Tosca als kameropera werkt prima
Voor coronatijd waren dirigent Jeroen Weierink en regisseur Marc Krone vaak aan het samenwerken voor een tournee met Charkov Opera, na corona waren er de kameropera’s als Ukraine Chamber Opera. Daarvan is nu de derde productie te zien. Eerder hadden we La Traviata die zich goed liet lenen als kameropera, dat was een mooie productie. Toen Carmen** die zich niet goed liet lenen als kameropera. En nu is er dus Puccini’s Tosca en het is weer prima in orde.

Wel is er wederom het gevaar van de bekendheid. Tosca hoor je vaak uitgevoerd worden met zeer grote stemmen. Een standaard die je voor lokale theaters niet moet hanteren, maar toch zingt de toerende cast, deels Nederlanders, deels Oekraïners, heel behoorlijk.
Titelrol
Deze keer zit Francis van Broekhuizen in de cast. Zij zingt de titelrol en dat is best een klus met het drukke toerschema. In praktijk zal ze ongeveer om de avond de hele rol van Tosca moeten zingen – want gecoupeerd is er deze keer niet.
Van Broekhuizen in een serieuze rol als dramatische sopraan, dat is even geleden. Ze verrast omdat het vak (een volle laagte plus krachtige hoge noten) haar nog altijd goed ligt. Maar kritiekpunten zijn er ook.
Wat ze goed doet: ze verrast met een stevige hoogte, een enkele keer bijzonder luid zelfs wat bij mij bewondering oproept. Wat mogelijk beter kan: in enkele passages wordt de hoogte vrij ruw, wat deels is omwille van het drama, maar deels ook om meer controle vraagt. Maar over de hele rol genomen is er een uitstekende beheersing in de hoogte.
Een dramatische sopraan moet natuurlijk ook goed de laagte in. Wat ze goed doet: een vol klinkende laagte gedurende het grootste deel van de opera. Wat mogelijk beter kan: opstartproblemen in de laagte van de eerste scène. Iets waar ik dramatische sopranen vaak op betrap, het is dus blijkbaar gerelateerd aan het inzingen of inkomen.

Qua toneel: emotioneel en over het algemeen geloofwaardig en gedetailleerd spel. Wat mogelijk beter kan: de rol mag wat eleganter worden gespeeld. Het lijkt of Van Broekhuizen haar no-nonsense mentaliteit soms per ongeluk te veel laat doorschemeren, terwijl Tosca natuurlijk een sierlijke madam is. Ook vocaal trouwens komt het soms onbedoeld wat in de richting van een karakterrol en verliest de rol aan elegantie. Maar meestal werd dat niet gehoord.
Conclusie: Van Broekhuizen heeft mij enorm verrast door zo’n zware rol te zingen in een druk toerschema en liet horen het volledige bereik van de dramatische sopraan nog altijd te kunnen hebben, al mocht het soms met wat meer finesse.
De rest van de cast
De tenorrol in Doetinchem ging weer naar Maxime Vorochek, die ik daar eerder zag als Alfredo en als Don José. Hij wisselt de rol overigens af met Ihor Shevchuk, die ik zag als Spoletta.
Vorochek is een prima keus voor Cavaradossi. In het begin zong hij iets nasaler, maar zo is de rol wel vol te houden. Al vrij snel is er de aria Recondita armonia en die stond als een huis. Ook de stevige passages waren prima.

Als Scarpia hoorden we Yuri Shevchuk, een bariton met een fijn beschaafd geluid, maar niet zo ferm als je voor de rol zou willen. Het maakt de rol automatisch ook wat vriendelijker, al heeft Krone wel voldoende aandacht besteed aan het nare karakter van Scarpia in het tweede bedrijf.
Angelotti was Oleksii Vietrov met een mooi timbre en overtuigend spel. De komische rol van Il Sagrestano werd prima bezet door Maksym Ivashchuk, die nog wat meer legato zou kunnen zingen om het muzikaal naar een hoger plan te tillen, wat alleen voor de rol in kwestie niet heel veel uitmaakt.

De cast kende verder een koor van drie dames: Iryna Krasnenko, Martina Rádli en Marijke Beute, zij zongen prima.
In de grotere koorscène, het Te deum, wordt het koor handig aangevuld met solisten in monnikenpakken.

Orkest
De vorige twee keren vond ik het relatief kleine orkest heel solide, ik twijfelde alleen over het mengen. Deze keer heb ik wat meer opmerkingen.
Het orkest voegt zich prima naar de tempi en muzikaliteit van Weierink. Maar ze zijn niet goed doorkneed in de grimmige passages van Tosca. Wellicht is het orkest anders samengesteld dan vorig jaar, of is er wat haastig gerepeteerd. De lyrische passages zijn ook wel goed, mooie trombones aan het begin van het derde bedrijf. De slagwerker met de buisklokken heeft het druk, want hij moet alle klokken in dat bedrijf slaan, wat hij trefzeker doet.
Maar het zit ‘m in het thema van Scarpia bijvoorbeeld (waar de opera mee opent). Vaak echt te braaf gespeeld. Of de eerste keer het thema van Cavaradossi, een thema wat iets heldhaftigs heeft. Ook echt te braaf deze avond. Daar is dus iets blijven liggen.
In de verdediging van de musici: het orkest is klein. Dat levert automatisch al in.
Regie
De regie van Krone was functioneel. De gezongen dialogen voelen natuurlijk aan, wat ook het doel is van het verisme. Iets minder natuurlijk is een enkele keer een vooraan geplaatste zanger, waarschijnlijk omwille van de muzikale balans gekozen. Het valt op dat de kameropera echt wat is uitgebouwd met kerkbanken, een schilderij van Maria, een schrijftafel en ga zo maar door, waardoor het nauwelijks meer als kameropera aanvoelt.

De slotscène is wel zonder veel opsmuk en dat is adembenemend. Of ik me helemaal kan vinden in het eind weet ik niet. In ieder geval weer een sprong – die wordt tegenwoordig bijna steevast overgeslagen. Maar hoe en wat, dat moet u zelf gaan zien.

Dat kan op een van de volgende data:
• Do 5 november 2026 (20:00 u) – Wilminktheater, Enschede
• Za 7 november 2026 (20:00 u) – Agnietenhof, Tiel
• Ma 9 november 2026 (20:00 u) – Stadstheater Zoetermeer
• Wo 11 november 2026 (20:15 u) – Theater De Vest, Alkmaar
• Vr 13 november 2026 (20:15 u) – Schouwburg Het Park, Hoorn
• Di 17 november 2026 (20:00 u) – Theater De Leest, Waalwijk
• Za 28 november 2026 (20:00 u) – Theater Orpheus (Rabobankzaal), Apeldoorn
Verder lezen
*La traviata door de Ukrainian Chamber Opera
**Carmen door de Ukrainian Chamber Opera