Zangersoorlog in Wagner4daagse
De Wagner4daagse is na vier jaar terug voor een tweede editie. Het betreft een erudiet zomerfestival met veel lezingen en workshops rond de componist Wagner en diens tijdgenoten. Centraal staat een opera-uitvoering in de Cenakelkerk van Heilig Landstichting. Voor beide edities is besloten te beperken tot het derde bedrijf (bij Wagner immers al ruim een uur aan ingewikkelde muziek en al een hele organisatieklus), het eind dus. De eerste editie in 2022 kon men het laatste bedrijf van Parsifal beleven. Deze editie betreft het die van Tannhäuser.
Overzicht
De avond begint kwart voor acht buiten met een balkonscène, net als in het Wagner bolwerk op de groene heuvel in Bayreuth. Het betreft de ouverture van Tannhäuser (een hymne die vooruitwijst naar zijn pelgrimage) uitgevoerd door hoornkwartet. Een slimme keus, want het levert wat verankering op voor het in aantocht zijnde derde bedrijf, die de nasleep van de betreffende pelgrimstocht zal laten zien en waar de hymne uiteraard een belangrijke muzikale plaats inneemt.

Met die hymne vers in ons hoofd, is het wel wat vreemd dat vervolgens het tweede bedrijf van Tannhäuser wordt ingezet, door strijkkwartet (het sterk spelende Otilka Kwartet) aangevuld door Daan Boertien op piano (net zo’n sterke aanvulling). De uitstap naar het tweede bedrijf is puur om Elenora Hu de hal-aria (Dich teuere Halle) te laten zingen, en het publiek deze aria niet te onthouden. Misschien was het ook te doen om de dramatische tegenstelling. Elisabeth is hier (haar opkomst in de opera) nog vol goede moed, maar als we dan van start gaan met het juiste bedrijf is het totaal anders, daar is het wachten op de terugkerende Tannhäuser een kwelling. Deze omslag wordt ook weergegeven door een snelle kostuumwissel.

In de lange inleiding voor het derde bedrijf wordt via videoschermen door Venus de voorgeschiedenis verteld. In wezen dus de gemiste twee bedrijven. Het maakt het derde bedrijf invoelbaar als losse opera. Een slimme zet dus, en het doet vermoeden dat met de juiste omkleding eerste bedrijven of tweede bedrijven bij Wagner ook prima mini-opera’s zouden vormen. De man zorgt immers vrijwel altijd voor een intense spanningsopbouw naar één of andere heftige dramatische wenteling. Enfin.

Het derde bedrijf is overwegend voor Wolfram, al is dat niet het eerste personage waar je aan denkt bij Tannhäuser. Hij representeert als kuise minnezanger de vrome (of schijnheilige?) groep die je normaal al een aantal keer de revue hebt zien passeren in deze opera. Wolfram, als representant van deze groep, dient hier als klankbord voor Elisabeth en tegenwicht voor Tannhäuser. De rol werd gespeeld door Marc Pantus, hoewel deze bezetting wel kwetsbaar was. De rol is voor lyrische bariton en werkt daardoor muzikaal anders dan de andere drie rollen, die de typische Wagner-zwaarte brengen. Hieronder meer daarover.

De pelgrims komen terug, hiervoor en tevens voor het eind was een koor benodigd. Hoewel het een (amateur)projectkoor betrof, werd er heel behoorlijk gezongen. Dat gezegd, uiteraard waren er veel meer vrouwen dan mannen gevonden en werd het mannenkoor van pelgrims sociaal bevorderd tot gemengd koor.
Vervolgens is er een soloscène voor de bariton (Wolfram) en dan keert ook Tannhäuser terug. Als u dat een spoiler vond, lees dan niet verder. Want er volgen er meer.
Tannhäuser is in goede handen met Frank van Aken die de rol van Tannhäuser vele malen gezongen heeft, waaronder in La Scala in Milaan én in Bayreuther Festspiele zelf! Hoewel hij het merendeel van de rol natuurlijk niet kan laten horen, heeft hij wel zijn lange intense monoloog waarin hij verslag doet van zijn pelgrimstocht.

Uiteindelijk zien we ook Venus, die natuurlijk veel groter is in het eerste bedrijf, maar hier in aandeel beperkt, en zij werd prima vertolkt door Merlijn Runia, nog maar net terug van Spanga waar ze de lijvige rol van Marschallin in Der Rosenkavalier had vertolkt. Venus was ook al op video verschenen, waardoor het Runia de mogelijkheid gaf de rol veel verder uit te diepen in plaats van alleen een kort vocaal moment te brengen.
Al die elementen hebben de organisatoren van de Wagner4daagse in elkaar weten te schuiven tot een muzikaal ingewikkelde mini-opera die hier vijf (?) dagen achter elkaar zal klinken dit festival.
Regie
De regie was van de hand van Marc Pantus. Hoewel de kerk qua mystiek goed had gepast bij een 13e-eeuwse setting, heeft hij het toch als “hedendaags” geënsceneerd. Die keuze is logisch vanwege het koor van pelgrims. Zij komen nu toepasselijk op als wandelaars van die andere vierdaagse. Een 13e-eeuwse setting was denk ik onmogelijk te realiseren geweest.
In deze hedendaagse interpretatie is de adellijke Elisabeth goed gekleed. Zij is een vorstin misschien wel. Bij de hal-aria is er de leuke vondst dat zij de kerk steeds verder belicht, iets wat vanwege die studiolampen ook alleen kan werken in een moderne regie.
Daarna is er als gezegd op de videoschermen de “voorgeschiedenis” verteld door Venus. We zien haar als een normale vrouw, een vrouw die wellicht gewoon op zoek is naar een relatie. Als zij aan het eind achter opkomt, heeft ze een blonde pruik en zwarte kleding, wat haar enigszins mysterieuzer maakt. Ondertussen is zij op de videoschermen te zien als verleider. Slim, want het onderstreept de essentie van deze scène. Maar wel wat cartoonesk.
Pantus zelf komt na de introductie als zonderling op. Lange haren, een ruitjestrui en een videocamera die hij later in de regie zal gebruiken. Hoewel het wel wat zegt over het personage (tegenhanger immers van Tannhäuser, die de ervaring van de Venusberg heeft gehad) neemt het de magie die een Wagneropera kan hebben wel wat weg.
Tannhäuser tenslotte is wel zijn 13e-eeuwse personage, niet geheel logisch, maar het zal mensen niet snel opvallen. Van Aken speelt hem heel authentiek. Zijn intense relaas (ook muzikaal) komt goed over en wat dat betreft is het “videocamera-moment” waarin hij van dichtbij wordt gefilmd wel heel vreemd, maar omdat we nu zijn gezicht in het groot zien is er alle ruimte voor zijn razernij als hij (spoiler!) vertelt verdoemd te zijn door de paus. Misschien rechtvaardigt dat effect het gebrek aan logica van de handeling van het filmen.
Stemmen
Bij Wagner wil iedereen natuurlijk weten: hoe waren de stemmen? De opera heeft als tweede deel van de titel niet voor niets ‘und der Sängerkrieg auf Wartburg “.
In het algemeen: te groot voor de kapel. Eigenlijk past deze kapel dus helemaal niet goed bij Wagner. De uitstraling is geweldig, maar het idee dat alles moet helpen met de akoestiek wijst naar een heel ander genre.

De zangers hielden zich gelukkig niet in, er was geen aanpassing aan de overvloed aan akoestiek. Dat is fijn, want de muziek vraagt om een speciale manier van zingen en dat krijgt voorrang.
Zowel Hu met haar volle klanken, goed met allerlei vocalen, als Van Aken met zijn jaren ervaring in het vak heldentenor kwamen uitstekend uit de verf en maken voor wie nog gaat de reis naar Heilig Land Stichting de moeite waard. Runia was een prima toevoeging in de vocaal kwantitatief bescheiden rol. Alleen de lyrische bariton steekt er wat voorzichtig tegen af. Pantus zet zich natuurlijk enorm in als regisseur én organisator van de Wagners4daagse, en daarom gun je hem ook een mooie rol. Maar Wolfram is een verraderlijke partij. Zijn verklanking ervan is meer één van het lied of van wat lichtere opera. Hij kiest er niet voor om zijn stem dieper te kleuren. Zijn vertolking van het Lied aan de Avondster is prima. Maar de rol gaat hoog en soms lijkt het of Pantus (die ik ken als bas-bariton) wat moeite te hebben met de ligging van de rol. Hij zingt Wolfram als een lyrische bariton tussen de grote Wagnerstemmen. Wel zong Pantus op volume en was het, zoals je verwacht van hem, mooi zuiver. Maar neem de scène waarin Tannhäuser en Wolfram als twee Minnezangers tegenover elkaar staan, de eerste krachtige solide Wagnerklanken makend, en de tweede zich beperkend tot wat fluwelen tegenspel. Een waarschijnlijk zeer bewuste keuze, die in mijn ogen niet helemaal uit de verf kwam. Maar misschien komt dat ook door hoe Wagner de rollen geschreven heeft.