Home » Achtergrond, Binnenkort, Featured

De Opera Studio (3): Julietta Aleksanyan

Amsterdam17 juni 2019

door

De Nationale Opera startte in september 2018 De Nationale Opera Studio. Binnenkort zijn de jonge talenten samen te zien in de opera Il matrimonio segreto van Cimarosa. In een serie portretten stelt Place de l’Opera de studioleden voor. In deel 3: sopraan Julietta Aleksanyan.

Julietta Aleksanyan: “Veel van mijn rollen als sopraan lijken op wie ik zelf ben.” (© Sebastien Galtier)

Even weg uit het gebouw waar ze zo veel uren doorbrengt. Voor het interview over haar werk in Amsterdam en haar weg in de muziek kiest Julietta Aleksanyan espressobar Puccini, op een hoek bij de Amstel. Ze zit vol verhalen; ook buiten het gebouw van Nationale Opera & Ballet maakt ze van alles mee.

Ze is net verhuisd van Amsterdam-Osdorp naar een jaloersmakende locatie in het hart van Amsterdam. “Ik neem niet veel persoonlijke spullen mee, maar wat zeker altijd met me meegaat, is een Armeens gebedenboek, met teksten uit de vierde of vijfde eeuw. Ik kreeg het ooit als verjaardagscadeau van mijn moeder, het is me heel dierbaar.”

Geen spullen, maar wel een ruimte die in een huis heel belangrijk voor haar is: de keuken. “Ik ben gek op koken, daar kan ik echt mee ontspannen. Het helpt me om alle gedachten even van me af te zetten. Voor mij is koken een echt ritueel, niet zomaar eten bereiden. Ik gebruik speciale Armeense kruiden om de smaken te creëren die ik zoek.”

Er is zeker muziek terwijl ze in de keuken aan het werk is. “Klassiek, pop, jazz: het hangt af van mijn stemming.” Ze noemt oude en nieuwe namen, Sinatra, Ella Fitzgerald, maar ook Beyoncé. Edith Piaf hoort ze graag, en natuurlijk Julietta’s landgenoot Charles Aznavour. Af en toe luistert ze naar klassiek, maar geen opera. “Naar opera kan ik niet zomaar luisteren, niet als achtergrondmuziek. Als ik het opzet, luister ik heel bewust.”

You win some, you loose some, concluderen we gezamenlijk na haar verhalen over recente avonturen in Amsterdam. Zo liet ze een keer, rennend door de regen, haar telefoon uit haar jas vallen. Dankzij sms’jes van haar vriendinnen wist de eerlijke vinder aan wie hij het ding moest retourneren. En dat deed die ook. “Zo aardig zijn de mensen hier.” Niet veel later liet ze een tasje met schoenen staan bij een tramhalte, de schoenen die ze altijd bij concerten droeg. “Ik moest daardoor zingen zonder mijn nette schoenen. Ze waren duur en heel dierbaar, eigenlijk onvervangbaar. Ik hoop dat degene die ze vond er blij mee is”, besluit ze ruimhartig.

“Hij liet me soms op straat zingen, zodat ik leerde optreden zonder schaamte”

Zang, muziek, acteren: het was er al vroeg in het leven van Julietta, die opgroeide in Armenië. Dat ze uiteindelijk hier in Amsterdam is en opera zingt, noemt ze bijna mystiek. Haar vader componeerde liedjes voor haar, gebaseerd op volksmuziek. Zijn droom was dat dochter Julietta zangeres en danseres zou worden. “Van opera had hij geen idee. Zijn grote idool was een Armeense zangeres die ook acteerde. Zo iemand hoopte hij mij te zien worden. Ik ben veel vergeten van vroeger, maar hoe ik als vijfjarige de liedjes van mijn vader zong, is een sterke herinnering.”

Moeder had andere wensen voor haar dochter. Ze stimuleerde Julietta piano te spelen en gaf haar op voor een opleiding. “Mijn ouders waren het dus niet helemaal met elkaar eens. Moeder nam me mee naar piano-uitvoeringen, vader wilde dat ik zang en acteren oefende. Hij liet me soms op straat zingen, zodat ik leerde optreden zonder schaamte. Natuurlijk gaf dat druk, maar ik voelde me niet gedwongen. Die druk heeft me gevormd.”

Ze kreeg muziekles; eerst piano en later kwam er zang bij. Ze nam dat zingen niet heel erg serieus, tot er een duidelijke vraag kwam van een zanglerares. “Ze vroeg me: wil je door in klassieke zang? Ik kende in die tijd eigenlijk maar één aria, die van Barbarina in Le nozze di Figaro. Het was een moment dat ik me heel goed herinner. Ik zei: ja! Intuïtief, maar zonder twijfel. Ik was vijftien en het ja van toen heeft me uiteindelijk hier gebracht. Het werd een ja voor mijn hele leven.”

“Ik voel me artiest: ik moet leveren voor het publiek”

Het ja van de vijftienjarige Julietta bracht haar afgelopen september naar Amsterdam, waar ze dit seizoen in twee rollen op de bühne van Nationale Opera & Ballet stond. Eind 2018 zong ze Berta in de spraakmakende enscenering van Il barbiere di Siviglia door Lotte de Beer en in mei maakte ze met de rol van Ein junger Hirt in Wagners Tannhäuser indruk. “Het waren bijzondere ervaringen, met in beide gevallen een prachtige cast. Ik realiseer me hoe bijzonder het is om twee heel speciale rollen te zingen en de mensen mijn mogelijkheden te laten zien.”

Julietta Aleksanyan als Berta in Il barbiere di Siviglia. (© Marco Borggreve)

Haar korte optreden in Tannhäuser was niet te missen. Vrijwel alleen stond ze op het podium en zong, deels a capella. “Dat geeft natuurlijk enige stress”, vertelt ze. “Maar dat ik jong ben en lid van de studio, dat realiseer ik me dan niet. Ik voel me artiest: ik moet leveren voor het publiek. De mensen zullen ook niet allemaal weten dat ik vanuit de studio die rol zing.”

Haar bijdrage viel op: er was steeds een klein crescendo als Julietta opkwam bij het slotapplaus. Studiocollega Lucas van Lierop en zij leken oprecht verbaasd over zo veel waardering, zo viel uit de zaal te zien. “Het applaus ontroerde me. Als je een hoofdrol als Elisabeth zingt, is het logisch, maar dankzij het applaus voor mij als jonge zangeres, ervoer ik dat mensen mijn talent herkennen.”

“Mooi zingen is leuk, maar niet genoeg”

Julietta Aleksanyan brengt veel tijd door in het gebouw van De Nationale Opera. Niet alleen voor repetities en om ’s avonds haar optredens voor te bereiden. “Ik ga vaak vroeg om naar andere zangers te kunnen kijken: hoe ze vroeg in de ochtend binnenkomen, hoe ze hun stem opwarmen, met wie ze praten. Opera is niet alleen zingen, een productie duurt weken en weken. Er zijn zo veel details waar je als jonge zanger van kunt leren.”

Wat zou ze zeggen tegen de jonge studenten van nu, die in Yerevan aan het staatsconservatorium studeren, zoals ze zelf niet lang geleden deed? “Ik zou benadrukken dat ze moeten dromen, en plannen maken die aanvankelijk helemaal niet realistisch zijn. Als je gelooft dat ze uitkomen, dan gebeurt dat ook. Zulke dromen moet je jezelf toestaan.”

“Werk aan je techniek, dat zou mijn tweede advies zijn. Denk niet dat je er zonder dat ook wel komt. Mooi zingen is leuk – ik heb het ook gedaan – maar het is niet genoeg. Investeer in je stem, in je techniek. Je moet de master van je stem worden.”

“Veel van mijn rollen als sopraan lijken wel op wie ik zelf ben. Ze zijn altijd aardig en vriendelijk. Komend seizoen zing ik de rol van Clorinde, de gemene zuster, in La Cenerentola. Daar zal ik echt aan moeten werken. Misschien moeten ze me, net voor ik opga, goed kwaad maken, haha!”

In de eerste productie waarin alle studioleden een rol hebben, Il matrimonio segreto, is Julietta het meisje Carolina. De parallellen tussen de rol en haar eigen karakter zijn evident. “Ze is zichzelf, eenvoudig, levendig en ze wil graag gelukkig zijn met Paolino. Net als ik praat ze helemaal niet zo veel in gezelschap.”

Dat ze deze keer niet met de ervaren professionals die De Nationale Opera engageert het podium deelt, maakt voor haar geen verschil. “Het enige verschil is dat we elkaar al zo goed kennen. Het is heel prettig om met vrienden te werken die ook je collega’s zijn.”

Ze maakt, als we het over haar toekomst hebben, een onderscheid tussen dromen en plannen. Die laatste wil ze nu nog niet maken; eerst nog een vol jaar aan de slag bij de Opera Studio. Dromen zijn er wel: “Het allerbeste geven in zingen, en in mijn loopbaan. Openstaan voor de goede dingen en eruit halen wat erin zit. Ik geloof dat dat wat erin zit, er ook uit komt. Met positieve gedachten en emoties vanbinnen kom je ver.”

In deze serie verschenen eerder interviews met Rosemary Joshua en Martin Mkhize. Il matrimonio segreto is op 25 en juni te zien bij De Nationale Opera.