Legendarische sopraan Martina Arroyo overleden
Vandaag bereikte ons het verdrietige nieuws dat de grote Amerikaanse sopraan Martina Arroyo op 13 oktober op negentigjarige leeftijd in New York is overleden.

Martina Arroyo (2 februari 1936 – 13 oktober 2026) was een Amerikaanse operasopraan die van de jaren zestig tot en met de jaren tachtig een grote internationale carrière opbouwde. Zij behoorde tot de eerste generatie zwarte operazangers die internationaal grote successen boekten.
Arroyo verwierf aanvankelijk bekendheid bij de Oper Zürich, waar zij tussen 1963 en 1965 optrad. Vervolgens groeide zij uit tot een van de belangrijkste sopranen van de Metropolitan Opera in New York, waar zij van 1965 tot 1978 een prominente plaats innam. In die jaren was zij ook regelmatig te gast bij operahuizen over de hele wereld. Zij trad op bij onder meer de Scala in Milaan, Covent Garden in Londen, de Opéra National de Paris, het Teatro Colón in Buenos Aires, de Deutsche Oper Berlin, de Weense Staatsopera, de Lyric Opera of Chicago en de San Francisco Opera.
Arroyo verwierf vooral bekendheid met haar vertolkingen van het Italiaanse spinto-repertoire, en in het bijzonder met haar rollen als heldinnen in opera’s van Verdi en Puccini.
In de latere jaren van haar leven wijdde Arroyo zich voornamelijk aan het zangonderwijs. Zij was als docent verbonden aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten en Europa.
Op 8 december 2013 ontving Martina Arroyo een Kennedy Center Honor, een prestigieuze Amerikaanse onderscheiding voor haar uitzonderlijke bijdrage aan de podiumkunsten.

Martina Arroyo: van Harlem naar de wereldtop
De Amerikaanse sopraan Martina Arroyo werd op 2 februari 1936 geboren in Harlem, New York. Ze groeide op in een muzikaal gezin, zong in kerk- en schoolkoren en kreeg pianoles van haar moeder. Na haar studie Romaanse talen aan Hunter College besloot ze zich serieus op een zangcarrière toe te leggen. Haar zangdocente Marinka Gurewich begeleidde haar vanaf haar veertiende tot aan haar dood in 1990.
Arroyo maakte in 1957 haar recitaldebuut in Carnegie Recital Hall en won een jaar later, samen met Grace Bumbry(!) de Metropolitan Opera Auditions. In 1958 volgde haar professionele operadebuut. Aanvankelijk zong ze kleine rollen bij de Metropolitan Opera, maar haar internationale doorbraak kwam in 1963 als Aida bij de Oper Zürich.
In 1965 verving Arroyo op het laatste moment Birgit Nilsson als Aida bij de Metropolitan Opera. Haar optreden werd bekroond met een staande ovatie en lovende recensies. Ze groeide uit tot een gevierde vertolkster van dramatische sopraanrollen in opera’s van Verdi en Puccini, waaronder Don Carlo, Tosca en La forza del destino. Ook trad ze op bij toonaangevende operahuizen in Europa en Amerika en bouwde ze een veelzijdige concertcarrière op.

Amsterdam
Op 5 oktober 1967 zong Martina Arroyo een concert in het Concertgebouw, onder leiding van Martin Rich, dat uitgezonden (en gelukkig ook opgenomen) werd door de Avro**. De pas dertigjarige Arroyo maakte enorme indruk en de opnames die ook op cd zijn verschenen getuigen van een uitzonderlijk mooie stem en een groot gevoel voor de verschillende stijlen en talen van het gekozen repertoire. Ze zong onder meer Depuis le jour uit Louise en aria’s uit L’Africaine, La Rondine, Cavalleria Rusticana, en La Forza del destino.
Requiem
Hoogtepunten waren er veel, maar één springt er voor mij uit en dat was de uitvoering van het Requiem van Verdi in St Paul’s Cathedral, op 25 februari 1970 met Martina Arroyo in absolute topvorm, naast Josephine Veasey, Plácido Domingo en Ruggiero Raimondi, onder leiding van Leonard Bernstein.*
Na haar afscheid van de grote operapodia bleef Arroyo actief als docent. In 2003 richtte ze The Martina Arroyo Foundation op, die jonge operazangers begeleidt met de intensieve zomerworkshop Prelude to Performance. Daarmee zette ze haar ervaring in om een nieuwe generatie zangers voor te bereiden op een professionele carrière.
Natuurlijk is het mogelijk om hier een uitvoerige biografie met de ontelbare memorabele voorstellingen en concerten van Martina Arroyo te publiceren, maar gezien de aard van mijn persoonlijke relatie met Martina, wil ik een paar anekdotes met u delen.
Allereerst haar eigen legendarische uitspraken.
Haar meest succesvolle jaren aan de Metropolitan Opera in New York deelde Martina Arroyo met Leontyne Price en Grace Bumbry. Op een ochtend kwam Martina bij de artiesteningang en werd verwelkomd met de begroeting: “Good morning Miss Price’, waarop Martina antwoordde: “I am the other one honey.”
In het beroemde warenhuis Bergdorf Goodman werd Martina begroet door een fan. “ I am such a fan of yours Miss Price.” “I am not Miss Price”, “ Oh I am so sorry, Miss Bumbry.” “I am not Miss Bumbry either”. “ But who are you then?” “I am Louis Armstrong”.

Nederland
Het Nederlandse publiek moest lang wachten op een opera optreden met Martina Arroyo, maar in het seizoen 1984-1985 kwam de diva voor Tosca naar De Nederlandse Opera Stichting. Vladimir Popov was haar klaroen van een Cavardossi en Henk Smit was een sinistere, prachtige Scarpia. De serie voorstellingen heeft onvergetelijke momenten opgeleverd, zowel op, als naast het toneel. Ik deel graag een paar van deze momenten.

Martina Arroyo was in 1985 niet meer op de allerhoogste toppen van haar vocale kunnen, maar had een enorme sterstatus, die ze vanaf de eerste repetitie meer dan waar maakte. Samen met onder anderen de huidige perschef van De Nationale Opera, was ik figurant in de legendarische Tosca productie van Lofti Mansouri, die her-ingestudeerd werd door Jan Bouws.
Bontjas, hondjes, bloemen, de diva kwam binnen in de studio van de Nederlandse Opera Stichting aan de Korte Leidsedwarsstraat. Jan Bouws wilde in zijn eerste gesprek met de diva weten hoe zij de fameuze zin ‘E avanti a lui, tremava tutta Roma’ zou uitvoeren. ‘ Will you sing it, will you speak it, how will you do it?” vroeg Jan Bouws, terwijl hij Martina naar de studio begeleidde. Ze keek hem aan met vragende ogen en zei, “ Gewoon, zo”…en sprak de zin, met twee handen opengevouwen naast haar bontjas, met diepe stem en een vraagteken aan het eind, uit. Ze had er blijkbaar nog niet heel erg veel over nagedacht. De repetities waren een feest en met grote regelmaat straalde haar glorieuze stem door de studio.
Op de een of andere manier raakten we aan de praat en begon, wat later zou blijken een lange vriendschappelijke relatie. De groep figuranten had Martina een stapel handdoeken aangeboden, met daarop onze namen geborduurd, waarvan ze er trouw elke uitvoering één mee nam naar de coulissen, van waaruit zij niet alleen haar ‘Mari, Mario Mario’s’ zong voor haar eerste opkomst, maar ook de beroemde cantate in de tweede akte. Er waren enkele voorstellingen waarin ze die cantate, laten we het voorzichtig zeggen, wat afraffelde tot de hoge c kwam, waarna ze als een ware diva het toneel weer betrad.
In de bus, want De Nederlandse Opera Stichting ging ook naar Eindhoven en andere steden voor voorstellingen, zat ik vaak naast Martina, die blijk gaf van een enorme schat aan grappen, maar ook thuis was in serieuze onderwerpen als de Amerikaanse literatuur, politiek en vooral ook haar leven als lerares en sociaal werker. Onvergetelijke ritten waren het.
Springen
Er ruste echter geen zegen op deze Tosca. Bij de generale repetitie kreeg iemand in het publiek een hartaanval op het moment dat de schoten klonken waarmee Cavaradossi werd geëxecuteerd. Tijdens de voorstelling op 17 mei in de Stadsschouwburg in Amsterdam, werd de muzikale verstilde scène nadat Tosca Scarpia heeft omgebracht, bruut verstoord door een ambulance sirene op het Leidseplein en het ging écht mis op het toneel tijdens bij de matinee op 19 mei.

Martina voelde zich al voor aanvang niet goed. Ze zong de eerste akte, rustte lang uit voor de tweede akte en viel flauw in haar kleedkamer na de tweede akte. De pauze duurde lang en ik zat, zoals bij alle voorstellingen, in de coulissen om vooral geen moment van de optredens van Martina te missen. Ik hoorde hoe het publiek ongeduldig werd en ik herkende de stem van een bekende van mij, die een sopraanstem opzette. “Mister Bouws, I will not jump, I will definitely NOT jump.” Er werd luid gelachen om deze commentaren en het gelach werd alleen maar luider toen de arme regisseur Jan Bouws de taak had om voor het doek de situatie rond Martina uit te leggen.” Zoals u gemerkt heeft is Mevrouw Arroyo niet compleet gedisponeerd en had een flauwte in haar kleedkamer, maar heeft gelukkig toch besloten de voorstelling voort te zetten.’ Applaus uit de zaal. Bouws ging verder:” Zoals u weet is het zo, dat Tosca aan het eind van de opera van de kantelen van het Castel Sant Angelo haar dood te gemoet springt.” Geroezemoes en gegiechel uit de zaal. “Maar van wege haar fysieke toestand, heeft Mevrouw Arroyo besloten…..niet te springen”.
De zaal ontplofte haast. Martina zong dapper de derde akte en liep statig de coulissen in, en sprong niet.
Bier
Na afloop van een voorstelling nodige Martina een aantal van haar collega’s uit de cast en haar groep figuranten-fans mee om Indisch te gaan eten. Omdat het een echt Indonesisch restaurant was, werd er geen alcohol geserveerd, maar Martina had twee grote boodschappentassen vol met biertjes mee naar binnengesmokkeld. De biertjes deden al snel de ronde, ook onder tafel. Aan het eind van de maaltijd trok Martina met een theatraal gebaar een toen nog zeer zelden in Nederland geziene Platinum American Express Card tevoorschijn en zei, zonder enige bescheidenheid: ”Deze kaart heeft geen limiet. Ik kan het restaurant kopen als ik zou willen.”

Feest
Martina Arroyo gaf aan het eind van de serie voorstellingen een feestje in haar tijdelijke appartement aan de Koniginneweg in Amsterdam. De toenmalig intendant Hans de Roo keek wat verbaasd toen enkele figuranten ook uitgenodigd bleken te zijn door Martina. Het werd voor een jonge operagek een nacht om nooit te vergeten. Martina had de badkuip vol laten storten met ijsblokjes en flessen champagne. Er werd gefeest tot diep in de nacht waarbij Vladimir Popov Bruce Springsteen imiteerde en Martina een Aretha Franklin -vertolking gaf die de ramen deed trillen. We eindigden letterlijk huilend van het lachen onder de tafel! De volgende dag kwam ik nog even afscheid nemen. Ze was druk met het inpakken zei ze. In haar slaapkamer was haar partner bezig met de koffers. “Dit in die’ dat in die” wees Martina aan…zo druk kon de diva zijn.
De jurk van Tosca uit de Mansouri-productie, voor het laatst gedragen door Martina Arroyo, staat in een vitrine bij De Nationale Opera.

We zijn jarenlang in contact gebleven en ik heb de eer en het grote genoegen gehad haar een paar maal in New York op te zoeken. Op Hunter College, tijdens een repetitie en op audities voor haar Foundation en thuis in het appartement, waar ze op 13 oktober is overleden.
Een groot zangeres, een groot kunstenares, een legende met een groot hart en een grote ziel voor haar vak én haar studenten en een lieve vrouw vol humor en wijsheid is niet meer. Dank voor al het moois Martina.
*Verdi’s Messa da Requiem in St. Paul’s Cathedral in 1970.