BuitenlandFeaturedOperarecensie

Minder is meer in nieuwe Rigoletto Zürich

Minder is meer, zegt men wel. Dat blijkt in de nieuwe Rigoletto van het Opernhaus Zürich. Weinig tot geen rekwisieten en geen grote namen, maar wel een pure, precieze regievoering, die het verhaal in de kern treft. Tatjana Gürbaca bewijst dat ook vandaag het regietheater nog goed functioneren kan. Zelfs in het met sterren verwende Zürich.

Quinn Kelsey als Rigoletto (foto: Hans Jörg Michel / Opernhaus Zürich).

Recent kon men in de Zwitserse pers een interview lezen met Alexander Pereira, die na 21 jaar aan de top van het Opernhaus Zürich nu de Salzburger Festspiele leidt. Eén zin stond er zwart op wit: hij verklaarde dat het Duitse regietheater dood is, als een vorm van opera die niets meer te zeggen heeft.

Maar juist in Zürich levert Tatjana Gürbaca, net zo zwart en wit, meesterlijk bewijs dat Pereira zich vergist. En – dat is het goede nieuws – dat Andreas Homoki in zijn eerste seizoen als intendant in Zürich niet van zich laat horen met veel naakt en bewuste schandalen – zoals bij de Komische Oper in Berlijn vaak het geval was – maar met ‘handwerklich gutes Theater’, zoals hij het zelf zou zeggen.

Wie immers een opera als Rigoletto kan ensceneren met enkel een grote, witte tafel en een lege, zwarte ruimte, zonder dat het ook maar een seconde saai wordt, die begrijpt iets van zijn vak. Veel zelfs, als we het over de jonge Duitse regisseur Gürbaca hebben.

Van de renaissance van Mantua (mijn geboortestad, die vorig jaar door de aardbeving in Emilia enige schade leed) is in deze enscenering vrijwel niks overgebleven. Het decor van Klaus Grünberg toont zoals gezegd niets meer dan een tafel voor zo’n dertig mensen, te midden van het zwarte niets.

Zelfs de kostuums van Silke Willrett zorgen niet voor wat conventionele vreugde op het toneel: de mannen gaan gekleed in pak en de drie belangrijkste vrouwen (Gilda, Giovanna en Maddalena) zien eruit als trendy jonge vrouwen, zoals je ze in de disco zou kunnen tegenkomen.

Zo’n minimalisme en zo’n grote focus op de dramaturgische inhoud kan de indruk wekken van een steriele, intellectuele productie. Het tegendeel is echter waar. Gürbaca legt zich eenvoudig maar meesterlijk toe op de plot, neemt de aard en innerlijke motivatie van de karakters onder de loep, stelt de kern van het verhaal centraal en verbeeldt de opera in zijn essentie, met de preciesheid van een renaissancekunstenaar. Zo goed, dat je voor een keer ook zonder grote, barokke decorering kan.

Voor de zangers is het een vuurproef: scenisch hebben ze niets om zich achter te verbergen. Het gaat om pure interpretatiekunst; hun lichaamstaal en zang zijn hun enige uitdrukkingsmiddelen.

Aleksandra Kurzak als Gilda (foto: Hans Jörg Michel / Opernhaus Zürich).

Die proef doorstaan alle castleden met groot succes. Terwijl Pereira het Züricher publiek jarenlang met de grootste sterren verwende in een functionerende maar conventionele Rigoletto, bewijzen zich nu jonge, nog niet zo grote maar toch veel stralender talenten.

De Amerikaan Quinn Kelsey maakt zijn Europese debuut als Rigoletto. Vocaal onvermoeibaar, zingend met een rijpe, tabakkleurige, aangenaam ruwe bariton. En zijn vlekkeloze dictie en tekstuele precisie verdienen alle lof.

Een kwaliteit die ook de Albaniër Saimir Pirgu – onweerstaanbaar als arme student in gele, korte broek – niet ontbreekt. Zijn stem gaat van de zeer lichte kleuren van een falset naar zachte lyrische melismen, tot aan zeer hoge, knallende noten – een prachtige weergave van de onstabiele, onberekenbare natuur van de hertog.

Die muzikale ‘klik’ met het personage valt ook in de stem van Aleksandra Kurzak te horen. Zij zingt de vieve, meisjesachtige Gilda, die zich begeeft in een mannenwereld waarin ze zich enkel door zelfopoffering handhaven kan en die haar droom van onbelemmerde liefde tegen de grenzen van de realiteit kapot ziet breken.

In die realiteit komt de ferme Maddalena van Judith Schmid er beter vanaf. Met haar robuuste, solide en warme mezzosopraan vormt zij het vocale middelpunt, de dragende kracht in het beroemde kwartet in de derde akte.

Overtuigende bravo’s en net zoveel boe’s kreeg de eerstverantwoordelijke van deze geslaagde voorstelling, Tatjana Gürbaca, op de premièreavond. Bravo’s en een paar eenzame maar overtuigde boe’s was de oogst van Fabio Luisi, de Generalmusikdirektor, die kennelijk geen talent voor het plezieren van de massa heeft. Dat terwijl het orkest en mannenkoor van het huis mij en ieder ander met eersteklas spel imponeerden.

Zie voor informatie over Rigoletto en andere producties in Zürich de website van het Opernhaus Zürich.

Vorig artikel

Maak kennis met Hans Kox' Dorian Gray

Volgend artikel

Weense weemoed met Christianne Stotijn

De auteur

Alessandro Anghinoni

Alessandro Anghinoni

4Reacties

  1. olivier
    5 februari 2013 at 19:14

    Against Modern Opera Productions: “Third stupid Rigoletto at a big opera house within a few weeks.”

    http://www.facebook.com/photo.php?fbid=462052020528296&set=a.146387438761424.31223.146292958770872&type=1&theater

  2. alessandro
    6 februari 2013 at 10:19

    Hi olivier
    I am certainly not into absurd opera staging, and therefore I have to admit this production is all but “stupid”. If you could attend, I am sure you would share my opinion.

  3. olivier
    6 februari 2013 at 12:38

    Hi Alessandro, please allow me to answer with a link. I did not write it, but I could have written it, since I agree with every word!

    http://www.earlymusicworld.com/id44.html

  4. alessandro
    6 februari 2013 at 12:48

    Thank you, olivier – remembers me of waht Pereira stated. I undestand every word 🙂