Home » CD-recensies, Featured

Tanejevs trilogie Oresteia uitgebracht op cd

7 januari 2016 1 reactie

De trilogie Oresteia van de Griekse tragediedichter Aischylos inspireerde diverse componisten tot opera’s. De versie van Sergej Tanejev behoort allerminst tot de bekendste daarvan, maar het label Melodia biedt nu met een oudere opname de kans om kennis te maken.

2277_djpackAnders dan Elektra van Richard Strauss en Iphigénie en Tauride van Gluck, die zich slechts op één episode uit het drama van Aischylos richten, heeft de Russsiche componist Sergej Tanejev (1856-1915) voor zijn opera Oresteia de hele trilogie als onderwerp gekozen.

We vangen aan met de terugkomst van Agamemnon uit de oorlog en eindigen met de door Athena opgeroepen rechtbank, die zich over de schuld en boete van Orestes moet buigen. Maar voor het zover is, wordt Agamemnon door zijn vrouw en haar minnaar Aegisthus vermoord. Beiden worden op hun beurt gedood door Orestes, die met de hulp van zijn zus Elektra wraak neemt voor de moord op zijn vader. In het laatste deel roept Orestes – tot waanzin gedreven door de hem achtervolgende furiën – de hulp in van Athena, waarna de rechtbank volgt.

Maar liefst twaalf jaar heeft Tenejev aan zijn opera gewerkt. Hij was nu eenmaal geen snelle schrijver. Het componeren betekende voor hem echt zwoegen. Het resultaat is tegelijkertijd overweldigend en bevreemdend.

Oresteia is een zeer atypisch werk voor een Rus, zeker uit die tijd. Of dat verklaart waarom het werk volledig vergeten is, weet ik natuurlijk niet, maar het zou zo maar kunnen. Daar waar zijn landgenoten hun ogen strak op het vaderland en zijn geschiedenis gericht hielden, week Tanejev uit naar de Griekse tragedie, waarbij hij ook de klassieke vorm niet uit het oog verloor. Zelf noemde hij zijn werk dan ook geen opera, maar een muzikale trilogie.

En toch: al is het thema en de uitwerking daarvan allesbehalve Russisch, de muziek is dat ontegenzeggelijk wel. Neem alleen al de in de beste Russische traditie gecomponeerde grote aria van Cassandra. Haar arioso met het daaropvolgende koor is één van de absolute hoogtepunten van de opera.

Ongewild moet ik aan Chovansjtsjina van Moessorgsky denken, in het bijzonder aan de muziek die hij voor Marfa componeerde. Die indruk wordt natuurlijk versterkt doordat het libretto van Oresteia in het Russisch is geschreven. Die (zeer melodische) taal kent nu eenmaal zijn eigen muzikale regels.

Ik ken geen van de zangers van deze opname (in de rolverdeling alleen met hun achternaam vermeld), maar de uitvoering is zonder meer goed. Voor zover ik dat kan beoordelen, want zonder vergelijkingsmateriaal is dat best lastig.

De meeste indruk maakte op mij N. Tkachenko (Cassandra). Haar sopraan klinkt bij vlagen best scherp, maar dat mag wel, zeker omdat ze met zo ontzettend veel gevoel en betrokkenheid zingt. Haar grote ‘visioenaria’ is ronduit verscheurend. Kippenvel.

I. Dubrovkin (Orest) beschikt over een mooie, lyrische tenor. Zijn hoogte is af en toe een beetje geknepen en soms overschreeuwt hij zich. Maar in de rustige momenten klinkt hij echt mooi. Kwestie van het orkest een beetje dimmen?

T. Shimko (Elektra) klinkt behoorlijk hysterisch. Ik snap dat wel enigszins, maar haar hoge noten zijn niet altijd zuiver en ik vind haar stem aan de dunne kant.

I. Galushkina, een echte Russische mezzo met veel borsttonen, zingt Clytaemnestra. Zeer indrukwekkend. Tegelijk laat ze zich in haar gesprekken met Aegisthus (de fantastische bariton A. Bokov) ook van haar fragiele kant zien. Bokovs geluid is zeer mannelijk en heroïsch, wat Clytaemnestra’s verliefdheid zeer aannemelijk maakt.

V. Chernobayev (Agamemnon) stelt mij een beetje teleur: zijn bas is best indrukwekkend, maar echt zuiver klinkt hij niet en af en toe ontbreekt het hem aan laagte.

De muziek is bij vlagen zeer filmisch, maar ik vermoed dat er veel meer in zit dan het orkest van het Belorussian Bolshoi Theatre onder leiding van Tatjana Kolomijtseva eruit weet te halen.

De opname uit 1965 klinkt behoorlijk dof en gesluierd. Ik zou er veel voor over hebben om het werk in een nieuwe, moderne opname te kunnen beluisteren. Maar vooralsnog is er geen keuze.

Er zit geen libretto bij de uitgave, maar met de synopsis kom je er – min of meer – wel uit.

door

Oresteia
Sergej Tanejev

Uitgevoerd door: Koor en orkest van het Belorussian Bolshoi Theatre of Opera and Ballet onder leiding van Tatjana Kolomijtseva.
Solisten: V. Chernobayev, L. Galushkina, A. Bokov, T. Shimko, I. Dubrovnik, N. Tkachenko, e.a.
Uitgever: Melodia (MEL CD 10 02277)

1 reactie »

  • Mauricio zei:

    Prachtige opera, hier en daar wat aan de lange kant en wellicht dramaturgisch gesproken niet altijd erg consistent maar zeer zeker de moeite van een herleving waard. Als je dit werk hoort dan kom je tot de conclusie dat Tanejev niet louter een Tsjaikovski-epigoon was zoals hij vaak ten onrechte wordt getypeerd maar iemand met een zeer persoonlijk geluid en visie. Voor wie interesse heeft in een andere lezing, er bestaat nog een oudere Russische opname uit 1958 met de weergaloze alt Sofia Preobrazjenskaja als Cassandra met het toenmalig Leningrads Staats Filharmonisch Orkest/Koor olv Gemal Dalgat (uitgebracht in Rusland door IMlab, St. Petersburg IMLCD 077, email: info@imlab.spb.ru)
    Een nieuwere live opname uit NY is tevens onlangs verschenen olv Leo Botstein.
    Hopelijk komt DNO ooit met een goede productie!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.