Wereldpremière in Essen: Die Fritjof-Saga
Na Fausto van Louise Bertin* staat dit seizoen in het Aalto Theater opnieuw een opera van een onbekende vrouwelijke componist op het programma: Die Fritjof-Saga uit 1895 van Elfriede Andrée. Deze Zweedse componist schreef vooral werken voor orgel, piano en koor. De aanleiding tot haar enige poging door te dringen in de operawereld was een prijsvraag bij gelegenheid van de opening van het nieuwe operagebouw in Stockholm in 1898.

In samenspraak met de beoogde librettist Selma Lagerlöf werd besloten een opera te schrijven op basis van het in 1825 verschenen epische gedicht ‘Fritjof’s Saga’ van Esaias Tegnér dat is ontleend aan IJslandse mythen en legenden. De keuze voor Tegnérs werk was niet toevallig: het genoot brede bekendheid en grote populariteit in de Zweedse samenleving en sloot aan bij de toegenomen belangstelling voor de Noordse mythologie. De bekendheid van Wagners Ring des Nibelungen zal daar niet vreemd aan zijn geweest.

Vrouwelijk perspectief
Het genre wordt sterk bepaald door heldenverhalen waarin vrouwen veelal een ondergeschikte rol spelen. Lagerlöf gooide het echter over een andere boeg door Tegnérs werk slechts als uitgangspunt te nemen en het verhaal volledig om te draaien waardoor alle gebeurtenissen worden belicht vanuit vrouwelijk perspectief. Met een vrouw als librettist en als componist is dit werk de eerste compleet ‘vrouwelijke opera’ geworden die is gepubliceerd. Om vooroordelen te vermijden werd de inzending geanonimiseerd. Dat mocht niet baten overigens: geen enkele inzending werd verkozen en de prijs werd niet toegekend. Daarmee was de kans verkeken het werk ‘als vanzelf’ op de planken te krijgen en het heeft tot 2026 moeten duren voor het zijn scenische wereldpremière kreeg, na een eerdere concertante uitvoering in Göteborg.
Onervaren
Andrée mag dan wel een vooraanstaand organist zijn geweest en zo’n 100 composities op haar naam hebben staan, op het gebied van contrapunt was ze onervaren. In het programmaboek vertelt dirigent Wolfgang-Maria Märtig dat de partituur is gecomponeerd op de piano en vervolgens bewerkt voor groot orkest. Gebrek aan ervaring heeft geleid tot vreemde keuzes waar het sommige instrumenten betreft en ook passages voor koorleden leken wellicht goed te klinken op de piano, maar zijn moeilijk te zingen zonder hoorbare meerwaarde. Was het tot een orkestrepetitie gekomen dan zou de componist zeker het een en ander hebben aangepast, zo meent Märtig. Niettemin is het totale klankbeeld beslist interessant genoeg voor een werk van Wagneriaanse lengte. Dat Andrée in een latere bewerking een complete akte heeft geschrapt had vooral met de inhoud van doen. Daarin werden de avonturen en heldendaden van de Viking Fritjof belicht. Aangezien dat vooral een kwestie was van zeevaart, plundering en brandschatting werd door deze coupure het vrouwelijk perspectief nog eens versterkt.

Koningskinderen
De handeling speelt zich af in de 13e eeuw en draait om twee koningskinderen: Ingeborg en Helge. De zus heeft duidelijk meer in haar mars dan de broer, maar bij het overlijden van hun vader erft hij als vanzelf het koninkrijk. Fritjof is de zoon van een vazal en werd samen met Ingeborg en Helge onderwezen door een huisleraar. Nu Helge koning is durft Fritjof het wel aan hem om de hand van zijn zuster Ingeborg te vragen, maar die wijst dat af. Fritjof is slechts een vazal en zal zich eerst maar eens nuttig moeten maken voor het koninkrijk. Hij wordt op pad gestuurd om ‘schattingen’ binnen te brengen. Daarna zien we wel weer. Zodra Fritjof is vertrokken laat Helge zijn landgoed platbranden. Als het koninkrijk wordt belaagd door koning Ring is Helge ten einde raad. Hij sluit een overeenkomst waarbij Ingeborg aan Ring wordt gegeven als bruid om de oorlog te beëindigen. Normaal gesproken walst de librettist over zo’n detail heen, maar hier tapt Lagerlöf uit een ander vaatje. In een grote scène verweert Ingeborg zich woedend tegen dit besluit en verwijt Helge haar als handelswaar aan die oude man uit te leveren.

Helges vrouw, de uit Finland afkomstige Guatemi, zegt haar te willen helpen van Ring af te komen. Ze verklaart en public dat Ingeborg en Fritjof elkaar in het geheim hebben getroffen in de Baldur tempel met als implicatie dat ze geen onbevlekte bruid kan zijn. Ring dreigt de oorlog te hervatten wegens dit bedrog, maar als hij met Ingeborg spreekt komt hij op andere gedachten. Zijzelf heeft besloten dat haar lot mensonwaardig is, maar geeft prioriteit aan het welzijn van de bevolking. Door zichzelf op te offeren komt er vrede in het land.
In een rommelige tweede akte zien we Guatemi en Helge in de tempel voor de god Baldur. Zij eist van hem dat hij van god wisselt: voortaan moet Jumala worden vereerd. Fritjof duikt op wil zich wreken omdat zijn landgoed is verbrand en Ingeborg is uitgehuwelijkt; het komt tot een gevecht met Helge. Dan breekt brand uit en Fritjof vlucht. Vertrouwensman Hilding arrangeert een ontmoeting met Ingeborg die uit heimwee naar haar vaderland is teruggekeerd en Fritjof probeert haar te overreden met hem te vluchten. Ze herkent in hem echter haar jeugdliefde niet meer. De man is sterk veranderd, feitelijk een beroepsmoordenaar geworden. Opnieuw kiest ze voor rust en vrede in het land, een vlucht met hem zou beslist weer oorlog hebben betekend. Als Fritjof met zijn schip vertrekt, roept Guatemi de goden op het te laten stormen zodat zijn schip zal vergaan. Ingeborg bidt om het tegenovergesteld en wint.

In de derde akte ligt Ring op sterven. Intriges van vooral Guatemi dreigen alles uit de hand te laten lopen, maar uiteindelijk komt het tot een verzoening waarbij Ring zijn koninkrijk in de handen van Ingeborg en Fritjof achterlaat.
Ingeborg en Guatemi zetten op bepaalde momenten de gebeurtenissen naar hun hand, ten goede of ten kwade. Wat telt is dat deze vrouwen ageren, niet slechts reageren of gewoon alles over zich heen laten komen. Dat wordt versterkt door een groot vrouwenkoor in de handeling te betrekken. Bij aanvang zetten al die vrouwen de toon en de titelheld mag pas in de tweede akte zijn opwachting maken. Veel meer dan een ‘sla erop type’ als de jonge Siegfried is Fritjof niet in deze versie, terwijl hij bij Tegnér wordt getoond als de grote held. Voor de oplettende luisteraar zijn er echo’s van Wagner te horen in de namen van goden die hier en daar worden genoemd: Loki (Loge), Freia, Wotan. Maar de lokale goden zijn kennelijk Baldur en Jumala.

Van het decor en de kostumering is veel werk gemaakt door respectievelijk Frank-Philip Schlößmann en Bente Rolandsdotter. De openingsscène speelt zich af in een bunker ten tijde van een bombardement. Het complete vrouwenkoor zit daar en zo nu en dan komen er nog nieuwe leden binnen. Het is een anachronisme dat geen vervolg krijgt. De overige handelingen zijn min of meer tijdgebonden geënsceneerd door regisseur Anika Rutkofsky. Dat de productie in handen is van een vrouw is niet meer dan logisch in deze context.
Onervarenheid speelt ook een rol bij de keuze voor zangstemmen. De partij van Ingeborg is een geval apart, zoiets als een lyrisch-dramatische sopraan. Gelukkig was Ann-Kathrin Niemczyk daar volledig tegen opgewassen. Zelfs in haar woede-uitbarsting klonk ze vast en welluidend. Het was indrukwekkend wat deze sopraan wist te brengen.
Haar tegenpool Guatemi was in handen van Deirdre Angenent die eveneens excelleerde in een voor haar onbekend repertoire waarin ze zo nu en dan zeer diep moest gaan, alsof Andrée niet kon kiezen tussen sopraan en alt.
De bas Friedemann Röhlig vertolkte de rol van Helge en bas-bariton Baurzhan Anderzhanov die van vertrouwensman Hilding en daarmee was de afdeling lage stemmen goed verzorgd.

Tenor Andreas Hermann had stemklachten, maar sloeg zich op bewonderenswaardige wijze door de derde akte heen. Zijn koning Ring is stervend dus een wat mindere stem viel sowieso niet uit de toon. Tenor Mirko Roschkowski mocht de titelheld tot leven brengen op het toneel. Ik had bewondering voor zijn bereik, vooral in de hoogte, maar was minder gecharmeerd van zijn timbre. De kleine, maar belangrijke, rol van ‘Oude vrouw’ die in de eerste akte kort het voortouw neemt werd uitstekend gezongen door mezzo sopraan Almerija Delic.
De bijrollen waren adequaat bezet en het koor wist te overtuigen door naast de zang zeer wendbaar te acteren. De Essener Philharmoniker stonden onder leiding van de reeds geciteerde Wolfgang-Maria Märtig.
Verder kijken ,luisteren en lezen
Video trailer Die Fritjof Saga
Peter Franken over Fausto in Essen.