Home » Achtergrond

Op de bres voor Puccini

Soest10 januari 2009 Geen reacties

Op 19 november richtte Ton Elderenbosch uit Soest het Puccini Genootschap op. Allereerst om ervoor te waken dat de naam van de Italiaanse componist te grabbel wordt gegooid. Maar er zit meer in het vat. Het genootschap wil op velerlei manier ‘Puccini’ laten voortleven.

Puccini bij het Lago di Massaciuccoli, vlakbij zijn woning in Torre del Lago.

Puccini bij het Lago di Massaciuccoli, vlakbij zijn woning in Torre del Lago.

In de jaren dertig van de vorige eeuw was Truus de Bruijn een graag geziene sopraan in de Nederlandse operawereld. Ton Elderenbosch was haar neefje. Totdat hij opgeslokt werd door het leven op de middelbare school, zat hij regelmatig op de poef in haar studiekamer te luisteren hoe zij werken van Giacomo Puccini instudeerde.

„De melodieën, de klanken, de harmonieën: ik was erg ontroerd”, vertelt Elderenbosch (82) enkele decennia later in zijn woning in Soest. „Ik ging ook vaak naar Carré, waar zij regelmatig zong. Ik kon zo doorlopen, want ik was ‘het neefje van’. Dan scharrelde ik rond achter de coulissen. Dat was echt prachtig.”

Het was een tijd waarin de operagekke Amsterdamse bevolking nog spontaan aria’s begon te zingen in de pauzes van voorstellingen. Een tijd waarin de Joden en Jordanezen elke frase op het toneel met kritisch oog volgden. In die tijd kreeg Elderenbosch de liefde voor opera ingegoten, wat hem niet meer losgelaten heeft. En dan in het bijzonder de liefde voor één componist: Giacomo Puccini.

Toen Puccini onlangs negatief in de publiciteit kwam, raakte dat Elderenbosch dan ook hard. Zo verscheen er bij de uitgave van een cd-box van Trouw Trouw een artikel van Peter van der Lint over ‘de meisjes van Puccini’, waarin een en ander over het ‘weelderige leven’ van de componist beschreven werd. „Het was een afschuwelijk stuk”, zegt Elderenbosch. „Ik me er geweldig aan geërgerd.”

Zijn verontwaardiging leidde uiteindelijk tot het oprichten van het Puccini Genootschap, en een samenwerking met de kleindochter van de Italiaan, Simonetta Puccini. Het gaat Elderenbosch er niet om dat er niets over Puccini’s privéleven geschreven mag worden. „Puccini hield van de dames. Dat was algemeen bekend en dat gaf hij ook toe. Als daar eens iets over geschreven wordt, is dat niet erg”, zegt hij.

Bovendien, Puccini heeft altijd te maken gehad met journalisten die gretig zijn escapades aan het licht brachten. Elderenbosch: „Hij werd in 1912 al zwartgemaakt in Italië. Er is niets nieuws onder de zon.”

Waar het de Soestenaar wel om te doen is, is dat er veel dingen geroepen worden die slecht onderbouwd zijn. Zo worden er wel eens sappige details gehaald uit de roman van Theun de Vries, De Première. „Dat is je reinste fantasie. Daar kun je niets op baseren. Bovendien: wat heeft het voor zin om dergelijke, echt beledigende dingen te roepen over iemand die al meer dan 85 jaar dood is?”

Elderenbosch besloot dat er iets moest gebeuren en kwam in het verweer tegen de negatieve publiciteit. Allereerst door een weerwoord te schrijven. Maar hij nam ook contact op met de kleindochter van Puccini, Simonetta Puccini, die zich in de woonplaats van de componist, Torre del Lago, bekommert om de nalatenschap van haar opa.

Simonetta belde hem direct op. „Ze was net als mij verontwaardigd. We besloten om samen op te trekken.”

Het leidde tot de oprichting van het Puccini Genootschap (in het Engels de Dutch Puccini Society) op 19 november jongstleden. Het genootschap bevindt zich vooralsnog in een ontkiemende fase; alleen de familie Elderenbosch is er druk mee bezig. „Bijna dagelijks.”

Er liggen echter al de nodige concrete plannen op de plank. Maar alles heeft zijn tijd. „Eerst moeten we een bestuur vormeren”, zegt Elderenbosch. „En we moeten komen tot een voldoende ledenaantal; toch zeker 100 mensen.”

Als dat eenmaal gebeurd is, heeft Elderenbosch wel al een hele lijst uitgangspunten klaarliggen waar de leden van het genootschap mee aan de slag kunnen. En die uitgangspunten gaan verder dan enkel het bestrijden van negatieve publicaties.

„Hij werd in 1912 al zwartgemaakt in Italië. Er is niets nieuws onder de zon.”

Elderenbosch vindt dat een genootschap een uitgebreide doelstelling moet hebben, en dus heeft hij een aardige rij met streefpunten samengesteld. Allereerst wil hij het ‘merk Puccini’ in de aandacht houden, zodat de werken van de Italiaan niet verstoffen.

Daarnaast wil hij alle mogelijke middelen aangrijpen om de uitvoering van werk van Puccini te bevorderen, en de kwaliteit daarbij kritisch in de gaten houden. Zo hoopt hij Puccini onder de aandacht te brengen van operagezelschappen en radio en televisie.

„We willen ook jonge musici interesseren voor Puccini en misschien zelfs beurzen beschikbaar stellen”, vertelt Elderenbosch. „En we willen een Puccini-onderscheiding instellen, voor personen die verdienstelijk werk ten opzichte van Puccini hebben geleverd.”

Elderenbosch’ ideaal is dat hij op een gegeven moment ook concertjes kan gaan organiseren. Maar zover is het nog niet. Er moet eerst heel wat wervend werk verricht worden om leden te krijgen. „Het loopt nooit storm, we moeten er hard aan werken”, zegt hij. „Ik doe mijn best. Meer kan ik ook niet doen.”

door

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.