BinnenkortFeaturedOperarecensieRecensies

DNOA brengt verrassende Ulisse

Door een computer storing bij onze hoofdredacteur, kunnen meer foto’s van deze productie (nog niet) op de website geplaatst worden, maar we wilden u de recensie niet langer onthouden. Foto’s volgens zsm. Met excuses…

 

De eindejaar productie van de Dutch National Opera Academy is ditmaal Il Ritorno di Ulisse in Patria van Claudio Monteverdi. Academie artistiek leider Paul McNamara heeft daarbij geopteerd voor de versie die in 2012 in opdracht van Barrie Kosky voor de Komische Oper is geschreven door componist Elena Kats-Chernin. Zij omschreef haar rol als die van binnenhuisarchitect: het interieur gaat op de schop, maar de draagmuren blijven staan. Behalve een nieuw muzikaal arrangement is er ook sprake van coupures in de handeling. De rol van de goden en de vele zijsprongen zijn teruggebracht tot een minimum. Dat het gaat over een ruzie tussen goden die de mensen als marionetten voor zich laten vechten is in deze benadering minder relevant dan het tonen van herkenbare menselijke problemen. Het leven en lijden van de onbestorven weduwe Penelope is centraal komen te staan.

Wat direct opvalt in de orkestsamenstelling is het grote aantal celli (8). Verder twee harpen, een bas, blazers en twee piano’s die af en toe de vaart erin brengen op eigentijdse wijze. De meest herkenbare ingreep in de barokke muziek vindt plaats als de vrijers het heft in handen proberen te nemen om Penelope tot een keuze te bewegen. Het wordt een dolle boel op een mix van swingende barok en Latijns Amerikaanse dansmuziek. De continuo sectie heeft een gebruikelijke samenstelling: cello, gitaar, theorbo en orgel.

Van de goden is alleen Minerva overgebleven, mooi vertolkt door sopraan Hannah Gries. Ze is wit geschminkt als om haar ‘anders zijn’ te benadrukken. Dit in tegenstelling tot sopraan Sterre Decru die naturel in een eigentijds jurkje gestoken de naar liefde snakkende dienares van Penelope ten tonele brengt. Haar Melanto wordt begeerd door collega personeelslid Eurimaco. Doordat de DNOA student die deze rol zou vertolken een week voor de première om persoonlijke redenen moest afhaken werd voormalig lied van de studio van De Nationale Opera Lucas van Lierop ‘ingevlogen’ die dit werkelijk voortreffelijk heeft opgepakt. Compliment voor deze tenor.

Voor Ulisse tekende tenor Marcelo Alexandre. Zijn optreden viel niet slechts op door uitstekende zang, maar tevens door de goed uitgevoerde gedaanteverwisselingen en een overtuigende vechtpartij. DNOA leidt op voor opera in toneelvorm en acteren is daarvan een belangrijke component. Alexandre is hierin reeds vergevorderd. Omdat Penelope blijft twijfelen aan zijn identiteit, ook nadat hij als enige zijn eigen boog weet te hanteren, spreekt de oude voedster Ericlea het verlossende woord: zij heeft hem herkend aan een litteken. Deze rol werd vertolkt door sopraan Stefanie Bruggeling die alterneert met Rommie Rochell als Penelope. Rochell zingt dan de Ericlea.

Sopraan Rommie Rochell was een voorbeeldige Penelope. Van begin tot einde zeer zeker in haar rol, ook acterend. Regisseur Mart van Berckel laat zijn spelers erg vrij om te improviseren en dat uit zich regelmatig in spontane reacties waarmee de handeling wordt becommentarieerd. Penelope toont op gezette momenten door afkeurende geluiden hoe ze over haar omgeving denkt. Eigenlijk wil ze gewoon met rust worden gelaten, maar na 20 jaar begint bij haar een zekere metaalmoeheid op te treden. We zien een vrouw die op het punt staat om te vallen en tot haar eigen verrassing belooft ze te zullen trouwen met diegene die Ulisses boog kan hanteren. Rochell is een sieraad voor DNOA.

Ook de wijze waarop tenor Milan de Korte zijn Iro mocht neerzetten duidde op veel vrijheid in interpretatie. Iro is een van de vrijers, maar bungelt er zo’n beetje bij. Hij komt met de drie anderen mee omdat die hem toegang verschaffen tot de rijke maaltijden in huize Penelope. Meer uitvreter dan huwelijkskandidaat. Als zijn beschermers zijn vermoord door Ulisse pleegt hij uit wanhoop zelfmoord: als er niets meer te eten is valt er ook niet meer te leven. De Korte maakte er een hilarisch optreden van.

Na de pauze werd de spanning flink opgevoerd door het optreden van de vrijers. Op het aanvankelijk vrijwel lege toneel stond nu een lange rijkelijk gedekte tafel met kandelaars. Antinoo werd gezongen door de welluidende bas Fabian Homburg, grossierend in brede gebaren. Hij neemt de leiding over het clubje, nu doorpakken jongens. Pisandro kwam voor rekening van tenor Alejandro Barrientos Rupérez, gestoken in een rode jurk. Hij speelde zijn personage als een uitgesproken slijmbal en ging als eerste voor de bijl (pijl). Anfinomo werd vertolkt door sopraan Femke Hulsman, geen broekrol maar gewoon als vrouwelijke vrijer. Ze wist niet hoe je een pijl af moet schieten, stond te schutteren met die boog, erg leuk gedaan. In de overige rollen Henrik Holm als Telemaco, Salvador Simao als Eumete (herder) en Samatha Faina en Thalia Cook-Hanson, die alterneren als Amore /Fortuna.

Scènefoto Il ritorno d’Ulise in patria door DNOA. Foto:© Reinoud Bos

Zo werd deze Ulisse een voorstelling waarin gewoon gelachen kon worden, wel zo ongeveer het laatste waarop ik had gerekend na eerdere ervaringen. Iemand omschreef het werk als de popmuziek van de ontstaansperiode, duidelijk bedoeld als entertainment. In deze bewerking gaat dat ook op voor het huidige tijdsgewricht. Wat mij betreft wordt deze versie leidend voor de nieuwe uitvoeringspraktijk.

De begeleiding werd zoals gebruikelijk verzorgd door leden van het Residentie Orkest aangevuld met studenten aan het Haags Conservatorium. Dirigent Sasha Scolnik-Brower had de leiding over dit uitstekend spelende ensemble.

Er volgen nog een voorstelling op zondag middag die helaas al uitverkocht is.

Vorig artikel

Paul McNamara: DNOA geeft gereedschap mee

Volgend artikel

Kaalslag in culturele landschap dreigt

De auteur

Peter Franken

Peter Franken