Prachtige zang in verminkte Rosenkavalier
Er bleek veel geschrapt in de productie die Opera Spanga op donderdag 23 juli presenteerde van Der Rosenkavalier. In de tot theater omgebouwde boerenschuur, in het midden van het Friese platteland, ontbrak een orkest zoals Richard Strauss voor zich zag toen hij de ‘Komödie für Musik’ componeerde op tekst van Hugo von Hofmannsthal. Een orkest dat volstrekt niet zou passen in de beperkte ruimte tussen het publiek op hoogoplopende tribunes. Een instrumentaal ensemble in een arrangement zou passend zijn geweest. Maar muzikaal leider Tjalling Wijnstra en regisseuse Corina van Eijk kozen er voor om een electronisch arrangement te laten maken door componist Floris van Bergeijk. Hij was eerder met aanpassingen betrokken bij vorige producties.

In de ‘orkestbak’ dus geen akoestische instrumenten maar vier synthesizers. Tezamen maakten zijn een waterig, dun en galmend geluid waarin de kleuren die Strauss in zijn partituur ontwikkelde, nauwelijks tot uitdrukking kwamen. Als dit een ‘komedie voor muziek’ moet zijn dan verwacht ik een optimale vertolking van zo’n partituur. De geproduceerde klanken begonnen mij echter steeds meer te irriteren. Er valt dus niks te zeggen over de waarde van dit onderdeel in de Rosenkavalier-productie, ondanks de virtuoze vingervlugheid van de vier spelers die ik vanuit mijn plek mooi kon overzien.
Mooi toneelbeeld
Het is knap hoe Opera Spanga telkens een uitstekende visuele verbeelding weet te creëren in de beperkte ruimte. Pieter van Rooij had een mooi breed toneelbeeld ontworpen. In het eerste bedrijf vormde een kloek bed op het linkerplateau de speelplaats voor de rollebollende Marschallin en haar speelpop Octavian. Ook een flinke bank stond klaar voor de gelieven om hun spel bij het ontbijt voort te zetten. En er was nog genoeg ruimte om de baron Von Lerchenau een potsierlijke entrée te laten maken.
Voor de tweede acte was de ruimte omgebouwd tot een smaakvol interieur van huize Von Faninal. De nogal gecompliceerde enscenering die het derde bedrijf vergt met verstoppunten om Lerchnau schrik aan te jagen in de louche herberg, zag er perfect uit. De productie is dus alleszins de moeite waarde om te bekijken. Mede door de slimme achterwand portretten. In het eerste bedrijf schilderijen van de barokke voorouders van de Marschallin en van haar echtgenoot, de afwezige, maar dus toekijkende Maarschalk.

In het tweede bedrijf kleurden schilderijen in de stijl van Gustav Klimt de wanden, want, in Van Eijks visie is Von Faninal een man van alle tijden en de familie is van nu. Mooie combinatie, want Klimt was even befaamd als tijdgenoot Strauss. De herberg waar Von Lerchenau zijn afspraakje heeft met het kamermeisje Mariandl, zag er bedompt uit.
Heftige seks
In zijn interview met Corina van Eijk* merkte Bo van der Meulen naar aanleiding van de trailer op dat het spel tussen de Marschallin en Octavian wel ‘heel fysiek, heel seksueel’ oogde. ‘Heel erg, ja, het gaat de hele tijd over seks, toch, of niet?’ reageerde Van Eijk snedig. Het grote bed kreunde nog net niet onder de heftige acties, zowel onder een enorm laken als er boven, waarna Octavian er flink er tegen aan ging bij de boudoirstoel. Niks van de keurig ogende scènes (met precieuze ontboezemingen ‘Bichette’ en ‘Quinquin’) die in doorsnee operahuizen worden vertoond. Het meisje Resi (Mari Therese) in de Marschallin is vol energie. Bovendien vertolkt door een jonge sopraan, Merlijn Runia, gezegend met een mooi, helder geluid dat het goed deed in de rappe teksten tussen haar en Octavian. De stevig ogende en krachtig zingende mezzo Itzel Medecigo was een echte aanjaagster in het vocaal-erotisch spel.

De inkleuring van de nog vitale Resi schiep een prachtig contrast met de beroemde scène waarin zij door de kapper een coiffure krijgt die haar ‘oud’ maakt zoals zij zingt. Van Eijk heeft de kapscène overigens weggemoffeld achter een scherm, net zoals zij de hele opwinding van het morgenritueel heeft gereduceerd. Geen klagende wezen, geen handelaren, zelfs de Italiaanse tenor is vervangen door een antieke luidspreker die een plaat afdraait met de aria ‘Di rigori’, aangezet door de kapper!
Sterke regie
De regie richt de volle aandacht op de intense terugblik waarin de Marschallin haar eigen verleden bemediteert: ‘Kann mich auch ein Mädel erinnern…’ Hartroerend gezongen door Merlijn Runia, nu gekleed in een sjieke achttiende eeuwse japon, op en top Marschallin. In een sterke regie die zijn vervolg kreeg in de vocaal kleurrijke ontboezeming over het verlopen van de tijd. Ook hier een topprestatie van Merlijn Runia.

Haar tegenspeler is Octavian graaf Rofrano. Itzel Medecigo is overtuigend in haar spel als oversekste jongeman en in de vermomming als Mariandl. De regie behandelt Octavian in de mannenrol als een slungel. Bijna ongeïnteresseerd is hij in de toch belangrijke aanbieding van de zilveren roos. Het stak scherp af bij de levendige reacties van Sophie. Zij heeft zelfs de adellijke achtergrond van Rofrano nagetrokken, en wekt de indruk onder zijn bekoring te geraken.

Open doekje
Regisseuse Van Eijk heeft haar twijfels over de echtheid van de liefde bij Octavian, waartoe de tekst aanleiding geeft tijdens het intieme tweegesprek in de tweede acte. Sophie daarentegen vindt zich veilig in zijn armen. ‘Ich möchte mich bei ihm verstecken’ zong sopraan Erin Selin met een verzaligd lyrische expressie. Een vocaal ontroerende scène die terecht met daverend applaus werd beloond, de enige publieke onderbreking tijdens de voorstelling.
De joviaal acterende en zingende David Visser deed in zijn seksuele handelingen niet onder voor graaf Octavian.Met een volle, luidkeelse stem zette Visser de toon voor een soort operette. Hij beende als een olifant door de porseleinkast in de scènes ten huize van de heer Von Faninal (Jitze van der Land). De regie voerde de satire rond hem naar een hoogtepunt in de herberg. Ook hier was de beginscene weggesneden, en zette Mariandl gelijk de toon met ‘Nein, nein, ich trink kein Wein’. Ook de scènes met ‘papa, papa’ roepende kinderen en een pak demonstrerend volk was geschrapt. Niet erg.

Horkerige Octavian
Wel verwerpelijk dat in de slofase het beroemde terzet van de drie sopranen en het duet tussen Octavian en Sophie waren geschrapt. Van Eijk gelooft niet in de liefde tussen die twee. Daar zit wat in, getuige de horkerige houding van Octavian als de Marschallin hem dwingt over te stappen naar een relatie met Sophie. Zoals hij bijna onbeschoft zingt: ‘Eh bien, hat Sie kein freundliches Wort für mich?’ Niet Sophie maar hij had haar lief moeten aanspreken. Maar Strauss en Von Hofmannsthal hadden er blijkbaar toch fiducie in dat het goed zou komen, en creëerden een magisch slot. Bij Van Eijk nam de Marschallin een vertwijfelde Sophie bij de hand. Zij verlieten het podium, Octavian gedesillusioneerd achterlatend, terwijl de synthesizers het muzikaal slotje van de opera speelden. Uiteraard ook geschrapt het negerjongetje dat tijdens dat muziekje het zakdoekje van Sophie komt zoeken.

Verminkt
‘Der Rosenkavalier’ is in deze productie, met gesproken gedeeltes, meer een satirische musical dan een opera- comedie. Op het vocale vlak zijn er prachtige opera-stemmen geëngageerd. Mijn conclusie is dat deze productie een artistieke doodzonde moet worden genoemd , vanwege het schappen van het instrumentaal ensemble en van de vocale hoogtepunten aan het einde. Spanga biedt een verminkte ‘Rosenkavalier’ met vocale schoonheden. Ook in de kleine partijen: Koen Masteling in verschillende rollen, evenals Vanessa Guinadi en Filips Krauklis.
Er zijn og acht voorstellingen tot en met 13 augustus.
Verder kijken, luisteren en lezen
Teaser Der RosenKavalier door Opera Spanga.
Langere trailer Der Rosenkavalier
*Interview met Corina van Eijk
Der Rosenkavalier bij De Nationale Opera in 2023 besproken door Franz Straatman.