Home » Featured, Operarecensie

Von Otter: eeuwig jeugdige muzendochter

Eindhoven15 februari 2016 3 reacties

Schijnbaar onsamenhangend was het recital van mezzosopraan Anne Sofie von Otter en pianist Kristian Bezuidenhout: vocale werken van vier componisten in drie talen, met daartussen soloklavierstukken. De eenheid school echter in de symbiose. Beide vedetten gunden elkaar alle eer, maar wisten tegelijkertijd een ijzersterk muzikaal verbond te smeden.

Anne Sofie von Otter. (© Ewa-Marie Rundquist)

Anne Sofie von Otter. (© Ewa-Marie Rundquist)

Veel van de liefhebbers die afgelopen zaterdagavond naar het Muziekgebouw Eindhoven kwamen, hebben vast net als ik een speciaal plekje in hun hart voor Anne Sofie von Otter. Deze zangeres bereikte de wereldtop in de jaren dat mijn liefde voor vocale klassieke muziek langzaam opbloeide. Sindsdien fungeerde ze als een soort persoonlijke ‘muze’ in mijn ontdekkingsreis door de grenzeloze zee van toondichters en genres.

Waar ik mijn oren ook op richtte, bijna overal kwam ik haar tegen: zowel in breekbare liederen als in zware Wagner-rollen, evenzeer in virtuoze barokcapriolen als in het ‘zingend voordragen’ van Monteverdi. Toch is de conclusie te eenvoudig dat ze haar stem moeiteloos aanpast aan ieder repertoire. Eerder weet haar grote vocale persoonlijkheid elke componist op eigen wijze te belichten.

Hoewel ze nog steeds verschijnt op de allergrootste podia, zijn haar optredens steeds vaker kleinschalig van aard. De korte Nederlandse tournee met fortepianist Kristian Bezuidenhout betreft eigenlijk een ‘huiskamerconcert’ met werken die oorspronkelijk eerder in privésalons dan in publieke zalen klonken. Ook de omvangrijke cantate Arianna a Naxos werd in 1791 tijdens een Londens soiree uitgevoerd. Door een castraat welteverstaan, met componist Haydn zelf als begeleider.

Ik kan me niet voorstellen dat Bezuidenhout voor Haydn onderdeed, zo veel drama en kleur toverde hij uit zijn instrument. Terecht zag Haydn nooit reden om deze uiterst beeldende muziek te orkestreren. Maar Von Otter overtrof ongetwijfeld de castraat in haar portret van de verlaten heldin.

Hoewel inmiddels de 60 gepasseerd, lijkt haar stem nog in kerngezonde toestand te verkeren. In de hoogte waaiert het vibrato misschien iets meer uit en klinken soms kleine onzekerheden, maar tussen het mezzofluweel fonkelen als vanouds die kenmerkende, bijna sopraanachtige zilvertoetsen.

De tragiek van Haydns Ariadne is deels hoelang ze onwetend haar liefde blijft bezingen. Toch liet Von Otter al in de eerste aria zorg en ongeduld doorklinken, ondersteund met een dreigende storm in Bezuidenhouts handen. Voorbeeldig in eendracht waren de variaties in tempo en dynamiek die de wisselende emoties volop profiel gaven. In zijn praatje vooraf noemde Bezuidenhout als voordeel van een fortepiano dat hij zich niet in toom hoeft te houden voor een zanger. Dat deed Von Otter zelf ook allerminst in de verzengende slotaria!

Kristian Bezuidenhout. (© Marco Borggreve)

Kristian Bezuidenhout. (© Marco Borggreve)

Lieflijker ging het eraan toe in Beethovens ‘Mailied’, waarin vocalist en pianist met delicate staccato’s huppelende lammetjes verklankten. Beethoven is weinig bekend als liedcomponist, maar creëerde niettemin talrijke juweeltjes. In het Italiaanse ‘In questa tomba oscura’ kleurde Von Otter de giftige woorden ‘ingrata’ en ‘velen’ op passend bittere wijze. Maar vergeleken met een oudere opname had haar timbre een milde ondertoon, alsof de jaren de scherpste randjes hebben uitgewist.

Van de klavierstukken vervatte Mozarts Rondo KV. 511 het best de geest van de avond: een verkenning van de romantiek in haar meest pure vorm. Mozart schreef het werk na de dood van een vriend en onder het elegante masker gloeit de weemoed. Maar Bezuidenhout is wars van opgelegd pathos. Zijn klare spel, vol verrassende ornamenten en gewaagde pauzes, was enerzijds eigenzinnig en liet anderzijds de noten voor zichzelf spreken. De fortepiano, een kopie van een instrument uit 1824, deed daarbij zeker in het weldadige lage register nergens verlangen naar een moderne vleugel.

Von Otter heeft zich altijd vol overgave ingezet voor haar landgenoten en introduceerde na de pauze drie liederen van Adolf Fredrik Lindblad. Vergeleken met de iets oudere Schubert zijn de werken van de Zweed relatief ongecompliceerd, maar ze kennen een grote melodische charme, zeker de heerlijk golvende lijn van ‘En sommardag’.

Deze zomerdag vervloeide direct in een winteravond met een lied uit Schuberts laatste levensjaar. Het genoegzaam voortkabbelende ‘Der Winterabend’ kan in een matige vertolking slaapneigingen wekken, maar Von Otter hield met uitgekiende accenten op sleutelwoorden de aandacht vast, tot aan de laatste strofe, die een roerend liefdesleed onder de behaaglijkheid blootlegt.

Haar immense ervaring toonde ze ook in andere Schubertklassiekers, sensibel begeleid door Bezuidenhout, inclusief enkele versieringen die puristen mogelijk tegen de borst stuiten. Met publiekslieveling ‘Der Musensohn’ beëindigde het duo hun officiële programma. Zwierig over het podium walsend vereenzelvigde Von Otter zich geheel met Schuberts vrolijke troubadour, de melancholie in de laatste woorden terecht slechts kort aanstippend.

Ook als comédienne toonde Von Otter onverwachte talenten. Al voor de pauze in een curieus vlooienlied van Beethoven en bij de eerste toegift, Schuberts ‘Schmetterling’, door als vlindertje aan haar net verkregen bloemstuk te lurken. De denkbeeldige nectar spuwde ze snel weer uit, maar van de fontein der jeugd heeft deze unieke zangeres wellicht daadwerkelijk gedronken…

door

3 reacties »

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    ‘een verkenning van de romantiek in haar meest pure vorm’: met haar superieure, uiterst expressieve vertolkingen hield Anne Sofie von Otter de rode draad in Eindhoven tot het allerlaatste moment vast. De tweede toegift ‘Im Abendrot’ contrasteerde fraai met ‘Der Schmetterling’. Na de uitgelatenheid van het vlinderlied was daar ineens weer die aansprekende melancholie, de kern van Schuberts meesterschap. In lange lijnen bezongen en intens beleden. Chapeau Anne Sofie en Kristian.

  • Gert-Jan zei:

    Gisteravond het optreden in het Muziekgebouw aan het IJ bijgewoond. Mijn hemel wat was het saai en slaapverwekkend! Hoewel de stem van Von Otter nog prima is, klonk veel in mijn oren schools en ingehouden. Slechts af en toe kwam ze los. De combinatie met de fortepiano vond ik wel heel sprekend.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Tsja, smaken verschillen. Gelukkig maar. Misschien kan Anne Sofie von Otter je in het theater meer bekoren, Gert-Jan.
    Deze zomer staat ze als Leonore, ‘the older woman’, naast Thomas Allen en John Tomlinson, in de première van The Exterminating Angel, de nieuwste en derde opera van de ‘surrealistische’ componist Thomas Adès (1971).
    Dit op de in 1962 gedraaide film El ángel exterminador van Luis Bunuel gebaseerde stuk is een opdrachtwerk van de Salzburger Festspiele in coproductie met Covent Garden Londen, The Met New York en de Koninklijke Opera in Kopenhagen.
    Regisseur (en librettist) is Tom Cairns; het ORF Radio-Symphonieorchester Wien staat onder leiding van de componist. Première: Haus fuer Mozart, Salzburg 28 juli.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.