het is zo fijn en makkelijk om na ‘het werk’ even te zeggen hoe het gegaan is aan iemand die het begrijpt. Het leven met mijn ouders is ook geweldig na die enorme beslissing om mijn land te verlaten op zoek naar een opera carrière. Mijn vader had natuurlijk zijn twijfels of ik mijn geld er wel mee kon verdienen en had gesuggereerd iets als bedrijfskunde te gaan studeren en ik zei ‘nee, nee’. En nu kan ik ze uitnodigen voor premières in Europa en de VS en kan ik hotels en vluchten voor ze betalen. Dat is zo fijn. We komen uit een echt arm land en mijn vader heeft honger uit armoede gekend, dus het geluk  dit nu terug te kunnen geven is bijna niet uit te drukken in woorden.

Impulsief plan

Het is geweldig dat het idiote, of in ieder geval impulsieve plan om operazangeres te worden gelukt is en dat mijn droom om van het zingen mijn leven te maken is uitgekomen. Daar ben ik me enorm bewust van het voorrecht en  ben erg dankbaar. Ik reis de hele wereld over en doe wat ik het liefste doe. Heel af en toe heb ik een probleempje met iets in een regie of iets dergelijks. Maar dat is een eerste wereldprobleem! Er is altijd een oplossing voor te vinden en dit werk is een luxe voor mij.’

Robert Carsens productie van Carmen foto: © De Nationale Opera, Monika Rittershaus

Carmen bij De Nationale Opera & Ballet in de regie van Robert Carsen, met J’Nai Bridges als Carmen, Stanlislas de Barbeyrac als Don José, Lukasz Golinksi als Escamillio en Adriana González als Micaëla gaat op 3 september in De Nationale Opera & Ballet in première. Jordan de Souza heeft de muzikale leiding en het Koor van de Nationale Opera word ingestudeerd door Lionel Snow.

Franz Straatman zal voor Place de l’Opera een recensie schrijven.

 

Verder lezen, luisteren en kijken

Jordi Kooiman beschreef in 2009 de première van de Carmen productie door regisseur Robert Carsen.

“De Amerikaanse sopraan J’Nai Bridges zong Elizabeth met een ongenaakbare expressie, maar ook met de schoonheid die dramatisch belcanto nodig heeft’ schreef Franz Straatman over de Tudor Koninginnen in Concert in 2021.

Adriana Gonzalez zingt Juliette in Houston

Een van de vele prijzen die Adriana González gewonnen heeft, was de eerste prijs in de Otto Edelmann Competitie in 2016. Ze zong daar de aria van Micaëla uit Carmen!

 

Vorig artikel

Tjalling Wijnstra over After the flood

Volgend artikel

Que sera sera of sprookje met open einde

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen