Achtergrond

Operette kan ook anders

Nederlanders kennen maar één soort operette, eentje die vaak oubollig en saai gevonden wordt. Gek is dat niet: er is niemand die ze laat zien dat het ook anders kan. Dr. Kevin Clarke doet met het Operetta Research Center Amsterdam een poging, maar hij wordt vooral genegeerd.

John Gilbert in de stomme film Merry Widow, 1925. Later maakte de Nederlandse componist Maud Nelissen er muziek bij - volgens Clarke de beste operettefilm aller tijden.
John Gilbert in de stomme film Merry Widow, 1925. Later maakte de Nederlandse componist Maud Nelissen er muziek bij - volgens Clarke de beste operettefilm aller tijden.

„Ik wil graag het bewustzijn van mensen scherpen, dat ze inzien dat er interessantere en modernere manieren zijn om operette te brengen”, zegt Kevin Clarke. Het is in een notendop waar de oprichter van het Operetta Research Center Amsterdam naar streeft. Maar om dat in Nederland aan het verstand te brengen, is niet bepaald gemakkelijk. Door stijve artistieke en ideologische opvattingen wordt Clarke’s pleidooi regelmatig weggewimpeld.

Clarke komt uit Berlijn, waar hij een zangopleiding volgde. Hij zong drie jaar in Bremen in het operakoor, waarna hij terug in Berlijn muziekwetenschap en literatuurgeschiedenis ging studeren. Een tijdje was hij freelance criticus voor verschillende kranten in de Duitse hoofdstad, waaronder Der Tagesspiegel. Maar omdat daar niet echt wat mee te verdienen viel, verkaste hij naar München om voor een groot glossyblad te gaan werken en ondertussen radioprogramma’s te maken over operettencomponisten.

Daardoor kwam hij ook in contact met de familie van Emmerich Kálmán. Hij kwam erachter dat veel wat over de Hongaarse componist geschreven is niet klopt en besloot een proefschrift aan Kálmán te wijden (Im Himmel spielt auch schon die Jazzband.” Emmerich Kálmán und die transatlantische Operette 1928-1932). Daarvoor vestigde hij zich in Amsterdam, waar hij uiteindelijk vanwege zijn Nederlandse vriend zeven jaar bleef wonen.

Het is ook in Amsterdam waar hij in 2006 de Stichting Operetta Research Center oprichtte, een wereldwijd netwerk van onderzoekers. Clarke’s eerste doel was om een website te maken, www.operetta-research-center.org. Op de site staat naast Engelstalige nieuwsartikelen en (wetenschappelijke) essays veel historische informatie, waaronder recensies van de wereldpremières van bekende en minder bekende operettes. „Wat ik bij het maken van mijn proefschrift zo erg vond, was dat ik altijd lang moest zoeken naar materiaal. Met de website wil ik de informatie toegankelijker maken, zoals dat voor film en musical vanzelfsprekend is”, vertelt Clarke.

Nadat de site in de lucht was, probeerde Clarke aandacht te krijgen voor operette zoals we het in Nederland niet meer kennen. De originele operette (bijvoorbeeld van Offenbach) was sterk erotisch, sensueel, grotesk en vooral succesvol binnen de ‘high society’. Voor het calvinistische Nederland ging die kinky vorm van vermaak te ver. Operette nam hier een nieuwe vorm aan, geplooid naar de Hollandse ‘massasmaak’. „Niet scandaleus, alles moest juist leuk en lief zijn”, zegt Clarke. „Het was meer sentimenteel, nostalgisch. Net zoals de Joop van den Ende-musicals vandaag.”

Die vorm – niet sensueel maar sentimenteel – is volgens Clarke de enige vorm die Nederland nog kent. En dat is waar het genre zijn negatieve imago aan dankt, omdat veel mensen het inmiddels ‘uit de tijd’ vinden. Clarke wil daar graag verandering in brengen en probeert dat door op een andere manier over operette te schrijven en te spreken. Maar op één of andere manier vindt hij weinig gehoor.

Met het calvinisme kan het moeilijk meer iets te maken hebben, denkt hij. „De hele wereld ziet ons als een open en tolerant land. Als je televisie kijkt, zie je ook dat we open staan voor invloeden uit het buitenland. Waarom wordt er op operettegebied dan niet naar het buitenland gekeken?”

Frankrijk kent een grote traditie rondom Offenbach (met moderne uitvoeringen in Lyon en Parijs), Engeland heeft natuurlijk Gilbert & Sullivan (onder meer uitgevoerd door de English en Scottish National Opera), in Duitsland zijn er tal van oude en nieuwe opnames van diverse stijlen van operette beschikbaar en in Amerika organiseert de Ohio Light Opera een belangrijk operettefestival. Maar Nederland? „Als je in Nederland over operette begint, gaan met een beng alle deuren dicht”, zegt Clarke.

Bang
Het hoofdprobleem is volgens Clarke dat er weinig professionele theatergroepen zijn om iets uit te voeren. „In Duitsland heeft iedere stad een eigen theater, dus is er ruimte om wat anders te proberen. Maar in Nederland heb je dat niet. Bovendien zijn gezelschappen bang voor het negatieve imago van operette en pakken dat niet aan.”

„Als je in Nederland over operette begint, gaan met een beng alle deuren dicht”

Dat laatste is volgens Clarke misschien nog wel een groter probleem dan het geringe aantal gezelschappen. De theatergroepen die er zijn, doen geen moeite te ontdekken wat operette kan bieden. „Waarom kiezen ze altijd Die Fledermaus of Die Lustige Witwe? Er zijn honderden andere goede stukken.”

„Neem bijvoorbeeld Pierre Audi, de artistiek leider van De Nederlandse Opera en het Holland Festival”, illustreert Clarke. „Hij besteedt veel aandacht aan barokopera en hedendaagse werken, maar op het gebied van operette heeft hij helemaal geen interesse om te kijken of er iets leuks te halen is. Terwijl hij bij zijn aantreden als baas van het Holland Festival zei dat hij alle belangrijke vormen van het twintigste-eeuwse muziektheater wil presenteren. Operette is met musical nu juist de belangrijkste vorm uit die eeuw.”

Bij een poging om rond de wereldpremière van de hedendaagse operette Snow White bij de Nationale Reisopera een conferentie over operette te organiseren, stuitte Clarke op dezelfde desinteresse. Met name bij de media. En het Theater Instituut Nederland toont ook geen belangstelling om iets als een tentoonstelling te organiseren. „Ze zeiden tegen me: operette doen we helemaal niet. Ze zijn bang voor een oubollig imago en laten daarom een voor Nederland belangrijke toneelvorm gewoon weg. Alsof die nooit bestond. Dat vind ik heel erg.”

„En dan heb ik het nog niet over het Filmmuseum in Amsterdam gehad, waar kopieën van fantastische operettenfilms te vinden zijn. En het Joods Historisch Museum weet nog niet eens dat operette iets met de geschiedenis van de Joden in de twintigste eeuw te maken heeft. Dat de Hollandse Schouwburg eigenlijk een operettetheater was, waar Joden ook tijdens de bezetting operette speelden, wordt ronduit verzwegen.”

Clarke geeft toe niet te weten hoe hij die houding kan veranderen. „Ik heb er soms ook niet meer de energie voor. Als er überhaupt geen interesse is voor professioneel uitgevoerde operette, houdt het op. Er komt een moment dat ik zeg: nou, dan maar niet. Ik kan niet meer doen dan informatie beschikbaar stellen.” Het onderzoekscentrum is nu meestal – met succes – in andere landen actief.

Kevin Clarke.
Kevin Clarke.

Succes
Maar het Operetta Research Center is – ook wat Nederland betreft – geen initiatief van een onbeduidende idealist. Al is het minder dan gehoopt, Clarke heeft zeker wat bereikt de afgelopen jaren. Vorig jaar april vond bijvoorbeeld alsnog de conferentie over operette plaats, maar dan in Amsterdam. „Het was een groot succes, het zat helemaal vol met mensen die ook echt inbreng hebben”, vertelt Clarke.

De aandacht ebde daarna weer wat weg, maar consequenties had de conferentie zeker. Het Fonds voor de Podiumkunsten besloot niet het Nederlands Operette Theater en een zoveelste Lustige Witwe met vijf miljoen euro te financieren, maar te kiezen voor meerdere kleine producties.

Zo kwam bijvoorbeeld de onbekende operette Les aventures du Roi Pausole van Honegger tot stand, eind vorig jaar door Opera Trionfo in de theaters gebracht. Ook de avond met twee operettes van Offenbach en Massé waar Barokopera Amsterdam binnenkort mee komt, is hierdoor mogelijk gemaakt. Net als de Europese première van The Beastly Bombing, een maand geleden in Amsterdam.

Verder begeleidt Clarke vanuit zijn researchcentrum nu masterstudenten operette aan het conservatorium in Tilburg. „Een beetje vooruitgang is er dus wel geboekt. Deze studenten zijn de toekomst.”

Vorig artikel

Parijs en Wenen presenteren nieuwe seizoen

Volgend artikel

Opera Zuid brengt opera in de schoolklas

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.

17Reacties

  1. Marc Decoster
    1 november 2012 at 08:41

    Geachte,

    Het boek “Glitter and be gay” van Kevin Clarcke, is er die ook in het Nederlands? Zo ja, welke is dan de titel, en uitgever aub?

    Met vriendelijke groeten,

    Marc Decoster
    Kattestraat 29
    8210 Loppem
    België

  2. Kevin
    1 november 2012 at 18:54

    Dear Marc, the book was only published in German so far, though there is talk of a US-edition.

  3. Marc Decoster
    17 december 2012 at 17:54

    Hello Dear Kevin,

    I did not see your anser to my mail, I send to you on the first of November. So, I did just see it now, looking back to this website. Maybe, it came into my not-wanted-mails, and, I did not saw it. The email-adress is correct: dc-marc@hotmail.com.

    I bouth the book already on http://www.jpc.de. A German website for CD, DVD and books. Most of the operatta-CD’s I buy over there. With CPO they make an effort to bring new releases of operetta. So, I have to support them :-).
    Last weekend, I saw “Das Land des Lächelns” in Leuven. (by Brussels Operette Theater). It was marvellous.

    My love for the operetta started with “Im weissem Rössl”, when I was only 14-15 years old. Now I am 47 years, and I am still bussy with operatta. I don’t have so muth friends of my age who loved it also, but I go mostly to the theatre with a few girlfriends. Then the hetero-friends are so jealous 🙂 That’s the advantage being gay…

    The book seems very intrested, but I did not start to read already.
    Sorry for the errors in English writing.

    I wish you all the best with your work, and all the best for Christmas and the New Year.
    Let it bring us a lot off Operetta 😉

    Marc Decoster

  4. 25 juni 2017 at 22:50

    Waarde heer Clarke
    Nu pas heb ik uw interessant verhaal op internet ontdekt. Hopelijk bent U nog geïnteresseerd in de Nederlandse operette. Begin van de maand hebben we in Maastricht de operette Donna Marguerita van Math Niël opgevoerd. Deze operette is in 1948 gecomponeerd en nog nooit opgevoerd, tot nu dan. Aan deze operette werkten 95 personen mee. Op de bijgevoegde website vind U info .Als U meer wilt weten kunt U mij aanschrijven op mijn website of opbellen.
    Met een vriendelijke groet
    Egid Niël 25-6-2017

  5. Fred
    26 juni 2017 at 00:31

    de enigen die operette kunnen redden zijn sterzangers, breng Lehar met Beczala of Kaufmann en de zaal zit vol….idem voor sopranen.
    Giuditta met Netrebko? De zaal zal vol zitten

  6. Maarten-Jan Dongelmans
    26 juni 2017 at 08:40

    @Egid: ik zou ook meer willen weten. Gaarne zie ik op dit forum de gegevens van uw website verschijnen.

  7. Joep van Leeuwen
    26 juni 2017 at 10:54

    @Egid: in je commentaar verwijs je naar de website van Donna Marguerita maar de link is niet geplaatst. Ik neem aan dat je naar deze linkg wil verwijzen: http://www.donnamarguerita.nl/

  8. Maarten-Jan Dongelmans
    26 juni 2017 at 13:06

    Dank Joep voor de info. Interessant. Doet me erg denken aan een project uit de beginjaren van de Nijmeegse Operette: Elsje van Kaub (rond 1950 met op de bok Theo Wanders, destijds bekend van vooral kamermuziek: de zogenaamde Swaap-Wanders Avonden met violist Sam Swaap).

  9. Olivier Keegel
    26 juni 2017 at 18:01

    “BEWUSTZIJN SCHERPEN” ?

    Ben het geheel eens met Fred: zet Beczala en Netrebko in welke operette ook, en de zaal zit vol. Je kan je op gegeven moment helemaal vastbijten in de “oorspronkelijke operette”, zodanig dat je lichtelijk verblind raakt voor de realiteit: dat “het niet gemakkelijk is” om de kwaliteiten van de oorspronkelijke operette in Nederland “aan het verstand te brengen”, is nogal paternalistisch uitgedrukt.

    Ik pak elke operette mee die ik kan bijwonen, in Duitsland en Frankrijk, maar bij de minder bekende operettes vind ik toch niet vaak de muzikale rijkdom van Witwe, Mariza en Bettelstudent. De maatschappijkritische functie, toen of nu, interesseert mij een stuk minder. Trouwens, de operette was toch aan een comeback bezig? Wie precies beweert nog dat deze kunstvorm “oubollig” is als men naar Wunderlich en Schwarzkopf luistert?

    Wij hadden een uitstekend professioneel operettegezelschap in Nederland, De Hoofdstad Operette. Hoezo “Het was meer sentimenteel, nostalgisch. Net zoals de Joop van den Ende-musicals vandaag” zoals in dit artikel staat? Ik zou zeggen: nostalgisch, sentimenteel (ontroerend?), nou én, wat is daar mis mee? Om de muzikale kwaliteiten van Lehar, Kalman en Millöcker met de gemiddelde musicalcomponist (de goede niet te na gesproken) te vergelijken, is absurd.

    PvdA-staatssecretaris draaide de voortreffelijke Hoofdstad Operette de nek om omdat dit gezelschap niet “vernieuwend” genoeg was. Die heilloze, nooit goed onderbouwde, pathologische vernieuwingsdrang heeft de professionele operette in Nederland weggevaagd en laat tot de dag van vandaag ook uiterst bedenkelijke sporen op het operatoneel na.

  10. Pieter K. de Haan
    26 juni 2017 at 22:10

    Als de opvolgster van Pierre Audi een artistieke daad zou willen stellen zou ze bv. ieder seizoen een operette kunnen programmeren.

  11. Maarten-Jan Dongelmans
    26 juni 2017 at 22:45

    @Pieter K.: prima idee. En dan graag rond de jaarwisseling. Sta ik 100% achter!

  12. Anna Minis
    27 juni 2017 at 12:36

    Een light opera van Gilbert & Sullivan zou ook fijn zijn.

  13. Pieter K. de Haan
    27 juni 2017 at 14:01

    Uitstekend en een zarzuela mag er wat mij betreft ook bij.

  14. Maarten-Jan Dongelmans
    27 juni 2017 at 16:49

    Jammer dat dit soort heerlijke dromen genegeerd worden door de leden van het programmeursgilde.

  15. kersten
    27 juni 2017 at 16:54

    En in de slipstream van bovengenoemde werken zou het wellicht gewoon weer tijd zijn voor een Martha of Zar und Zimmermann.

  16. kersten
    27 juni 2017 at 17:15

    @Maarten-Jan Dongelmans: het zal duidelijk zijn dat uw wake-up call mijn reactie kruiste. (Overigens: ik blijf tot mijn laatste snik optimistisch.)

  17. Maarten-Jan Dongelmans
    27 juni 2017 at 18:38

    @mijnheer Kersten: ja heerlijk, en graag ook een plekje voor Der Wildschuetz en Die lustigen Weiber.