AchtergrondCD-recensiesFeatured

Discografie: Rigoletto

Dit is mijn beste opera, zou Giuseppe Verdi hebben gezegd na de première van Rigoletto. Het drama over de gekwelde hofnar en zijn dochter Gilda heeft dan ook heel de wereld veroverd. Basia Jaworski selecteerde diverse cd- en dvd-opnamen.

Cd’s
Wanneer werd voor het laatst een complete Rigoletto voor cd opgenomen? Lang, lang geleden. En als ik me niet vergis, betrof het een ‘zo-zo-uitvoering’ met een schitterende Renato Bruson in de titelrol, maar met een nogal middelmatige hertog van Roberto Alagna en een bleke Gilda van Andrea Rost (Sony). Een misser. Over de uit 1993 stammende versie met Pavarotti, Studer en Chernov (Deutsche Grammophon) kunnen we ook beter zwijgen.

Mijn favoriet aller tijden is een oudje: een Ricordi-opname uit 1960 (tegenwoordig op BMG 74321 68779 2) met een absoluut niet te evenaren Ettore Bastianini in de hoofdrol. Zijn Rigoletto is zo warm en menselijk en zo vol opgekropte frustraties, dat zijn roep om ‘vendetta’ niet anders dan logisch is.

Renata Scotto zingt een meisjesachtige, naïeve Gilda, die door de liefde voor de verkeerde man omgetoverd wordt in een volwassen vrouw. Als geen ander snapt ze dat het hele gedoe met wraak nergens toe kan leiden en offert zichzelf op, om al dat bloedvergieten en die haat te stoppen.

Alfredo Kraus is een Duca uit duizenden: elegant en afstandelijk, hoffelijk en koud als een kikker. Niet zozeer gemeen, maar totaal ongeïnteresseerd en daardoor des te gevaarlijker.

Een sonore Yvo Vinco (Sparafucile) en lekker ordinair verleidelijke Fiorenza Cossotto (Maddalena) zijn ook niet te versmaden, en het geheel wordt zeer geïnspireerd gedirigeerd door Gianandrea Gavazzeni. Jammer genoeg is het geluid niet al te best, maar een echte liefhebber neemt het voor lief.

Hieronder zingt Ettore Bastianini ‘Cortigiani vil razza dannata’:

Voor degenen die het geluid toch belangrijk vinden, wil ik de Deutsche Grammophon-opname onder Carlo Maria Giulini aanbevelen. Ook niet zo jong meer (opgenomen in 1980) maar sindsdien is er geen betere gemaakt.

Ileana Cotrubas is de vleesgeworden Gilda. Ze is niet echt een stemacrobaat à la Gruberova of een kwinkelerende ‘kanarie’ als Lina Palliughi, beslist minder dramatisch dan Callas (terecht, een Gilda is geen Leonora) en wellicht niet zo briljant als Sutherland, maar wat een inlevingsvermogen! Wat een inzet! Wat een tekstbegrip! Haar Gilda, in tegenstelling tot die van Scotto, wordt nooit volwassen, en haar offer is eigenlijk onzinnig en zinloos, een tienermeisjes eigen, en zo des te ontroerender.

De Duca wordt gezongen door Plácido Domingo. Niet echt mijn favoriet voor die rol, al valt er op zijn zang helemaal niets aan te merken. Piero Cappuccilli is een werkelijk fenomenale Rigoletto (DG 457 7532).

Dvd’s
Vergeleken met de cd’s ligt de zaak met dvd’s iets anders. Verwend als wij inmiddels zijn geworden, willen we het liefst nog het beeld erbij, en dan het liefst in de allerbeste kwaliteit. Het wordt ook steeds moeilijker om een keuze te maken, want welke uit de beschikbare versies (tien, als ik me niet vergis) van Rigoletto moet men kiezen?

Heel veel goeds heb ik gehoord over de voorstelling in de arena in Verona in 2001 (Arthaus Musik 107096). De recensies van de voorstellingen waren lovend en ook over de dvd was men in het algemeen zeer positief. Het zal dus aan mij liggen, maar ik vind het maar niks.

Het decor is zeer spaarzaam en doet heel erg minimaal aan op het grote toneel. Het doet nog het meest denken aan blokkendozen, maar als de camera dichterbij komt (en soms komt die te dichtbij!) blijken het muren te zijn, die aan het einde heel erg vernuftig dichtgaan – net een toneeldoek, wel een leuke vondst. De kostuums zijn min of meer oké, maar echt schitterend kan ik ze ook niet vinden. En de bochel van Rigoletto is ronduit bespottelijk.

Leo Nucci behoort tot de grote Verdi-baritons van onze tijd, al ontbreekt het hem aan het charisma van veel van zijn collega’s. Zijn stem is ook al niet meer wat het geweest is en in zijn eerste scènes lijkt het alsof hij aan ‘sprechgesang’ doet. Zeker, zijn portrettering is indrukwekkend te noemen, maar uitzonderlijk? Het publiek is wel degelijk enthousiast en dwingt hem ‘La Vendetta’ aan het eind van de tweede akte te bisseren.

Het is niet de laatste toegift deze avond: ook Aquiles Machado (Duca) herhaalt met zichtbaar plezier zijn, in mijn oren uitgebrulde, ‘La donna e mobile’. Het schijnt een traditie te zijn.

Dat hij eruit ziet als een Turkse gastarbeider – tja, daar kan hij niets aan doen. Erger is dat zijn Duca niet meer is dan een domme macho (what’s in a name?) en dat zijn luide, op zichzelf prima lyrische stem met solide hoogte maar één kleur kent.

De Albanese Inva Mula doet werkelijk haar best om zo mooi mogelijk te zingen en zo mooi mogelijk eruit te zien, en dat lukt haar wonderwel. Alle coloraturen zijn er, en ook al die hoge noten. Haar pianissimo is adembenemend, daar is dus niets op aan te merken. Maar het laat me koud, zo bestudeerd klinkt het.

Marcello Viotti klinkt niet echt geïnspireerd en zijn haastige tempi leiden tot een lelijke ‘Cortigiani, vil razza dannata’, normaliter één van de ontroerendste momenten uit de opera.

Nee, als het toch traditioneel moet zijn, geef me dan maar de productie uit 1977 uit de Metropolitan Opera (DG 0730939). Ook hier moest ik eerst vreselijk wennen aan al die waarheidsgetrouwe beelden (is het u ook opgevallen, dat een al te realistische voorstelling er heel erg nep uitziet op het tv-scherm?).

Aanvankelijk had ik ook moeite met de close ups, waardoor al die opgeplakte neuzen en dik geschminkte gezichten veel te zichtbaar waren. Maar gaandeweg gaf ik me gewonnen aan de prachtige regie en scenografie, die me, samen met de echte zestiende-eeuwse kostuums, al gauw deden denken aan de schilderijen van Giorgione.

Dat dat inderdaad de bedoeling was, bleek aan het eind, gemodelleerd naar zijn ‘La Tempesta’, inclusief het landschap en de door de bliksems getekende hemel. Maar voor het zover was, knielde Rigoletto met de dode Gilda (in het blauw, jazeker!) in zijn armen, gelijk de ‘Piëta’ van Michelangelo, en zocht ik naar een zakdoek, want inmiddels was ik in tranen uitgebarsten.

MacNeil kende zijn betere dagen en begon nogal vals, maar halverwege de eerste akte was er niets meer op zijn zang aan te merken. En in Ide tweede akte zong hij zowat de indrukwekkendste ‘Cortigiani’ die ik ooit hoorde, daarbij geweldig geholpen door de zeer spannende begeleiding van Levine. Let u maar op, hoe hij het woord ‘dannati’ uitspreekt. Kippenvel.

Het is een enorm plezier om een jonge Plácido Domingo te zien en te horen. Lang, slank en knap, en met een stem die hoorbaar geen beperkingen heeft. Maar: een Duca wordt hij nooit. Hoe hij ook zijn best doet, zijn ogen blikken vrolijk en aardig en zijn lippen krullen zich voortdurend in een vriendelijke glimlach. Een ‘lover boy’, dat wel, maar zonder kwade bedoelingen. En dat weet hij zelf, want hij heeft die rol maar heel weinig gezongen. Eigenlijk haat hij Duca, dat zegt hij tenminste in een interview in een bonus op de dvd.

Ileana Cotrubas is onvoorstelbaar ontroerend en haar interpretatie is nog indrukwekkender dan op de cd. Ook hier klinkt ze als een jong en onschuldig meisje, maar in de laatste akte wordt ze een soort Madonna, die zich voor de hertog (lees: de mensheid) gaat opofferen. Dat blijkt ook uit haar nadrukkelijk gezongen ‘per lui’, en dat verklaart ook de logica van het ‘omgekeerde’ Piëta.

Voor de liefhebbers van de wat modernere ensceneringen is er de BBC-opname uit Covent Garden, met een prachtig gezongen Rigoletto door Paulo Gavanelli en een prima Duca van Marcelo Álvarez.

Helaas klinkt Christine Schäfer maar weinig Italiaans en ik heb het niet zo op met de expliciete sexscènes, laat staan sadomasochisme. Maar de regie van David Mcvicar is zonder meer goed en heel erg spannend. Helaas is dirigent Edward Downes niet echt op dreef (Opus Arte OA0830D).

De opnames uit Zürich met (Beczala, Nucci en Mosuc) en uit Dresden (met Flórez, Lučić en Damrau) zij al eerder op de site besproken.

Vorig artikel

Opera op radio en tv: week 27

Volgend artikel

Bayreuth brengt vijf Wagner-titels

De auteur

Basia Jaworski

Basia Jaworski

11Reacties

  1. 3 juli 2011 at 12:06

    ja wacht nog steeds op een goede Rigoletto.
    Tot op heden nog steeds de beste die op de oude cetra met
    Pagliuggi,taddei en Tagliavini.
    Jammer dat er geen complete is met Jan Derksen de beste ooit.

    Rigoletto is een waar probleem,er zijn zeer goede Rigolettos zeker die met Bastianini maar dan is er weer probleem met de sopraan,ook Robert Merrill zeer zeker maar ook verder weer niks.wachten is op n nieuwe met Grigolo als de duke,maar wie moet Rigoletto doen is er momenteel niet.Zegt U het maar.

  2. Buster
    3 juli 2011 at 16:50

    Ik stoor me nogal aan die vergelijking met een Turkse gastarbeider.

  3. Leen Roetman
    4 juli 2011 at 00:12

    En wat vind je van deze?
    http://www.deutschegrammophon.com/cat/single?sort=newest_rec&PRODUCT_NR=4775608&
    UNBUYABLE=1&per_page=50&ADD_OTHER=1&COMP_ID=VERGI&ALBUM_TYPE=CD&
    ART_ID=KUBRA&flow_per_page=50&presentation=flow

  4. 4 juli 2011 at 10:08

    vreselijk die Dietrich Fischer Dieskau,is een prachtige bariton,maar zeker geen Rigoletto,helemaal geen verdi bariton
    ,
    luister eens naar zijn Posa in Don Carlos op de Decca opname
    met Tebaldi en Bergonzi o.a .verschrikkelijk.

    Nee dit had hij nooit moeten doen.

  5. Leen Roetman
    4 juli 2011 at 19:55

    Vind je? Zijn opname als Posa ken ik niet, maar zijn vertolking als Rigoletto vind ik meesterlijk. Ik heb de opname juist vermeld omdat ik zo’n reactie (‘ vreselijk’ , ‘geen Verdi bariton’ ) wel verwachtte.

  6. ML. Röntgen
    5 juli 2011 at 11:12

    Met aandacht gelezen, maar eigenlijk kan ik geen oordeel vellen, ik weet te weinig van opera’s! Schande.Daarom vind ik de verhalen zo leuk. Maar vanavond gaan mijn kleindochter en ik naar de opera in het concertgebouw.Voor mijn opvoeding…..Groetjes,Marielouise.

  7. Steven SURDÈL
    5 juli 2011 at 15:10

    Er is nog ‘een andere vroege’ Scotto als Gilda die er alleszins mag zijn, nl. die met Carlo Bergonzi als de hertog, Ivo Vinco als Sparafucile en Dietrich Fischer-Dieskau als Rigoletto, onder de deskundige leiding van Rafael Kubelik op Deutsche Grammophon, uit 1964 (en nu nog op CD). Sla er de handboeken maar op na.

    Zelf ga ik er verder niets over zeggen, want het was mijn allereerste aanschaf, in 1971 stiekem gekocht toen ik zestien was, want de doos was zo mooi en de foto van Scotto nog mooier en de duetten van deze dame met beide heren nog veel meer. Bovendien mag je op eerste liefde nooit terugkomen; die houd je zoals ze zijn.

  8. Shmulik
    6 juli 2011 at 09:07

    Waarom zegt niemand iets over de uitvoering met Callas, Gobbi (hij vooral is fantastisch) en di Stefano (1953) ? ik ben wellicht niet objectief, het was mijn eerste opera cd – op goed geluk gekocht, ook dat nog ! Je leest inderdaad dat Gilda niet echt Callas-achtig was en ze zong de rol nooit live, maar (citaat) :
    But she was a masterly actress and could transform her voice to suit many different characters. Her Gilda is frail and youthful – and she has the technique to negotiate the difficulties in Caro nome. There is some disfiguring vibrato and the tone isn’t completely steady in some places but her identification with the role is so strong that some defects can be overlooked. Maybe she is at her most convincing in the Rigoletto-Gilda duet in act I scene 2, which is desert island stuff.

    Marielouise, hopelijk genoot je net als ik gisteren in het Concertgebouw

  9. Steven SURDÈL
    6 juli 2011 at 21:29

    (voor Shmulik)

    Van Callas’ Rigoletto zijn twee opnamen bewaard: haar officiële studio-opname onder leiding van Tullio Serafin uit 1955 (EMI of Naxos CD)en een rechtstreekse opname in Mexico-stad onder leiding van Umberto Mugnai uit 1952 (Opera d’Oro CD).

    Nu kun je natuurlijk afgaan op het oordeel van kenners als Michael Scott en John Ardoin, die beiden een voorkeur hadden voor de Mexicaanse versie. Maar zelf luisteren en zelf oordelen is altijd het beste, zeker wanneer blijkt dat je het met de kenners helemaal niet eens bent.
    Ik vind in elk geval dat Maria Callas in de studio toch ook een mooie prestatie heeft geleverd, al klinkt ze wat onnatuurlijk – ook op de originele Columbia mono-LP’s. Maar voor de rijke klank en de souplesse van een paar jaar tevoren moet je toch echt op zoek naar de ‘piraten-platen’ van BJR, Melodram of Cetra Live Opera. Ze klinken natuurlijk niet bepaald ‘clean’, maar de sfeer op de achtegrond maakt alles goed.

  10. Olivier Keegel
    8 juli 2011 at 14:35

    Wat mij betreft: Ileana Cotrubas for ever! Wie haar Violetta (Cotrubas, Domingo, Milnes, Bayerisches Staatsorchester olv Carlos Kleiber) niet gehoord heeft, heeft niet geleefd.

    And now, for something not so completely different: is al ergens op deze site het opmerkelijke incident in Rome besproken? Muti bisseert Va pensiero en het publiek zingt mee, dit als protest tegen de cultuurafbraak. Nog eens wat anders dan die tenenkrommende “Mars der Beschaving”. Let en passant ook even op een opmerkelijk detail: het Slavenkoor wordt gezongen door…. slaven! Een werkelijke politieke lading heeft dus blijkbaar niets met onzinnige fratsen op het toneel te maken.

    http://www.youtube.com/watch?v=gaXE0v0bJoE&feature=related

  11. Gert-Jan
    8 juli 2011 at 16:01

    Voor mij is er maar één zanger die alle nuances van Rigoletto wist te vertolken en dat was Tito Gobbi. Hij heeft ook een heel interessante analyse van de rol gegeven in een van zijn boeken. Hij is te horen op een oude CETRA opname uit 1947 die naar ik meen ook als geluidsband voor de film diende. En natuurlijk is er de opname met Gobbi, Callas en Di Stefano. Walter Legge zat aan de knoppen maar vreemd genoeg is er vaak sprake van vervorming, die bij cd uitgaven na de eerste serie uit de 80er jaren alleen maar meer op de voorgrond is getreden. Maar wat een vertolking! Bastianini had een imposantere, vollere en virielere stem dan Gobbi maar klinkt mij te vaak als een bullebak. Hij is daardoor subliem als bedrogen echtgenoot van Amelia (Un ballo) maar ik heb toch liever Gobbi, die menselijker en tragischer klinkt.