Chabriers L’Étoile straalt bij Opera Zuid
Zondag 17 mei was de première van de tweede grote productie van Opera Zuid dit seizoen: L’Étoile van Emmanuel Chabrier. Het was een groot succes dat zorgde voor een feestelijke middag in het Parktheater Eindhoven.

Chabrier was een tijdgenoot van Offenbach, maar leefde als componist in de schaduw van deze operette grootheid. Net als Borodin componeerde Chabrier naast een reguliere baan, in zijn geval als ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in Parijs. Hij was grotendeels autodidact die zo nu en dan steun kreeg van vaklui. Dit kan een verklaring zijn voor zijn originele stijl die achteraf bezien zijn tijd vooruit lijkt te zijn geweest.

Anders gezegd: latere componisten begonnen bepaalde stijlkenmerken over te nemen. L’Étoile stamt uit 1877, maar zou gemakkelijk versleten kunnen worden voor een operette uit 1900.
Het werk had première als ‘opéra bouffe’: een lichte komische opera met veel gesproken tekst om de vaak absurde handeling te ondersteunen. Later is men dit genre ‘operette’ gaan noemen. Voor Franstalige zangers zijn die vaak lange teksten, die met het nodige aplomb moeten worden gedebiteerd, geen al te lastige opgave, voor anderstalige zangers des te meer. Regisseur Matthew Eberhardt heeft in zijn Étoile daarom de gesproken teksten flink gecoupeerd. In mijn beleving slaat hij daarmee twee vliegen in één klap aangezien die teksten drijven op ‘Franse humor’ die ik persoonlijk uiterst langdradig vind.

Franse humor
Het is dus des te meer aan de muziek om de humor over het voetlicht te brengen en daarin toont Chabrier zich een meester. Het orkest participeert volledig in de handeling zodat de absurditeiten, spitsvondigheden en komische noten niet slechts voor rekening komen van de zangers, maar in de orkestmusici niet-zingende partners hebben. Dat kan natuurlijk alleen wat worden als ieders timing zoveel als mogelijk wordt geperfectioneerd en daarin zijn Eberhardt en dirigent Nicholas Krüger geheel en al geslaagd. Voeg daarbij het enorme enthousiasme van Theaterkoor Opera Zuid en het plaatje is compleet: deze Étoile kan niet meer stuk.

Verhaal
Het verhaal gaat over een dwaze koning genaamd Ouf, ofwel Fou, die regeert op een impulsieve wijze zonder enige tegenspraak te dulden. Vreemd maar waar, niet alleen op het toneel te vinden. Op zijn verjaardag is er een feest dat zoals elk jaar wordt bekroond met een executie door iemand te spiesen. Het nummer dat dit bezingt betreft eens stoel waarop de veroordeelde moet gaan zitten. Vervolgens komt er een spies omhoog, lachen wel. Omdat iedereen op zijn hoede is de koning vooral niet voor het hoofd te stoten lukt het Ouf niet om een slachtoffer te vinden. Opkomst de marskramer Lazuli die kort daarvoor een minder prettige ervaring heeft gehad en zich beledigend uitlaat als Ouf hem benadert. Gelukkig: net op tijd om het feest straks waardig af te kunnen sluiten. In het rijk van Ouf geen vuurwerk, maar een executie, dat is pas humor.
Astroloog Siroco ontdekt echter tijdig dat Ouf en Lazuli astraal verwant zijn. Als de een sterft zal de ander binnen 24 uur volgen. Dat is reden om Lazuli mee te nemen naar het paleis en hem in een spreekwoordelijke gouden kooi op te sluiten. Ouf heeft echter nog iets anders aan zijn hoofd dat zo mogelijk nog belangrijker is. Dit is zijn 39e verjaardag en voor zijn 40e moet hij een erfopvolger hebben. Daartoe zal prinses Laoula aan hem worden uitgehuwelijkt door een naburig vorstendom, waarmee men tot voor kort in oorlog was. De diplomatieke missie die Laoula naar Ouf brengt is incognito als personeel van een warenhuis en toevallig is Lazuli op hen gestuit. Uiteraard zijn Laoula en Lazuli op slag op elkaar verliefd geworden, waardoor het voor Lazuli zaak wordt zijn kooi te ontvluchten zodat hij er met dat leuke meisje vandoor kan gaan. Veel verwikkelingen volgen, de een nog absurder dan de ander, maar uiteindelijk ziet Ouf af van zijn huwelijk en maakt Lazuli zijn troonopvolger met Laoula als koningin.

Aankleding
Decor-&kostuumontwerp komen voor rekening van Zahra Mansouri die werkelijk alles uit de kast heeft gehaald om er een feestelijk geheel van te maken. Het decor is simpel maar zeer doeltreffend: een eenvoudige draaimolen die plaats biedt aan een troon in Oufs paleis, maar door te draaien en het toevoegen of weghalen van een paar zetstukken een andere plaats van handeling weet te suggereren. Koning, hofhouding en het volk zijn zeer fleurig gekleed. De bezoekende diplomatieke missie daarentegen gaat in het zwart al hebben Laoula en Aloès, de vrouw van ambassadeur Hérisson, wel heel erg mooie jurken aan. Het kermiskarakter van de draaimolen contrasteert goed met de strenge soberheid van de diplomatieke missie, die het bij monde van de ambassadeur en diens assistent Tapioca nogal hoog in de bol heeft.

Sterke ‘Franse’ cast
Tenor Erik Slik zat zeer goed in zijn rol van de rond stuiterende Ouf waarbij niet alleen zijn zang, maar ook zijn fraai gedeclameerde teksten opvielen. In een interview vertelt hij lang op die Franse zinnen te hebben gestudeerd en het resultaat was ernaar. Zijn sidekick, astroloog Siroco was in goede handen bij Martijn Sanders. Sander de Jong en Jeroen de Vaal namen ‘op zijn Frans’ de rollen van Hérisson en Tapioca voor hun rekening.
Sopraan Nienke Nasserian was acterend en zingend een opvallende Aloès en ‘huisdiva’ Anna Emilianova liet als La Princesse Laoula eens te meer horen dat er aan haar een mooie Gilda verloren is gegaan. Mezzosopraan Brenda Poupard tenslotte vertolkte de broekkrol van Lazuli. Ik was meer onder de indruk van haar acteertalent dan van haar zang. Met name in de lagere regionen miste de stem wat aan kracht al kan dat met de zaalakoestiek te maken gehad.
Het Theaterkoor Opera Zuid was fantastisch op dreef: zang, beweging, timing, acteren, alles klopte. Het koor draagt in zeer belangrijke mate bij aan het succes van deze productie.
Orkest Philzuid speelde voortreffelijk onder leiding van reeds genoemde dirigent Nicholas Krüger.
Er volgen nog tien voorstellingen: een aanrader!
Verder kijken, luisteren en lezen
Zahra Mansouri vertelt over haar ontwerpen.
Regisseur Matthew Eberhardt vertelt over zijn regie.