De Nationale Opera vraagt steun voor kostuums Holländer
In een nieuwsbrief, tweemaal verstuurd aan regelmatige operabezoekers, heeft De Nationale Opera een oproep gedaan voor financiële steun voor 150 kostuums voor de aanstaande productie van Der fliegende Holländer.

In het bericht staat: “Voor de nieuwe productie van De Nationale Opera toveren regisseur Lotte de Beer en ontwerper Christof Hetzer het toneel om tot een zeventiende-eeuws schilderij. Hetzer ontwierp hiervoor maar liefst honderdvijftig kostuums, die het publiek meevoeren naar een andere wereld. Alle kostuums voor Der fliegende Holländer worden met de hand vervaardigd in onze eigen ateliers. Dankzij de tomeloze inspanningen van coupeurs, hoedenmakers, ververs, schoenmakers en andere specialisten kunnen de zangers zich straks nóg beter inleven in hun personages en kunt u als publiek genieten van de mooiste kledingcreaties. (Een wat vreemde stelling, want zangers en acteurs leven zich ook gekleed in vuilniszakken, berenvellen, spijkerbroek of hoepelrok en pofbroek in en het publiek heeft al vele jaren mogen “genieten’ van de meest uiteenlopende en soms absurde kostuums. red.) Al dit vakmanschap is echter niet mogelijk zonder de financiële steun van ons publiek en onze donateurs. Helpt u mee om Der fliegende Holländer tot leven te brengen?”

Er volgt een overzicht wat de mogelijkheden zijn voor donaties en wat er met het geld gebeurt.
Een dergelijke actie is niet ongebruikelijk in de kunstensector, zeker als het om gezelschappen gaat die elk dubbeltje moeten omkeren om te overleven. Maar De Nationale Opera? Alleen al uit verschillende overheidssubsidies ontvangt het grootste theaterbedrijf van ons land ruim €33.000.000,- en daarnaast is er een forse bron van inkomsten uit sponsoren, fondsen en ondersteuners. Gelukkig maar, want opera is nu eenmaal de allerduurste kunstvorm en met stijgende kosten is het ook voor De Nationale Opera geen eenvoudige opgave de begrotingen sluitend te maken.

Toch is het op zijn minst vreemd om in dit stadium van de voorbereidingen van een nieuwe productie om bijdragen van het operapubliek te vragen. Een productie bij een operagezelschap heeft jaren voor de première alles moeten calculeren, doorrekenen en voor een nieuwe Fliegende Holländer kan het niet zo zijn dat er ineens 150 kostuums extra financiering nodig hebben, zou je denken. Zeker, voor elke productie geldt dat er in de laatste fase van de creatie extra kosten opduiken en er soms zelfs onverwachte kosten zijn, maar 150 kostuums, meestal toch een van de eerste posten op de productiebegrotingen? Die komen toch niet ineens uit de lucht vallen en zijn zeker in meerdere besprekingen en budget overleggen ter sprake gekomen en ‘afgetikt’. Het kan toch niet zijn dat er miscalculatie is zo-dat er voor de kostuums nu geld van de bezoekers nodig is? Voor Der fliegende Holländer is er een fors aantal extra zangers voor het koor ingehuurd, maar Wagners opera is normaal gesproken niet een van de grootste qua bezetting. Het is geen Aida, of Les Troyens of heeft het team van Lotte de Beer en ontwerper Christof Hetzer hun ideeën onzorgvuldig gepresenteerd en gebudgetteerd?
Vragen om steun is voor elke culturele instelling noodzakelijk en volledig te rechtvaardigen, dat is niet het punt, maar expliciet een inzamelingsactie te doen voor de kostuums van een opera die over een maand zijn première beleeft (op 3 december aanstaande) is vreemd. Ook naar de kleinere gezelschappen en organisaties, die minder budget hebben dan het kostuumbudget van DNO voor Der fliegende Holländer om een heel seizoen, of soms zelfs meerdere seizoenen te kunnen overleven, is het op zijn zachts gezegd onkies.
Reactie DNO
De Nationale Opera heeft op deze vragen gereageerd.
“De financiële steun van particuliere donateurs is een belangrijk en structureel onderdeel van de financiering van onze artistieke activiteiten. Donaties aan onze instelling lopen via het Nationale Opera & Ballet Fonds, dat jaarlijks bijdraagt aan de realisatie van uiteenlopende projecten, waaronder nieuwe producties op het hoofdtoneel. Wanneer wij stellen dat het bijzondere vakmanschap achter onze producties niet mogelijk is zonder de steun van onze donateurs, doelen wij dan ook o.a. op deze structurele en onmisbare bijdragen van het fonds.
Ook Der fliegende Holländer ontvangt in dat kader een bijdrage van het NO&B Fonds, die al ruim van tevoren wordt aangevraagd als onderdeel van de financiering. Er is dan ook geen sprake van een onverwachte overschrijding of een miscalculatie in de voorbereiding van deze productie. De oproep uit de nieuwsbrief is onderdeel van onze reguliere wervingscampagnes.
Een bijdrage vragen voor een specifiek onderdeel van een nieuwe productie, in dit geval voor de kostuums, is een manier om donateurs bij het maakproces te betrekken. Zo kunnen mensen die zich betrokken voelen bij onze instelling, naast het bezoeken van onze voorstellingen, op een persoonlijke en concrete manier bijdragen aan de kunstvorm waar zij van houden.” Aldus De Nationale Opera.
Een duidelijke verklaring, maar blijft toch de vraag over de timing van deze herhaalde oproep aan vaste operabezoekers. Een maand voor de premiere van Der fliegende Holländer vragen om bijdragen voor de kostuums van juist díe specifieke productie, laat toch het vermoeden overeind dat er iets niet helemaal klopt met de budgettering.

We gunnen alle operagezelschappen en alle kunstinstellingen in Nederland een gezonde financiële basis en het is in Nederland al lang zo dat de kunsten ondergewaardeerd worden, gekort worden en het met te weinig subsidie moeten doen. Daar zou structureel verandering in moeten komen om het prachtige culturele landschap van Nederland te versterken en ook voor een nieuwe generatie toegankelijk te blijven maken. Initiatieven om extra geld van het publiek te vragen zijn ook zeker niet per definitie bedenkelijk en zelfs aan te moedigen, maar deze actie van De Nationale Opera roept vragen op en zendt ondanks de verklaring van De Nationale Opera een niet erg positief signaal naar het publiek en naar de noodlijdende gezelschappen in Nederland.
Der fliegende Holländer gaat op 3 december in première in De Nationale Opera &Ballet.