CD-recensiesFeatured

Sills schittert als krachtige Anna Bolena

Beverly Sills als Anna Bolena, je slaat er steil van achterover. In een opname van Donizetti’s opera uit 1972 geeft de Amerikaanse verbluffend krachtig gestalte aan de onfortuinlijke koningin. Met om haar heen een cast van de hoogste orde.

De Metropolitan Opera vangt zijn bioscoopseizoen op 15 oktober aan met een live-uitzending van Donizetti’s opera Anna Bolena. Wie zich van tevoren wil ‘inluisteren’, heeft aan deze opname onder leiding van Julius Rudel een hele goeie. Goede geluidskwaliteit, voortreffelijk orkest en zang om met volle teugen van te genieten.

Voorop staat voor mij Beverly Sills in de titelrol. In stem en interpretatie is ze van exceptionele klasse. Haar geluid is jong en fluweel en in alle registers van grote schoonheid. Haar immense bereik bestrijkt ze met een gemak alsof Donizetti’s deksels lastige partij een étude voor beginners is. En haar hoge noten spatten er met zo’n overtuiging uit dat ze je de rillingen bezorgen.

Daarbij is Sills’ vertolking veel meer dan het showen van een buitengewone stem. Ze bouwt haar karakter geweldig op. Waar ze in het begin nog delicaat en beheerst zingt en vooral introvert verdriet in haar zang laat doorklinken, daar giert aan het einde het drama door haar stem. In de slotscène geeft ze de opera met onnavolgbare zang een hartverscheurend einde.

Een andere befaamde zangeres, Shirley Verrett, zingt de partij van Giovanna Seymour. Ze pakt fors en heftig uit, waardoor haar uitspraak er nog wel eens bij inschiet, maar bij vlagen toont ze ook een grote flexibiliteit en subtiliteit in haar stem. En dramatisch is ze zeker. Vooral haar confrontatie met Anna aan het begin van de tweede akte (waarin ze er ‘even’ een keihoge noot uit kegelt) zindert van de spanning.

Paul Plishka is een Enrico met koninklijke autoriteit en een stevige portie agressie, terwijl Robert Lloyd als Lord Rochefort een vriendelijker bas laat horen. Stuart Burrows (Percy) vind ik bij tijd en wijlen te moeizaam klinken en zijn ronde, elegante tenor steekt soms te net af tegen het dramatische geweld van de anderen. Niettemin zingt ook hij bekoorlijke passages, bijvoorbeeld als hij met veel emotie zijn liefde verklaart tegenover Anna.

Julius Rudel leidt het Londen Symphony Orchestra op lenige, vrije wijze door de partituur van Donizetti. Er zit veel dynamiek en vaart in zijn interpretatie. De emoties kunnen ongeremd vloeien.

Ook het John Alldis Choir levert een onberispelijke prestatie. Tel daar de schitterende ensembles van de solisten bij op en je hebt een opera én opname om van te smullen.

De Brilliant Classics-opname van Anna Bolena is voor € 12,99 te verkrijgen bij klassiekshop.nl. De uitgave bevat drie cd’s en een boekje met toelichting van William Ashbrook. Het Italiaanse libretto is op de website van het label te downloaden, helaas niet helemaal compleet en zonder vertaling.

Vorig artikel

Opera's De Munt gratis online beschikbaar

Volgend artikel

Twee Maagden over Deckers Elektra

De auteur

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman

Jordi Kooiman is journalist en muziekliefhebber. Hij richtte in januari 2009 Place de l'Opera op en leidt sindsdien het magazine.

17Reacties

  1. Steven SURDÈL
    3 oktober 2011 at 18:47

    Inderdaad, dit is zonder meer een mooie opname. Maar ook al is het een kwestie van smaak: hij kan voor mij toch niet tippen aan de live-opname met Maria Callas en Giulietta Simionato (Milaan, La Scala, april 1957, op diverse labels met Verona als beste). En wie zich niet alleen wil inluisteren maar ook nog inkijken, die neme de DVD met Dimitra Theodossiou en Sofia Solovyi op het Italiaanse label Dynamic.

  2. Basia Jaworski
    3 oktober 2011 at 20:52

    @Steven – ja…. Callas …..
    Natuurlijk. De legende. De tragedienne. La Divina.
    En toch prefereer ik Beverly Sills!
    Zij heeft ze alle drie de Koninginnen opgenomen, en HOE!
    Maar ja, zij was een Amerikaanse, hè en daar houden de meeste Europeanen niet van. Weten zij veel dat ook Callas een Amerikaanse was?
    Op VAI is ooit een “Roberto Devereux” met haar uitgebracht. Gezien? Het is alsof je naar Bette Davis kijkt en dan de stem! Zo, zo zuiver en dan ook nog zo vol emoties!

  3. Steven SURDÈL
    3 oktober 2011 at 22:01

    “Maar ja, zij was een Amerikaanse, hè, en daar houden Europeanen niet van.”

    Wat moet ik nou met zo’n zure repliek, die ik bij iemand van uw statuur toch niet verwacht zou hebben. Alsof het mij wat kan schelen waar Beverly Sills vandaan kwam. Al in de jaren ’70 keek ik als het even kon naar de TV als haar naam in de gids opdoemde, want ze kon niet alleen mooi zingen, maar ook nog eens op een prettige, ietwat moederlijke manier over haar vak praten. En om dezelfde reden keek ik als jongetje tien jaar eerder ook naar Leonard Bernstein, die op een pretentieloze en ontspannen manier aan een concertzaal vol publiek uitlegde hoe bepaalde composities in elkaar zaten.

    En ja, ik ken haar opnamen van de koninginnen van Donizetti, maar dan op LP en niet op DVD. En dat ik in enkele gevallen dan toch de voorkeur geef aan Maria Callas (Anna Bolena, Lucia) en Montserrat Caballé (Lucrezia Borgia), dan komt dat simpelweg omdat hun stemmen mij van binnen meer raken. Een kwestie van smaak dus, en niet van nationaliteit; twee zaken waarover je zoals iedereen weet (behalve Geert Wilders cum suis) niet kunt twisten.

    En wat toch ook wel als bekend mag worden verondersteld: desgevraagd beschouwde Callas zichzelf eerder als een Griekse (of eerder nog een wereldburger) dan als een Amerikaanse. Maar ook dat laatste (‘minpunt’, om in uw stijl te blijven) was voor mij nooit een reden om haar goed of slecht te vinden. Zullen het daar dan maar bij houden?

  4. Basia Jaworski
    4 oktober 2011 at 08:56

    @Steven – het was niet persoonlijk bedoelt.
    In mijn (nogal lange) loopbaan heb ik de opmerking: “typisch Amerikaans” (het was – en is – altijd negatieg bedoeld) nogal vaak gehoord. Met betrekking tot Sills, tot Bernstein, tot de Amerikaanse componisten en schrijvers, alles eigenlijk.
    Over de persoonlijke smaak valt niet te redetwisten, gelukkig hebben we allemaal onze favorieten.

  5. Steven SURDÈL
    4 oktober 2011 at 09:42

    (voor Basia Jaworski)

    Ter controle van de Amerikaanse billekoek die ik van U kreeg, zocht ik op internet videofragmenten van Beverly Sills in de opera Roberto Devereux. En ik ben het graag met U eens: dit was acteer- en zangwerk van grote klasse. En nog een mooie enscenering bovendien, die ik alvast in bestelling doe bij Sinterklaas. Al blijf ik van mening dat de stem van Callas toch uit een rijker en aangrijpender arsenaal bestond waar het gekwelde en verstoten vrouwen betrof. Vandaar dat Sills mij (net als Caballé) eerder verbluft dan ontroert, terwijl ik bij Callas’ Medea en Violetta bijkans in tranen achterblijf. Maar nogmaals: het is wezenlijk een kwestie van persoonlijke smaak en gevoeligheid.

  6. Benjamin
    4 oktober 2011 at 12:17

    Steven Surdèl: ik heb doorgaans dezelfde reactie met Sills als u: ik vind het technisch knap wat ze doet, en vooral pyrotechnisch vaak verbluffend, maar dramatisch sleepte het me niet altijd mee. Misschien juist door alle extra’s die er tegenaan worden gegooid. Dat heeft niets te maken met nationaliteit (want er zijn zeker Amerikaanse zangers/zangeressen die ik wél dramatisch overtuigend vind), maar met hoe je een rol het liefst hoort, en misschien ook vooral hoe je de rol hebt leren kennen: eerste impressies laten vaak diepe sporen na in de beoordeling van later gehoorde interpretaties. Zo durf ik best te zeggen dat ik Freni’s prachtige, warme Tosca nog steeds liever hoor dan Callas’ interpretatie. Ik hoor best dat de stem van de laatste meer geschikt is voor de rol, dat Freni soms tot het uiterste moet gaan, en toch… Kun je allerlei waarde-oordelen op los laten, maar feit blijft dat iedereen precies weet (of vooral: voelt!) waarom hijzelf die ene interpretatie verkiest boven de andere. Da’s geen kwestie van gelijk hebben of gelijk krijgen. Het is simpelweg zo…

  7. Basia Jaworski
    4 oktober 2011 at 14:15

    @beste Benjamin – maar natuurlijk moet je genieten van wat _je zelf_ mooi vindt!
    De gustibus …… en GELUKKIG!
    Anders hadden we helemaal geen keus!
    In mijn vergelijkingen ben ik ook _heel erg_ subjectief, het kan ook niet anders.

    Maar nu ging het mij om totaal iets anders, je kan het in mijn antwoord aan Steven lezen.

    Hopelijk hebben we elkaar nu goed begrepen.

  8. Steven SURDÈL
    4 oktober 2011 at 15:38

    Voor de aardigheid een splijtende persiflage van de Europees/Amerikaanse meesteracteur Peter Ustinow, die de ouderwets-deftige houding van veel Britten tegenover de overstelpende macht van de Verenigde Staten als volgt verwoordde:

    “Oh yes, so I have heard. That young nephew over there, who seems to be doing rather well…”

  9. Steven SURDÈL
    7 oktober 2011 at 09:28

    Beste Benjamin,

    Wat Callas en Puccini betreft heb ik bij het luisteren altijd tweeslachtige gevoelens.
    Toegegeven: er is die door iedereen omhooggeprezen Tosca uit 1953, een goede Madama Butterfly uit 1955 en een al wat moeilijker liggende Manon Lescaut uit 1956, plus een Turandot die ze nooit had moeten opnemen. Maar ze blijven iets gekunstelds houden: zodra je bijvoorbeeld de live-opnames van Magda Olivero ernaast legt krijg je aangrijpende personages van vlees en bloed. En die mogen dan niet zo verzorgd klinken als de studioversies van Callas, maar ze raken alle snaren in je lijf, gelijk Mirella Freni in jouw geval.

    En wat Beverly Sills betreft (over wie we het hier tenslotte hebben) zou het wel eens heel illustratief kunnen zijn om haar Roberto Devereux te vergelijken met de live-opnames van Leyla Gencer en Montserrat Caballé van een paar jaar eerder. Maar daarvoor moet ik nog de zolder op.

  10. Hans van Verseveld
    10 oktober 2011 at 00:09

    Wat ben ik nou toch weer blij, dat tenslotte de naam van Leyla Gencer valt, want laten we eerlijk zijn, deze grote turkse sopraan zong in alle bovengenoemde opera’s dus ook de genoemde Puccini’s. Noch Freni, noch Callas, noch Sills, noch Olivero hadden de potentie om in al die opera’s en rol te vervullen. Overigens steek ik mijn grote bewondering voor deze zangeressen niet onder stoelen of banken.
    Gelukkig hoef ik niet de zolder op, want alle opnamen van Gencer in b.v. de z.g.Tudor-trilogie te weten 3 x Anna, 3 x Maria en 2 x Elisabeth staan gewoon binnen handbereik.

  11. Steven SURDÈL
    10 oktober 2011 at 17:42

    Wel, ik zou zeggen: dat maakt U dat U in een ideale positie verkeert om een vergelijking met de nobele dames van Sills te verwoorden – en nog mooier zou het zijn als die van Caballé daarbij ook ter hand kunnen worden genomen. Vooral omdat deze dames elk met een heel eigen klank gezegend waren/zijn.

    Auguri!

  12. Steven SURDÈL
    11 oktober 2011 at 09:40

    Na een bezoek op zolder geef ik alvast een eerste indruk van Donizetti’s Roberto Devereux, na het beluisteren van de eerste akte.

    Beverly Sills (studio, 1969): ‘all guns blazing’ en dus ontzagwekkend; kan met haar stem ook heel goed acteren.

    Leyla Gencer (live in Napels, San Carlo, 1965): prima sopraan maar erg stereotiep, treedt niet in het personage dat ze zingt; klinkt altijd hetzelfde, of ze nu Elisabeth zingt of Amneris in Verdi’s Aida.

    Montserrat Caballé (live in New York, Carnegie Hall, 1965): van alledrie zonder meer de meest subtiele, mijns inziens mooiste en tegelijk ook indrukwekkendste vertolking.
    Reeds bij haar opkomst is het gejuich op mijn oude MRF-LP’s niet van de lucht: het publiek herinnerde zich beslist nog haar sublieme optreden als Lucrezia Borgia, een paar maanden eerder in hetzelfde theater.

    Uiteraard ben ik zeer benieuwd of Mevr. Jaworski en Dhr. van Verseveld het hier al dan niet mee eens zijn.

  13. Steven SURDÈL
    11 oktober 2011 at 09:59

    Correctie: Leyla Gencer zong natuurlijk niet Amneris, maar Aida zelf.

  14. Hans van Verseveld
    13 oktober 2011 at 20:15

    …………..dat was even schrikken, Gencer als Amneris. Ik dacht even dat ik iets gemist had.

    Over de interpretatie van de diverse prima donna’s zijn pagina’s te vullen en zeker bij Caballé valt daar nogal eens iets op aan te merken. Het is allemaal wonderschoon gezongen, maar het ontbreekt soms wel aan vuur en spektakel in de stem. Sommige pianissimi zijn weergaloos, maar soms zijn ze ook onuitstaanbaar. In het begin van haar indrukwekkende carriere was ze beroemd om haar pianissimo en daar hoorde je de grote kunst, maar al zeer spoedig werden het kunstjes om iets te verbergen. Vooral in de fortepassages wordt het soms wel een beetje ordinair.

    La Diva Turka, Leyla Gencer is interpretatief altijd interessant en soms zelfs indrukwekkend te noemen, maar zeker niet ieders cup of tea. Behalve een paar aria’s in de studio heeft zij het haar hele carriere met liveopnamen moeten doen in een tijd dat die piraten nog met cassetterecordertjes op schoot in het theater zaten.
    Legendarisch is het verhaal van het ontbreken van de slotscène van haar Madama Butterfly uit Napels 1954(!) De dirigent, moest naderhand met het schaamrood op de kaken bekennen, dat hij een te korte band in de recorder had gestopt. De diva was furieus.

    Hoe dan ook, over smaak valt niet te twisten en we moeten blij zijn, dat er zoveel verschillende operaopnamen in omloop zijn en dat we in deze tijd van internet en digitale apparatuur kunnen beschikken over zoveel schoons.

  15. Steven SURDÈL
    14 oktober 2011 at 09:37

    (Dhr. van Verseveld)

    Ik ben het zeker eens met wat U de ‘maniertjes’ van Caballé noemt, en ik denk dat er in het algemeen heel wat artiesten zijn die hun meest aanstekelijke talenten op den duur op eenzelfde wijze gaan ‘uitmelken’ (bv. Harry Mulisch, Toon Hermans en later André van Duin). Je wordt dan steeds meer een cliché van jezelf, en dat is heel, heel jammer.
    Zelfs Maria Callas was er niet geheel vrij van, terwijl Caballé en Joan Sutherland er tegen het einde van de jaren ’70 zelfs het slachtoffer van werden, net als Cecilia Bartoli sinds een jaar of zes, zeven, met haar altijddurende, bijna smekende blik: ‘Ben ik niet koddig, zo?’ – en dat na die prachtige DVD’s van haar in Rossini’s Barbiere di Siviglia en La Cenerentola van een jaar of twintig geleden. En wat te denken van Pavarotti?
    Maar goed, de commerciële en publieke druk om iedere keer weer beter te zijn dan de vorige is natuurlijk moordend, en vanuit de zaal is het makkelijk kritiek te geven.

  16. Spen
    14 oktober 2011 at 13:56

    Dat Cecilia Bartoli soms koddig kijkt, is gewoon haar intense beleving van muziek! Ik zie dat juist als een grote pluspunt, maar ik snap dat sommige mensen het kan vervelen.

  17. Steven SURDÈL
    14 oktober 2011 at 16:54

    (Spen:) Helemaal mee eens , hoor. Het vloeit natuurlijk ook voort uit de komische libretti in de stijl van Goldoni, maar vroeger vond ik haar toch wat natuurlijk en ook veelzijdiger in haar expressie. En als ik moet kiezen tussen een sprankelende Bartoli en een tot ‘bitch’ opgeklopte Angela Gheorghiu, dan weet ik het wel.