BuitenlandFeaturedOperarecensieRecensies

Joosten steekt draak met von Hofmannsthal

Het affiche van de nieuwe Arabella in het Aalto Theater zag er veelbelovend uit: een productie van Guy Joosten onder de muzikale leiding van Tomáš Netopil. Maar direct bij aanvang bekroop me al een gevoel van onbehagen bij het zien van het decor en de kostuums van Katrin Nottrodt.

Bettina Ranch links(Adelaide), Marie-Helen Joël (Eine Kartenaufschlägerin) Foto: Matthias Jung

Het toneelbeeld oogde weliswaar als een eenvoudig gemeubileerde hotelsuite met een zit- slaapkamer en ‘achter’ nog een paar andere kamertjes maar de zo essentiële sfeer van Kukanië, de koosnaam voor de Kaiserliche und Königliche Donaumonarchie ten tijde van Franz Josef, ontbrak volledig. Arabella struinde wat rond op het voortoneel, slechts gekleed in een onderjurk met daarover een loshangende badjas, te midden van een bloembed met talloze rode rozen. Intussen had Zdenka haar ontmoeting met Matteo, zij gekleed als jongen en hij in uniform. 

Maar als Arabella haar entree maakt horen we haar afscheid nemen van de chaperonne: ‘Ich danke Fraulein’. Toen die paar regels werden overgenomen door een hobo wist ik al bijna genoeg: Joosten had het stuk ‘bewerkt’ uitgaande van de gedachte dat het perceptieniveau van de bezoekers ontoereikend zou zijn om de harde werkelijkheid onder de schone schijn van het Wenen van 1860 te kunnen doorgronden.

Jessica Muirhead als Arabella en niet sopraan Barbara Senator, die de voorstelling op 28 mei zong. Foto: Matthias Jung

Arabella komt op zoals we haar al van meet af aan hebben gezien, in een onderjurk. Zo ontvangt ze ook Elemer, een van de drie graven die haar het hof maken. Hij is gekleed als een officier in over the top operettestijl en maakt het zich gemakkelijk op het tweepersoonsbed in die zit- slaapkamer. Het is het echtelijk bed van Arabella’s ouders en Elemer neemt niet de moeite zijn laarzen even uit te doen. Arabella komt gezellig bij hem zitten, ze lijken elkaar al langer te ‘kennen’. 

Adelaïde is aan de drank, vormt een onafscheidelijk duo met een fles, de gehele avond. Ze loopt eveneens in negligé en flirt met elke man die meer geld heeft dan haar echtgenoot, natuurlijk die drie graven, maar ook Mandryka. Graaf Waldner is een verlopen type dat vermoedelijk bij gebrek aan andere kleren zijn oude legeruniform maar aanhoudt. Het dieptepunt wordt bereikt als Mandryka verschijnt. Hij oogt als een landloper, maar bij nadere inspectie werd ik gewaar dat zijn vlekkerige gerafelde jas een vrijwel compleet dierenvel was met bontkraagje.

Links, Julia Grüter (Zdenka), Jessica Muirhead, de sopraan die de première zong (Arabella), Heiko Trinsinger (Mandryka) rechts. Foto: Matthias Jung

Vermoedelijk een nogal lompe verwijzing naar die beer die hem bijna had weten te doden. Mandryka’s gedrag is in overeenstemming met zijn voorkomen, in geen enkel opzicht te rijmen met dat van een provinciale grootgrondbezitter die heerst over vierduizend onderdanen. 

Arabella zingt haar monoloog ‘Mein Elemer’ voor gesloten doek tussen die rozen en als het opgaat is de suite enigszins verbouwd tot primitieve feestruimte. Er staat een grote tafel met daaraan de drie graven, voorzien van varkenskoppen en in operette uniform, de familie Waldner, Mandryka en zijn twee personeelsleden plus natuurlijk Matteo die voortdurend een oogje in het zeil houdt. Op de tafel een grote taart waaruit Fiakermilli tevoorschijn komt.

Giulia Montanari (Die Fiakermilli) (in het midden) en het ensemble. Foto: Matthias Jung

Tijdens deze tweede akte rijmen de tekst, de setting en vooral de zielenroerselen van Arabella zo mogelijk nog minder met von Hofmannsthals libretto dan in de eerste. Joosten is hier volledig in zijn kennelijke opzet geslaagd: alles is flauwekul in dit verhaal, we kijken naar een stel verklede tokkies en Arabella wordt ingezet als de golddigger van dienst. Want we moeten dat verhaal vooral niet nemen voor wat het is, een romantische komedie met melancholieke ondertonen en ongeloofwaardige wendingen. Terecht natuurlijk, een sprookje mag immers ook beslist niet voor waar worden gehouden maar moet door de regisseur worden ontleed zodat wij als toeschouwer alle leugens en verzinsels uitgespeld krijgen. 

Na de pauze was er minder ruimte in het verhaal om de onttakeling voort te zetten, maar ziedaar, het einde kon nog voor een kleine coupe zorgen. ‘Ich kann nicht anders werden’ zingt Arabella. Ze werpt haar provisorische sluiertje af en gaat er vandoor met de in een witte bruidsjurk gestoken Zdenka die net komt aanlopen van achter het toneel. Nu is het beurt aan Mandryka om met zijn pistolen te spelen, zoals Matteo al de hele avond tot vervelens toe zijn revolver tegen het hoofd zette. Het is een treurig einde van een treurige vertoning.

Thomas Paul (Matteo), Julia Grüter (Zdenka) Foto:Matthias Jung

Muziek

Maar de muziek dan? Die had ernstig te lijden onder de enscenering en geen enkel moment kon Strauss’ muziek de melancholie en romantiek oproepen die het stuk kenmerkt en die de componist zo voortreffelijk in zijn partituur heeft weten te verklanken. Aan het orkest lag net niet en dat werd vooral duidelijk bij het voorspel tot de derde akte toen Netopil en zijn Essener Philharmoniker even vrij spel hadden. Plotseling klonk er onversneden Strauss op uit de orkestbak. Tijdens de gehele voorstelling deed Netopil zijn uiterste best binding en voeling met de solisten te houden maar of het nu was dat hij zijn orkest wat zachter had moeten laten spelen of dat de zangers tekortschoten, niemand kwam er echt gemakkelijk overheen. Gevolg was vaak onbestemde vrouwenzang gepaard aan mannen die met stentorstem hun subtiele teksten over het voetlicht probeerden te brengen.

Cast

Bettina Ranch gaf aardig gestalte aan de verlopen Adelaide, erg veel werd er verder niet van haar gevergd. Zdenka en Arabella hebben een duet in de eerste akte dat feitelijk garant staat voor een emotioneel hoogtepunt. Het klonk rommelig, weinig overtuigend; ‘Er ist der richtige nicht für mich’ liet me ditmaal siberisch. 

Julia Grüter deed als Zdenka aandoenlijk haar best maar dat kon de voorstelling niet redden. Evenmin het optreden van Barbara Senator in de titelrol. Haar solostukken moeten eruit springen en dat ze hierin niet slaagde moet vrees ik de dirigent worden aangerekend. Senator kan de rol zonder twijfel goed aan, alle noten zijn er maar de voordracht als geheel viel dood. 

De altijd zo betrouwbare Heiko Trinsinger stelde me als Mandryka eveneens teleur, veel te luid en onbehouwen. Dat laatste natuurlijk wel in overeenstemming met Joostens visie op zijn personage. Thomas Paul zong Matteo lawaaiig en met veel zelfmedelijden, Santiago Sanchez was een redelijke Elemer. De enige die nergens last van leek te hebben was Giulia Montanari die als Fiakermilli onbekommerd over alles en iedereen heen jodelde. Wel met gewijzigde tekst en verder bijna te laveloos om op haar benen te staan, maar op haar zang was niets aan te merken.

Arabella is een van mijn favoriete opera’s en opvallend genoeg was het nu net tien jaar geleden dat ik naar Parijs reisde om daar een voorstelling van dit werk te recenseren met Renée Fleming in de titelrol. Het was mijn eerste bijdrage voor Place de l’Opera en ik had geen vermoeden dat er nog honderden zouden volgen. Dit kleine ‘ambtsjubileum’ had ik me beslist anders voorgesteld. Maar ja, ook al neem je een autotocht van vijf uur op de koop toe om een voorstelling te gaan zien, de garantie dat het een mooie avond zal worden heb je nooit. Snel vergeten dus maar.

Verder lezen, kijken en luisteren

Arabella in Essen is nog te zien op 2 juni aanstaande en komt daarna in het seizoen ‘22-‘23 vanaf 10 februari 2023 weer terug.

Lees hier de reeds genoemde recensie van Peter Franken van Arabella tien jaar geleden

Een historische en werkelijk  fantastische Araballa was  die met Maria Renig en Lisa della Casa uit 1947 olv Karl Böhm, Hier het prachtige duet Aber de Richtige van de plaatopname

Peter Franken schreef in 2014 een mooi artikel over Arabella

Een complete, en echt Weense, gefilmde Arabella met onder meer Gundula Janowitz (Arabella) en Bernd Weikl (Mandryka)in de regie van Otto Schenk olv Georg Solti,  is beschikbaar op Dvd, maar ook hier in zijn geheel op Youtube te zien.

 

Vorig artikel

WOW! Wat een Wozzeck in Barcelona

Volgend artikel

In de zalen: Der Freischütz, The Snow Queen, Hamlet

De auteur

Peter Franken

Peter Franken