Tulip Town: lollig, diepgaand en compleet
In de Stadsschouwburg Haarlem trapt men het nieuwe theaterseizoen groots en meeslepend af met de nieuwe parel van Steef de Jong, Tulip town, waar hij ook uitgebreid mee zal gaan touren. Wederom beschikt hij over een sterrencast en wederom klapt er overal karton uit.

Geschiedkundig is deze productie interessant omdat De Jong de hele L’Ile de Tulipatan van Jacques Offenbach uitvoert, al zijn er enkele muzikale stukken in volgorde verplaatst. De laatste keer dat De Jong een historische operette integraal heeft uitgevoerd, was waarschijnlijk Eine Nacht in Venedig (2021). Het zal bezoekers, wellicht geen kenners van het werk van 1868, wel verbazen dat met de anderhalf uur speeltijd niet alleen een hele operette integraal is uitgevoerd, maar zelfs in lengte ongeveer verdubbeld.
Hij had zelfs het lef te verdubbelen
Verexcuseer deze recensent. Ik vind het namelijk ontzettend boeiend dat De Jong voor de verandering een operette uitbreidt en meer inzoomt op de thematiek, veelal thematiek van het origineel, terwijl de tendens vandaag de dag is dat er moet worden ingekort vanwege de korte spanningsboog van modern publiek. Dat wil ik dus uitgebreid bespreken – we gaan uw spanningsboog testen in dit verslag. Het is knap en getuigt van kwaliteit dat De Jong met deze verdubbelde operette de aandacht van het publiek de volle lengte vast weet te houden.
Ongekend intens zelfs en helemaal niet operettesk is de lading van de scène waar Théodorine (Ilse Warringa) haar geheim opbiecht, ergens halverwege het werk. (Dat geheim verklap ik hier niet.) De stilte is om te snijden, iedereen voelt dat er iets op het spel staat. Zo’n samen beleefd zwaarbeladen moment in een theater is zeldzaam, en men verwacht het al helemaal niet in een karton-operette. Chapeau Steef, Ilse, maar ook Jacques en zeker ook librettisten Henri Chivot and Alfred Duru.

De uitgebreide lengte stelt De Jong in staat verder in te zoomen op de thematiek die Offenbach (Chivot/Duru) al aanbieden. Hij werkt de thema’s verder uit, waardoor de operette nog dichterbij komt. Daarbij gebruikt hij gerust niet in het origineel voorkomende scènes. Eigenlijk meanderen we in deze versie heel erg van kamer naar kamer en van ontmoeting naar ontmoeting, terwijl het origineel veel meer to the point is. Maar het verbluffende is, dat je dat als publiek helemaal niet zo ervaart. En dat komt omdat De Jong echt de inhoud in gaat. Wat je trouwens ook nauwelijks ervaart, is de hoeveelheid karton die bij al die wisselingen wordt aangesleept. Dit omdat het kartongebruik in deze voorstellingen superfunctioneel is (de nadruk ligt niet op trucs zoals in bijvoorbeeld Circo Cartone, maar op het verhaal). Logistiek is het goedbeschouwd een verschrikkelijke puzzel en een voortdurende werveling van changementen, waarbij spelers niet in de scène enorm hun handen uit de mouwen moeten steken.*

O ja, de lengte. Er zijn ook vier muzikale stukken toegevoegd. Hermosa (Rop Verheijen) wordt op emotioneel gebied verder uitgewerkt en krijgt ook een gevoelige aria, Théodorine die er in het origineel bekaaid vanaf komt krijgt begrijpelijkerwijs haar eigen lied, er is een extra koorstuk (maar geen koor dus gezongen door de spelers) en een uitgebreid duet van Théodorine en haar echtgenoot Romboïdal (Daniel Cornelissen). Het is de vraag of deze scène niet al te ver afdrijft van het origineel, al is de verdieping in de personages wel begrijpelijk.
Regelmatig wordt er verfraaid door het herhalen van muzikale thema’s in het orkest** (de barcarolle zit al in de ouverture, maar het eerste duet van Hermosa en Alexis komt verrassend vaak voorbij) en met alle consequent lage tempi (waarover verderop meer) is de verdubbelde speeltijd zo volop verklaard. Knap van De Jong dus dat hij die ruimte neemt zonder het publiek te verliezen. Dat doet hij beter dan deze recensent, gezien u mogelijk allang bent afgehaakt. Door naar het volgende kopje.

Punkthema
Een belangrijk thema in deze operette is genderambiguïteit. Het punkthema zal om deze reden gekozen zijn. Maar ook onderscheidt De Jong zich hiermee van eerdere creaties en levert operette + punk een verrassende combinatie op.
De tempi zijn opvallend laag. De bite in de muziek moet het nu hebben van een duidelijke beat, bijvoorbeeld op drum (uitstekend gespeeld door Cornelissen; alle spelers nemen namelijk één of meerdere instrumenten ter hand deze voorstelling). Terwijl de muziek van Offenbach zijn bite normaal gesproken krijgt door hoge tempi. Het is het verschil van lomp en hossig tegenover strak en virtuoos.
De zangtechniek die de spelers inzetten in al het spektakel zou ook absoluut niet de Opéra Bouffe kunnen dienen. Ze zingen hun partijen qua techniek vrij mild en worden versterkt. Ook gezien het volle tourschema is dat verstandig. De kick komt kortom dus ergens anders vandaan. En die is er met het punkthema wel volop.

Opvallende thematische keuzes
Zonder veel te verklappen over de loop van het verhaal, wil ik hier nog enkele thematische keuzes bespreken.
In het algemeen geldt dat De Jong erg dicht bij het origineel blijft (al voelt dat voor veel bezoekers misschien niet zo) en dat hij thema’s die het origineel aandraagt, verder uitdiept. Bijvoorbeeld het theekransje tegen het eind van de operette is een hilarische scène, die precies zo aanwezig is in het origineel van 1868, maar dan in het Frans. De verwijzing naar Halévy die Offenbach voor de grap maakt, wordt opgelost door een dramatische pose waardoor iedereen de parodie begrijpt, al is La Juive niet meer herkenbaar.
Een opvallende keuze is de sopraanrol van Prins Alexis te geven aan Thor Braun, die de rol natuurlijk als tenor zingt. Dit heeft effect op de luisterbaarheid van de duetten (nu voor twee tenoren), maar ook inhoudelijk schuurt het wat. De één zal de keus zien als een verdere liberale stap van De Jong, de ander als een vraagteken. De echte tenorrol van Hermosa is dus voor Rop Verheijen. Een rol die je niet met hem associeert, en hoewel het best leuk is hem met dit materiaal te zien werken, pakt hij wel regelmatig noten op zijn falset en is het wat dat betreft wel redelijk ver van het oorspronkelijke muzikale idee. Maar zoals ik al zei, het is toch geen Opéra Bouffe meer.

Hun liefde, want dat wil ik op zich wel verklappen, wordt in het origineel afgezet tegen het heteronormatieve kader van Théodorine en Romboïdal (de ouders van Hermosa). Door hen een eigen scène te geven waarin dit kader wordt afgebroken, hebben Hermosa en Alexis eigenlijk nergens meer tegenop te boksen. Dat maakt de operette wat minder scherp dan bij Offenbach/Chivot/Duru, gezien zij de bekrompenheid van de maatschappij naar voren schuiven. Die bij De Jong dus uiteindelijk gewoon ontbreekt. Heel veelzeggend is wat dat betreft het verzoenende eind van deze Tulip Town. De scherpe kantjes zijn er dan helemaal af. Het lijkt wel of er nooit iets in de weg heeft gestaan. Een opmerkelijke keus.
Een heel leuke rol is die van Graaf Cacatois, gespeeld door De Jong zelf. Hij speelt de rol niet zo dictatoriaal als je zou verwachten. Maar hij is goedbeschouwd een zelfde lastpak als de originele Cacatois. Dit soort rollen gaan bij Offenbach terug tot de Franse koning Napoleon III. In wezen speelde De Jong dus een ongewenst regent (wat hij vaker heeft gedaan) en dat deed hij zowel realistisch en sympathiek, als ongemakkelijk en zelfzuchtig. Ook dat was weer inspirerend door de schijnbare eenvoud en alle nuance. Hoe doet die man het toch?!
* Meespelende inspiciënten: Stephan Nelissen, Geert Sweep
**Liveband Marijn Van Prooijen (bas), Charlie Bo Meijering/Ella Kamerich (piano), Emma van der Schalie/Maartje Goes (viool)
Verder kijken, luisteren en lezen
Peter ’t Hart over Operetta land bij De Nationale Opera.