Home » Headline, Operarecensie

Boesch meesterlijk in Kreneks Reisebuch

Amsterdam2 december 2016 Geen reacties

Drie dagen na zijn laatste optreden als Zebul in Händels Jephtha bij De Nationale Opera gaf bariton Florian Boesch een liedrecital in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Hij zorgde voor een verrassende avond met de presentatie van een kloeke liederencyclus van de Oostenrijkse componist Ernst Krenek: Reisebuch aus den österreichischen Alpen.

Florian Boesch. (© Lukas Beck)

Florian Boesch. (© Lukas Beck)

Operaliefhebbers zullen Ernst Krenek kennen als maker van de opera Jonny spielt auf uit 1927, de derde opera uit een reeks van zestien titels die hij tussen 1926 en 1990 componeerde, het merendeel op eigen tekst. Populair was Jonny spielt auf wereldwijd tussen de twee wereldoorlogen, maar in Nederland kwam het werk nooit op de planken.

Krenek (1900-1991) raakte in de vergetelheid nadat hij ‘entartet’ verklaard werd. Met grootheden als Erich Korngold en Franz Schreker behoort hij tot de generaties die na 1945 uit het blikveld raakten en pas de laatste twintig jaar terug in de belangstelling zijn gekomen.

Kritische journalist

Liefhebbers van het lied kunnen zich bij de naam Krenek weinig voorstellen, aangezien van zijn liederen zelden uitvoeringen te horen zijn. Het belangrijkste onderdeel uit dit genre is het Reisebuch aus den österreichischen Alpen. Krenek schreef zelf de tekst voor deze cyclus van twintig gedichten in vrije verzen.

Aanleiding tot de cyclus was de herdenking van Schuberts honderdste sterfjaar. Krenek vatte het Wanderer-motief bij Schubert letterlijk op door een reis te maken naar allerlei uithoeken van Oostenrijk, als een zoektocht naar wat het land als vaderland, ‘Heimat’, betekende. Immers, Oostenrijk was na het uiteenvallen van de Habsburgse monarchie in 1918 een geamputeerd en getraumatiseerd land. Deutsch-Österreich werd er op de oude keizerlijke postzegels gestempeld. Wat was de eigen identiteit?

Pianist Christian Koch.

Pianist Christian Koch.

Met de blik van een kritische journalist bekijkt Krenek de handel en wandel van zijn volk. Tussen het eerste lied, dat een lofzang op de eigen wijnen is, en het laatste, dat als epiloog nogmaals naar een wijngebied voert, staat het journalistieke reisverslag vol ironische, cynische en soms luchthartige ontboezemingen.

Krenek hekelt evenzeer de slechte gewoontes van toeristen die het mooie Alpenland zonder respect bezoeken (toen al!) als het politieke geharrewar. Hij waarschuwt voor Hitler als hij in het lied ‘Politik’ het broedervolk (de Duitsers) oproept “den blutigen Hanswurst” weg te sturen. Maar zeer vele Oostenrijkers keken juist uit naar de Führer en kregen hun zin in 1938 bij de Anschluss. Het moment dat Krenek ontgoocheld naar de Verenigde Staten vluchtte.

Zingen en spreken

Voor zijn vrije verzen bedacht Krenek een vrije stijl, die zweeft tussen de romantische toontaal van Schubert en het Sprechgesang dat tussen 1920 en 1940 werd toegepast. Ook elementen uit de swingende jazzmuziek (heel populair in de ‘roaring twenties’) nam Krenek op, zoals in het lied ‘Verkehr’.

De vrije stijl betekent ook dat Krenek vrij omgaat met de tonaliteit, vooral uitgedrukt in de meesterlijke pianobegeleidingen, zoals in het prachtige lied ‘Regentag’, met raffinement gespeeld door Christian Koch. Daaroverheen plooien zich melodieën, soms theatraal opbollend of in ironische voordracht de vorm aannemend van het toenmalige Duitse cabaret.

In al deze muzikale en tekstuele verschijningen trof Florian Boesch op meesterlijke wijze de juiste toon met zijn streng klinkende, buigzame stem. Hij was niet de klassieke zanger van voor de pauze met drie liederen van Schubert, maar hij uitte zich als een theaterkunstenaar, ook in zijn mimiek. Dat maakte de liedcyclus tot een indrukwekkend tijdsbeeld van een kunstenaar als Wanderer op zoek naar de identiteit van zijn land. Een land dat voor Krenek een soort geliefde was. “Möchtest du, unser schönes Land mir Heimat sein! Liebes Vaterland?” Zo eindigt het één na laatste lied, ‘Heimkehr’.

Met Wanderer-liederen voor de pauze en drie zelden gehoorde Italiaanse aria’s in de stijl van Rossini die Schubert voor een Italiaanse zanger componeerde, wilde Florian Boesch de geesten van het royaal toegestroomde publiek opwarmen voor de gemakkelijk grenzen verleggende Krenek. Voor mij, ook vanwege de weinig romantische kwaliteit in Boesch’ stem, een overbodigheid. Kreneks Reisebuch is een concert op zich meer dan waard.

Vanavond (2 december) herhalen Boesch en Koch hun programma in TivoliVredenburg in Utrecht.

door

Serie Grote Zangers
Schubert en Krenek

Solisten: Florian Boesch (bariton) en Christian Koch (piano).
Bezocht op 30 november 2016 in Muziekgebouw aan 't IJ - Amsterdam.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.