FeaturedHeadlineRecensies

De Drie Countertenoren in FOMU

Met een knipoog naar het in de jaren ’90 van de vorige eeuw populair geworden Three Tenors concept, met Pavarotti, Domingo en Carreras, trad onder de noemer “The three countertenors” Christina Pluhars ensemble L’Arpeggiata tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht aan met een volgende generatie countertenoren. Naar ik begreep is dit nieuwe project speciaal voor het Festival Oude Muziek gemaakt.

De drie countertenoren, vlnr Valer Sábadus, Arnaud Gluck en Alois Mühlbacher in het Festival Oude Muziek Utrecht. Foto: ©FOMU, Foppe Schut.

De Roemeens-Duitse Valer Sábadus, de meest uit de kluiten gewassene, is de oudste van de drie, geboren in 1986. Hij heeft al geregeld met L’Arpeggiata gezongen. De ander twee zijn jonger. Oostenrijker Alois Mühlbacher, met een bril die hem iets van een Andreas Scholl-aura geeft, is van 1995.  Mühlbacher begon als jongenssopraan bij de St. Florianer Sängerknaben en groeide al snel groeide hij uit tot stersolist van het koor. Hij zingt ook Königin der Nacht, Zerbinetta en liederen van Mahler.  De Fransman Arnaud Gluck is met zijn iets te kort broekspijpen het jongensachtigste, vermoedelijk ongeveer mid-twintig.Gluck heeft ondanks zijn leeftijd ook een groot aantal rollen op zijn naam staan, onder meer naast Pluhar ook met Marck Minkowski en Jordi Savall.

Hilarisch

Sábadus neemt de meeste rollen voor zijn rekening, en opmerkelijkerwijs zowel viriele als vrouwenrollen, onder meer in een hilarische weergave van Satirino, “satertje”, uit Francesco Cavalli’s La Calisto. Satirino probeert een aanbeden nymf ervan te overtuigen dat hij ondanks zijn jonge leeftijd mans genoeg is, door te wijzen op, zoals hij zingt, de lieve zachte haartjes, die wel degelijk beginnen te groeien, net alleen op zijn kin, maar ook op zijn armen en overal over zijn lichaam. Dit is de opera waarin een andere nymf, Calisto, wordt begeerd door oppergod Jupiter zelf, maar aangezien Calisto als lid van het gevolg van de godin Diana de kuisheidsgelofte heeft afgelegd vermomd de oppergod zich als één van de medevolgelingen van Diana en brengt de nacht door met de meisjes, waaronder Calisto. Hij heeft in die gedaante seks met haar, met als gevolg zwangerschap, met als gevolg veroordeling tot de doodstraf. Net als Fricka in de Ring is Hera, Zeus echtgenote en godin van het huwelijk, ontstemd over dit alles en ‘redt’ Calisto door haar te vereeuwigen als één van de sterren van de Grote Beer aan het firmament te vereeuwigen.

Het programma omvatte nog meer fragmenten uit La Calisto en ook uit Cavalli’s L’Ormindo, ooit in Nederland met veel succes opgevoerd toen intendant Hans de Roo bij de Nederlandse Opera Stichting pionierde met vroege barok. Verder ook Monteverdi, Merula, Cesti, Luigi Rossi (diens L’Orfeo), Bertali en verder nog wat minder bekende  componisten.  Het concert opende met het oudste werk, de Toccata uit Monteverdi’s L’Orfeo uit 1607, en eindigde negentig jaar later met het laatst geschreven werk van het programma, Alessandro Scarlatti’s La Giuditta uit 1697.

De toegift was dan eindelijk waarop sommigen misschien zaten te wachten, een trio, Lumi, Potete piangere van Giovanni Legrenzi; de rest van het programma bestond uit alleen solo-aria’s en duetten. Overigens gaven de zangers na elk onderdeel ook keurig credits aan de collega’s.

Het ensemble was relatief bescheiden gehouden. Overigens was het oorspronkelijk instrumentarium van La Calisto opmerkelijk bescheiden, twee violen, een altviool, een violone, een contrabas en een spinet, door de componist zelf bespeeld. De locatie was het piepkleine Teatro Sant’Apollinare in Venetië. Deze avond zaten er ook een extra theorbe- annex barokgitaar-speler op het podium, een tweede toetsenist die ook orgel speelde, een percussionist en een virtuoze speler op de cornetto, een instrument met een trompet-achtige klank, Doron Sherwin, die uit een gezin van barmusici komt, zo hoorden we na afloop. Hij improviseerde er soms lustig op los, maar tegelijkertijd klonk het toch overtuigend ‘authentiek’; even geen uitstapjes naar de semi-jazz, zoals Pluhar op sommige van haar CD’s sinds ze aan ‘fusion’ ging doen. Nou ja, in Antonio Cesti’s L’Argia, in 1655 in première gegaan in Innsbruck, telde maar liefs zeven rollen voor hoge mannenstemmen, toen gezongen door castraten.

Arnoud Gluck met leden van L’arpeggiata, met  op de rug gezien Christina Pluhar. Foto: © FOMU, Foppe Schut.

Ik ben blij dat L’Arpeggiata is teruggekeerd naar haar oorspronkelijke stiel, na zich een paar jaar met steeds flauwere ongein te hebben bezig gehouden, in genres, met name Mediterrane en Zuid-Amerikaanse folklore, waarvan je bij ieder van hun uitvoeringen een betere versie uit de cultuur van oorsprong kunt vinden. En in de Italiaanse muziek van de 17e-eeuw zijn ze opnieuw gewoon heel goed.

Verder kijken luisteren en lezen

NPOKlassiek maakte een opname van het concert,hier terug te luisteren.

Miracolo d’Amore door Valer Sabadus & L’Arpeggiata.

Monique ten Boske zag en hoorde L’Apergiatta eerder dit jaar in Salzburg.

 

Vorig artikel

Corinne Winters wil dat het theater wordt

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Neil van der Linden

Neil van der Linden