Donker dramatisch Feest bij Holland Opera
Reinout Ditters (18) is geen scholier meer, maar ook nog geen student, want hij heeft een tussenjaar genomen. Dankzij Marjoke Krikke, een docente Nederlands op het Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt in Amersfoort, is Reinout betrokken geraakt bij Holland Opera en nadat hij met school de Kersentuin en Reinaert de V. gezien had was hij verkocht voor het gerne en het gezelschap. Hij is van nature een muzikaal persoon, en dat is ook wat hem vooral trok, maar hij vindt alles aan de theaterstukken van Holland Opera betoverend. Dat leidde in 2024 tot zijn snuffelstage bij Holland Opera. In ongeveer zes stagedagen leerde hij het team kennen, en is daarna een beetje betrokken gebleven.
Hij schreef nu zijn eerste artikel voor Operamagazine/Place de l’Opera. Hij interviewde Niek Idelenburg over diens nieuwste opera, Feest, die op 11 september op een libretto- en in de regie van Joke Hoolboom in de Veerensmederij in Amersfoort in première gaat.

Thriller
Droevig, donker en dramatisch. Dat zijn woorden die in mij opkomen als ik aan deze productie van Holland Opera denk; niet echt wat je zou verwachten bij de titel Feest. En toch voelt het thrillerachtige verhaal over familie Den Doolaerd zo echt, dat het klakkeloos op de voorpagina van de Telegraaf zou kunnen belanden. Met libretto en regie van Joke Hoolboom en muziek van Niek Idelenburg is het een typische Holland Opera-voorstelling: creatief en vernieuwend en onmiskenbaar een opera afkomstig uit de Veerensmederij in Amersfoort.
Feest neemt je mee in de vele spanningen die rondzweven op de ‘surprise party’ van familie Den Doolaerd, eigenaars van DENDOO, een chique restaurantketen met vestigingen in New York, Reykjavik en Amersfoort. Hoewel het feestje op het eerste gezicht lijkt op een gemoedelijk en relaxt diner, wordt gedurende het stuk steeds duidelijker hoe verschillend de familieleden zijn en het brede scala aan emoties dat daarbij aan het daglicht komt. Met haar vele nuances doet deze opera aanspraak op je inlevingsvermogen en kom je erachter dat niemand echt slechte bedoelingen heeft, maar dat puur menselijke reacties wel slechte gevolgen kunnen hebben.

De compositie
Met haar kleine set begeleidende muzikanten, een strijkkwartet, pianola en een percussionist, is het een stuk dat prikkelt en je aan het denken zet. De gedachten en emoties van de verschillende karakters in Feest worden heel tastbaar gemaakt en genuanceerd door de compositie van Niek Idelenburg.
Niek Idelenburg: ” Ik hou van het contrast dat je als speler/zanger echt een lul van een vent kan spelen, maar toch ook een bepaalde sympathie hebt. Peter den Doolaerd (gespeeld door Marcel van Dieren) is de motor van het stuk. Je kunt hem als zelfingenomen slechterik zien. Maar als je nu en dan teruggaat in de emoties kun je ook sympathie krijgen voor zo iemand. Dan kun je nog zo’n boeman zijn, maar dankzij de muziek krijg je ook een diepere laag. En dat vind ik interessant om naar te kijken bij het maken van een compositie.”

De muziek neemt je mee naar een psychologische onderlaag van het karakter, dat draagt enorm bij aan de kracht van het stuk. Je gebruikt de muziek dus om verschillende perspectieven op de personages te geven?
Niek: “Inderdaad. En dat is ook een trucje van Stravinsky. Hij was van mening dat wanneer je wilt dat je een orkest een stuk speelt met veel inleving, dat je dan moet je zorgen dat iedereen mooie of leuke noten heeft te spelen. Hij wil soms stukken voor vier of vijf fagotten in het orkest, en dan denk je: die vijfde fagot, wat zal die dan nog te doen hebben? Maar die heeft dan alsnog hele gave noten. Iedereen wil dat dan graag spelen. Dat is mijn gedachte: ‘de zangers moeten allemaal echt een mooi stuk hebben om te zingen, waardoor ze van hun karakter gaan houden’. Tegelijk staan die noten zelf ook voor dat karakter. Dat is ook wat ik in de instrumentatie heb gezocht. Het zijn op zich maar weinig instrumenten, maar daarbinnen is alsnog veel mogelijk. Het is soms alleen maar piano of vibrafoon. En zo’n strijkkwartet vind ik ook heel erg fijn, dat mixt qua klank heel makkelijk met stemmen, én met strijkers kun je allerlei speelmanieren hanteren. Dit is de eerste keer dat ik voor een strijkkwartet heb gecomponeerd, en ik vind het echt heel dankbaar om te doen.”

Bezetting
Bepaal je de bezetting zelf voor een opera als je de compositie maakt?
Niek:“ Nu wel, maar soms werk je ook samen met een ander ensemble. Dan kun je in overleg kijken wat de meest gewenste bezetting is. Wij werken bijvoorbeeld vaak met het Jong Nederlands Blazers Ensemble. Dat bestaat uit tien spelers, maar ook dan kun je kiezen voor een bepaalde variant van een instrument. Als er bijvoorbeeld een hobo is, kun je kiezen voor een althobo. Dat geeft meteen een heel andere klank en kleur. Of als altsaxofonist kun je misschien ook tenor- of baritonsaxofoon spelen. Daarmee heb je behoorlijk veel keuzevrijheid, mits de instrumenten beschikbaar zijn en de spelers ze kunnen bespelen.
Soms kun je binnen een bestaand ensemble de klank enorm verrijken door één instrument toe te voegen. Een harp in een blaasensemble kan bijvoorbeeld echt heel verrijkend zijn. Dat gaat natuurlijk in overleg en je moet goed kijken naar wat wel en niet bij elkaar past.
Ik heb zelfs weleens om die reden juist níet met een ensemble gewerkt. Het was op zich een heel tof ensemble, maar ze hadden van ieder instrument maar één speler. Ik werd uitgenodigd om eens te komen luisteren. Ik hoorde allerlei verschillende instrumenten, maar het klonk nergens echt als een geheel. Toen suggereerde ik: kunnen jullie niet in ieder geval één instrumentengroep uitbreiden? Bijvoorbeeld een saxofoonkwartet in plaats van één saxofonist. Dat wilden ze niet. Als je allemaal losse solisten bij elkaar zet, gaat het nooit echt goed als ensemble klinken. Op het moment dat één instrumentengroep compleet is, wordt het geheel meteen veel rijker. Dat is dus ook wat ik met dat strijkkwartet heb gedaan.”
Heb je deze bezetting ook echt vanuit die hoek gekozen? Om het zo goed mogelijk samen te laten klinken?
Niek:” Ja, waarbij dan de slagwerker natuurlijk wel de vreemde eend is. Maar ik vind dat een marimba heel goed past binnen die strijkers. Je hebt dan wel de houtklank, en met lange akkoorden van de vibrafoon is de percussie in deze opzet een soort van extra ingrediënt in het menu en dat is gewoon lekker. Dat houdt de muziek ook afwisselend.”

Je gaf aan dat je moeite had om te beginnen aan de compositie. Was dat meer dan bij andere composities, en wat waren de verschillen daarin?
“Het is niet makkelijk om te beslissen wat het uitgangspunt wordt en waar je dan gaat beginnen. Daarom ben ik eerst begonnen met wat schetsen te maken waar ik aan dacht bij deze situaties, en op basis van die schetsen heb ik een overallbeeld gecreëerd voor mezelf. Daarmee kon ik makkelijk voor me zien hoe ik een boog kon gaan trekken met het kleine beetje materiaal dat ik had, en dat ben ik vervolgens per scene gaan invullen. Ik houd daarbij onder andere wel in mijn hoofd dat het niet allemaal losse liedjes worden. Een operacompositie maken vergelijk ik soms met een boek schrijven. Een vraag die daarbij vaak gesteld wordt is ‘Wat wordt je eerste zin, en waarom?’ Er worden heel veel boeken besproken op de eerste zin, en het grappige is dat componisten juist heel vaak een ouverture als laatste schrijven op basis van wat je dan al hebt gemaakt.”
Voorspel
Heb je bij Feest dan ook de ouverture als laatste geschreven?
“Er zit hier niet echt een ouverture in, ook omdat de setting anders is dan gebruikelijk en we aanvankelijk bedacht hadden dat het publiek in het begin ook mee zou zingen. Daarom heb ik een vrij eenvoudige canon gemaakt, maar we merkten dat mensen het wel leuk vinden om iets mee te bewegen, maar dat meezingen dan net een tandje te veel was. Dat hebben we dus los gelaten, maar de canon is gebleven. Eigenlijk is dat ook wel leuk, want het geeft de voorstelling een beetje een knullige sfeer, en daarna wordt het echt serieus. Uiteindelijk is er dan wel een ‘ouverture’, voor zover je daarvan kan spreken, en die heb ik wel vrij laat gemaakt.”
Ik vind canons schrijven sowieso heel leuk; die canon tussen Peter, Gunnar en Sacha, dat is voor mij ook een beetje een Bach-fuga. Tijdens het repeteren merkte ik dat die canon echt wel iets toevoegt, iets smeuïgs, wanneer hij lekker op tempo gezongen wordt.”
Is dat ook wat je in gedachten had toen je het aan het schrijven was?
“Ja. Hahaha, tof. Aanvankelijk stond er in de tekst dat iedereen apart een couplet zou hebben. Toen ik dat zag dacht ik gelijk: nee, dat moet een fuga worden waarin iedereen door elkaar zingt. Componisten als Mozart en Rossini zijn daar natuurlijk meesters in, maar ik dacht ook aan Bach, want mijn achtergrond zit in de barok.”

Zou je zeggen dat het schrijven van een compositie een heel persoonlijk proces is? Op welke manieren kun je naar muziek van jou kijken en zeggen: “ja, dit is écht Niek”?
Ik vind het ook heel leuk om muziek van iemand anders te arrangeren. Dat zegt veel over hoe ik zelf muziek schrijf. Ik heb bijvoorbeeld het derde Brandenburgse Concert van Bach voor blazersensemble gearrangeerd. Het is geweldig om bestaande muziek in een totaal andere context te plaatsen, zodat die met dezelfde noten toch iets nieuws wordt.
Ik heb ook eens een operaatje gemaakt op basis van Mussorgsky’s Schilderijententoonstelling. Dat soort dingen vind ik heel leuk: met bestaand materiaal iets nieuws creëren. En als iets uiteindelijk goed lukt, kan ik daar echt achter mijn computer van zitten juichen. Bijvoorbeeld bij een sfeerovergang. In Feest begint de tweede akte als een soort ‘cooljazz’-stuk, met een nachtclubsfeer, die steeds dreigender en heftiger moet worden. Ik wist waar het naartoe moest, maar zocht naar een natuurlijke overgang. Uiteindelijk laat ik de cello al snellere noten spelen terwijl de anderen nog legato doorgaan. Zo ontstaat geleidelijk het snelle stuk, terwijl de dreiging van wat er in het verhaal gaat gebeuren al voelbaar wordt. Zo wordt er met de compositie een illustratieve onderlaag gecreëerd, waardoor je als toeschouwer emotioneel veel meer meeleeft met het verhaal. “
Tot slot: Holland Opera maakt regelmatig kinderopera’s. Wat voor doelgroep had je in gedachten bij het schrijven van deze compositie?
“Ik maak vooral wat ik zelf leuk vind, en vaak betekent dat dat er naast modern klassieke muziek ook rock-achtige stukken tussen zitten. Wanneer de klassieke instrumenten een beetje gaan rocken vind ik dat echt tof, en vooral de enorme tegenstellingen tussen klassieke passages en rock vind ik leuk. En ik merk dat een wat jonger publiek dat ook fijn vindt, maar ik denk eigenlijk dat de meeste mensen dat stiekem wel leuk vinden. Dus ik heb op zich niet een heel jong publiek in mijn hoofd gehad, maar ik schrijf wel op een manier die voor veel mensen toegankelijk is. We spelen naast 16 voorstellingen voor volwassenen ook een aantal voorstellingen voor middelbare scholen en beroepsopleidingen. Ik ben heel benieuwd hoe die op de opera gaan reageren.”

Feest loopt van 11 tm 4 oktober in de Veerensmederij in Amersfoort.
Marcel van Dieren zingt de rol van Peter den Doolaerd , zijn schoonzus Anna den Doolaerd-Gunnarsdottir wordt vertolkt door Björk Nielsdotti. Verder in de cast Fee Suzanne de Ruiter, Koen Masteling, Veronika Akhmetchina en Tom Jansen: bariton. Met het Flare Quartet en een vocaal ensemble.
Place de l’Opera doet tweeledig verslag van de voorstelling met onze vaste Holland Opera recensent Peter Franken en nieuwkomer Naäma Adriaans, aankomend operamaker en gast recensent.