Home » Operarecensie

Van top tot teen tintelende Tamerlano

Amsterdam10 november 2015 1 reactie

Zijn decors, kostuums en regie slechts franje op de operataart? Ook zonder dit alles zinderde Händels Tamerlano zondag in Amsterdam van de theatrale hoogspanning. Fred Luiten Concertorganisatie zorgde voor een topbezetting en een dirigent wiens enthousiasme, op één curieus moment na, onstuitbaar bleek.

Max Emanuel Cenčić (© Julian Laidig).

Max Emanuel Cenčić (© Julian Laidig).

Dankzij twee vocale meesterwerken in het Concertgebouw vielen fanatieke Händel-liefhebbers afgelopen weekend met hun neus in de boter. Maar of het een zachte landing was? Zowel Theodora zaterdagmiddag als Tamerlano zondagmiddag tonen de componist van zijn meest ongenaakbare kant, sober van expressie en spaarzaam georkestreerd.

Vergeleken met het halfhumoristische en sensuele Giulio Cesare uit hetzelfde jaar 1724 is Tamerlano taaie kost, met lange recitatieven, een aanhoudend verheven toon en zelfs een slotkoor in mineur. Toch biedt de psychologische oorlog tussen Tartarenleider Tamerlano (de historische Timoer Lenk) en de door hem gevangengenomen Ottomaanse sultan Bajazet in de juiste handen muziekdrama van Shakespeariaanse intensiteit.

Jonge hond Maxim Emelyanychev (bouwjaar 1988) heeft zulke magische handen en hield me ruim drie uur op het puntje van mijn stoel. In de door Riccardo Minasi geleide opname met hetzelfde Zwitserse ensemble Il Pomo d’Oro bespeelde hij het klavecimbel, maar als dirigent deed hij er nog een schepje bovenop. Zwierig zwaaiend en springend, soms zelfs stampvoetend, zo perste deze gedreven rasmuzikant elk grammetje aan effect uit de noten.

De felle accenten stonden accuratesse gelukkig niet in de weg. Het ervaren achttienkoppige Pomo d’Oro bood glansrijk en expressief strijkersspel, vooral in de lagere stemmen, en bescheiden maar puntgave bijdragen van de vier houtblazers. Emelyanychev dirigeerde niet alleen, maar bespeelde ook een aanvullend klein klavecimbel, mogelijk als alternatief voor de ontbrekende theorbe. Soms waren zijn speelse bijdragen me iets te bloemrijk, bijvoorbeeld in de roerend simpele aria ‘Bella Asteria’ van Andronico.

De Griekse prins Andronico, verscheurd tussen trouw aan leenheer Tamerlano en liefde voor Bajazets dochter Asteria, werd vertolkt door Max Emanuel Cenčić. Met zijn geleidelijk steeds fluweliger geworden timbre, net zo warmgloeiend als zijn goudbrokaten jasje, gaf Cenčić de weifelende Andronico treffend gestalte. Hij trad hiermee in de voetsporen van de beroemde castraat Senesino, die vanwege zijn gave voor mildvloeiende lyriek niet paste in de titelrol.

Xavier Sabata (© Julian Laidig).

Xavier Sabata (© Julian Laidig).

Toch had Senesino altijd minstens één echte bravourearia, zoals in Tamerlano ‘Piu d’una tigre altera’, zondag gepland als uitsmijter voor de pauze. Een zeldzaam moment deed zich daarbij voor: Emelyanychev trok zo enthousiast van leer dat Cenčić in de problemen raakte. Kalm tikte hij de jongeman op de schouder en in een iets rustiger tempo werd opnieuw begonnen. Oude tijden herleefden: net als in de achttiende eeuw deelt de zanger de lakens uit! Overigens is Cenčić inderdaad initiatiefnemer en artistiek leider van dit gehele project.

Xavier Sabata’s Tamerlano bood iets minder welluidende countertenorklanken, soms als bewuste keuze, maar etaleerde even grote vocale souplesse. Zijn achtergrond als acteur bleek zonneklaar uit het quasiwoedend omslaan van zijn notenbladen of het met de ogen uitkleden van de arme Asteria. Mede dankzij een fors postuur belichaamde hij in alles de gevaarlijke en temperamentvolle schurk.

Tot tweemaal toe probeert Asteria de tiran te vermoorden, dus die rol vraagt een vertolkster van formaat. In letterlijke zin voldoet Julia Lezhneva daar niet aan, maar het is wonderlijk hoe dat kleine lijfje zo’n volumineus en weldadig geluid kan produceren. De 25-jarige ster was geheel betrokken bij de dramatische situatie en de snelle aria’s toonden haar typerende adembenemende virtuositeit. Toch betwijfel ik of deze rol haar talent optimaal benut.

Bij haar Concertgebouw-debuut in 2013 zong Lezhneva een partij van Faustina Bordoni, volgens achttiende-eeuwse omschrijvingen net als Lezhneva zwevend tussen sopraan en mezzo en uitblinkend in gracieuze versieringen. Maar Asteria werd gecrëeerd door Bordoni’s aartsrivale Francesca Cuzzoni, een hoge sopraan gespecialiseerd in ‘pathetische’ rollen. Lezhneva’s top was soms wankel en ze miste in mijn beleving de vocale reserves om de hooggelegen melodiebogen in de langzame aria’s genuanceerd in te kleuren.

John Mark Ainsley.

John Mark Ainsley.

In de kleinere rollen was Romina Basso een flamboyante en zelfverzekerde Irene, lustig variërend op Händels notenbeeld, maar steeds in perfecte stijl. Haar dienaar Leonte kreeg dankzij de gekozen versie uit 1731 een virtuoze extra aria toebedeeld, die ‘coloratuurbas’ Pavel Kudinov geweldig voor het voetlicht bracht.

Tamerlano staat of valt met de vertolking van Bajazet. Händel moest in 1724 zijn al voltooide partituur aanpassen voor de ouder wordende tenor Francesco Borosini. Maar hij voegde ook een zeldzame sterfscène op toneel toe, zoals de zanger in een andere versie had vertolkt. John Mark Ainsley is nog lang niet uitgezongen en met ragfijn passagewerk stelde hij puur vocaal alle mij bekende vertolkers, inclusief Plácido Domingo, in de schaduw.

Qua expressie benutte hij een maximum aan kleuring en dynamiek in een portrettering die nergens karikaturaal werd. Hoewel de vervloekingen als dolksteken uit zijn mond vlogen, was de tederheid voor zijn dochter evenzeer invoelbaar. De operaliteratuur kent talrijke zelfmoordscènes, van Werther tot Butterfly, maar zo subliem uitgevoerd blijft dit vroege voorbeeld voor mij van een ongeëvenaarde tragiek.

Fred Luiten Concertorganisatie brengt op zondag 17 januari 2016 nog een Händel-opera: Partenope, uitgevoerd in Koninklijk Theater Carré. Zie voor meer informatie www.fredluiten.nl.

door

Tamerlano
Georg Friedrich Händel

Uitgevoerd door: Il Pomo d'Oro onder leiding van Maxim Emelyanychev.
Solisten: Max Emanuel Cenčić, Xavier Sabata, Julia Lezhneva, Romina Basso, John Mark Ainsley en Pavel Kudinov.
Bezocht op 8 november 2015 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

1 reactie »

  • Gert-Jan zei:

    Bedankt voor deze recensie. Inderdaad een zinderende uitvoering met een topbezetting. Wel viel het mij op dat de zangers niet zo goed op elkaar ingespeeld waren en ook vond ik het jammer dat er zo veel uit de partituur werd gezongen. Met haar lieflijke, ingehouden klank deed Lezhneva (hoewel zij zeker nog kan groeien in de rol) mij de wat schel klinkende Gauvin van de cd cast volledig vergeten. Toen ik op internet zag hoe veel kaarten er nog waren, viel het aantal bezoekers mij nog mee maar deze uitvoering had een uitverkochte zaal verdiend.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.