BinnenkortBuitenlandFeaturedHeadline

Blau, utopisch muziektheater in MIR

In BLAU voert muziektheatercollectief Kommando Himmelfahrt het publiek mee door het Musiktheater im Revier, geïnspireerd door de utopische ideeën van Yves Klein. Muziek, zang, performances en participatie wisselen elkaar af in een zintuiglijke route. De voorstelling levert indrukwekkende momenten op. Zeker. Al is de filosofie achter de voorstelling soms wat gezocht.

Het Musiktheater Am rivier in Gelsenkirchen.

Anderhalf uur rijden van Arnhem ligt in het Ruhrgebied de stad Gelsenkirchen. Aan de rand van de stad staat het Musiktheater im Revier (MiR), gebouwd in 1959 naar een ontwerp van architect Werner Ruhnau en de Franse kunstenaar Yves Klein. Het is een licht, wit en groot theatergebouw dat er nog altijd hedendaags uitziet. De makers van het theater hadden een visie: de samenleving moest transparanter en gevoeliger worden. Ze kwamen met een utopisch kunstproject dat ze de ‘Leerschool van Sensibiliteit’ noemden. Er werd zelfs serieus een aanvraag ingediend bij de gemeente voor dit idee, maar het werd nooit gerealiseerd.

Muziektheatercollectief Kommando Himmelfahrt liet zich inspireren door dit fantasievolle kunstproject en maakte de dynamische locatiemuziektheatervoorstelling BLAU. Componist en dirigent Jan Dvořák schreef de muziek en bracht dit ten gehore met de Neue Philharmonie Westfalen. De zangers treden in deze voorstelling op als groepsgidsen, die elk een groep rondleiden naar verschillende performances op diverse plekken in het theater. Bij elk kort optreden hoor je muziek, soundscapes en zang van de gidsen.

Interieur van het MIR in Gelsenkirchen met blauwe doeken van van Yves Klein.

Blauw

Waarom de kleur blauw? Het was kunstenaar Yves Klein die al vroeg warmliep voor ultramarijnblauw. De kleur staat bekend als International Klein Blue. Klein had de filosofie dat kunst volledig immaterieel moest zijn. Kunst was geen tastbaar object, maar een pure spirituele beleving. Hij noemde zijn blauw zelfs International Klein Blue (IKB). Deze kleur moest de toeschouwer laten dromen en had volgens Klein de kracht om hem te hypnotiseren en van zijn individualiteit te ontdoen. Om één te worden met de kosmos.

Het specifieke IKB blauw van Yves Klein.

Klein was overigens in kunstenaarskringen bekend geworden met performances waarin naakte vrouwen zichzelf insmeerden met verf en vervolgens hun lichaam als een soort penseel over behang, vloeren of muren bewogen. Vier enorme, diepblauwe wandreliëfs van zijn hand zijn in de foyers te zien.

Buiten staat een kansel en daarachter zitten musici. Zangeres Anke Sieloff, in de rol van de rector, spreekt het publiek toe. Achter haar spelen de blazers melodieuze tonen. Ze heet ons welkom bij de ‘Leerschool van Sensibiliteit’. Het is de bedoeling dat wij het oude doemdenken loslaten voordat we het ontwikkelingsinstituut binnengaan. Objectief en zonder oordeel. Het publiek wordt in vier groepen ingedeeld. Foto’s mogen niet worden gemaakt. Niet binnen en zelfs niet buiten. Streng.

Anke Sieloff. Foto: © Jan-Philipp Winkler

Tenor Khanyiso Gwenxane, gidst ons door het Musiktheater. Hij heeft een krachtige en prachtige stem. In soms zingende recitatieven en dan weer in zang gaan we naar de verschillende ruimtes.

Mausoleum

In het Mausoleum, een ruimte die met gordijnen is afgebakend, staan we rondom een kist met daarin netjes opgevouwen kleding van klein formaat. Op de achtergrond horen we een kwartet spelen. De rondleider zingt ons in het Frans toe. Het zijn dagboekfragmenten van Yves Klein. Herkenbaar woorden over de zingeving van het leven, maar helemaal duidelijk wordt het niet.

We gaan de trappen op naar de scene Judo. We zien een man en een vrouw tegenover elkaar staan in judopakken op een grote mat. Waarom? Klein was een fan van judo en had een zwarte band in deze verdedigingssport. In slow motion, op tonen van een basklarinet, judoën ze met elkaar. De gids vertelt dat je nooit hoeft te schuilen en dat je het gevecht moet aangaan. Wat weer totaal niet rijmt met het uitgangspunt ‘zonder oordeel’.

Door de krochten van het theater lopen we naar een grote zaal die Kleines Haus heet. De filosofie van Yves Klein wordt hier uitermate boeiend zichtbaar. We zien een leeg podium. Als bezoeker kun je niet uit je stoel. Je bent gewaarschuwd. Je moet de stilte ervaren, de leegte.

Soundscapes

De muziektheaterroute gaat verder naar de grote foyer. Een ensemble van onder anderen fluitisten en violisten speelt verschillende geluiden, alsof het aan het stemmen is. In het midden ligt een enorm gouden laken. Opeens staan mensen uit het publiek op en zingen met de gids mee. Het kleed wordt opgepakt en men wappert het op en neer. Het gaat steeds harder. Uiteindelijk, wat een magisch moment, hult Gwenxane zich al zingend in het gouden laken.

Khanyiso Gwenxane. Foto: © Isabel Machado Rios

Meditatie

Verderop in de foyer ligt een enorm vierkant blauw bed met kussens op de vloer. Daaromheen staan stoeltjes. Enkele musici spelen, dit keer zacht, doordringende en onherkenbare tonen. De gids gebaart dat het publiek de schoenen mag uitdoen en kan komen liggen. Met al die soundscapes lijkt het publiek helemaal te ontspannen. Het duurt alleen te lang en doet denken aan een schoolkamp waar de meester de kinderen probeert te kalmeren.

Vibrafoon

Onze groep neemt plaats voor het open trappenhuis met ramen. Een slagwerker bespeelt een vibrafoon en dansers lopen en bewegen de trappen op met grote borden in hun handen die allemaal een specifieke vorm en kleur hebben. Het is een mooi bewegend schouwspel en het lijkt te verwijzen naar het ontstaan van het gebouw.

Terug bij het mausoleum. Twee soldaten in authentieke uniformen staan naast de kist. Een non knielt en bidt. Ze haalt de kleding uit de kist. Dan leert de gids het publiek een Frans lied aan. Steeds herhalen we de woorden: ‘Quand, quand je pense, quand je pense à toi, le même rêve revient toujours.’ Eerst klinkt het wat schuchter, maar al snel is het harmonieus en vormt het publiek één prachtig geluid.

Op naar de grote zaal

Alle groepen komen bij elkaar. Ook de musici die op allerlei plekken hebben gespeeld, vormen op het podium een groot orkest. Rector Sieloff prijst het publiek omdat we de ‘Leerschool van Sensibiliteit’ hebben doorstaan.

De Neue Philharmonie Westfalen speelt een zogeheten Cantate. Solisten en zangers uit het publiek brengen een kort lied over paradijselijk geluk en vrijheid. De muziek klinkt groots. Soms zijn er spannende, korte harmonische passages en repeterende klanken. De zangstemmen van de verschillende solisten en gidsen zijn fascineert fraai.

Je kunt gerust zeggen dat kunstenaarscollectief Kommando Himmelfahrt talentvolle jonge mensen heeft ingezet voor deze productie. En hulde aan de regie en logistiek waarmee de groepen naar de verschillende performances worden geleid.

Aan het eind zien we een beeldend citaat van kunstenaar Klein: mensen uit het publiek mogen behang wit beschilderen. Ook dit heeft te maken met het ervaren van de leegte van het bestaan op een spirituele manier. Dit is wat vergezocht en het utopische gegeven zal niet bij iedereen landen.

Achteraf blijven vooral enkele scenes of performance hangen. Zoals je van iedere leerschool altijd een docent, een positieve gebeurtenis of een bijzonder gegeven herinnert. Wat mij het meest raakte in de filosofie en eenvoud van BLAU, was een vrouw die blauwe ballonnen opblies en ermee speelde. Dat tafereel, met allerlei achtergrondgeluiden en muziek uit de foyers, bracht alles bij elkaar: blauw, schoonheid, sensibiliteit en werkelijkheid.

En misschien is dat uiteindelijk de kracht van BLAU: niet zozeer de soms ingewikkelde filosofie van Yves Klein, maar de beelden, muziek en momenten die je als bezoeker zelf ervaart.

BLAU ging 19 september in première en speelt 3 oktober voor de laatste keer.

Er is tot 25 oktober 2026 een tentoonstelling over Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie in het Stedelijk Museum Schiedam.

Vorig artikel

The Alonetimes schrijnend muziektheater

Volgend artikel

Waiting for the Barbarians voltreffer

De auteur

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik

Rudolf Hunnik is cultuurjournalist, filmprogrammeur en trainer. Hij schrijft voor onder meer de Gooi- en Eemlander, HDC Media, Cultuurpers en Place de l’Opera.