Verdi’s Otello sterke uitsmijter in Luik
Op de dag dat in Amsterdam het slotconcert van het eerste “Mind the Gap”-festival plaatsvond, reisde ik af naar het Belgische Luik voor een uitvoering van Verdi’s Otello. Deze voorlaatste opera van de Italiaanse grootmeester is gebaseerd op Shakespeare’s Othello uit 1604, een van diens meest succesvolle toneelstukken en al meer dan vier eeuwen een repertoireklassieker.

Het stuk en de opera vertellen hoe Otello, een Moorse generaal in Venetiaanse dienst, op Cyprus arriveert als overwinnaar na een zeeslag tegen de Turken, maar wordt vernietigd door de intriges van zijn onderofficier Iago. Met sluwe manipulaties laat Iago hem geloven dat zijn vrouw Desdemona hem ontrouw is met Cassio. Terwijl Iago’s gif van jaloezie zich in Otello nestelt, verliest hij zijn vertrouwen, zijn eer en uiteindelijk zijn zelfbeheersing. Desdemona blijft hem liefhebben en verdedigen, maar Otello, verblind door wantrouwen, doodt haar in een vlaag van waanzin. Wanneer de waarheid over Iago’s bedrog aan het licht komt, stort Otello in en pleegt hij zelfmoord boven het lichaam van de vrouw die hij ten onrechte heeft gedood.
Wonder
Het mag een wonder heten dat Otello überhaupt tot stand is gekomen. Na de triomfantelijke ontvangst van Aida in 1871 schreef Verdi nog zijn Requiem (1874), maar daarna trok de operaveteraan zich terug. Hij verklaarde dat hij klaar was en niets meer wilde toevoegen aan zijn rijke oeuvre. Gelukkig liep het anders.
Uitgever Ricordi en de jonge librettist en componist Arrigo Boito probeerden Verdi behoedzaam te verleiden tot een nieuw werk. Ze wisten dat alleen een dramatisch sterk onderwerp van zijn geliefde Shakespeare kans maakte. Bovendien waren zij zich ervan bewust dat Verdi Rossini’s Otello als mislukt beschouwde. Het kostte jaren van voorzichtig masseren, maar Verdi raakte uiteindelijk geïnteresseerd — vooral door Boito’s uitzonderlijke kwaliteiten als librettist. Die waren al overtuigend gebleken tijdens hun samenwerking aan de revisie van Simon Boccanegra, een project dat op aandringen van Ricordi tot stand kwam. Zonder die revisie was Otello er vrijwel zeker nooit gekomen.
Meesterwerk
De wereldpremière in 1887 werd een eclatant succes voor de 73‑jarige componist. In de jaren van teruggetrokken leven had hij muzikaal allerminst stilgezeten. De opera werd ontvangen als vernieuwend muziektheater: een doorgecomponeerd drama dat in geen enkel opzicht nog leek op zijn eerdere werken. Otello ging de geschiedenis in als een meesterwerk zonder precedent. Verdi nam hiermee overtuigend revanche op critici die hem ouderwets vonden in vergelijking met de vier jaar eerder overleden Wagner.
Daarnaast werd Otello berucht als de Mount Everest voor dramatische tenoren, volledig vergelijkbaar met de rol van Tristan bij Wagner. De toon werd gezet door de eerste vertolker, Francesco Tamagno. Slechts een handvol tenoren wist sindsdien het niveau van deze rol te benaderen: Martinelli, Vinay, Del Monaco en Vickers. De laatste vertolker van dat kaliber was Plácido Domingo, die inmiddels alweer 25 jaar geleden afscheid nam van zijn paraderol. Sindsdien is er geen waardige opvolger opgestaan — en dat is één van de redenen waarom de opera tegenwoordig minder vaak wordt opgevoerd.

Blackface
De andere reden is van geheel andere aard: de problematiek rond de rol van Otello zelf. Omdat Shakespeare’s Otello een Moor en dus bruine man is werd de meestal witte acteur of zanger van de titelrol historisch meestal zwart geschminkt. Vier eeuwen lang was dit geen discussiepunt, maar de afgelopen twintig jaar is “blackface” in een andere context komen te staan en daardoor problematisch geworden — ook voor dit meesterwerk van Verdi. Terwijl zowel Shakespeare als Verdi/Boito Otello juist neerzetten als een held, en de witte Iago de kwaadaardige genius is. Jarenlang werd de oplossing gezocht in het niet meer schminken van de hoofdrolzanger (Domingo’s make-up werd tussen 1976 en 2001 inderdaad steeds lichter), maar tegenwoordig ligt zelfs dat gevoelig. DNO zette om die reden een dikke streep door de wens van Lorenzo Viotti om met Otello zijn eerste seizoen te openen.

Omdat mijn laatste Otello alweer negen jaar geleden was, reisde ik met verheugde spanning naar Luik voor een hernieuwde kennismaking met deze opera in het theater. Want niets kan tippen aan het live meemaken van een meesterwerk. De Opéra Royal de Wallonie stelde zeker niet teleur. De nieuwe, traditioneel vormgegeven productie stond onder regie van de Braziliaan Allex Aguilera.
Traditioneel
Hoewel de enscenering traditioneel was, werd ook hier Otello niet langer zwart geschminkt; hij oogde slechts licht zongebruind. Om zijn ongeschminkte verschijning te benadrukken, koos decorontwerper Bruno de Lavenère voor een strak, donker bühnebeeld: een constructie van trappen en doorgangen die de sfeer opriep van een middeleeuws kasteel. Het volledig zwarte decor maakte de voorstelling bij momenten wel erg duister, maar de belichting bracht op cruciale momenten kleur en nuance, waardoor het geheel toch voldoende levendigheid behield.

Zonder franje
Met behulp van het donkere decor vertelde Aguilera het stuk zoals Boito en Verdi het oorspronkelijk bedoeld hadden, zonder overbodige franje. De keerzijde daarvan was dat de voorstelling dramaturgisch relatief weinig diepgang bood. Een uitzondering vormde de Iago van Roman Burdenko, die af en toe werd geflankeerd door zes alter ego’s — een intrigerend idee, maar door de regisseur verder niet uitgewerkt of toegelicht.
Muzikaal stond de voorstelling als een huis, met een bijzondere vermelding voor het Koor van de Opéra Royal de Wallonie. Otello bevat van nature al schitterende koorpassages, die ongetwijfeld heerlijk zijn om te zingen, maar dat neemt niet weg dat het koor, onder leiding van Denis Segond, hier een topprestatie neerzette. Waar het Luikse operakoor soms wat klein van klank kan zijn, klonk het nu juist vol, rijk en met een passionele overgave die precies past bij dit werk.
Indrukwekkende Otello
In de titelrol was de Italiaan Luciano Ganci te horen. Deze spinto-tenor ontwikkelt zich gestaag richting het heldentenorvak. Hij bleek volledig opgewassen tegen de hoge vocale eisen van de rol en zette een indrukwekkende Otello neer. Zijn “Esultate” had de vereiste klaroenklank, in het duet “Già nella notte densa” klonk hij warm en lyrisch, en gaandeweg bouwde hij overtuigend op naar de dramatische climax van de moordscène. Doordat hij de rol lichter benaderde dan een typische heldentenor, behield hij de stamina om tot het einde toe te imponeren.

De eerder genoemde Roman Burdenko (in september bij De Nationale Opera te horen in Pagliacci en Cavalleria Rusticana) had naar mijn idee wat moeite met het drinklied in de eerste akte, maar vanaf het “Credo” was hij een geduchte tegenhanger voor Ganci. Hun duet aan het slot van de tweede akte was, zoals traditie wil, een hoogtepunt. Een interessant detail was dat de derde akte precies begon waar de tweede eindigde — tekstueel en dramaturgisch volkomen logisch, maar iets wat ik niet eerder in een uitvoering had gezien.
De Italiaanse Maria Teresa Leva paste uitstekend bij haar mannelijke tegenspelers. Hoewel de rol doorgaans door een iets lyrischer sopraan wordt gezongen, vormde zij als partner van Otello (met Iago heeft ze immers weinig interactie) een overtuigende tegenhanger. In het dramatische duet met Otello in de derde akte kwam ze krachtig naar voren, terwijl ze in het tedere Wilgenlied juist mooi ingetogen en kwetsbaar klonk.

Naast deze drie topprotagonisten had de Opéra Royal de Wallonie de ervaren Francesco Lanzillotta uitgenodigd om het geheel te leiden, en dat deed hij met verve. Hij zette meteen de juiste toon in de stormscène waarmee de opera opent en dreef het drama vervolgens trefzeker naar de bekende hoogtepunten: het slot van de tweede akte, het duet in de derde akte en de aangrijpende (zelf)moordscène aan het einde.
Kleur
Het was weer ouderwets traditioneel genieten in Luik met de zongebruinde Moor uit Venetië, terwijl in Amsterdam het eerste Mind the Gap-festival werd afgesloten. Dit sympathieke nieuwe festival, dat zich richt op muziek van componisten van kleur, durft hopelijk ooit ook de stap te zetten naar het presenteren van gekleurde karakters in de muzikale meesterwerken van de operageschiedenis. Otello verdient daarin zonder twijfel een ereplaats.
Otello in Luik is nog te zien op 27 juni om 20.00 uur in de Opera Royal Wallonie de Liege.
Verder kijken, luisteren en lezen
Kijkje achter de schermen tijdens de opbouw van Otello in Luik.
In 2022 was Lennaert van Anken ook goed te spreken over Luciano Ganci in Alzira in Luik.