AchtergrondBinnenkortFeaturedHeadlineInterviews

Sasha Waltz:” Johannes-Passion geeft hoop.”

Op 10 november gaat een bijzondere productie in première bij De Nationale Opera: Johannes-Passion. Geen opera, maar het oratorium van J.S.Bach in een regie en choreografie van Sasha Waltz. Samen met dirigent Leonardo García-Alarcón ontwikkelde Waltz een voorstelling die dans en zang samenbrengt en het verhaal van het lijden van Christus in de versie van evangelist Johannes in geheel eigen theatrale taal vertelt.

Sasha Waltz repeteert Johannes-Passion bij De Nationale Opera. Foto: © Michael Schnater

De productie van Sasha Waltz & Guests, oorspronkelijk in opdracht van en geproduceerd door Opéra de Dijon, in coproductie met Sasha Waltz & Guests en het Théâtre des Champs-Élysées, had zijn wereldpremière op 22 maart 2024, als onderdeel van het Paasfestival van Salzburg. Sasha Waltz richtte samen met haar echtgenoot, Jochen Sandig in 1993 het gezelschap Sasha Waltz & Guests op, waarmee ze een geheel eigen vorm van gedanst muziektheater maakt. Zoals de naam al zegt, werkt Sasha Waltz steeds met wisselende gasten. In meer dan 300 producties werkt ze met musea, theatergroepen, filmmakers, modeontwerpers en nu voor het eerst met de Nederlandse Bachvereniging, maar Waltz is niet voor het eerst in Amsterdam. Voor De Nationale Opera regisseerde en choreografeerde ze Orfeo (2014)* en voor Het Nationale Ballet maakte zij In C (2025)** in samenwerking met het Holland Festival en als onderdeel van de viering van het 750-jarige bestaan van Amsterdam, met een groot community aspect aan de voorstelling. Community, gemeenschap, is heel belangrijk in het werk van Sasha Waltz. Voor Waltz was het maken van Johannes-Passion een nieuwe uitdaging. Het oratorium is voor haar ook nu weer een verhaal over een gemeenschap.

Hoop

Sasha Waltz: “Het laat zien hoe een gemeenschap, hoe de samenleving als collectief, een slachtoffer aanwijst en de dood van Jezus eist. Zelfs Pilatus lijkt daar niet tegen opgewassen. Misschien zou hij zelf niet tot dat besluit zijn gekomen, maar de menigte wil koste wat kost dat Jezus sterft.

Dat is inderdaad een belangrijk aspect. Maar voor mij gaat het ook om de muziek van de dood. En vooral om de muziek die klinkt ná de dood. Die heeft een ongelooflijke kracht. Er schuilt zo’n schoonheid in, en de muziek tilt je als het ware op. Neem bijvoorbeeld ‘Mein treuer Heiland’, nadat Jezus gestorven is. Mijn God, wat gebeurt daar? Die muziek is zo vreugdevol!

Ook de manier waarop dit werk met de dood omgaat, vind ik bijzonder en ongebruikelijk. Dat heeft me echt geraakt. Voor mij gaat het dan ook over beide aspecten. Het is niet alleen het verhaal van Jezus en de manier waarop zijn leven eindigt. Het gaat om veel meer dan dat. Voor mij zit de betekenis in het hele werk, in de manier waarop alles samenkomt. Er spreekt ook hoop uit. Dat vind ik misschien wel het belangrijkste. Uiteindelijk eindigt het werk met een houten wand. Maar de muziek aan het slot tilt je op en geeft je een gevoel van bevrijding. Het is geen einde dat je in rouw achterlaat. We weten dat hij (Jezus) bij God is. Er spreekt een diep gevoel van hoop uit. En juist dat vind ik zo bijzonder aan dit werk.”

Levenshemd

In deze voorstelling zien we eerst hoe een groep naakte danser bezig is hun eigen kostuums te maken, met naaimachines en al. “Er bestaat een begrip dat het levenshemd wordt genoemd: een hemd of doek dat je je hele leven met je meedraagt, vanaf je geboortekleed tot aan je sterfbed. Dat idee wilde ik in deze voorstelling verwerken.

Openingsscène van Johannes-Passion in de productie tijdens de Salzburger OsternFestspiele. Foto: © Bernd Uhlig

Het eerste beeld is dan ook een soort proloog. We zien de dansers bij elkaar zitten terwijl ze hun eigen levenshemd maken. Ze zijn als het ware bezig hun eigen leven vorm te geven. Ze zitten achter naaimachines, waarvan ook het geluid deel uitmaakt van de voorstelling. Ik wilde beginnen met heel alledaagse, bijna industriële klanken. Ze verwijzen naar het gewone leven. Van daaruit wilde ik overgaan naar het eerste grote koraal uit de passie. Juist door dat contrast wordt de overgang heel krachtig. Zo begint de voorstelling, waarna we geleidelijk de passie binnengaan. De levenshemden vormen daarbij een terugkerend element: de dansers dragen ze ook in verschillende andere scènes van het werk.”

Sasha is niet religieus in een kerkelijk zin.” Ik hang geen specifieke religie aan. Ik zou mezelf eerder een spiritueel mens noemen. Ik geloof wel in iets, misschien in een universele kracht, maar ik zou dat niet God willen noemen. Ook omdat God voor mij te veel een mannelijke figuur vertegenwoordigt.

Voor mij schuilt die kracht in de natuur, in de manier waarop alles is ontstaan, in het universum, de sterren en de planeten. Er is een bepaalde energie die alles met elkaar verbindt en in stand houdt. In die zin beschouw ik mezelf als spiritueel, maar ik ben niet protestants, katholiek, boeddhistisch of islamitisch.

Met deze voorstelling wil ik het verhaal ook een menselijker karakter geven. Zelfs bij een werk met zo’n uitgesproken religieuze inhoud vind ik het belangrijk dat mensen zich ermee kunnen verbinden vanuit hun mens-zijn, ongeacht hun geloofsovertuiging.”

Vrouwelijk perspectief

Het lijkt, van wat ik gezien van de eerdere uitvoeringen, dat er niet één Christus is, maar dat alle dansers, ongezien hun gender, Jezus zijn en ook letterlijk zijn kruis dragen. De regie en choreografie, de lichaamstaal, is vloeiend en zacht.

Dansers tijdens een repetitie voor Johannes-Passion bij De Nationale Opera. Foto: © Michael Schnater

” Ik denk dat ik het werk een behoorlijk vrouwelijk perspectief heb meegegeven, althans, dat hoop ik. Voor mij is het daardoor veel evenwichtiger geworden. Ik denk dat vrouwen zich ook in deze voorstelling kunnen herkennen. Dat vind ik belangrijk, want de operawereld is nog altijd sterk door mannen gedomineerd. Er valt op dat gebied nog steeds veel te winnen en voor te strijden. Ik denk dat je aan de voorstelling kunt zien dat ze door een vrouw is gemaakt.”

Isenheimer altaar

Op vele vlakken is de voorstelling ‘anders’. Het orkest zit niet recht voor, maar is in twee delen opgesplitst en dat zorgt voor een heel andere balans tussen de musici, de zangers en de dansers. Ook het publiek krijgt een andere rol in de voorstelling en het auditorium wordt volledig gebruikt. Het toneelbeeld is minimalistisch en hout speelt op verschillende manieren een belangrijke rol. Het vormt, vanzelfsprekend, het kruis van Jezus, maar ook een muur en refereert zelfs aan Jozef, de timmerman vader van Jezus.

” Ik wilde een heel zuiver en minimalistisch beeld creëren. Er staat dan ook vrijwel niets op het toneel. Ik wilde de indruk van een landschap oproepen, dat met heel eenvoudige middelen wordt vormgegeven. Zo ontstaan verschillende niveaus waarop ook de zangers zich op uiteenlopende hoogtes kunnen bewegen.

Een belangrijke inspiratiebron was voor mij een belangrijk werk uit de kunstgeschiedenis: het Isenheimer altaar van Matthias Grünewald.

Het Isenheimer Altaar in Museum “Unter Linden”, Colmar. Foto:©Joergens.mi/Wikipedia

Vanuit dat beeld heb ik een aantal lijsten ontworpen die tijdens de voorstelling worden opgebouwd. De dansers, het koor en de zangers brengen het beeld als het ware tot leven. Het verandert voortdurend en doorloopt verschillende stadia. Het drieluik sluit zich, opent zich weer en wordt steeds groter.

De vormgeving is dus heel eenvoudig en puur. Alle expressie komt voort uit de muziek, de stemmen en de lichamen. Voor mij is de voorstelling teruggebracht tot de essentie, zodat er alle ruimte ontstaat voor de ongelooflijke muziek van Bach.

Tegelijkertijd heeft de choreografie een abstract karakter. Ik laat me sterk leiden door de muzikale structuren, zodat je soms bijna letterlijk de muziek op het toneel kunt zien. Maar in de aria’s wordt de beweging speelser en lyrischer. Ik zoek daarin de emotionele kant van Bach op, terwijl ik in de choreografie ook zijn mathematische en abstracte muzikale structuren verken.”

Dansers tijdens een repetitie voor Johannes-Passion bij De Nationale Opera. Foto: © Michael Schnater

Samenwerking

Het was dirigent Leonardo García-Alarcón die Sasha uitnodigde voor deze productie. Het was niet hun eerste samenwerking want Leonardo had de productie van Orfeo overgenomen van Pablo Jarez Casado, dus ze wisten van elkaar hoe het theater in Amsterdam was.

“Ik heb het werk grotendeels in Berlijn gemaakt. Leonardo kwam daar later bij en vervolgens hebben we samen verder gewerkt in Dijon. Vanaf het begin had ik een heel duidelijk idee van de richting die ik met de voorstelling op wilde en van hoe het eindresultaat eruit moest zien.

Tegelijkertijd zocht ik muzikaal aansluiting bij een interpretatie die ook dicht bij zijn eigen opvattingen lag. We moesten immers samen tot een bepaalde versie komen. Leonardo was echter meteen erg enthousiast over wat ik had gemaakt. Daardoor verliep het afstemmen en vinden van de juiste werkwijze eigenlijk heel gemakkelijk. Ik ben hem er dankbaar voor dat hij zich zo goed in beide aspecten kon vinden.

Dat heeft ook te maken met het feit dat we eerder al samen aan Orfeo hadden gewerkt. Deze keer was het wel iets ingewikkelder, omdat het speelvlak in het midden veel breder is en de zangers daardoor verder uit elkaar staan. De uitdaging was om het orkest en de zangers, die zich op verschillende plekken op het toneel bevinden, muzikaal bij elkaar te houden. Leonardo moest zich dus aanpassen aan dit ruimtelijke concept. Volgens mij vond hij dat juist heel inspirerend. Ik hou van zijn dansende tempi en dynamiek. Het is nooit zwaar of te ‘heilig’ maar altijd levendig en licht. Daar hou ik van.”

Sasha Waltz en haar assistent-choreograaf Yael Schnell repeteren Johannes-Passion bij De Nationale Opera. Foto: © Michael Schnater

Eenvoud

Johannes-Passion is niet alleen een esthetische voorstelling. Waltz heeft wel degelijk een sterke boodschap. Het werk is ontstaan in de Corona-periode. Waltz zocht naar hoop en optimisme en ook nu moet de voorstelling diezelfde hoop bieden in tijden van oorlog.

“Het is absoluut voortgekomen uit een crisis. Die crisis heeft mijn verlangen versterkt om het werk zo vorm te geven en heeft mijn reactie erop bepaald. Ik wilde terug naar de eenvoud. Het antwoord op complexiteit is niet om alles nog ingewikkelder te maken, maar juist om te proberen meer helderheid en eenvoud te creëren.

Dat klinkt misschien ook als een populistische politieke boodschap; politici zeggen immers ook dat ze alles eenvoudiger willen maken. Maar voor mij gaat het om iets anders: het weglaten van alles wat overbodig is. Om me te ontdoen van de ballast die ons omringt en die we eigenlijk niet nodig hebben. Ik wil niets verhullen of problemen aan het zicht onttrekken. Integendeel, ik wil juist helder laten zien wat er werkelijk gebeurt.

In die zin zou ik het ook arm theater willen noemen, verwant aan de Arte Povera. Voor mij kan de muziek juist in zo’n uitgeklede vorm volledig tot leven komen. Ze heeft niet veel nodig.

Wat de politieke situatie betreft: ik ben er niet voor om bijvoorbeeld Trump of Netanyahu als personages op het toneel te zetten. Dat is niet mijn manier van werken. Ik wil een voorstelling maken met een universele betekenis, een werk dat ook over tien jaar nog relevant kan zijn.

De première vond plaats in 2024, maar ik heb er ongeveer drie jaar naartoe gewerkt. Ik had dus alle tijd om het concept te ontwikkelen. Het moest een voorstelling worden die de tand des tijds kan doorstaan.”

Sasha Waltz repeteert met zangers en dansers aan Johannes-Passion bij De Nationale Opera. Foto: © Michael Schnater

Uitvoeringen

Johannes-Passion gaat op 10 november in première met de Nederlandse Bachvereniging, het Koor van De Nationale Opera en als vocale solisten David Fischer (Evangelist),  Andreas Wolf (Jezus), Florian Boesch (Pilatus), sopraan Chelsea Zurflüh, alt Paul-Antoine Bénos-Djian en tenor Matthew Newlin. Leonardo García-Alarcón heeft de muzikale leiding.

Er volgen uitvoeringen op 12, 14, 18, 20, 22 ,24 en 26 november in De Nationale Opera&Ballet in Amsterdam.

Place de l’Opera doet verslag van de premiere.

Verder kijken, luisteren en lezen

Video trailer Johannes-Passion in het Théâtre des Champs-Elysées in 2024

Video over de eerste productie van Johannes-Passion in 2024

*Orfeo van Sasha Waltz  in 2014

**Korte video over In C van Sasha Waltz bij het Nationale Ballet in 2025

 

 

 

 

Vorig artikel

Tosca als kameropera werkt prima

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen