Schumann en Wagner gedijen bij Fischer
Het is altijd een indrukwekkend gezicht wanneer een orkest zijn contrabassen midden achter het orkest opstelt. Niet alleen optisch, maar vooral akoestisch levert dat meerwaarde op in de vermenging met het gehele ensemble. Het volle effect kon woensdagavond 20 mei worden ervaren bij het eenmalig optreden van het Budapest Festival Orkest onder leiding van Iván Fischer in het Amsterdams Concertgebouw. Voor de uitvoering van Schumanns derde symfonie vulden zes contrabassen de achterste rij, en voor de laatste scène uit het derde bedrijf van Wagners Die Walküre zelfs acht stuks.

Met zijn zogeheten ‘Rheinische Symphonie’ schilderde Robert Schumann zijn gelukkige momenten die hij doormaakte met zijn vrouw Clara tijdens een boottocht over de Rijn. Het eerste deel met de aanduiding ‘Lebhaft’ zette meteen de toon voor het kleurrijke werk. En aan levendigheid ontbrak het niet in de uitvoering onder leiding van Ivan Fischer, chefdirigent en oprichter van de Budapesters. Gecomponeerd in 1850, midden in de periode dat nationalistische gedachten over eenwording van Duitsland sterker werden, kan deze symfonie gevoeld worden als een uiting van dat streven. De Rijn werd als de mythische levensader ervaren. Hierbij kan gewezen worden op een lied dat Schumann tien jaar eerder toonzette, een tekst van Heinrich Heine: ‘Im Rhein, im heiligen Strome, da spiegelt sich in den Well’n mit seinem grossen Dome, das grosse, heilige Köln’.

Het vierde van de vijfdelige symfonie schildert in eenzelfde plechtige toon (‘Feierlich’) als in het lied de overweldigende indruk die het toen nog half voltooide gebouw maakte. In de zestiende eeuw was de bouw gestaakt. Pas in 1824 werden de voltooings werkzaamheden hervat, en in 1880 stond de Dom in volle glorie te pronken. Schumann benutte in dit deel trombones om de grootsheid te verklanken. Ook hier werkte de bijzondere opstelling van de hoorngroep links en de trombones rechts prachtig uit. Dankzij het stereofonisch effect werd de Concertgebouwzaal getransformeerd in de machtige klankruimte van de Dom. Prachtig zoals Fischer de feierliche sfeer met zijn musici realiseerde.
Die Walküre
Anja Kampe als Brünnhilde en Hanno Müller-Brachmann als Wotan vormden een vocaal een ideaal paar in de vertolking van vader en dochter. Er is nog zo’n ontroerend duet tussen een vader en schoondochter, in La Traviata. Het gesprek tussen vader Germont en Violetta, de vriendin van zijn zoon, zijn hoogtepunten in menselijk drama.Beide eindigen in een hartverscheurend offer. Anja Kampe verdedigde zich met haar krachtige en klankrijke stem hartstochtelijk tegen de sonoor gezongen argumenten van de godheid.

In de orkestrale omspeling kleurden de emoties hartroerend. Ook hier was het effect van de uiteenplaatsing van de hoorngroep (acht spelers) en de trombones maximaal. ‘Wie mijn speerpunt vreest zal nooit door dit vuur gaan’, zo luidde Wotans oordeel, met majesteit gezongen door Müller-Brachmann. In zo’n concertante uitvoering van een fragment geniet je pas echt van Wagners kunst. En bij Fischer gedijen Schumann en Wagner optimaal.

Jammer dat er van dit bijzondere concert geen opname werd gemaakt.
Verder kijken. luisteren en lezen
Video trailer concert Budapest Festival Orchestra
Basia Jaworski in 2013 over een Cd met muziek van Wagner door het Budapest Festival Orchestra