Home » Featured, Operarecensie

Manacorda zwaait puike Zauberflöte

Amsterdam11 september 2018 2 reacties

Zauberflöte hier, Zauberflöte daar. Amsterdam en Brussel concurreren bij de opening van het seizoen met elkaar. Op 7 september liet De Nationale Opera het kapitaalkrachtiger en oudere publiek komen, nadat de jeugd tot 35 jaar enkele dagen eerder tegen afbraakprijzen de succesvolle productie van Simon McBurney had gevolgd. Met de voorstelling startte maestro Antonello Manacorda een imposante Mozartmarathon.

Stanislas de Barbeyrac als Tamino met fluitist Hanspeter Spannring. (© Michel Schnater)

Met twee totaal verschillende vocale bezettingen vullen de operahuizen in Amsterdam en Brussel hun voorstellingen van Mozarts één na laatste succeswerk. De Munt pocht in de voorpubliciteit dat het met Sabine Devieilhe “één van de beste Koninginnen van de Nacht van dit moment” op de planken zet. Dat maakt nieuwsgierig na in Amsterdam de virtuoze en glasheldere kukels te hebben gehoord van Nina Minasyan. Uitgedost als een stokoude vrouw in een rolstoel liet ze horen dat er niets mankeert aan haar ‘sternflammenden’ stembanden.

Ook verkreukeld als oude mannetjes waren de drie Knaben, steunend op een stok over het toneel strompelend. Een weinig smaakvolle verbeelding van regisseur McBurney als je de tragiek beseft van kinderen die veel te vroeg een verouderingsproces doormaken. Gelukkig zongen de anonieme zangertjes uit de Chorakademie Dortmund van onder hun spinragpruiken met allerheerlijkste stemmen.

Het trio van frivool uitgedoste Damen mocht wel met jeugdig elan hun pronte konten tonen bij de flauwgevallen Tamino. Het seksistisch trekje in de regie sloot goed aan bij de opvallend vrouwonvriendelijke passages in de tekst van librettist Schikaneder. Vocaal een puik Nederlands drietal van Judith van Wanroij, Rosanne van Sandwijk en Helena Rasker.

Individuele musici

Eén naam is opvallend dezelfde in de Amsterdamse en Brusselse Zauberflöten. Die van dirigent Antonello Manacorda. Hij reist in een ware Mozartmarathon heen en weer naar repetities en uitvoeringen. In Brussel moet hij echter tijdens drie voorstellingen de baton overdragen aan een assistent, want dan staat hij in Amsterdam.

Vanaf de eerste noot in de ouverture werden mijn oren geraakt door de stevige en rijke klank die Manacorda ontlokte aan de strijkers van het Nederlands Kamerorkest en de blazerssectie uit de NedPhO/NKO-combinatie. Met pittige accenten en veel nuancering in tempo en dynamiek bouwden dirigent en orkest een spannende onderlaag.

Scène uit Die Zauberflöte. (© Michel Schnater)

Optisch sloot het instrumentale deel aan bij het toneelbeeld, doordat de musici vrij hoog en oplopend naar het toneel zaten opgesteld, waarachter de speelvloer aansloot. McBurney betrok in enkele scènes individuele musici bij het spel, zoals fluitist Hanspeter Spannring, die zijn fluit overdroeg aan Tamino en later op het plankier zijn solo speelde. In scènes met Papageno werd de bespeler van het klokkenspel betrokken. De speelsheid in de verbeelding zette zich voort in de vogels die om Papageno fladderden; velletjes muziekpapier in de soepele vingers van een troepje figuranten.

Door die hoge positie klonk het orkest luider in de zaal dan gebruikelijk en dekte af en toe zangers af, zoals bij tenor Stanislas de Barbeyrac, die zich daarop enigszins forceerde. Onnodig, want zijn mooie en gevoelige stem klonk goed door. Fraai was zijn vertolking van ‘Dies Bildnis ist bezaubernd schön’, door Manacorda met subtiel orkestspel omgeven.

Opvallend waren Manacorda’s gematigde tempi, zoals in de hopsasa-aria van Papageno, ‘Der Vogelfänger bin ich ja’. Bariton Thomas Oliemans klonk eerder bedeesd dan uitdagend. Hij zong zijn rol, gekleed in een hippieachtig kostuum, voor de derde keer. De souplesse en het plezier straalden ervanaf.

CEO Sarastro

In de zorgvuldig uitgewerkte aria’s van de Koningin en in de befaamde ontboezeming ‘In diesen heil’gen Hallen’ van Sarastro streefde Manacorda naar een oprechte, niet clichématige expressie. De Russische bas Dimitry Ivashchenko – type CEO van een multinational, gestoken in een chique pak – zong zeer langzaam en statig, maar miste in het laagste register een diepe ondergrond.

Lilian Farahani als Papagena en Thomas Oliemans als Papageno. (© Michel Schnater)

Een fijne partij kwam uit de mond van de frêle sopraan Mari Eriksmoen als Pamina, gekleed in een fladderend wit jurkje. Haar ‘Ach, ich fühl’s, es ist verschwunden’ klonk als een zachte zucht van verdriet.

Voor haar komt het goed, en ook voor Papageno loopt de queeste naar een lief ‘Weibchen’ goed af. In het libretto mag alleen Papagena even een oude vrouw zijn. Onder de zwarte vermomming kwam een donkere schoonheid tevoorschijn in de persoon en stem van Lilian Farahani. Een massa vogeltjes omzwermde het paar in hun vermakelijke duet.

Alleen de arme Monostatos, dienaar en voetveeg van Sarastro, blijft met lege handen. Wolfgang Ablinger-Sperrhacke zong zijn liefdessores op intense wijze uit. Een prachtig zangersensemble, een kloek operakoor, een puik orkest en een spannende, geestige verbeelding bij DNO. Ik ga benieuwd naar de nieuwe productie van Romeo Castellucci in Brussel (vanaf 18 september).

Die Zauberflöte is nog tot en met 29 september te zien. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

door

Die Zauberflöte
W.A. Mozart

Uitgevoerd door: Nederlands Kamerorkest en Koor van De Nationale Opera onder leiding van Antonello Manacorda.
Solisten: Stanislas de Barbeyrac, Mari Eriksmoen, Dimitry Ivashchenko, Nina Minasyan, Thomas Oliemans, Lilian Farahani, Judith van Wanroij, Rosanne van Sandwijk, Helena Rasker e.a.
Regie: Simon McBurney.
Bezocht op 7 september 2018

2 reacties »

  • Stefan Caprasse zei:

    Zoals dhr. Straatmans kijk ik ook uit naar de komende Muntproduktie van ‘Die Zauberflöte’.
    Al hou ik ook een beetje mijn hart vast, want tot hiertoe zag ik van Castelucci enkel zijn ‘Parifal’-ook in de Munt- en op een paar ‘mooie plaatjes’ na, viel die me nogal (erg) tegen…

    Het zal zeker niet het levendige kleurrijke sprookje zijn, zoals (blijkbaar) in Amsterdam, eerder een heel persoonlijke filosofische (?) bevraging over het werk. Bovendien heeft Castelucci -terecht- zijn bedenkingen bij de persooncultus rond Sarastro (en bv zijn bezit van slaven). Hij wil ook het werk benaderen vanuit het standpunt van de Kônigin “en haar gekwetste moedergevoelens”.

    Heel negatieve bedenkingen rond Sarastro werden bv ook al gemaakt in de -visueel lelijke- produktie van de Vlaamse Opera…

    Verder creëert de bezetting in de Munt toch ook hoge verwachtingen.
    En na Sabine Devieille op een fantastische manier de 2de aria van de Königin te hebben horen vertolken op haar -hoogst interessante- CD over ‘The Weber Sisters’ lijkt me dit zeker ook iets om naar uit te kijken. Afwachten dus…

  • c.horsmeier zei:

    Ik ben woensdag naar opera geweest.Heb er erg van genoten vond deze beter dan de vorige Qua zang althans.
    Nu eens een echte operadirigent die de zangers liet zingen en niet het orkest op de voorgrond geen rare fratsen..
    Een openbaring de Tamino van Stanislas de Barbeyrac wat een stem mooi.

    Is er al iets bekend over de opvolger van Marc Albrecht??

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.