Home » Operarecensie

Speelse Così fan tutte in Londen

Rotterdam18 oktober 2016 Geen reacties

Een jonge, maar behoorlijk ervaren cast bouwde met regisseur Jan Philipp Gloger en dirigent Semyon Bychkov aan een eigentijdse Così fan tutte, waarin de muziek voldoende ruimte kreeg en het verhaal met de nodige vrijheden verteld werd. Vanuit het Royal Opera House was het ook in Nederlandse bioscopen te zien.

(© 2016 ROH / Stephen Cummiskey).

(© 2016 ROH / Stephen Cummiskey)

“Zo doen alle vrouwen” werd aan het eind van Mozarts opera “così fan tutti”, oftewel: zo doet iedereen het. Het statement dat regisseur Jan Philipp Gloger maakte met zijn nieuwe productie voor het Royal Opera House was duidelijk: ontrouw is niet alleen een vrouwenkwestie. Een grotendeels jonge cast speelde en zong een vlotte enscenering van de derde Mozart/Da Ponte-opera in het Royal Opera House, die via de satelliet ook in Nederlandse bioscopen te zien was.

De regie had gekozen voor theater-in-theater, maar dat ging een heel andere kant op dan de manier waarop de Nederlandse regisseur Floris Visser dat vorig jaar deed in Moskou. Gloger putte uit zeer verschillende theatervormen, geholpen door Ben Baur, zijn decorontwerper, die in een pauze-interview vertelde dat hij uitgebreid had kunnen shoppen in de decorcollectie van het Royal Opera House. Voor het eerste deel, toen alles nog gezellig was, had hij simpelweg de foyer van Covent Garden nagebouwd.

Het aardige van de speelse, visuele aanpak van regisseur Gloger was dat het ‘concept’ niet extreem consequent werd uitgewerkt, zodat geforceerde momenten in mijn beleving geen probleem waren. Hij speelde voortdurend met andere beelden en locaties, waarbij de kern van de situatie, zoals afscheid, verliefdheid en bedrog, overeind bleef. De scène waarin Ferrando en Guglielmo gif innemen om medelijden op te wekken bij de zusjes Fiordiligi en Dorabella was bijvoorbeeld gesitueerd in een filmset, onder een boom uit de Hof van Eden, compleet met appelboom en giftige slang. Het wondermedicijn van ‘dottore’ Despina dat de mannen weer gezond maakte, was geheel in stijl een stukje appel.

(© 2016 ROH / Stephen Cummiskey)

(© 2016 ROH / Stephen Cummiskey)

In het theater kan alles, maar toch is het ensceneren van de wat ongeloofwaardige situatie dat twee zusjes hun verloofdes niet herkennen als ze met een plaksnor op terugkomen een lastige klus. Gloger deed er niet moeilijk over, plakte de heren wel een snor op, maar maakte al snel duidelijk dat de zusjes helemaal niet geloofden in de vermomming. En net toen je als toeschouwer dacht: “oh, dus geen Albanezen”, verschenen de twee heren in zeer Albanees uitziende outfits op het podium.

Een inventieve, speelse regie werkt alleen als de zangers zingend en acterend uitstekend presteren. Dat was in de cast voor deze productie absoluut het geval. Er was gekozen voor jonge talenten, benadrukte het Royal Opera House in de publiciteit. Maar er werd ook op safe gespeeld met jeugdige, geloofwaardige zangers die al bewezen hebben over de kwaliteit te beschikken om Mozart in een groot operahuis te zingen.

Hoewel tenoren niet ruim bedeeld worden in de drie Mozart/Da Ponte-opera’s krijgt Ferrando in Così fan tutte ruimte om te excelleren. Dat deed Daniel Behle volop. Zijn forte ging moeiteloos en zijn piano was indrukwekkend. Heel subtiel speelde hij met volume en hoogte. Lang niet meer zo’n fijnzinnige tenor gehoord. Hij is eind december in Amsterdam te zien met Bach onder leiding van Trevor Pinnock en op 10 januari staat hij in de Kleine Zaal van het Concertgebouw met zijn arrangement van Winterreise voor tenor en pianotrio.

Guglielomo richt zich tot de zaal in zijn aria over ontrouw (© ROH / Stephen Cummisky).

Guglielmo richt zich tot de zaal in zijn aria over ontrouw. (© 2016 ROH / Stephen Cummisky)

Guglielmo werd gezongen door Alessio Arduini, nog maar vijf jaar actief als professioneel zanger en voorzien van een cv met nu al veel grote operahuizen. Hij verdeelt zijn tijd dit najaar tussen Londen, New York – waar hij Schaunard zingt bij de Metropolitan Opera – en Wenen, voor de rol van Malatesta bij de Wiener Staatsoper. Zijn stem is groot, hij intoneert perfect en articuleert uitstekend. Daarbij was zijn expressie in het acteren prima, met alle ironie en innuendo die de regie van hem vroeg.

Collega Lennaert van Anken zag sopraan Corinne Winters begin dit jaar in Antwerpen in Otello van Verdi en constateerde dat de rol van Desdemona vocale kleuren vroeg die ze (nog) niet bezit. Hoe dat in haar ‘signature role’ van Violetta in La traviata klinkt – met Violetta reist ze komende tijd naar Londen, Seattle en San Diego – kan ik niet zeggen, maar voor Mozart en voor Fiordiligi heeft ze vocaal meer dan voldoende in huis, en mogelijk helpt haar Verdi-ervaring om het Royal Opera House ruim te vullen, voor zover dat in een bioscoopversie waar te nemen is.

De Dorabella van mezzosopraan Angela Brower was soepel en combineerde fraai met het geluid van haar collega Winters. Er wordt in Così fan tutte van de zangers nogal wat samenzang gevraagd; ik vond dat dat in deze productie niet altijd de scenische aandacht kreeg die het verdiende. De verstilling van bijvoorbeeld het terzet ‘Soave sia il vento’ ontbrak. De betrekkelijk snelle beeldregie zal wat dat betreft ook een andere indruk geven dan in de zaal.

Sabina Puértolas viel in Nederland al op als Dalinda in Ariodante van Händel, in de productie die Il Complesso Barocco hier bracht in 2012. Haar Despina was licht, maar stevig in volume. Met veel plezier speelde ze de rol van de vrouw die alle geloof in romantiek en liefdesillusies verloren heeft. Haar partner-in-crime Don Alfonso werd gezongen door Johannes Martin Kränzle, meer een lyrische dan een buffobas, maar dat paste in deze productie uitstekend.

De volgende live-vertoning van een opera uit Londen is op 15 november: Les contes d’Hoffmann. Zie daarvoor de Nederlandse website van het Royal Opera House.

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.