AchtergrondFeaturedHeadlineNieuws

Jacqueline Van Quaille, La diva delle Fiandre overleden

Ons bereikte het trieste bericht dat de Belgische sopraan Jacqueline Van Quaille, bijgenaamd La diva delle Fiandre (de diva van Vlaanderen), op negentigjarige leeftijd is overleden.

Jacqueline Van Quaille

 

Jacqueline Van Quaille werd op 6 oktober 1936 geboren in Gentbrugge en stond 56 jaar op het toneel. Met haar krachtige stem, veelzijdigheid en grote liefde voor het muziektheater groeide ze uit tot een van de markantste Belgische operazangeressen van haar generatie. In Nederland mocht ze dan misschien niet de grootste bekendheid genieten, in België, Duitsland en Frankrijk behoorde Jacqueline Van Quaille tot de absolute top in haar stemvak. Haar talrijke live opnames getuigen van een prachtige, expressieve en technisch begaafde sopraan.

Studie

Van Quaille studeerde zang bij mevrouw Teugels en lyrisch toneel bij Karel Locufier aan het Koninklijk Conservatorium in Gent. Na haar afstuderen in 1957 begon ze haar carrière bij de West-Vlaamse Operettecompagnie in Kortrijk en Roeselare. In 1958 maakte ze haar debuut bij de Koninklijke Opera in Gent als Pamina in Mozarts Die Zauberflöte. Gent zou haar artistieke thuisbasis blijven.

Daar oogstte ze grote successen in het Franse en Italiaanse repertoire. Haar vertolkingen van La Traviata, Otello, La Forza del Destino, La Fanciulla del West en vooral Tosca maakten diepe indruk. Voor La Traviata werkte ze met de beroemde Gentse sopraan Vina Bovy, bij wie ze haar interpretatie verder verfijnde. Ook in de operette voelde ze zich thuis, met rollen in onder meer Das Land des Lächelns, Die lustige Witwe en Der Zigeunerbaron.

Jacqueline Van Quaille als Desdemona met Jan Verbeeck als Otello.

Internationale carrière

Na het winnen van de Koning Boudewijnprijs in Verviers kreeg ze een engagement bij de opera van Wuppertal, waar ze van 1961 tot 1964 verbonden was. In 1963 trad ze in Parijs op bij de Franse première van Ferruccio Busoni’s Doktor Faust in het Théâtre des Champs-Élysées, met onder anderen Mario Del Monaco. In Wuppertal zong ze datzelfde jaar ook bij de wereldpremière van Das Perlenhemd van Leo Justinus Kauffmann. Daarnaast trad ze op in onder meer Nice, Besançon en Frankfurt, waar ze Chrysothemis vertolkte tegenover de Elektra van Astrid Varnay.

Van 1964 tot 1968 was ze verbonden aan de opera van het Oostenrijkse Graz en zong ze in de Wiener Volksoper en hin et Theater am Gärtnerplatz in München . Ze volgde in Italië lessen bij Ettore Campogalliani, de zangpedagoog van Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi. Na een geslaagde auditie kreeg ze de mogelijkheid om verder te studeren aan de Accademia della Scala in Milaan. Haar contract in Graz verhinderde echter dat ze die kans onmiddellijk kon benutten en als moeder van drie kinderen besloot Jacqueline haar carriere vooral in haar thuisland voort te zetten. Het Centre Lyrique de Wallonie in Luik engageerde haar voor het dramatische sopraanrepertoire. Ze triomfeerde er in Un ballo in maschera en La Forza del Destino, naast de sterren van de Metropolitan Opera Nicola Herlea en Barry Morell. Ook zong ze er Andrea Chénier in het Frans, met Alain Vanzo, Arabella van Richard Strauss en Macbeth.

Een uitzonderlijk breed repertoire

Vooral in Gent en Antwerpen bleef Van Quaille een geliefde en veelzijdige vertolkster. Haar repertoire omvatte niet alleen de grote Italiaanse en Franse opera’s, maar ook werken van Mozart, Wagner, Richard Strauss en moderne componisten. Ze zong onder meer de Marschallin in Der Rosenkavalier, de titelrol in Fidelio, rollen in Il Tabarro, Cavalleria, Mathis der Maler, Tiefland, Tannhäuser en La Damnation de Faust.

Jacqueline Van Quaille als die Marschalin in Der Rosenkavalier.

 

In Gent trad ze op naast haar wereldberoemde stadsgenote Rita Gorr in Adriana Lecouvreur. Andere belangrijke rollen waren Francesca in Francesca da Rimini, Manon in Manon Lescaut, Sieglinde in Die Walküre en Marietta in Korngolds Die tote Stadt. In 1983 vertolkte ze Sieglinde bij de opening van de Vlaamse Opera in Antwerpen-Gent. Een bijzondere plaats in haar loopbaan nam Magda Sorel in Gian Carlo Menotti’s The Consul in.

Haar werklust was uitzonderlijk. Op een zondag in Gent gaf ze ’s ochtends een concert in de Feestzaal van Vooruit, zong ze ’s middags de première van La Forza del Destino en stond ze ’s avonds opnieuw op het toneel voor de laatste voorstelling van Tosca.

Van opera tot musical

Ook buiten Gent bleef Van Quaille actief. Ze trad op in de Brusselse Muntschouwburg, onder meer in Berlioz’ Les Troyens met Guy Chauvet en in Wagners Der fliegende Holländer. In Aix-en-Provence zong ze in Tsjaikovski’s Onegin. In het jaar 2000 zag ik haar in Offenbachs La Belle Hélène in de regie van van HerbertWernicke in de Salzburger Festspiele als een zeer komische en zeer indrukwekkend zingende Bacchis. In hetzelfde festival zong Jacqueline Van Quaille Larina in Onjegin.

Daarnaast werkte ze mee aan televisieproducties van de BRT, waaronder Manon Lescaut en Don Carlos met José Van Dam. Voor de RTBF vertolkte ze  in 1968 Isolde met Claude Heater als Tristan  in een productie die werd gefilmd aan de Belgische kust en in het Gentse Gravensteen. Deze productielaat haar zien en horen als een werkelijk prachitg zingende en acterende Isolde.*

Haar veelzijdigheid bracht haar ook naar het muziektheater. Ze speelde Bianca Castafiore in Kuifje en de Zonnetempel en trad op in producties van Kurt Weill en in The Sound of Music met het Ballet van Vlaanderen.

Screenshot van Jacqueline Van Quaille als Bianca Castafiore in de musical Kuifje.

Nederland

In Nederland was ze onder meer te horen als Leonora in Il trovatore bij De Nederlandse Volksopera in 1989. Ik zag haar in die voorstelling, waarin ze samen met Adriaan van Limpt in een zeer matige productie toch wist uit te blinken. In 1995 vertolkte ze Moeder Overste in The Sound of Music bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen met Ernst Daniel Smid als Kapitein von Trapp en An Lauwereins in de rol van Maria. In 2000 maakte ze indruk als Heidi Schiller in Stephen Sondheims Follies, naast onder anderen Jasperina de Jong, Frans Mulder, Loeki Knol en Albert Verlinde.

Jacqueline Van Quaille

Van Quaille was actief als zangdocente aan de Gentse Muziekacademie en gaf privéles. Tijdens de moeilijke periode rond de oprichting van de Vlaamse Opera richtte ze haar eigen operettegezelschap Aruna op, waarmee ze haar betrokkenheid bij het genre onderstreepte.

In 2014 speelde ze, op 78-jarige leeftijd, in Ghost Road, een productie van LOD met Viviane De Muynck die zowel in België als in het buitenland te zien was. Haar laatste werk was de korte film Passé, met Luc De Bruycker en Koen Crucke, in het Gentse dialect.

Jacqueline Van Quaille overleed in een rusthuis in De Panne. Ze liet een indrukwekkende artistieke nalatenschap na. Mogelijk was ze de enige Belgische sopraan die in alle operahuizen van het land optrad. Haar stem, haar onvermoeibare inzet en haar grote repertoire maakten haar tot een uitzonderlijke verschijning in het Vlaamse muziekleven: een ware diva delle Fiandre.

Kijken en luisteren

Er zijn enkele bijzondere video opnames van Jacqueline Van Quaille.

*Isoldes Liebestod uit de Tristan und Isolde film 

Het  Ave Maria van desdemona uit Otello

Een prachitg eerbetoon met fragmenten uit La Forza del destino, Otello, Tosca, Un ballo in maschera, Thais, Manon Lescaut, Mefistofele en Louise

Bronnen:  onder meer Freddy Verschaffel en  Lucas van der Meer (Opera Nederland).

 

Vorig artikel

Overvolle museale Macbeth in de Met

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen