Tamir Chasson:”Ik geef bijna nooit op”
Het opera atelier The Fat Lady bestaat al vele jaren en is, na een periode van herpositionering, weer volop in beweging. Nu er weer een nieuwe productie op de planken staat vanaf 20 maart, is het tijd voor een hernieuwde kennismaking met de man achter The Fat Lady, artistiek leider Tamir Chasson.

Het leek alsof jullie een tijdje verdwenen waren, maar nu zijn jullie weer volop aanwezig in het operalandschap. Wat is er gebeurd?
Tamir Chasson:” In 2023, na corona, zijn wij voorzichtig opnieuw begonnen. Het is hetzelfde concept. Het was altijd atelier gericht. Dus kleinschalig en kleine kamerproducties of intieme producties gericht en altijd met een beperkt aantal artiesten, maar voor een lange periode. Meestal blijven ze twee à drie jaar. We noemen het een atelier. Een operastudio is een totaal ander concept. Wij willen echt langer werken met dezelfde mensen en niet per definitie alleen gericht op producties. We willen juist liever lange periodes werken met mensen en een proces meemaken en de diepte ingaan. Dat is puur mijn artistieke overtuiging. Dit is voor mij de juiste manier, maar belangrijker dan ik, zijn de jonge zangers en de jonge artiesten. En ik merkte dat er behoefte was, echt artistieke behoefte, aan de diepte ingaan, de eigen stem, de eigen manier van doen vinden, en dat was gewoon een gat in het in het systeem.
In het begin waren wij wel veel productie gericht. We gingen van één productie naar de volgende. Rond het vierde jaar van de Fat Lady was duidelijk dat sommige zangers meer nodig hadden. Meer werk met mij.”
Kan je voorbeelden noemen van wat er ontbrak om een volwaardig ‘vrije’ artiest te worden.
TC:” Er was wel best veel kennis, techniek en kunde. Ik kan tegen een zanger zeggen: “Doe dit, doe dat, hier, ik wil meer dit en meer dat en of loop die kant op of dat komt, sta nu in het licht en alles.’ Er was iemand die zei; ‘Kun je dat mij leren? Ik wil muziek maken zoals jij. Ik zei:’ Ik kan het proberen.

Het gaat om de muziek, niet om mij. Ik ben echt onbelangrijk. Er zijn verschillende manieren. Ik ken genoeg fantastische musici en operamakers die het anders aanpakken. Dit is gewoon mijn manier, of dat is hoe wij het doen. Er zijn zoveel benaderingen en die zijn allemaal legitiem. Ik denk dat wat ik probeer te vinden is wat over blijft bij de artiest. Je schraapt alles weg van het theatrale. Het publiek wil horen, wil voelen, wil ervaren, zien. Je kan duizend mooie en goede en waardevolle interpretaties hebben, maar wat blijft over als je dat niet meer doet? We gaan opzoek naar de harde kern. Wat erover blijft is de artiest zelf. En dat vind ik fascinerend.”
Heb je enig idee wat jou, of jouw manier van werken anders maakt?
TC:” Doorzettingsvermogen. Om langer te werken, dieper te werken, twee, drie jaar met een jonge artiest te werken. Ze mogen ook andere dingen doen natuurlijk. Het is geen school. Ik geef bijna nooit op totdat ik daar ben. Ze zijn wie ze zijn. En zo moeten zij het dragen, zij moeten het doen.”
Ik ga ervan uit dat je vrij holistisch werkt met artiesten.
TC:” Ik ben heel direct. Ik probeer de veiligheid waar te borgen in hun artistieke ontwikkeling en verdieping. Om hen te laten zien, dat zij safe zijn met wie ze zijn. Bij alle producties van de Fat Lady zit het publiek er 360 graden omheen. En er is geen afstand. Dus het kan zijn dat je de meest belangrijke aria in de opera zingt met 40 45 procent van het publiek dat in je rug kijk. Dat is niet veilig eigenlijk voor zangers en je wilt als zanger gezien worden, je wilt gehoord worden. Als je daar naartoe werkt en als de hele coaching, de hele benadering muzikaal, qua beweging, als kortom alles om de kern gaat en niet om het toneel, het licht en al die zaken, denk ik dat je sterker en steviger in je schoenen staat als artiest.”
Wat is jouw eigen achtergrond en training?
TC:” Ik ben begonnen als pianist. Mijn studie was orkestdirectie. Ik ben alumnus van Curtis Institute of Music in Philadelphia. Ik ben orkestdirigent. Toen ik daar was bestond er voor dirigenten nog een operaopleiding, wel voor de zangers. Daarna werd ik, meteen na mijn afstuderen, persoonlijk assistent van Gary Bertini. Gary Bertini was toen muziekdirecteur van Philharmonic Orchestra in Tokio, maar hij deed best veel freelance, zoals producties van Samson et Dalilah met Olga Borodina en Placido Domingo en Jean-Philip Lafont in La Scala, Otello met José Cura en Cecilia Gasdia en Billy Budd met Bo Skovhus. Aan het einde van het derde jaar werd Gary ernstig ziek. Hij was al 78 toen en ik was bezig in de Israëli Opera met de voorbereidingen als assistent. Toen is hij overleden en werd ik gevraagd door de opera om in het huis te blijven.”
En waar is die theatrale kant van wat je nu doet erbij gekomen?
TC:” Die was er altijd al wel, maar mijn partner was een danser; ik heb veel met hem gewerkt en gestudeerd en geleerd. Ik ben geen regisseur trouwens, we hebben een regisseur. Ik ben artistiek leider, maar ik heb wel een visie. En mijn visie is ontwikkeld in die jaren door het observeren van en samenwerken met regisseurs als Hugo de Ana en Paul Curran, onder anderen, geweldige, fascinerende mensen. Ik was best jong, ik was 27 toen. Twee zangers waren ouder dan ik in de studio. Maar ik zag hoe het werkte, een operastudio. Het was een heel proces. “
Ik wil het even hebben over de aankomende productie, De verlaten stem.

TC:” Het gaat over drie vrouwen met verlies en ieder heeft haar eigen reactie of haar eigen manier om met verlies om te gaan. De ene blijft met het verlies, die blijft met haar pijn. De tweede is ertegen aan het vechten. Die kan het niet accepteren. En de derde laat los. Geeft het op. Het publiek blijft eigenlijk midden het proces in, of maakt het proces mee.
De muziek is het Stabat Mater van Sanchez, een prachtig indringend Stabat Mater voor sopraansolo. Het heet ook eigenlijk Pianto della Madonna. Het klaaglied van de maagd of de Madonna. Prachtig stuk. Het tweede is Ariana of Naxos van Haydn. Letterlijk fysiek verlaten op een eiland. Zij is degene die het niet accepteert en alleen maar vecht, en het hele systeem probeert te tartenEn het derde stuk is het derde lied, uit de Petrarca-liederen van Liszt. En dan het Ave Maria van Desdemona uit Otello. Die laat los, laat de demonen los.

Maar het zijn dus heel verschillende processen van verlies. Dit gaat terug naar het concept om naar de kern te zoeken. En naar wat blijft over na verlies. Wie ben je na verlies? Kijk, nou voilà, that’s it.
We zijn een team en we werken een jaar of meer samen dus we kennen elkaar heel goed en we ontwikkelen ook samen de producties. Natuurlijk heb ik de eindverantwoordelijkheid en ik ben de brug tussen het artistieke team, dat juist niet uit die operawereld komt, en de zangers. Die komen juist uit de mainstream opleiding. Ik ben echt een soort brug voor iedereen. We zijn te klein en te intiem om in hiërarchie te denken… Je ziet vaak dat de artiesten beginnen en zich een beetje onzeker voelen en in het duister tasten. Ze weten niet hoe het gaat werken, en hoe meer wij dan doen, hoe natuurlijker het op een gegeven moment voor hen echt wordt. En ze steunen elkaar ook enorm. Het is een hele hechte groep. Daarom heet het ook Opera Groep. Geen operakamp, geen gezelschap. Het is een andere vibe.”
Verlies
Je maakt nu een voorstelling over drie vrouwen die met verlies, loslaten en vasthouden te maken hebben. Als jouw artiesten na een jaar of vier weggaan, hoe goed en hoe slecht kan jij loslaten?
TC: “Ik ben het meest trots als ze het goed maken en het goed in het leven hebben. Sommigen hebben een mooie carrière sommigen niet. Maar als ze gelukkige mensen zijn dan ben ik heel blij. Dan heb ik mijn taak in hun leven vervuld.”
Het is wel grappig, want je gebruikt als eerste keuze een woord dat heel ouderlijk is, want dat is trots.
TC: “Ik denk dat dat is wat we doen. Ik had een geweldige maestri. En ik had vijftien jaar van heel veel dirigeren en pianospelen en fantastische producties draaien in het vak. En nu geef ik het door en ik vind het geweldig. Ik ben echt trots op de jonge artiesten en hun ontwikkeling. “
De verlaten stem is te zien op 20 maart in Laren en op 22 maart in Haarlem.
Met: Áine Cassidy sopraan, Elizaveta Shvechikova sopraan en Viktória Valentin sopraan
Ida van de Lagemaat mise-en-espace
Chaim Chasson ontwerp
Tamir Chasson artistiek -en muzikaal leider
Verder kijken, luisteren en lezen
Video van een productie uit 2021 van The Fat Lady, Follow Your Passio…Together!
Al in 2019 had François van den Anker een mooi gesprek met Tamir Chasson.