Holland Opera scoort hoge ogen met Feest
De titel van deze nieuwe opera van Holland Opera doet onmiddellijk denken aan de Deense film Festen, waarin tijdens een familiereünie de nodige geheimen aan het licht komen. Maar een bewerking is Feest, ‘een Scandi-thriller-opera’ allerminst; de Dogma 95– film van Thomas Vinterberg, heeft hooguit gediend als inspiratie. Joke Hoolboom schreef een geheel nieuw werk dat naadloos aansluit bij de muziektheaterstukken waar Holland Opera om bekend staat. Net als bij The Divorce of Figaro* is componist Niek Idelenburg verantwoordelijk voor de muziek. Hoolboom voert zelf de regie. De voorstelling op 13 september in het intieme theater De Veerensmederij was een groot succes: een perfecte voorstelling van een boeiend theaterstuk.

Familie drama
Het verhaal draait om de familie Den Doolaard, de naamgever van de succesvolle sterrenrestaurants DENDOO in New York, Reykjavik en thuisbasis Amersfoort. De oprichter, Bernard den Doolaard, heeft het restaurant nagelaten aan zijn jongere zoon Johan, tot groot ongenoegen van de oudste zoon Peter, voor wie niet meer was weggelegd dan een rol als bedrijfsleider. Johan was getrouwd met de IJslandse Anna Gunnarsdóttir, die na Johans overlijden de DENDOO-restaurants in eigendom kreeg. Voor Peter een reden om zich voor de tweede maal benadeeld te voelen. De indruk wordt echter gewekt dat het vooral aan Anna’s inbreng te danken is geweest dat de vestigingen in Reykjavik en New York er zijn gekomen.
Anna en Johan hebben twee kinderen: Kristin en Gunnar. Ze hebben echter vooral aandacht voor elkaar en na Johans dood laat Anna zich helemaal niet meer in Amersfoort zien. Tot ze plotseling laat weten te willen terugkeren naar het familiehuis. Peter besluit een verrassingsdiner voor haar te organiseren waar, behalve beide kinderen, ook Gunnars vrouw Sacha aanwezig zal zijn. Het moet een spontane reünie worden die live wordt gestreamd: mooie reclame voor het DENDOO-imperium. Ter verhoging van de sfeer is Peter gekleed als piraat, compleet met een klassieke donderbus.

Publieksparticipatie
Vooraf werd het publiek uitgenodigd om een paar eenvoudige danspassen in te studeren, inclusief handgeklap op de tel. Dat moest de entree van Anna een feestelijk tintje geven. Anna was te laat — zoals altijd — dus er was genoeg tijd voor deze publieksparticipatie. Als ze dan eindelijk arriveert, probeert Peter haar op warme wijze welkom te heten. Anna is echter in de war, is wellicht aan het dementeren, en ziet haar zoon Gunnar bij herhaling aan voor haar overleden echtgenoot. Dochter Kristin is ook te laat; die moet nog ergens de wereld redden. Als ze eindelijk arriveert, is er weinig voor nodig om haar tot een openhartige ontboezeming te krijgen. Dit tot verbazing van Anna, die niet begrijpt dat haar dochter spreekt in dromen in plaats van in woorden.
Moord en schuld
De lont in het kruitvat komt voor rekening van Ben, die onopvallend in Anna’s kielzog is gearriveerd. Naar blijkt is hij een vroegere werknemer, en niet zomaar eentje. Lang geleden had Ben een tijdje een liefdesrelatie met de nog jonge, onervaren Gunnar. Voor Gunnar was het een levensbepalende gebeurtenis, voor Ben meer een bevestiging van zijn eigen levenskeuze: een lotgenoot op weg helpen en dan weer doorgaan. Als Anna vertelt dat ze terminaal is en is gekomen om te sterven — dus niet voor haar familie, maar alleen voor zichzelf — reageert men geschokt. Maar wanneer ze vertelt de volgende dag met Ben te zullen trouwen, lopen de zaken snel uit de hand. Peter ziet zijn erfdeel voor de derde maal achter de horizon verdwijnen door toedoen van Ben, die hij ziet als een uitgesproken lijkenpikker. Het komt tot een schermutseling waarbij Peters pistool afgaat en Ben dood neervalt.

Elk personage komt een keer uitgebreid aan het woord en allemaal zijn ze vooral met hun eigen leven bezig. Anna is op dit punt het meest uitgesproken; ze zou een typetje van Ayn Rand kunnen zijn. Die gedachte bracht me bij de herinnering aan Rands toneelstuk The Night of January 16th, waarin vooraf uit het publiek een jury wordt samengesteld die moet bepalen of de vermeende moordenaar wel of niet schuldig is. Het is een open vraag wat in een dergelijke opzet de uitkomst zou zijn na afloop van Feest. Peter wordt immers tot het uiterste getergd door het lot, maar zeker ook door het gedrag van zijn omgeving. En dat het pistool afging, kan ook een ongeluk zijn geweest.

Compact
Het libretto van Feest is uiterst compact: Hoolboom heeft afgezien van elke vorm van expositie. Kennelijk bezorgd dat het publiek toch iets te veel moeite zou kunnen hebben met het verhaal — feitelijk de tumultueuze slotaflevering van een Netflix-serie — heeft ze in het programmaboek een achtergrondverhaal opgenomen. De voorstelling heeft dat niet nodig; het is vooral aardig om na afloop te lezen, waarbij bepaalde details plotseling wat meer kleur krijgen.
Toegankelijk
Idelenburg heeft zeer toegankelijke, vlot lopende muziek gecomponeerd, maar heeft in mijn beleving toch iets laten liggen in de parlando-passages. Daar hoorde ik net iets te veel aparte lettergrepen op de tel en verkeerde klemtonen, waardoor het onnodig houterig overkwam. Gelukkig was dit niet bepalend voor het geheel. De solostukken, waarin de personages een inkijkje mogen geven in hun leven, werden gekenmerkt door vloeiende lijnen.
De begeleiding werd verzorgd door een strijkkwartet, het Flare Quartet, en percussionist Ivan Gianakia, die allen niet van blad speelden, maar zo nu en dan ook betrokken werd in de handeling. Voor de cellist (Laurence Gaudreau ) waren dat lastige momenten: een cello dragen én erop spelen is wat ongebruikelijk. Net als Peter waren ze uitgedost als piraten. Door de versterking klonk het kwartet als een klein orkest, waarbij de cello bij vlagen op dreigende wijze het hele zaaltje vulde. Zodra het erom spant en de sfeer wat onaangenaam wordt, koos Idelenburg voor dissonanten; daarvoor zijn strijkers natuurlijk een ideale keuze. Op een hoger plateau speelde een slagwerker, soms ook te horen op vibrafoon en marimba. Een pianola voor de incidentele begeleiding van Peter, die tot driemaal toe Anna probeerde toe te zingen, completeerde het instrumentarium.

Fraai gezongen
Een ensemble bestaande uit acht jonge zangeressen (Eleonora Christabel, Emily Chan, Suzanne Charite, Magali Duindam, Puck van Eijk, Bruna Pereira, Bori Soos en Daphne van Zundert) nam de vocale ondersteuning voor haar rekening, soms zelfstandig en dan weer als echo van de solisten. Het vormde een goed doordachte aanvulling op het geheel, fraai gezongen en essentieel in de ondersteuning van bepaalde scènes.

Anna werd vertolkt door sopraan Björk Níelsdóttir, die ook een carrière heeft als trompettist. Idelenburg heeft de verleiding niet kunnen weerstaan om haar een solo te laten geven bij aanvang van de tweede akte, wat het geheel een nachtclubsfeertje gaf. Haar zang en acteren waren bij vlagen ontroerend, al brak bij mij zo nu en dan de gedachte door dat we goed beschouwd te maken hadden met een egoïstisch kreng — misschien in het verleden meer dan nu, maar toch.
Marcel van Dieren vond ik sterk als de geplaagde Peter den Doolaard, feitelijk de schlemiel van de familie die zich uiteindelijk alleen nog maar kan uiten door middel van geweld. Neefje Gunnar kwam voor rekening van tenor Koen Masteling, die niet alleen goed kan zingen maar ook heel aardig kan bewegen (dansen is in deze choreografie net een te groot woord). Met name in de confrontatie met de eveneens zeer beweeglijke bariton Tom Jansen als Ben was er sprake van flitsend fysiek contact.
Mezzosopraan Fee Suzanne de Ruiter had ik kort geleden al eens gehoord in To Die For. Hier had ze een wat grotere rol waarin ze haar individuele kwaliteiten kon tonen, en die zijn niet gering. Ze had een prachtige, doorleefde scène kort na binnenkomst en was geheel ontredderd toen bleek dat er gefilmd werd voor een livestream. Daarmee was het feest ten einde voor Kristin, die liever Emma genoemd wilde worden. Ze scheurde het filmdoek weg waarop we als toeschouwers hadden kunnen meekijken, en daarna was het ieder voor zich in de intimiteit van een huiskamer met eetzaal. Ook Emma is een personage dat alleen voor zichzelf kiest, al camoufleert ze dat door zich in te zetten voor alle goede doelen die er te bedenken zijn. “Te laat,” zegt Peter, “zeker weer ergens aan het asfalt vastgeplakt.”

Als Gunnars echtgenote Sacha ging Veronika Akhmetchina gekleed in een lange zwarte jurk. Ze legt Peter desgevraagd uit dat ze rouwt om haar leven, en dat gaat haar goed af: Mourning becomes Sacha. Als haar eindelijk duidelijk wordt wat de oorzaak is van haar moeizame relatie met Gunnar en haar mislukte huwelijk, verkleedt ze zich en komt terug in een kleurrijk minisetje, met de nadruk op benen en hakken. Ze gaat weg, weet niet waarheen, maar in elk geval weg. Als relatieve buitenstaander is zij de enige die men niets kan verwijten, maar zoals zo vaak worden de innocent bystanders het hardst getroffen. Van alle drie de sopranen heeft Sacha de mooiste muziek en die was geheel aan Akhmetchina besteed. Verder toonde ze zich een uitstekend danseres.
De voorstelling duurt ongeveer anderhalf uur zonder pauze, maar met inbegrip van het opwarmen van het publiek. Er zit zoveel spanning in het stuk en het werd zo vlekkeloos gebracht dat de tijd voorbijvloog. Ik had in elk geval een mooie middag in De Veerensmederij.

Er volgen nog 18 voorstellingen; zeer aanbevolen!
Verder kijken, luisteren en lezen
Interview met Niek Idelenburg door Reinout Ditters.
*Peter Franken over Divorce of Figaro.
Deze week verschijnt ook een recensie, geschreven door een nieuwe jeugd-redactrice Naäma Adriaans, die met geheel eigen visie op deze opera komt. Naäma is nog scholiere.