FeaturedOperarecensieRecensies

La petite Così: conventie als kracht

Een legitieme vraag van traditionalisten, zeker bij opera’s pre-1800: waarom zoveel moeite steken in historisch geïnformeerde instrumenten en speelwijzen als men het visuele aspect dikwijls tot in het absurde actualiseert? Regisseur Marie Kuijken probeert oor en oog beter te harmoniëren, waarvoor Così fan tutte zich perfect leent. In de wellicht meest ‘retorische’ Mozart-opera, continu tussen ernst en schertsende clichés zwevend, kunnen beproefde theatergebaren de muzikale ironie versterken.

Anaïs Merlin, (Fiordiligi), Johanna Reithmeier (Dorabella), Anthony Rivera (Guglielmo) en Nile Senatore (Ferrando) Foto: © Mario Guerra, La Petite Bande

Met deze Così vierde Marie’s vader Sigiswald Kuijken 11 december in het Concertgebouw het 50-jarig bestaan van zijn orkest La Petite Bande op passend maar niet grootse wijze, gezien een daadwerkelijk ‘petite’ arrangement van de partituur. Daarmee hinkte de uitvoering op twee benen want Mozart had bij zijn geraffineerde orkestbehandeling zeker geen strijkkwintet plus twee hoorns in gedachten. Samen met de gedurfd ‘ouderwetse’ regie bezorgde dit echter een unieke blik op het heerlijke werk.

Minimaal orkest, maximale respons

Toch even schrikken, de ouverture zonder klarinetten, die normaal ook het zussenduet zo romantisch kleuren, nadat Mozart ze bewust stilhoudt tijdens de weddenschap van Don Alfonso en de officieren. Dubbel werk hier voor de strijkers om ook de houtblazers recht te doen, aangezien de hoorns vooral trompetten en slagwerk vervingen. Gezeten in de bocht van het klavecimbel inspireerde Kuijken zijn musici zo dat ik me amper stoorde aan de reductie, destijds ‘in de provincie’ vast gangbare praktijk.

Het minimale orkest kreeg maximale respons in de kostumering van Marijke Sileghem. Alle ruches, veren en borduursels, de historische voorbeelden wat aandikkend, waren een lust voor het oog. Hele bloemperken torsten de dames op hun hoeden, passend bij de guirlande rond een schommeltje dat met een tafeltje de simpele setting vormde. Minder sfeervol oogde het gesjouw ermee in pauzes door een ‘lakei’ die met Sileghem en Marie Kuijken vanaf de podiumrand alles scherp observeerde.

Johanna Reithmeier in de rol van Dorabella en Anaïs Merlin als Fiordiligi beiden met een medaillon. Foto: © Mario Guerra, La Petite Bande.

Organisch

De grootste plus was echter de nauwe band tussen tekst, voordracht en gebaar, intensief uitgewerkt met de veelal jonge zangers. Spitsvondige details in Da Ponte’s libretto, in menige regie genegeerd, kregen spotlights, zowel in aria’s/ensembles als in de zwierig, maar discreet begeleide recitatieven. Als opmerkelijk troffen me de vrij korte vocale frasen in de openingen van diverse delen. Zo sloten de muzieknummers organisch aan op de recitatieven, zonder abrupte overgang naar volle operazang.

Voorbeelden aanstippen is lastig maar in het begin van akte twee deelde Despina, in grijs toch sexy uitgedost, tiara’s uit aan haar meesteressen, illustrerend dat vrouwen als vorstinnen moeten heersen over minnaars. Kort daarop verschenen de plots schuchtere mannen vastgebonden in bloemketens. ‘Amor lega le membra’ zegt Guglielmo immers. De vraag is of deze en talloze andere subtiliteiten hen bereikten die alleen snel de synopsis lazen over vrienden die vermomd elkaars verloofden verleiden.

Tekstgerichte zang

‘Ik mis de boventiteling’, ‘Ja, precies!’ ving ik in de pauze op. Het idee dat de tekstgerichte zang en gestiek dit overbodig maken, houdt geen rekening met de matige grip van de doorsnee Nederlander op het Italiaans, anders dan gegoede burgers in 18e-eeuws Wenen. De fijnproever met het libretto vers in het geheugen kon zich deze middag echter laven aan een ongeëvenaard rijk expressiepalet.

Johanna Reithmeier (Dorabella), Anaïs Merlin (Fiordiligi), Mayan Goldenfeld (Despina als notaris), staand Anthony Rivera (Guglielmo) en  Nile Senatore (Ferrando) Foto: © Mario Guerra, La Petite Bande

De solisten (het koor ontbrak) gaven elkaar geen duimbreed toe qua acteerwerk, maar puur vocaal verdienden Fiordiligi en Don Alfonso de zegepalm. Al is het maar omdat hun volumes de Grote Zaal moeiteloos vulden. Meer bariton dan bas, wat past bij Mozarts oudere adellijke types, hield Guillem Batllori als cynische filosoof met een autoritair en toch smeuïg timbre alle touwtjes strak in handen.

De cast

Rondborstige bariton Anthony Rivera klom van een ietwat mat Rivolgete, Mozarts eerste versie van Guglielmo’s bravourearia, naar tragikomische hoogten als ook zijn geliefde valt. Tenor Nile Senatore was een uitzonderlijk lyrische Ferrando, met minimaal vibrato en neigend naar falset in zijn eerste aria. Zijn bittere ‘Tradito, schernito’ klonk meer sotto voce dan als wanhoopskreet, een interessante keus. Gemiste inzetten van beiden in de hectische tweede finale verdienen een royale liefdesmantel.

Als dienstmeid Despina compenseerde Mayan Goldenfeld haar frêle sopraan met onweerstaanbare schalksheid. De allereerste Despina zong ook Cherubino, dus niet gek dat Goldenfeld soms donkerder klonk dan de Dorabella van Johanna Reithmeier. Een fraaie bakvisimpressie gaf deze vederlichte mezzo, weliswaar vocale grenzen naderend in haar parodie-aria, maar overtuigend frivool in haar tweede solo. Hier konden karaktervolle violen de sensuele houtblazers toch niet doen vergeten.

Anaïs Merlin, (Fiordiligi), Johanna Reithmeier (Dorabella) Mayan Goldenfeld (Despina als notaris,Nile Senatore (Ferrando) en Anthony Rivera (Guglielmo) Foto van voorstelling in Italië: © Mario Guerra, La Petite Bande

Een ander soort gemis was de hobo bij Fiordiligi’s ‘doe met me wat je wil’, zo’n typisch Mozartiaans kort moment van peilloze diepgang. Zowel in dit duet met Ferrando als in haar aria’s, de tweede gelukkig mét cruciale hoorns, toonde sopraan Anaïs Merlin in topvorm. Fiordiligi’s grote intervallen nam ze schijnbaar moeiteloos, ondertussen als pepernoten strooiend met trillers en variaties.

Ensembles

Anders dan verwacht trof ik in de vele ensembles niet mijn hoogtepunten, al liet het transparante ‘orkest’ wellicht kritischer toehoren. IJzersterk vond ik echter hoe de dunne draad tussen waarheid en farce nergens knapte. De zussen oogden in de eerste akte zo overdreven ontzet dat je hen van dubbelspel kon betichten. Met voorbarige rouwsluiers namen ze tenminste erg vlot afstand van hun oude verloofden. Tijdens de ontknoping stonden ze bijna letterlijk in hun hemd…

Anthony Rivera (Guglielmo),Johanna Reithmeier (Dorabella), Anaïs Merlin, (Fiordiligi) en Nile Senatore (Ferrando) Foto: © Mario Guerra, La Petite Bande

Het komediespel werd tot de laatste druppel uitgeknepen, met Despina’s dokter-vermomming als climax. Maar de aria Per pietà, vaak tragisch vertolkt in de geest van Beethoven die zich erdoor liet inspireren, behield bij alle ontroering toch een lichte toets. Meerduidigheid is het ware levensbloed van Così fan tutte, daarover liet deze bijzondere uitvoering geen enkele twijfel liet bestaan.

Verder lezen, luisteren en kijken

Marie en Sigiswald Kuijken vertellen uitgebreid over hun visie in een interview.

Er is een prachtige Cd versie van Così fan tutte door La Petite bande onder leiding van Sigiswald Kuijken.

 

Vorig artikel

'Gelukshormonen komen vrij als ik zing.'

Volgend artikel

Boesmans laat potsierlijke opera na

De auteur

Martin Toet

Martin Toet