Vlaamse Carmen ten onder in dansgeweld
In de Opera van Antwerpen ging op vrijdag 29 mei Carmen van Bizet van Opera Ballet Vlaanderen in première in een regie en choreografie van Wim Vandekeybus. Het werd een groot succes bij het publiek.

Bij zijn operadebuut had Vandekeybus gekozen voor de strategie dat alles uit de kast gehaald moest worden. Hij bracht zijn eigen dansgezelschap Ultima Vez mee, gebruikte dansers van Ballet Vlaanderen en ook jonge dansers vulden het kinderkoor aan. Daarnaast was het volledige Koor van Opera Ballet Vlaanderen opgetrommeld en met trost werd vermeld dat de productie een van de grootste was die OBV ooit op de planken had gebracht.
Vandekeybus heeft een enorme staat van dienst als choreograaf en zijn werken worden wereldwijd bejubeld. Choreograferen kan hij. Waar het mis ging bij deze Carmen was dat hij en zijn team ogenschijnlijk een carte blanche hadden gekregen en ze zich daardoor uit hebben geleefd op alle fronten. Het resultaat was dat de opera Carmen en vooral de personages van de opera, het onderspit delfden in een productie die voortraasde als een overvolle bullettrain. Geen seconde rust op het toneel, geen verstilling, geen ruimte voor bespiegeling; alles, maar dan ook werkelijk elke maat in de muziek, werd gevuld met dans en overspoelde daarmee het drama van Carmen.

Vandekeybus had gekozen voor een versie van Carmen zonder recitatieven en zonder gesproken dialogen en dat had op zich een mooie compacte vertelling kunnen opleveren. Nu leidde het gebrek aan dramaturgische context die nodig is om het, weliswaar overbekende, maar toch vertellenswaardige verhaal van Carmen te duiden, tot een overvolle en toch ook lege voorstelling.
Invulling
Carmen bij Vandekeybus moest een soort mythische figuur worden, een godin, een symbool van vrijheid. De setting was abstract, met veel rosten en muren van steen. Het décor (ontworpen door Silvie Olivé) kan zeker voor meerder producties hergebruikt worden van Aida tot Elektra, dus wie weet was dat de gedachte bij deze setting. De eerste scenes, die ofwel buiten bij een sigarettenfabriek of in een café zouden moeten plaatsvinden, voltrokken zich nu tussen al die rotsblokken die ook constant heen en weer geschoven moesten worden. Daaruit was al vóór de ouverture overigens een briesende danser als stier doorgebroken; de stier als beschermer én lotgenoot van Carmen zoals zou blijken. Een best aardige vondst, maar zoals alles in deze voorstelling waren een of twee scenes voldoende geweest om dit idee te plaatsen. Nu werd het door de constante aanwezigheid een afleidende, of zelfs een irriterende factor. Vandekeybus was blijkbaar bang dat het publiek zich zou kunnen vervelen en vulde daardoor alles in -, en op met dans en handelingen die vaak geen enkele functie hadden.

Als de smokkelaars hun goederen, in dit geval ingepakte balen van het een of ander, doorgeven gebeurt dat gechoreografeerd en zonder doel. De balen blijven maar rondgaan tussen alle dansers en koorleden en die scene is misschien wel exemplarisch voor de hele voorstelling. Er werd bewogen om te bewegen, gedanst om te dansen, gezongen om te zingen, maar de drukte leverde een theatrale leegte op. In de overvloed aan dansinhoud was er geen ruimte voor de personenregie. De zangers waren veelal statisch aanwezig of liepen van a naar b zonder reden. Natuurlijk danste Carmen, maar verder leek het alsof de regisseur geen idee had over waarom Carmen, of welk ander personage in de opera dan ook, doet wat ze doet.
Conservatief
Ondanks alle contemporaine dans voelt de productie extreem conservatief. De zangers staan en zingen, ook het koor inclusief de dames in wijde rokken, met handen op hun heupen! De gehele eerste helft van de voorstelling denderde voorbij waarbij emotionele betrokkenheid volledig ontbrak. Scenes kwamen uit de drukte uit het niets tot stand, geen dramaturgie, geen karakterisering en geen relaties tussen de personages en daardoor uiteindelijk ook geen drama.
Er was sprake van theatrale overkill en het spijt me dat te moeten schrijven want aan overtuiging van de dansers lag het zeker niet. Het koor (ingestudeerd door Jan Schweiger) klonk goed en kreeg de ruimte om zich te laten horen, maar leek af toe verloren in de ‘volle leegte’ van de voorstelling en helaas gold het zelfde voor de solisten.

Onzeker
Raehann Bryce- Davis ken ik als een intense zingende actrice of acterende zangeres, zoals in onder meer Il trittico* en Boris Gudonov** bij De Nederlandse Opera. Als Carmen voelde ze voor mij als een soort onderkoelde Cassandre in Les Troyens en dat heeft Vandekeybus misschien ook zo bedoeld, maar Bizets Carmen mag dan wel een operakarakter van mythische proporties zijn, het is ook en bovenal een onafhankelijke vrouw vol passie, vol vrijheidsdrift die haar eigen lot bepaalt of accepteert. In deze regie werd ze eerder over als slachtoffer van de overdaad om haar heen dan van haar noodlot. Met uitzondering van de kaart-en de slotscène, was er nergens ruimte voor diepgang, verstilling en een nieuwe kijk op het personage van Carmen. Bryce- Davies, die haar roldebuut maakte bij het gezelschap waar ze in de Opera Studio haar carrière was begonnen, kwam wat twijfelachtig over en zeker niet als het vocale kanon zoals we haar kennen. Ingetogen misschien, maar het leek eerder onzeker en ze maakte voor de pauze weinig echte indruk. In de tweede helft van de voorstelling was er meer te genieten en bood Bryce -Davis theatraal en muzikaal een zekere doses interessante Carmen.

Haar partner, tenor Joel Prieto als Don José, had een moeizame start, met in het eerste duet met Carmen ook enkele op zijn zachts gezegd, zwaarbevochten hoge noten. Zijn aria ‘La fleur que tu m’avais jetée’ was een bescheiden open doekje waard en in de tweede helft van de voorstelling kwam hij net als Bryce- Davies steeds beter uit de verf. Helaas ontkwam ook hij niet aan de sjabloonachtige regie-invulling en leed ook hij aan het gebrek aan dramaturgische input. Het acteren werd clichématig en hij ging kopje onder in de de drukte van de enscenering.

De Escamillio van Sakhiwe Mkosana was eenvoudig weg een maatje te klein. Hij mist de laagte voor de partij en kon ook dramatisch weinig indruk maken met als dieptepunt een nietszeggend gevecht met Don José. Daar waar nu juist wat echte actie gevraagd werd, dansten de zangers wat halfslachtig en vooral spanningsloos.
Micaëla werd gezongen door de Amerikaanse sopraan Maeve Höglund. Eerder had zij als Suzanna in Antwerpen een goed indruk gemaakt, maar haar Micaëla leed aan hetzelfde euvel als dat van alle solisten. Zonder ook maar iets van context moest ze haar personage uit het niets vormgeven en ondanks dat ze best goed zingt, werd alles wat bleek, blank, maagdelijk haast, daarbij ook nog eens in maagdelijk blauw gekleed gaand. Deze Micaëla kon haar gevoelens voor José niet op hem, maar ook zeker niet op ons overbrengen. Haar wederom zonder inleiding gepresenteerde aria ‘Je dis que riens ne m’epouvante’ werd een vocalise, geen operascène.

De rollen van Zuniga (Samson Setu), Morales(Leander Carlier), Mercedes (Zofia Hanna), le Dancaïre (Maxime Melnik), le Remandado (Emanuel Tomljenović ) en bovenal Frasquita (Sawako Kayaki) werden uitstekend gezongen. Sawako Kayaki sprong er voor mij uit met grote precisie en stralende hoge noten. Noemenswaardig nog is het optreden van Bea Desmet, die met de kleine rol van Une marchande na 37 jaren als koorlid en soliste afscheid neemt van Opera Ballet Vlaanderen.
De muzikale leiding van deze productie was in handen van Karen Karalitsky. En hele opgave om alle orkest-en koorleden, de dansers en de zangers in het muzikale gareel te houden en dat lukte over de gehele linie redelijk tot goed, op wat kleine ontsporingen na. Er was een zeker mate van lyrisme en oog voor detail in de uitvoering door het Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen, maar haar dirigaat kon mij niet ontroeren. Het mooie intermezzo klonk goed, maar de drukke, soms ook agressieve dans leidde af van de schoonheid en rust van het bedoelde ochtendgloren.

Verwend
Natuurlijk geef ik toe dat ik verwend ben met een enorme rijkdom aan Carmen- voorstellingen die ik door de jaren heen gezien heb. Recentelijk nog maar weer eens de herinstudering van Carmen in Barcelona in de adembenemende, gestileerde, intense regie van Calisto Bieito***. Daarin is nu juist elke handeling relevant en staat het menselijke drama centraal.
Het publiek in Antwerpen was extatisch en hun reactie op de voorstelling was overdonderend, een mooie erkenning voor de hoeveelheid werk die er aan deze productie besteed is, maar ik geloof toch echt dat het niet aan mij lag dat deze voorstelling me niet geraakt heeft.
Carmen is nog te zien tm 13 juni in Antwerpen en daarna nog in Gent in het Concertgebouw tm 28 juni. Er zijn nog maar weinig kaarten beschikbaar!
Er zijn twee hoofdrolbezettingen.
Verder kijken, luisteren en lezen
Regisseur/choreograaf Wim Vandekeybus over Carmen
De twee Carmens bij OBV, Raehann Bryce-Davis en Josy Santos aan het woord.
*Il Trittico bij De Nationale Opera met Raehann Bryce-Davis.
**Boris Godunov bij De Nationale Opera met Raehann Bryce-Davis.