La Tempête verklankt evolutie van Duitse Protestantse rouwmuziek.
La Tempête ben ik eeuwig dankbaar voor hun Larmes de Résurrection*, gewijd aan Paasdagmuziek van Heinrich Schütz en Johann Schein**, waarin niet de vreugde, maar de rouw en schrik centraal staan die bij sommige volgelingen van Christus gepaard moeten zijn gegaan met het leeg aantreffen van Christus’ graf en vervolgens de confrontatie met het ‘levende lijk’ van de Heiland, en waarbij het ensemble de lumineuze ingreep deed om de recitatieven in Schütz’ Historia der Auferstehung Jesus Christi te laten vertolken door een voorzanger uit de Libanese Grieks-Orthodoxe kerkelijke traditie, Georges Abdallah. En wie zou durven beweren dat een vanuit de Balkan rondzwervende zanger uit de Byzantijnse traditie niet in Saksen kon zijn terechtgekomen? En Schütz had in 1628 Venetië bezocht en daar mogelijk zelf muziek uit allerlei religieuze tradities gehoord. En liet het resultaat ons bovendien niet beseffen uit welke hoek van de wereld het Paasverhaal stamt? In hun Lassus CD-project Orlando: A Melancholic Portrait deinsde men er niet voor terug een anachronistisch instrumentarium toe te passen, naast dulciaan, zink en theorbe ook zijn ook piano, sax, Fender Rhodes en synthesizer te horen, en de Armeense duduk.

Rouwmuziek
In de NTR ZaterdagMatinee van zaterdag 24 oktober in het Concertgebouw in Amsterdam boog het ensemble zich over de evolutie van de Duitse Protestantse rouwmuziek-traditie. Ook nu weer met enige verrassende kunstgrepen, maar ook nu weer overtuigend.Van een bewerking van een koraal van Luther door Michael Praetorius en Heinrich Schütz tot delen uit Johannes Brahms’ Ein deutsches Requiem uit 1868.
Zuster-ensemble Pygmalion beweegt zich ook met gemak door de desbetreffende eeuwen heen, en Vox Luminis maakte Ein deutsches Barockrequiem, een verzameling stukken van vroege Duitse barokcomponisten op vergelijkbare teksten als die die Brahms gebruikte. La Tempête wil in dit project de vloeiende historische lijn in de Protestants-Duitse klassieke kerkmuziek laten horen. Elke componist werd opgevolgd door een volgende. En was het niet Mendelssohn die betrokken was bij de eerste heropvoering van de Matthäus Passion? Terwijl Brahms de muziek van Praetorius en Schütz bestudeerde.
Op NPO Klassiek vertelde Simon-Pierre Bestion, artistiek leider van La Tempête, ook dat het voor hem als van huis uit katholiek interessant was om humanistische, menselijke Protestantse benadering van de dood te onderzoeken, in vergelijking met de meer ‘verticale’ benadering van zijn eigen achtergrond.

Koude rillingen
Bij aanvang van het concert zit een klein aantal instrumentalisten op het podium. Dan komen zangers van achter in de zaal naar voren, via de gangpaden, neuriënd eerst en daarna met de tekst – Michael Praetorius’ zetting van Martin Luthers koraal Mit Fried und Freud ich fahr dahin.
Op het podium aangekomen voegen ze zich bij de instrumentalisten en dan weerklinken delen uit Schütz’ Musikalische Exequien, muziek voor de rouwdienst van de Protestantse Heinrich II. Graf von Reuss-Gera in Thüringen, op teksten die nota bene door de graaf zelf waren uitgekozen, met de vraag aan Schütz om daar muziek bij te componeren. Koude rillingen, die gedragen muziek in combinatie met de frivoliteiten die Schütz toch aanbracht in de noten, en die door La Tempête optimaal worden benut.
Voor de solopassages maken verschillende zangers zich los uit het ensemble. Daarbij maken sopraan Amélie Raison, countertenor Nicolas Kuntzelmann en bariton Imanol Iraola al indruk. We horen fraai expressiviteit, en toch ingetogenheid, het is immers Protestantse kerkmuziek. Maar hé, Schütz is in zijn jonge jaren naar Venetië geweest, en heeft daar misschien zelfs Monteverdi ontmoet. Dus laat Bestion hier en daar een zink of een traverso zwieren en tierelieren, iets dat we niet horen in andere uitvoeringen van het werk.

Levenslust
Musikalische Exequien meets the Mariavespers. Plechtig, maar intussen met onmiskenbare alom aanwezig levenslust. En zingen daar de teksten niet van? Na Luther/Praetorius :Mit Fried und Freud ich fahr dahin” klinkt het nu van “Christus ist mein Leben, Sterben ist mein Gewinn”, “Darum: wir leben oder sterben, so sind wir des Herren”. En “Unser Leben währet siebenzig Jahr und wenn’s hoch kömmt sind’s achtzig Jahr, und wenn es köstlich gewesen ist, so ist es Müh und Arbeit gewesen.” Welnu, de graaf werd ‘maar’ 63 jaar oud. Schütz evenwel stierf, 37 jaar later, op 87-jarige leeftijd.
Naadloos
De overgang van Schütz naar Dietrich Buxtehude verloopt naadloos, hoewel we met laatstgenoemde officieel een flinke stap dichter bij de Duitse hoogbarok komen. Maar hé, halverwege het tweede stuk van Buxtehude, het Klag-Lied, komt een tiental extra instrumentalisten het podium op om de orkestgelederen te versterken. We gaan op weg naar Bach. Het is een reconstructie van de Köthener Trauermusik, vermoedelijk van Johann Sebastian Bach, voor een Duitse prins, Leopold von Anhalt-Köthen, die in 1728 overleed. Van het werk is alleen de tekst bewaard gebleven, geschreven door Picander, met wie Bach aan meer cantates en aan de Matthäus Passion werkte. Men vermoedt dat als Bach gebruik maakte van muziek uit de Matthäus Passion en de Trauerode: auf den Tod der Königin Christiane Eberhardine, beide in 1727 gecomponeerd. Pygmalion zette al eerder een reconstructie op CD waarin teksten voor de Köthener Trauermusik op muziek uit de Matthäus Passion en de Trauerode, een project waar ook Bestion aan meewerkte. En die reconstructie hoorden we ook deze middag. Een gevolg is wel dat je muzikale geheugen, na “Mit Freuden sei die Welt verlassen” op de muziek van “Aus Liebe”, klaar zit voor het tumult van “Sie schreien aber noch mehr” uit de Matthäus, dat dan niet komt. Overigens, ook hier in de tekst weer die beleving van de dood ‘mit Freuden’ die Bestion zo aanspreekt.

De teksten voor de Köthener Trauermusik zijn soms opvallend minder ‘polariserend’ dan die in de Matthäus Passion. Zo gaat de tekst van het koor “Wir haben einen Gott” over datgene waarin alle gelovigen elkaar kunnen vinden, Ik moet dan ook denken aan “Wir haben ein Gesetz” uit de Johannes Passion, waarin in de tekst uit het evangelie van Johannes wordt benadrukt hoe het wil dat de orthodoxe wetten worden gevolgd, met als gevolg de terdoodveroordeling van Christus. “Wir haben einen Gott, der da hilft, und einen Herrn, der vom Tode errettet.” En is de openingszin van de cantate, “Klagt, Kinder, klagt es aller Welt,” niet hartverscheurend?
Geen ventielen
Dan is er even een koorinterlude. De instrumentalisten gaan af, behalve trombonisten. Het vocaal ensemble zingt Mendelssohns motet “Herr, nun lässest du deinen Diener” a capellan en in zijn Trauergesäng worden ze begeleid door de trombones; toch nog wat ‘tuba mirum’ zoals in het katholieke Requiem?

De instrumentalisten komen weer op, maar nu met metalen dwarsfluiten in plaats van traverso’s, ‘romantische hobo’s’, de zink-speler heeft zijn instrument ingeruild voor een trompet. En de harpiste zit nu niet achter de kleinere harp rechts op het podium, maar achter de grotere aan de linkerkant. Alleen de trombones blijven constant. Zolang er geen ventielen aan te pas hoeven te komen kan je instrumenten van eeuwen her blijven inzetten; of hadden 19e-eeuwse trombonisten bij vroeg-17e-eeuwse instrumenten het gevoel dat ze op het equivalent van MS-DOS zaten te blazen?
Dan volgen uitvoeringen van ‘Selig sind, die Leid tragen’ (het openingsdeel) en ‘Denn alles Fleisch, es ist wie Gras’ uit Ein Deutsches Requiem, met aangepast instrumentarium, geherorkestreerd door Bestion. Klein orkest, geen hoorns, geen pauken, wat een ontroerende intimiteit geeft. Toch is ‘Denn alles Fleisch, es ist wie Gras’ zonder pauken er niet minder dreigend om.
Daarna sluit het koor neuriënd af met Brahms’ zetting van hetzelfde koraal van Luther dat Praetorius gebruikte. En zo sloot de cirkel.
Mystiek van de dood
Maar er volgde een verrassing, een verrassing waarop ik niet had durven hopen: “Ihr habt nun Traurigkeit”, mijn favoriete deel uit Ein Deutsches Requiem, nu gezongen door een nog verder op de voorgrond tredende Amélie Raison. Eindelijk een equivalent van mijn favoriete uitvoering tot nu, onder Karajan met Kathleen Battle. Raison paart eenzelfde engelachtige lichtheid aan de extase van de beleving van de hemel, in een bijna on-Protestants-bijna-erotische beleving van de mystiek van de dood.

De niet-Duitse zangers hebben zich bovendien het Duits perfect meester gemaakt; beluister ook daarvoor de radio-opname op de NPO Klassiek-website.
Het gehele concert is terug te luisteren op NPO KLassiek.
Verder kijken, luisteren en lezen
*La Tempête, Larmes de Résurrection
Kathleen Battle, Ihr habt nun Traurigkeit, Karajan, Wiener Philharmoniker