Eerste CD’s van complete liederen Joseph Marx
Neil van der Linden bespreekt de eerste twee Cd’s van een project van alle liederen van Joseph Marx.

Joseph Rupert Rudolf Marx was een in zijn tijd bekende Oostenrijkse componist, gewaardeerd conservatoriumdocent en gerespecteerde muziekcriticus. Grasduinend op Spotify kom ik een zwoele Herbstsymphonie tegen, uit 1921, opgenomen door het onvolprezen CPO, en ergens lees ik dat Jorge Bolet erg gesteld was op zijn eerste pianoconcert uit 1919, het Romantisches Klavierkonzert, vanwege de uitdagingen van de veeleisende solopartij. Maar als componist was hij vooral geliefd vanwege zijn 150 liederen, de meeste voor zang en piano, en een paar voor zang met orkestbegeleiding. Weetje: hij was de eerste Westerse componist die door Atatürk werd uitgenodigd om naar het nieuwe Turkije te komen; hij reisde er verschillende keren heen en adviseerde bij het opzetten van conservatoria en een systeem van concertzalen in Turkije.
Maar de liederen dus. Samen met sopraan Katharine Dain en tenor Mitch Raemaekers, is pianist Reinild Mees begonnen aan een serie CD-opnamen van alle liederen van Marx.

Marx was een kind van zijn tijd, dat wil zeggen een enigszins behoudend kind. Het staat vast dat hij de term ‘atonaal’ heeft uitgevonden, en/of voor het eerst in het openbaar bezigde; dat was in 1907. Maar zelf bleef hij weg van de opkomende avant-garde van zijn tijd. Hij bleef in de buurt van Richard Strauss, je hoort nog wat Hugo Wolf terug, maar hij ging ook richting Zemlinsky en Schreker, met soms vlagen sensualiteit als van Debussy of Ravel; Jugendstil, tot aan Expressionisme, en in liederen als ‘Herbstabend’ of ‘Peregrina V’ hoor je de vroege Tweede Weense School eraan komen, toen men daar de grenzen van tonaliteit begon te verkennen, maar tot daar en niet verder.

Tijdens zijn leven zijn 101 van zijn liederen gepubliceerd. De Joseph-Marx-Gesellschaft, waarmee Reinild Mees samenwerkte, heeft inmiddels nog 55 niet eerder gepubliceerde liederen uitgegeven, waarvan er op deze CD 19 staan. De resulterende twee eerste CD’s, van bij elkaar net geen twee uur, bevatten 51 liederen. Marx hield van kort. Maar hij hield ook van bondig; veel van de liederen zijn kleine wondertjes.

Sommige van de teksten zijn van bekende dichters als Mörike, Dehmel, Novalis, Keller, Rilke, Bethge, Hesse. Er zijn twee teksten bij van vrouwen, Thekla Lingen en Ella Triebnigg, bekende personages in het Duitstalige literaire leven. Maar er zijn ook minder bekende dichters bij, deels uit Marx’ vriendenkring.
Romantische sprookejswereld
In Marx’ liederen waren er geen dode kinderen, was er geen zwaarmoedig levensgevoel en ondraaglijk leed, geen dichters’ doodsstrijd. Maar ook geen sprookjeswereld uit de Romantiek. Wel soms fraaie melancholie, zoals in de door Dain gezongen ‘Windräder’, of sensuele eruptie zoals in ‘Schönheit’, waarin Raemaekers een frappante hoogte bereikt. En ‘Sancta Maria’** is geen jubelende lofzang, maar meer een smeekbede zoals van Desdemona of Elisabeth, hier hartverscheurend gezongen door Katharine Dain. Haar kende ik al van Le nozze di Figaro bij het Orkest van de XVIIIe Eeuw*, maar vooral ook van het indrukwekkende unde imber et ignes voor sopraan en orkest van Rick van Veldhuizen.
In ‘Gott’ deed de componist er nog een schep bovenop, het is bijna een vervloeking, zwaar dramatisch vertolkt door Dain. Beide religieus getinte sopraan-liederen eindigen ook verrassend snel. Wie wil vergelijken wat Marx vervolgens met deels hetzelfde materiaal deed, moet op de aan Marx gewijde Chandos-CD luisteren naar ‘Herbstchor an Pan’, waarin hij motieven uit ‘Sancta Maria’ verwerkt tot een grootschalig werk voor sopraan, tenor, bas, jongenskoor, groot gemengd koor en groot symfonieorkest, waarin je hoort dat hij in 1911 stilistisch in elk geval wel zover was gekomen als Schönberg in de Gurrelieder, maar dan inclusief de aanvullingen die Schönberg had toegevoegd in de versie uit 1911.

‘Marienlied’ voor tenor is minder dramatisch dan de twee genoemde sopraan-liederen met religieuze connotaties. Is Mitch Raemaekers’ stem een beetje Fritz Wunderlich-achtig? Dat zou een aanwinst zijn. Hij heeft gezongen in producties van De Nationale Opera, de Reisopera en Opera Zuid, die ik heb gemist. Hij heeft ook al José in Carmen bij de Schwetzinger SWR Festspiele gezongen, maar het lijkt mij dat hij op korte termijn ook in Rameau- en Mozart-opera’s kan staan.
Het tenor-lied ‘Piemontesisches Volkslied’ is, anders dan de naam zou kunnen doen vermoeden, geen levenslustige aangelegenheid, maar tamelijk dramatisch getoonzet. En idem dito is ‘Lob des Frühlings’ zwaarder dan de titel zou kunnen suggereren.

Bij twee van de door sopraan gezongen liederen staat een extra instrument voorgeschreven. In ‘Durch Einsamkeiten’ zit een door Gijs Kramer, van onder meer het Ruysdael kwartet, gespeelde altvioolpartij, in ‘Du bist der Garten’ een vioolpartij, vertolkt door Joris van Rijn, de concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest. Beide liederen, uit 1911, gaan ook tamelijk ver in tonaliteiten, en de twee strijkinstrumenten omspelen de sopraanpartijen in elk van de twee liederen met ultra-chromatische notenguirlandes, zonder dat het resultaat dan vervolgens ronduit ‘atonaal’ wordt. Deze twee liederen zijn onderdeel van een cyclus van vier waarmee Marx het eerste deel van zijn lied-oeuvre besloot.
Eerdere opnames
Op een aan Marx gewijde CD van Angelika Kirchschlager is ‘Verklärtes Jahr’ uit het begin jaren de dertig te horen, waarin je de laat-tonale Alban Berg zou kunnen terughoren, maar wel ook weer op Marx’ hyper-romantische, hyper-sensuele wijze, met een vleug Ravel. Die hebben we ook van Reinild Mees’ team tegoed.

Elly Ameling heeft ook Marx gezongen, op een CD met een opvallend ingetogen, langzame versie van ‘Hat dich die Liebe berührt’. Van ‘Selige Nacht’ bestaan uitvoeringen met Arleen Auger en Renée Fleming. Chandos bracht een CD met uit orkestrale liederen onder Jiří Bělohlávek, met Christine Brewer in de sopraan-liederen. Ook Naxos heeft liederen van Marx uitgebracht. Zo was er dus toch wel al het een en ander.
Maar aandacht voor alle liederen blijkt uitermate welkom. En wat betreft de liederen met pianobegeleiding is er dus genoeg materiaal voor nog twee dubbel-CDs.
Vergetelheid
Naar verluidt zou Marx na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid zijn geraakt om twee redenen. De eerste was dat hij was doorgegaan met componeren in een stijl die niet meer in de mode was; maar dat gold voor Richard Strauss ook, en zoveel Fransen en Engelsen, en wie al niet. De tweede reden was dat hij was doorgegaan met componeren onder de Nazi’s; maar dat zou dan ook moeten gelden voor Richard Strauss. En, anders dan Strauss, liet Marx zich geregeld negatief uit over het regime en zou hij ook Joodse collega’s hebben geholpen aan een betrekking in het buitenland, zodat ze konden emigreren. En Joodse studenten droegen hem op handen, sommigen van hen die waren gevlucht kwamen na de oorlog terug om hem nog eens eer te betuigen. Marx heeft zich nooit duidelijk pro-nazi of antisemitisch uitgelaten, en er is geen reden om hem in dit opzicht anders te behandelen dan Strauss.
De uitgave van alle liederen van Joseph Marx is een initiatief van de Stichting 20ste-eeuwse Lied, in samenwerking met Cobra Records en Piano’s Maene.
Verder luisteren en lezen
*Katherine Dain in Le nozze di Figaro
**Sancta Maria door Katherine Dain en Reinhild Mees.
Al in 2015 zong Katherine Dain liederen van Marx in het Concertgeboouw.