Kielland werpt fraai licht op muziekparen
Na Sabine Devieilhe* eerder dit jaar, bepleitte ook Marianne Beate Kielland liedkunst van vrouwen in de Hertz-zaal van TivoliVredenburg. Het werk van eega’s Robert en Gustav pal naast de liederen van Clara Schumann en Alma Mahler hield wel een risico in. Bovendien geldt de cyclus Frauenliebe und Leben als gedateerd en neerbuigend. Maar de Noorse mezzo omzeilde met intelligente, onsentimentele voordracht deze klippen en liet elke toondichter in zijn/haar waarde.

Op Pinkstermorgen 24 mei verkoos een helaas weinig talrijk publiek inspiratie te zoeken bij Marianne Beate Kielland, toch een grote naam. Maar misschien niet zo groot als ze met haar enorme staat van dienst in divers repertoire, van Monteverdi tot Wagner, verdient. Toegegeven, haar kalme mezzo mist wellicht een zekere ‘wow-factor’. Dat milde timbre met een aantrekkelijk vleugje heesheid herbergt echter een rijkdom aan expressie, zeker in introverte noten.
Die kwalificatie past beslist bij Clara Schumanns opus 13, zes gevoelige liederen op sombere poëzie, hoewel geschreven in de gelukkige eerste huwelijksjaren met Robert. Maar daarin verwerkte ze al het eerdere drama, zoals de felle tegenstand van vader Wieck. Marianne Beate Kielland zong Ich stand in dunklen Träumen als in een gekwelde trance en liet haar vaste pianopartner Nils Anders Mortensen in het optimistische naspel de bittere slotregel Dass ich dich verloren hab! logenstraffen.

Mortenson toonde zich dit concert met helder vloeiend spel een sensitief begeleider, maar pakte elke kans op de woordloze expressie die vooral de Schumanns het klavier gunnen. Hij deed de zwaan in Die stille Lotusblume vederlicht cirkelen terwijl Kielland delicaatheid bij haar droeve tonen voegde. De slotzin Kannst du das Lied verstehen attendeerde Robert op verborgen muzikale codes die recent pas echt worden begrepen. Ondanks heftige zelftwijfel was Clara een bijzonder ingenieus componist.

Maar Roberts geestdrift voor haar werk vervloog snel. Logisch dat Clara later weinig oog had voor zijn cyclus Frauenliebe und Leben, een ‘male gaze’ op een vrouw die van kalverliefde tot weduwschap zich geheel haar man toewijdt. Volgens experts als Graham Johnson wilde dichter Adelbert von Chamisso echter een meisje uit lage klasse schetsen, wat de ‘onderdanigheid’ meer uit standsverschil verklaart. En iets als het bezingen van borstvoeding in lied zeven is voor 1840 feitelijk revolutionair te noemen…
Paternalisme stond populariteit nooit in de weg, maar Marianne Beate Kielland legde, alles uit het hoofd zingend, toch frisse accenten. Zoals de lichte toets wanneer de spreekster zichzelf wegcijfert voor een ‘hogere’ dame in lied twee. Bij sommige vertolkers ruikt dat naar larmoyante edelmoedigheid, terwijl alles hier nog inbeelding is. Sowieso gaf ze in de eerste paar delen de meisjesachtige twijfel en schroom steeds voorrang, niet zo vanzelfsprekend voor een rijpere mezzo.
Die ingetogenheid hield ze vast, bijvoorbeeld door in lied vijf het paradoxale zelfverzekerde forte op Demut direct weer in te tomen. Oneindig teder is de zwangerschapsaankondiging in Süßer Freund, waarin Mortensons tussenspel de omfloerste woorden betekenis gaf. Niet eerder hoorde ik in de aria-achtige passage daarna op het crescendo van fest und fester nur dich drücken zo glashelder een ondertoon van angst. Heel menselijk, geen enkele aanstaande moeder weet immers wat haar wacht.
In het slotlied Nun hast du mir den ersten Schmerz getan voorspelt de beheerste rouwklacht als het ware Clara’s 40 weduwejaren. De harde pianoakkoorden beantwoordde Kielland eerst met kille, soms felle toon, om meer warmte toe te laten naarmate het notenbeeld haar juist inperkte. Een oplichtend timbre op ‘Welt’ gaf Mortenson het sein de cyclus met een subtiele echo van de opening te besluiten.

Een link met Ich bin der Welt abhanden gekommen ligt voor de hand en inderdaad vertolkte het duo dit prachtige lied later in het concert. Ook hier trok de mezzo zich niet terug in een fluistertoon maar gaf haar slotfrasen zelfs een vleugje extase mee. Volkomen terecht, Gustav Mahler en zijn favoriete dichter Friedrich Rückert beoogden niet een stil, donker hoekje maar een ‘hemel’.
Eerst klonken vier liederen van Alma Mahler, op jonge leeftijd geschreven, maar in 1910 uitgegeven. Op initiatief van manlief die een huwelijkscrisis wilde bezweren door zijn componeerverbod aan Alma in te trekken. ‘Anders modern dan Gustav’ sprak Kielland en inderdaad wekken de broeierige sferen en de eigentijdse poëzie associaties met Zemlinsky, Alma’s mentor en ook kortstondig geliefde.

Maar Alma had een geheel eigen hang naar emotionele wispelturigheid. Dat element benadrukte het duo door van Laue Sommernacht een allerminst lauwe vertolking te geven, getypeerd door dynamiek en spanning. Al te sterk gold hetzelfde voor Ich wandle unter Blumen, over een verbroken betovering. In mijn hoofd doken woorden op van onze oud-vorstin: ‘dan wordt het een toneelstukje…’
Ook in Um Mitternacht domineerde, overigens volstrekt legitiem, het theatrale aspect. Van Gustavs Rückert-lieder komt naar mijn idee deze in de pianoversie het meest tekort. Toch verleenden stem en vleugel de majestueuze slotstrofe zoveel allure dat ik die bijzondere blazersorkestratie amper miste.
Liebst du um Schönheit orkestreerde Gustav niet zelf en hij wilde deze liefdesverklaring aan Alma zelfs privé houden. Kielland gaf de boog van zonnige speelsheid naar pure passie het volle pond. Ironisch was de vertaling van de slotregel in het tekstblaadje: Zijn wij eeuwig een paar! Zo’n happy end viel noch de Schumanns, noch de Mahlers ten deel. Maar mede dankzij dit en nog avontuurlijker recitals zijn de verbintenissen tussen enerzijds Clara en Alma en anderzijds het concertpodium gegarandeerd.
Verder kijken, luisteren en lezen
Marianne Beate Kielleand en Nils Anders Mortensen voeren Mahlers ‘
Martin Toet over Frank Martins Golgotha met Marianne Beate Kielland.