Home » Featured, Operarecensie

Ode aan Andriessen overtuigt alleen muzikaal

Rotterdam27 mei 2019

door

Louis Andriessen wordt binnenkort tachtig. Om hem te eren bracht Operadagen Rotterdam een voorstelling die twee van zijn composities samenvoegde tot één opera: Odysseus’ Women + Anaïs Nin. Een muzikaal feest, maar in welke mate zijn deze werken geschikt als opera?

Scène uit Odysseus’ Women + Anaïs Nin. (© Martina Simkovicova)

De voorstelling begint met een gekooide vrouw in ondergoed, naar later blijkt de vertolkster van Anaïs Nin (Augusta Caso). Ze vernietigt haar kooi, gemaakt van tafels en een badkuip, die vervolgens fungeren als decor voor de rest van de voorstelling. Ondertussen horen we een proloog, spreekteksten (feitelijk al onderdeel van Anaïs Nin) en stukken van Odysseus’ Women.

De muziek van Odysseus’ Women, geschreven voor vier zangeressen, boeit enorm. De compositie is geschreven in closeharmonystijl. Lastig zingbaar, maar de vier dames voeren het geweldig uit. Wat mijns inziens wel wringt, is dat er in de fragmenten niet sprake is van een dramatisch verloop. Steeds staat een andere vrouw uit de Odyssee centraal, maar er wordt geen aaneengesloten verhaal verteld. Het heeft daardoor meer iets van een cantate.

Andriessen maakte de compositie in 1995 voor een dansvoorstelling. Met dans zou het waarschijnlijk meer tot zijn recht zijn gekomen dan in deze operasetting. Er is geen handeling, maar vooral sfeerimpressies. Iedere poging om een handeling toe te voegen (de vrouwen lopen rond, gaan op de tafels zitten, etc.) voelt vrij zinloos aan. Wel mooi zijn de videobeelden op de muren van de theaterzaal. Helaas verdwijnen die rond het moment dat Anaïs Nin definitief begint.

In Anaïs Nin mag het orkest (het Nieuw Amsterdams Peil) pas goed en wel meedoen. Het is direct een muzikaal feest: de muziek is uitbundig en tegendraads atonaal en er wordt prachtig gezongen en gespeeld. Maar de voorstelling vliegt in dit gedeelte ook definitief uit de bocht.

Anaïs Nin was een Franse schrijfster. De voorstelling gaat over haar dagboeken. Daarin worden allerlei relaties met gewelddadige mannen beschreven. Uiteindelijk gaat ze zelfs een relatie met haar eigen vader aan. Omdat het verhaal via dagboekfragmenten tot ons komt, is het uiterst fragmentarisch. En zonder de steun van andere personages uit de fragmenten is deze compositie eigenlijk ook nauwelijks een opera. Het was denk ik mooier geweest als (semi)concertante uitvoering.

In de regie van Jorinde Keesmaat gaat de stroom aan nietszeggende handelingen verder. Anaïs Nin gaat kleding dragen van anderen, gooit vrouwen van hun tafel en wordt uiteindelijk uitgekleed. Het moet wellicht iets zeggen over de onderdrukking van de vrouw. Spiernaakt zingt de zangeres vervolgens nog een aanzienlijk deel van de voorstelling.

Als ook de andere zangeressen – die in Anaïs Nin niet meezingen, maar wel meespelen – naakt ten tonele verschijnen, rijst bij mij de vraag waar het allemaal goed voor is. Als het zo belangrijk is wat de voorstelling wil vertellen, waarom blijft het dan zo onduidelijk?

De composities zijn goed en de hommage aan Louis Andriessen staat. Dat is het belangrijkste.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.