BinnenkortFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Sterke seizoensopening De Nationale Opera

De Nationale Opera opent het nieuwe seizoen met een reprise van Cavalleria Rusticana/Pagliacci in de enscenering van Robert Carsen. Met een topcast werd het een geweldige muzikale ervaring, al zijn er, net als in 2019, een paar kanttekeningen te plaatsen bij Carsens concept.

 

Links Riccardo Massi als Canio in Pagliacci, rechts Raehann Bryce-Davis als Santuzza en Seok Jong Baek als Turridu in Cavalleria Rusticana. Foto’s: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Proloog

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, laat Carsen Leoncavallo’s Pagliacci voor de pauze spelen met Cavalleria Rusticana er achteraan. De reden hiervoor is de inhoud van de Proloog, die in de beleving van Carsen op beide opera’s slaat en dus beter helemaal aan het begin ten gehore kan worden gebracht: ‘jullie zijn het publiek, wij staan op het toneel en voeren een stuk op waar jullie naar kijken’. De bariton (dezelfde zanger als Tonio) houdt een pleidooi voor de acteurs: op het toneel mogen hun tranen vals zijn, maar ook zij voelen als mensen en lijden door hun verdriet. Wat volgt is een theaterstuk in een theaterstuk.

De Proloog met Roman Burdenko. Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Koor

Carsen gaat in zijn enscenering zoals gebruikelijk spaarzaam om met relevante rekwisieten en betrekt het koor nadrukkelijk in de actie. Dat is hier natuurlijk voor de hand liggend, aangezien zij het publiek bij het opgevoerde theaterstuk vormen. De eerste paar rijen van het Muziektheater waren voor hen vrijgehouden en het was er een drukte van belang. Grote groepen laten bewegen is Carsen wel toevertrouwd en behalve een koor maakt hij ook graag gebruik van extra figuranten, zo ook hier.

Leden van het Koor van DNO in de zaal met Roman Burdenko (zwarte muts) als Tonio en in het midden met zwart hemd Hubert Zapiór als Silvio. Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Het intieme karakter van een kleinschalige reizende voorstelling ging wat verloren doordat het gehele toneel wordt gebruikt. Kledingrekken, een loopbrug en een rijdende coulisse worden weliswaar in de handeling betrokken, maar uiteindelijk wordt alles toch geconcentreerd op een klein oppervlak: de huiskamer waarin Colombina wacht op haar minnaar Arlequino.

Gedenkwaardig

Prima personenregie van de protagonisten met uitgekiend spel, vooral van Corinne Winters als Nedda. Ze bewerkt het dorpsvolk om ze warm te maken voor de voorstelling die avond om elf uur door alvast een voorschot te nemen op haar Colombina gedrag. Eenmaal alleen op het toneel wordt ze lastig gevallen door Tonio waar ze korte metten mee maakt. En als haar minnaar Silvio verschijnt zien we een twijfelende vrouw, verliefd, maar niet in staat de stap te zetten naar een nieuw leven. Ze zit nog te zeer vast aan Canio die haar ‘van de straat heeft opgeraapt’. Betekent dit dat ze haar hele verdere leven uit dankbaarheid bij hem moet blijven, ook al houdt ze niet echt van hem? De conflicterende emoties gieren door haar lijf en Winters wist dat zeer herkenbaar te etaleren. Gevoegd bij een fenomenale vertolking van haar partij maakte het tot een gedenkwaardig optreden.

Corinne Winters als Nedda.Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Ideaal

Riccardo Massi toonde zich als Canio een ideale tegenspeler. Zijn twee grote solo’s, daar waar hij alle mannen waarschuwt met hun grafkluiven van Nedda af te blijven, en de hitsong ‘Vesti la giubba’ waarin hij reflecteert op zijn ongeluk, waren angstaanjagend respectievelijk ontroerend. De woede van zijn Canio die ‘Colombina’ betrapt leek zo levensecht dat het metatheater er bijna een derde laag door kreeg. Temeer daar de ‘gedode’ Nedda en haar minnaar Silvio bleven liggen en het doek gesloten bleef. Bij aanvang van Cavalleria lagen ze er nog steeds, omringd door het koor dat er zwijgend omheen stond. Pas daarna stond men op en liep rustig causerend in besmeurde kleren het toneel af. Het was uiteindelijk dus toch niet echt.

Links Riccardo Massi als Canio en rechts Corinne Winters als Nedda, met leden van het Koor van De Nationale Opera. Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Subliem

Na zijn sublieme vertolking van de proloog, letterlijk een showstopper, speelde Roman Burdenko de muzikaal minder opvallende rol van de bad guy Tonio. De rollen van Silvio en Peppe werden goed verzorgd vertolkt door respectievelijk Hubert Zapiór en de jonge tenor Jacob Abrahamse, eerder deze week officieel toegetreden tot De Nationale Opera Studio.

Links Roman Burdenko (Tonio), midden Corinne Winters (Nedda/Colombina) en rechts Jacob Abrahamse (Peppe/Arlecchino). Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Toneelruimte

Na de pauze werd Mascagni’s Cavalleria gespeeld. Het was duidelijk dat het gebruik van de totale toneelruimte vooral was ingegeven door de enscenering van dit deel van het tweeluik. Voortbordurend op de proloog (acteurs zijn ook echte mensen, zelfs wanneer ze een rol spelen) laat Carsen het publiek meekijken naar een koorrepetitie met toebehoren. Nu speelt het koor natuurlijk een belangrijke rol in Cavalleria, maar het is zeker niet de hoofdpersoon. Getoond werd een toneel dat volledig gevuld was met make up tafels waaraan de koorleden al zingend bezig waren zich op te maken en te kleden.

Leden van het Koor van De Nationale Opera.Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Later werden die tafels weggereden en stond koordirigent Edward Ananian-Cooper zelf voor het koor een repetitie te dirigeren. Tegen het einde kwamen de tafels weer terug en werd er opnieuw omgekleed tijdens het zingen. De verdere handeling werd summier uitgebeeld, bijna concertant.

Iets dergelijks had ik al eens meegemaakt bij Carsens productie van Il Trittico in Antwerpen, jaren ’90 en ook toen al had ik mijn bedenkingen. Metatheater prima, maar het moet wel theater blijven. Van Carsen heb ik bij elkaar al zo’n 15 productie gezien en op basis daarvan had ik ditmaal toch iets meer van hem verwacht. Die verkleedpartij op het toneel waarbij er nauwelijks verschil in uitmonstering waarneembaar is, komt over als een gemakzuchtig foefje om het publiek iets in te wrijven. Echter, dat aspect was in Pagliacci al uitputtend belicht.

Ontrouw

Turiddo heeft, teruggekeerd uit het leger, moeten vaststellen dat zijn geliefde Lola niet op hem heeft gewacht, maar intussen met Alfio is getrouwd. Hij troost zich met Santuzza, belooft met haar te zullen trouwen en maakt haar alvast zwanger. Maar Lola krijgt hij niet uit zijn systeem en hij begint haar heimelijk te ontmoeten. Santuzza werpt hem ontrouw voor en ziet voor zichzelf een leven als uitgestoten en verdoemde vrouw in het verschiet. Omdat Turiddu niet naar haar wil luisteren raakt ze zo over haar toeren dat ze Lola en Turiddu aan Alfio verraadt.  Deze zweert wraak (vendetta) en steekt Turiddo in een tweegevecht neer. Zijn eer is gered, met Lola zal hij wel verder moeten en voor Santuzza rest nog slechts een ongelukkig leven.

Raehann Bryce-Davis als Santuzza en Seok Jong Beak als Turridu.Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

De belangrijkste scène is het twistgesprek tussen Turiddu en Santuzza. Ze probeert hem op alle mogelijke manieren voor zich terug te winnen: smeken, dreigen, chanteren. Hij probeert haar zoveel als mogelijk te negeren, laat haar uitrazen maar gaandeweg wordt het een hoogoplopende ruzie. Dat zou niet moeten betekenen dat alles van begin tot einde fortissimo gezongen wordt. Ook in een ontmoeting als deze zijn er momenten waarop men gas terugneemt. Dat aspect kwam onvoldoende uit de verf. Sowieso was fortissimo zingen een kenmerk van de hele avond, maar hier maakte het de scène net iets minder geloofwaardig.

Luid

Wel of niet een beetje (te) luid: Raehann Bryce-Davis deed haar niet geringe reputatie alle eer aan als Santuzza. Ze heeft een enorm volume en dan neem je een licht vibrato al gauw op de koop toe. Seok Jong Baek zong Turiddu als een Wagneriaanse tenor in de rol van Rienzi. Zeer overtuigend, dat wel.

Raehann Bryce-Davis als Santuzza en Enkelejda Shkosa als Lucia. Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

Iets meer ingehouden was Roman Burdenko die we terugzagen als Alfio, de bedrogen echtgenoot. Zijn optreden benaderde de perfectie, zo mogelijk nog mooier dan zijn Proloog. Maria Warenberg debuteerde bij DNO als Lola*, mooie typecast voor de jonge femme fatale. Carsen liet haar met enige overdrijving aandacht aan Alfio besteden bij wat kennelijk hun eenjarig huwelijks jubileum was. Met een grote taart en veel cadeautjes balancerend op de stel geschakelde tafels. Daarna meezingend tijdens de koorrepetitie en een prima vertolking van haar eigen solo. We zullen haar vast nog wel vaker zien bij DNO. Mama Lucia tenslotte werd vertolkt door mezzo Enkelejda Shkosa, met haar 57 jaar ook een mooie typecast.

Roman Burdenko als Alfio en Maria Warenberg als Lola, met leden van het Koor van De Nationale Opera. Foto: © De Nationale Opera | Bart Grietens

En dan het Koor van De Nationale Opera, zo prominent in dit populaire tweeluik. Ik kan er kort over zijn: ze zongen de sterren van de hemel en wat kan een mens nog meer verwachten? Moet gezegd dat ze wel erg geholpen werden door het Nieuw Amsterdams Kinderkoor (ingestudeerd door Pia Pleijsier)

Het Nederland Philharmonisch onder leiding van Andrea Battistoni zorgde voor een begeleiding op hetzelfde muzikale niveau als wat op de bühne werd geleverd, erg goed dus.

*Maria Warenberg zong eerder bij De Nationale Opera in Ritratto van Willem Jeths, maar de voorstellingen werden door de COVID-pandemie in maart 2020 zonder publiek gespeeld.

 

Verder kijken, luisteren en lezen

De teaser uit 2019 

Corinne Winters over haar debuut bij De Nationale Opera.

Mezzo to mezzo: Annett Andriesen praat met Raehann Bryce -Davis

Franz Straatman was laaiend enthousiast over Cav/Pag in 2019.

 

Vorig artikel

Tulip Town: lollig, diepgaand en compleet

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken