Surrealistische Frau echt zonder schaduw
Meer dan een eeuw na de wereldpremière blijft Richard Strauss’ Die Frau ohne Schatten één van de meest veeleisende en raadselachtige monumenten uit de operageschiedenis. Tijdens het Festival van Aix-en-Provence is dit grootse, allegorische sprookje uit 1919 nu te zien in het Grand Théâtre de Provence. Het betreft een prestigieuze coproductie met De Munt in Brussel en de Nationale Opera van Griekenland. In de handen van regisseur Barrie Kosky en de jonge dirigent Klaus Mäkelä is de weelderige partituur gestript tot een intense, psychologische arena waarin zang, acteerwerk, symboliek en muziek elkaar ontmoeten.

Die Frau ohne Schatten
In het libretto van Hugo von Hofmannsthal draait het om de bovennatuurlijke Keizerin, die binnen drie dagen een menselijke schaduw moet zien te bemachtigen. Slaagt zij hier niet in, dan zal haar echtgenoot, de Keizer, in steen veranderen. Samen met haar manipulatieve Voedster daalt zij af naar het aardse rijk van de arme verver Barak en zijn vrouw zonder naam maar mèt schaduw om daar de schaduw te kopen. Het werk is een gelaagde beproeving waarin universele vragen over menselijkheid, empathie en het geweten centraal staan.
Kosky’s regie
Regisseurs vallen bij dit stuk vaker wel dan niet ten prooi aan een puur patriarchale lezing, waarin de vrouw wordt gereduceerd tot haar biologische functie en de schaduw louter symbool staat voor het baren van kinderen. In de Katie Mitchell regie van het voorjaar 2025 bij Nationale Opera en Ballet* was ik teleurgesteld over de nadruk op dit onderwerp hoewel verbreed met een aanklacht tegen huiselijk geweld. Barrie Kosky breekt radicaal met deze conservatieve moederschapsdiscussie. Voor hem staat de ontbrekende schaduw symbool voor het menselijk bewustzijn en de ziel. Hij ontdoet de enscenering van oriëntalistische sprookjesclichés en kiest voor een extreme formele soberheid.
Female gaze
Door de nadruk te verleggen van het sprookjesachtige naar de rauwe, onderlinge dynamiek, opent Kosky de deur naar een dwingende female gaze. De teksten in de opera, vooral die van de Wever Barak zijn tenen krullend. Kenmerkend is dat Barak en vader Keikobad wèl een naam hebben maar géén van de vrouwen. Zij worden, zoals bekritiseerd in de literatuur, aangeduid met hun functie; Voedster, Weefster en Keizerin. In de Kosky’s lezing wordt het libretto grotendeels intact gelaten, maar de drie centrale vrouwenfiguren worden bevrijd uit hun allegorische keurslijf. We kijken niet naar archetypen die passief hun lot ondergaan, maar naar een gelaagd psychologisch slagveld.
Kosky slaagt er hier in om de opera naar het hedendaagse te trekken; het gaat echt over ons. De spanning tussen de Keizerin en de demonische Voedster krijgt hierdoor een intens tastbare, emotionele lading. Baraks vrouw is bij Kosky geen eendimensionale, schreeuwerige feeks, maar een autonome, complexe vrouw die worstelt met haar eigen identiteit en agency in een verstikkende wereld. Dit psychologische fundament maakt de uiteindelijke weigering van de Keizerin om ten koste van het geluk van een andere vrouw haar eigen schaduw op te eisen, niet tot een abstracte morele les, maar tot een diep empathische daad van vrouwelijke solidariteit.
Retro Industriële vintage esthetiek
Samen met ontwerper Michael Levine heeft Kosky een abstracte toneelruimte gecreëerd waarin realiteit en mythe vloeiend in elkaar overlopen. De openingsscènes zijn kaal en donker, badend in suggestieve lichtstralen. De choreografie rondom de Voedster van een aantal wezens, die nog het meest aan chimpansees doen denken, verlevendigt de abstractie en tonen meteen haar magnetische, complexe dominantie.

Maar zodra we afdalen naar de menselijke wereld, zorgt het team (Michael Levine decors en Frank Evin licht) voor een visuele verrassing: Baraks huis en werkplaats is getransformeerd tot een indrukwekkende, meerlaagse constructie van steigers en retro industriële vintage esthetiek. Deze constructie is horizontaal samengeperst tot een benauwde ruimte die de verstikkende leefomstandigheden van de ververs weerspiegelt, terwijl het verticaal de mogelijkheid biedt om personages zich tegelijkertijd in verschillende ruimtes te laten bevinden. En visueel is het prachtig!

De enscenering zit vol met intrigerende theatrale hoogtepunten en surrealistische beelden. We zien hoofdeloze danseressen in glinsterende baljurken en een verblindend zilveren verschijning van een jonge danser als een Griekse god. Angstaanjagend en memorabel is het gigantische, surrealistische hoofd op meerdere benen dat de metafoor belichaamt van de Keizer die langzaam in steen verandert. Ook de kostuums van Victoria Behr verdienen te worden genoemd, ze zijn uitgekiend en zeer theatraal.

De grootste esthetische schok volgt in de laatste akte. Het toneel transformeert in een onversierde, verblindend witte kubus. De muren zijn vanuit alle hoeken zo fel verlicht dat er onmogelijk een schaduw op kan vallen. Het is een even prachtig als hartverscheurend beeld: ondanks al dat licht kunnen Barak en zijn vrouw elkaar niet zien terwijl ze wanhopig over de breedte van het podium dwalen. Dat is misschien ook wel de mooiste scene van de opera omdat hun muziek en liefde voor elkaar in de stemmen zo heftig is dat het pijn doet om ze te zien worstelen.

Caleidoscoop van klank
Het is haast onmogelijk te geloven dat dit pas de tweede operaproductie is die Klaus Mäkelä vanuit een orkestbak leidt. Onder zijn energieke en bezielde leiding gaf het Orchestre de Paris een openbarende uitvoering van Strauss’ weelderige partituur. Mäkelä creëerde een ware caleidoscoop van instrumentale kleuren. Elke bijdrage van de blazers was adembenemend, waarbij met name het lage koper en de contrafagot de ijzingwekkende momenten van hogere machten meesterlijk inkleurden. Ook de zes trombones op de balkons waren verrassend en prachtig. De orkestrale chaos was explosief, terwijl de tedere strijkensembles zinderden van rijke emotionaliteit. Helaas was er af en toe, op zich mooi uitgevoerde, versterking van kinderen en kleine rollen (soms voor effecten) en geluiden, misschien ook instrumenten. Het was spaarzaam, maar ik vind dat een operaproductie daar weg van moet blijven. Dat geldt ook voor de piano versterking. De dirigent was zichtbaar vanuit mijn positie in de zaal en zijn dirigeren is, zeker in de instrumentale passages, een lust om naar te kijken.
Vocale autoriteit
Vocaal is deze productie van buitengewoon hoog niveau. De geweldige dramatische sopraan Nina Stemme droeg de voorstelling als Voedster. Vanaf haar eerste, theatrale opkomst, in het zwart gezeten op een schommelstoel in een bak van licht, eiste zij het podium op. Haar fenomenale vocale projectie sneed moeiteloos en zuiver door de zaal van het Grand Théâtre de Provence. Ze bracht een meeslepende, diepe gelaagdheid aan in dit ambigue, door misantropie verscheurde personage.
Minstens zo sterk was de Canadese sopraan Ambur Braid, die een glansrijk festivaldebuut maakte als de Verversvrouw. Ze heeft een frisse stem met enorm indrukwekkend laag en is in staat om grote emotionaliteit aan te brengen wat haar een ideale vertolker van deze rol maakt. Haar scene met haar man vormde vocaal het emotionele hart van de avond.

Vida Miknevičiūtė toonde zich een sensationele Keizerin. Ze heeft een grote, heldere stem met soms hinten van operette-klank. Een stem van een zeldzame schoonheid zonder modieus effectbejag of suikerzoetheid. Van haar fragiele, doorzichtig gestileerde verschijning in de eerste akte in een doorschijnende jurk groeide zij in de tweede akte uit tot een vocale grootmacht op het moment dat zij de Voedster verbande. Haar absolute triomf lag in de witte kubus van de derde akte, waar zij de waarde van de mensheid bezong met een niet te negeren intensiteit. Haar kruipen over de grond bezat een rauwe menselijkheid en toont haar als enorme theatrale talent (en prima personenregie).

Als haar echtgenoot, Der Kaiser, hoorden we Michael Spyres. De veelzijdige baritenor die zich goed weerde in de fikse Strauss-partij. Gepassioneerd zong hij in de tweede akte met indrukwekkend gezag, gezeten op een gigantisch hobbelpaard.

De Amerikaanse bariton Brian Mulligan gaf een uiterst sterke en nobele vertolking van de verver Barak. Zijn interactie met de Braid zong met een indrukwekkende, felle présence en weigerde zijn vrouw als eendimensionale feeks neer te zetten ondanks zijn vrouw onvriendelijke libretto teksten. Brian was een geweldige Jochanaan in de in 2022 nog slechts concertante Salome, maar in de herneming in 2027 zal hij weer te horen is bij De Nationale Opera herneming van de prodcutie van Ivo van Hove uit 2017.**
Ook de overige rollen waren prima bezet; Jean-Sebastien Bou, (Geestelijke boodschapper), Tomasz Kumięga (De Eenogige), Daniel Miroslaw (De Eenarmige), Robert Lewis ( onder eer als De Gebochelde). Een zeer eervolle vermelding gaat naar Héloïse Mas, die hoog vanuit het publiek als de Stem van Boven een paar scènestelende lijnen zong, wat een stem! Ook een eervolle vermelding voor invalster Ella Taylor, die twee weken voor de voorstelling gevraagd werd en de stem van de valk weergaf. Ella is in Nederland in oktober te horen in de opera Cherry Town.
Epiloog
Deze productie toont Die Frau ohne Schatten in haar puurste vorm als een surrealistisch waanzinnig totaalkunstwerk. Kosky, Mäkelä en cast slagen erin om de opera in al haar glorieuze complexiteit, contradicties en intense emoties voor zichzelf te laten spreken. Decor, regie en personen begeven zich geloofwaardig en schijnbaar moeiteloos in meerdere dimensies. De muziek en cast doen de rest. Een absolute triomf in Aix en heerlijk om deze productie in de Munt te Brussel kunnen herbeleven.
Die Frau ohne Schatten wordt op 9 juli LIVE uitgezonden op ARTE.