BinnenkortFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Indrukwekkende premiere Die Passagierin

Op vrijdag 17 april ging Die Passagierin van Mieczuslaw Weinberg in première bij De Nationale Opera, in een co-productie et de Beierse Staatsopera. Peter Franken doet verslag.

Links boven Nikolai Schukoff als Walter, Jenny Carlstedt als Lisa, Sibylle Maria Dordel als oude Lisa, rechts onder Sylvia D’Eramo als Marta. Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

De Pools-Russische componist Mieczyslaw Weinberg voltooide deze opera in 1969. Die Passagierin is gebaseerd op de persoonlijke herinnering van Zofia Posmysz, die wegens het verspreiden van vlugschriften in Warschau was opgepakt en in 1942 naar Auschwitz werd gestuurd. Ze overleefde het kamp en mocht in 1959 als journalist mee op de eerste vlucht van LOT naar Parijs. Daar hoorde ze op een terras een vrouw Duits spreken met een scherpe stem die haar herinnerde aan kampopzichter Lisa Franz. Het bleek haar niet te zijn, maar Posmysz vroeg zich later af hoe ze gereageerd zou hebben als het inderdaad Franz geweest was. Op basis van die gedachten schreef ze de roman Pasażerka, die later door librettist Alexander Medwedjew tot een opera in twee aktes (acht scènes en een epiloog) werd omgewerkt.

Confrontatie

De opera begint met een scène op een passagiersschip dat Lisa en haar 13 jaar oudere man Walter naar Brazilië brengt. Walter is diplomaat en benoemd op een hoge ambassadepost in Rio. Lisa meent in een vrouw die ook aan boord is de voormalige gevangene Marta te herkennen. Hierdoor raakt ze geheel van slag. Enerzijds omdat het haar confronteert met het verleden dat ze zo angstvallig voor haar man geheim probeert te houden (uit verlatingsangst), anderzijds wegens de ongerijmdheid van de ontmoeting: Marta was door haar toedoen naar het ‘dodenblok’ overgebracht. Ze biecht haar verleden als ‘Aufseherin’ op bij Walter, die zich terstond zorgen maakt over zijn carrière.

Nikolai Schukoff (Walter), Sibylle Maria Dordel(Oude Lisa), Jenny Carlstedt (Lisa).Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Als de onbekende vrouw Brits blijkt te zijn keert de rust een beetje terug. Bij Walter, maar niet bij Lisa. Zij beleeft in gedachten haar kampherinneringen en probeert zich te rechtvaardigen. Ze was gestuurd, het was een bevel, de gevangenen werkten niet mee, zij probeerde goed voor hen te zijn. Wat zich in het najaar van 1943 werkelijk tussen de twee jonge vrouwen, Marta was 19 en Lisa 22, heeft afgespeeld wordt duidelijk in flashbacks. Hierin wordt de toeschouwer meegenomen naar een vrouwenbarak in Auschwitz.

Jenny Carlstedt (Lisa) en ensemble.Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Lisa wilde Marta tot vertrouwenspersoon in de barak maken, maar kreeg haar er niet onder. Toen bleek dat Marta’s verloofde Tadeusz ook in het kamp zat probeerde ze het stel te manipuleren door toe te staan dat ze een ontmoeting hadden. Als Tadeusz een tweede ontmoeting weigert, om niet van Lisa afhankelijk te willen zijn, speelt Lisa dat tegen Marta uit. ‘Echt iets voor een Pool om je verloofde te laten zitten.’ Marta speelt het spel echter niet mee en uit wraak slingert Lisa haar op rapport. Dat leidt er later toe dat de ouder geworden Lisa tegenover haar echtgenoot Marta ondankbaarheid verwijt.

Werkkamp

Naast de primaire handeling – de interactie tussen Lisa en Marta – biedt de opera veel ruimte voor het sociale leven in de barak. Waar velen Auschwitz zien als symbool voor massamoord geraakt het andere aspect van dit kamp op de achtergrond. Auschwitz Birkenau was naast vernietigingskamp ook een werkkamp. Getoond wordt het leven dat zich in de vrouwenbarak afspeelt ‘na werktijd’ en daarbij is veel aandacht voor de persoonlijke achtergrond van de gevangen vrouwen. Ze hebben veel verschillende nationaliteiten en zingen in hun eigen taal. Een heel jong Frans meisje probeert een oudere medegevangene Frans te leren, voor als ze na de oorlog samen naar haar woonplaats Dijon zullen gaan, te beginnen met het werkwoord ‘vivre’: je vis, tu vis. Een ander is steeds maar aan het bidden.

Tadeusz is violist en moet voor de kampcommandant diens favoriete wals instuderen en spelen op een ‘bonte avond’. Hij speelt echter de Chaconne uit de tweede partita van Johann Sebastian Bach. Daarmee confronteert hij zijn tot barbarij vervallen publiek met de grote cultuur van wat eens Duitsland was. Zijn viool wordt hem afgenomen en kapotgetrapt. Tadeusz wordt afgevoerd om gedood te worden. Het is het emotionele hoogtepunt van de opera. In een epiloog zingt Marta nog dat er nooit vergeven en vergeten mag worden.

Links voor Sylvia D’Eramo (Marta) en Jenny Carlstedt (Lisa), staand op tafel Gyula Orendt, (Tadeuzs), achter Niek Baar (viool) en ensemble.Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Anna-Lisa Franz

Voor een beter begrip van de rol van Aufseherin Anna-Lisa Franz kan wat meer informatie over haar ‘biografie’ van nut zijn. Ze is geboren in 1922 wat haar 11 jaar oud maakt ten tijde van Hitlers Machtergreifung. In 1933 werd ze bij gelegenheid van haar 12e verjaardag lid van de Bund Deutscher Mädel, de meisjesafdeling van de Hitler Jugend. Daarmee nam de opvoeding tot ‘staatskind’ een aanvang. Trouw aan de Führer stond voorop, hem in alles volgen werd een vanzelfsprekendheid. Het hebben van een eigen kijk op de wereld en een zelfstandig beoordelingsvermogen werd in de kiem gesmoord. Niet zo moeilijk bij een tiener, immers een ontvankelijke leeftijd. In 1942 werd ze lid van het SS- Helferinnen Korps en als Aufseherin naar KZ Auschwitz gestuurd. Dit alles in dienst van het vaderland als goede Duitse. Overtuigd van de noodzaak vijanden van het Reich gevangen te zetten in een KZ wil ze haar werk zo goed mogelijk doen.

Dat betekent orde en regelmaat in haar barak. En daarvoor is het wenselijk een gevangene te hebben die invloed heeft op de anderen. Niet een Duitse Kapo maar liefst iemand van een andere nationaliteit, dat wekt immers vertrouwen. En in de Poolse politieke gevangen Marta, een paar jaar jonger dan zijzelf en een ‘pittige tante’ ziet ze hiervoor de perfecte kandidaat. Dat Marta niet meewerkt ondermijnt de zekerheid van haar bestaan, haar kijk op het leven zoals ze die sinds haar kindertijd heeft gekend.

Liggend Jenny Carlstedt (Lisa), staand Sylvia D’Eramo (Marta) en ensemble.Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Regisseur Tobias Kratzer, ingestudeerd door Andreas Weirich, heeft in zijn productie een klein half uur van de handeling gecoupeerd. Dat zijn met name de scènes waarin de jonge Russische partisane Katja optreedt. Behalve dat haar fraaie vocale bijdrage nu ontbreekt valt er een gat in de handeling waardoor de driehoeksverhouding tussen Lisa, Marta en Tadeusz nogal geforceerd overkomt. Wat Kratzer vermoedelijk heeft beoogd is het benadrukken van Lisa’s frustraties door te kiezen voor seksualisering ten koste van de politieke context. Lisa maakt Marta’s jurk los waardoor ze vrijwel naakt voor Taddeusz komt te staan en moedigt hen aan seks te hebben. Met kennis van het origineel moet ik vaststellen dat dit geen verbetering is.

Het decor en de kostuums zijn van Rainer Sellmaier die elke associatie met KZ kleding vermijdt door alle vrouwen te kleden in een zwarte jurk. De scènes aan boord van het schip tonen passagiers in hedendaagse vakantie outfit, dus niet der stijl van eind jaren ’50. SS-ers lopen rond in hagelwitte scheepsuniformen. Alleen Franz is als Aufseherin afwijkend gekleed en draagt een lange groene jurk.

Vooraan in witte smoking Nikolai Schukoff, zittend Jenny Carlstedt (Lisa) en ensemble. Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Kajuiten

Tijdens de eerste akte zien we een reeks kajuiten met balkons die in drie verdiepingen de gehele toneelopening vullen. Onzichtbaar voor Walter en Lisa loopt een hoogbejaarde vrouw rond: de oud geworden Lisa die de urn van Walter bij zich draagt en waar ze op een gegeven moment ook tegen spreekt. De regie toont hiermee dat Lisa Auschwitz nooit heeft kunnen ‘verlaten’, die fase in haar leven is voor altijd bepalend gebleken. De gevangenen bevinden zich in verschillende hutten en zingen onzichtbaar voor het publiek waardoor het geheel iets van een hoorspel krijgt.

Tweede van links op p het midden balkon Sibylle Maria Dordel (Oude Lisa) en verder het ensemble.Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

In de tweede akte was dat gelukkig niet het geval. Deze speelt zich af in de feestzaal van het schip waar een aantal lange tafels staat opgesteld. Hiertussen en hierop wordt de rest van de voorstelling gespeeld waarbij de SS-ers zo nu en dan gekleed in scheepsuniform met een paar gillende vrouwen in hun kielzog zich met veel lawaai en geweld een weg dwars over het toneel banen. Om Hannah Arendt te parafraseren: ‘de ultieme banaliteit van het kwaad.’

Jenny Carlstedt (Lisa) en Lucas van Lierop (SS man) en ensemble. Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Verschillende stijlen

Weinbergs muziek doet mij sterk denken aan Berg, Sjostakovitsj en Bernstein. Betrekkelijk toegankelijk, met veel verschillende stijlen. Vooral de baldadig anarchistische kant van Sjostakovitsj in de blazerssectie is regelmatig tamelijk prominent aanwezig. De scènes tussen Lisa en Walter klinken wat sarcastisch, absurde situaties worden begeleid door jazzy muziek. Muziek die wordt geassocieerd met de kampleiding is op het ordinaire af wat een goed contrast geeft met de rest. Tijdens de kampscènes klinkt het orkest ingetogen dreigend, met onverwachte uithalen als één van de vrouwen door het lint gaat. Regelmatig is een koor te horen in de stijl van een requiem.

Mezzo Jenny Carlstedt gaf een goede vertolking van de door haar verleden achtervolgde Lisa. Haar zang (voornamelijk Sprechgesang) was zeer verzorgd en acterend wist ze haar emoties goed te etaleren. Schaamte, boosheid en verlatingsangst speelden daarin de hoofdrol.

Marta’s partij kent veel meer lyrische kanten en daarmee wist sopraan Sylvia d’Eramo goede sier te maken. Acterend wist ze goed weerwerk te bieden aan Lisa’s personage en ze zong twee prachtige aria’s: in de tweede akte en buiten beeld de epiloog waarin ze na de oorlog aan de oever van een staat.

Sylvia D’Eramo als Marta. Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Bariton Gyula Orendt, bij DNO bekend als Gaveston in Lessons in love and violence, was een uitstekende Tadeusz. Tijdens de vioolscène werd hij gedubbeld door Niek Baar, in 2018 winnaar van het Oskar Back concours.

Tenor Nikolai Schukoff was geloofwaardig als egocentrische diplomaat. Goed geacteerd en zeer overtuigend gezongen. De rol van de enige joodse gevangene kwam voor rekening van mezzo Eva Kroon die er een duidelijk stempel op wist te drukken. Mooi om te zien dat Eva regelmatig bij DNO op de bühne staat. De bejaarde Lisa werd vertolkt door de actrice Sibylle Maria Dordel. De kleinere rollen waren overwegen adequaat tot goed bezet.

Het prachtig spelend NedPho onder leiding van Adam Hickox had een groot aandeel in het succes van de voorstelling. Fenomenaal zoals de musici alle omzwervingen en onverwachte wendingen door de muziekliteratuur wisten te volgen. Ook de wat kleinere inbreng van het koor van De Nationale Opera (ingestudeerd door Ad Broeksteeg en Jeremy Bines) moet worden gememoreerd.

Nederlands Orkest Philharmonisch o.l.v. Adam Hickox.Foto: © De Nationale Opera | Monika Rittershaus

Dat deze opera mij zozeer aanspreekt heeft mede van doen met een persoonlijke ervaring. In 1991 bezocht ik Auschwitz Birkenau. Het was eind augustus, een nevelige dag. Het uitgestrekte terrein was bijna leeg, er liepen hooguit nog tien andere bezoekers rond. De verkillende sfeer maakte dat ik het steeds kouder kreeg en na een paar uur stapte ik volledig verkleumd en emotioneel uitgeput mijn auto in. Met de bedoeling de barbarij zo snel mogelijk achter me te laten en met een grote sprong de beschaving te bereiken, zette ik muziek op: Bachs solosonates voor viool. Laten we het maar op toeval houden.

Een must

Er volgen nog 5 voorstellingen van Weinbergs indrukwekkende opera. In mijn beleving is het een must voor elke operaliefhebber. En meer in het algemeen: in een tijd waarin aan zelfstandig kunnen denken steeds minder waarde lijkt te worden toegekend geeft een werk waarin de rol van een dader zo prominent aan de orde komt ampel stof tot nadenken en reflectie.

Die Passagierin is nog te zien op 20, 23, 26*, en 29 april en op 2 mei. * matinee

Theater Na de Dam

Op 4 mei organiseert De Nationale Opera er in het kader van Theater na de Dam, de Nationale Dodenherdenking, in Studio Boekman  Daderschap en herinnering, met een voordracht door Maurits de Bruijn , een panelgesprek met Alette Smeulers, Stijn Reurs en Chris van der Heijden  en en een uitvoering van liederen van Weinberg door mezzosopraan Eva Kroon en pianist Jan-Paul Grijpink. Aanvang 21.00 uur

Verder kijken, luisteren en lezen

Video Trailer Die Passagierin

Repetitievideo Die Passagierin

Duet van Walter en Lisa uit Die Passagierin.

Basia Jaworski over de Dvd productie uit Bregenz van Die Passagierin

Vorig artikel

Boe-geroep bij Elektra in Düsseldorf

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken