AchtergrondBinnenkortInterviews

Krüs componeert De Nachtegaal en de Keizer

Toen er in juli eindelijk groen licht kwam voor de muziektheatervoorstelling De Nachtegaal en de Keizer moest componist Monique Krüs snel aan de slag met de tekst van het oude sprookje van Andersen door Carel Alphenaar. De première was afgelopen week. ‘Het was fijn om te zien dat de mensen ontroerd waren.’

Monique Krüs: ‘De muziek voor deze voorstelling is speels en soms slapstickachtig.’ (© Eric Polman)

De productie De Nachtegaal en de Keizer werd gemaakt voor een bijzondere setting: de Appeltaartconcerten die klassieke muziek en taart brengen naar mensen voor wie het vaak niet vanzelfsprekend is om naar een concertzaal te gaan. De uitvoeringen zijn in buurthuizen, wijktheaters en zalen van ouderenzorginstellingen, maar ook op plekken als woonkamers op psychogeriatrische afdelingen, hospices en TBS-klinieken. ‘De appeltaart staat symbool voor de warme sfeer van de concerten’, zo staat op de website.

Componist Monique Krüs kreeg de opdracht om iets nieuws te maken voor de Appeltaartconcerten. Opdrachtgever Michiel Holtrop vroeg haar om een ‘muziekvoorstelling’; zoiets was nog niet eerder gebracht in het kader van de concerten. Het zou een productie worden zonder groot decor en met een klein ensemble, zodat er op veel plaatsen gespeeld kan worden.

Heeft ze bij het componeren rekening gehouden met de doelgroep? ‘Aan de ene kant wel, al vraag ik me af of ik het werkelijk anders zou hebben geschreven. Ik houd met mijn achtergrond als zangeres erg van melodieën, van lyrische elementen. De muziek voor deze voorstelling is speels en soms slapstickachtig. Ik heb vooral gelet op de herhaling van thema’s. Het is prettig als mensen herkennen wat ze horen en zo het hele stuk tot zich kunnen nemen. Dat gaat vaak op een onbewust niveau. Het verhoogt de toegankelijkheid.’

Drie kleuren

Michiel Holtrop, oprichter en artistiek leider van de Stichting Appeltaartconcerten, had vooraf een voorwaarde. Als altviolist speelt hij graag zelf mee bij de uitvoeringen en hij vroeg de componist om een werk te schrijven voor drie instrumenten, ‘en ik wil daar één van zijn’, zo sprak Holtrop. De componist stemde in met de voorwaarde. ‘Nou is een altviool niet meteen het geluid dat je associeert met een nachtegaal. Bij zo’n vogel denk je eerder aan een kwinkelerend hoge sopraan, een viool of een fluit. Maar in de tekst van Carel Alphenaar staat dat de nachtegaal ‘zo droevig mooi zingt’. Dat bracht me bij de iets meer melancholische klank die in de altviool zit.’

‘Ik wilde er zelf graag een piano bij, dat geeft body, ritme en harmonie. Als derde instrument hebben we een fagot, die is met zijn klank al een verhaal op zich. Zo had ik drie verschillende kleuren bij het componeren.’

In het verhaal is er een verteller en een zangeres; twee rollen die mezzosopraan Karin Strobos combineert. Krüs was heel blij met die keuze. ‘Karin heeft een heel goede antenne voor het publiek dat we bij de Appeltaartconcerten ontvangen. Je moet flexibel zijn en kunnen reageren op de mensen in de zaal. Karin is van elastiek; ze kan heel makkelijk schakelen in de verschillende rollen, van een statige keizer naar een virtuoze nachtegaal. Regisseur Nynke van den Bergh heeft dat ook heel fysiek vormgegeven.’

Stripachtig

‘Dat is het geheim van de componist’, lacht Krüs op de vraag hoe ze de eerste stappen bij het componeren van De Nachtegaal en de Keizer zette. Maar ze onthult toch hoe dat ging. ‘Het begint met lezen. Ik lees de teksten door, om ideeën te laten opborrelen. Als ik iets zie waarvan ik denk: hé, dat springt eruit, of: dít is een leuk thema, dan ga ik daar intuïtief mee aan de slag. Ik heb inmiddels geleerd daarop te vertrouwen. In het verhaal zit de nachtegaal in een boom. Dat is een beeld, een situatie, en van daaruit komt mijn inspiratie.’

Monique Krüs: ‘Karin Strobos is van elastiek; ze kan heel makkelijk schakelen in de verschillende rollen, van een statige keizer naar een virtuoze nachtegaal.’ (© Keke Keukelaar)

‘Met al die ideeën in mijn hoofd ga ik aan mijn keyboard zitten. Er springen bij het lezen altijd dingen uit, maar het eerste wat ik doe, is het stuk verdelen in gesproken en gezongen delen, een soort script met de scènes. Dan springt er iets op en bouw ik bruggetjes van het ene deel naar het andere.’

Monique Krüs schetst wat bezoekers tijdens de voorstellingen, die de komende tijd overal in het land gegeven gaan worden, zullen zien. ‘Het is een heel speels decor, met een boom natuurlijk. Er zijn kleine decorstukken, vrolijk beschilderd. Ze zijn een beetje stripachtig. De musici hebben ook echt een rol in de voorstelling, zij zijn de paleismensen. Als de keizer boos is omdat niemand hem vertelt heeft dat er een prachtig zingende nachtegaal is, gaan de paleismensen hem zoeken.’

‘Er zit zeker een moraal in het verhaal. Dat vogeltje ziet er grijs en grauw uit. Het is heel klein, maar het kan fantastisch zingen. Op een bepaald moment krijgt de keizer van een collega, de keizer van Japan, een kunstvogel. Die draai je op en dan komt er muziek uit. Iedereen blij, die echte nachtegaal hebben ze niet meer nodig, die kan het land uit. Maar dan gaat de kunstnachtegaal kapot en de keizer wordt er een beetje ziek van, zo zonder muziek in zijn land. Tot hij de echte nachtegaal bij het raam hoort. Ineens kan de keizer ook zingen, want hij gelooft in het wonder van de schoonheid die van binnen komt. Dat is ook een actueel thema. Als je je best doet om je te verdiepen in de ander, is er meer om van te leren of van te genieten.’

Niet zó heilig

De componist was bij de repetities aanwezig, maar niet om de musici iets op te leggen. ‘Ik ben ervoor dat het proces zo goed mogelijk verloopt. Alle musici hebben een complete partituur, ze kunnen Karin dus precies volgen. Het is een prachtig, hecht ensemble geworden. Ik geef de voorzet als componist en ben bij de repetities om dingen uit te leggen, in combinatie met wat de regisseur wil. Met Nynke van den Bergh had ik een heel goede samenwerking. Mijn noten zijn een beetje heilig, maar ook weer niet zó heilig. Ik sta voor wat ik schrijf, maar het gaat me om het uiteindelijke resultaat.’

De Nachtegaal en de Keizer wordt de komende maanden gespeeld op verschillende plaatsen in het land. De eerstvolgende optredens zijn in Barendrecht (19 oktober) en Nijkerk (1 november). De voorstelling staat ook op het Internationaal Kamermuziek Festival in Utrecht en er komt een uitvoering in het huis van de Stichting Papageno van Aaltje en Jaap van Zweden. De voorstelling is coronaproof en bijna overal te spelen. Er zijn plannen voor meer voorstellingen.

Inmiddels is de première achter de rug. Natuurlijk was er applaus en waren er bloemen voor Monique Krüs, maar veel belangrijker voor haar was de vraag: is het plan gelukt? ‘Het was fijn om te zien dat de mensen ontroerd waren. Dan heb ik mijn werk goed gedaan. Het is fantastisch dat ik iets kan maken wat mensen raakt.’

De data voor de voorstellingen staan op de website van de Stichting Appeltaartconcerten. Alles over het werk van Monique Krüs vindt u op haar website.

Vorig artikel

Opera in de media: week 42 van 2020

Volgend artikel

Raoul Steffani debuteert in Lyon

De auteur

François van den Anker

François van den Anker

François van den Anker is muziekjournalist. Hij doet verslag van de wereld van opera en lied met interviews, reportages en podcasts.