Akhnaten brengt bomvolle zaal in trance
Akhnaten bij de NTR Zaterdagmatinee was al maanden stijf uitverkocht. In deze onrustige tijden willen blijkbaar velen op het hypnotiserende klanktapijt van Philip Glass naar een ver verleden zweven. Het was daarbij een buitenkans Anthony Roth Costanzo in zijn droompartij te horen, al speelt het orkest hier de ware hoofdrol. Onder specialiste Karen Kamensek toonde het Radio Filharmonisch Orkest buiten zijn comfortzone glasheldere precisie en zinderende energie.

Eerst een persoonlijke noot: voor mij als door antiek Egypte gefascineerde jongeman was Akhnaten ooit het portaal tot de wondere operawereld. Niet Carmen of Tosca, zij kwamen pas later. Na 37 jaar blijkt de magie allerminst uitgedoofd dus koele objectiviteit, voor zover überhaupt mogelijk, beloof ik niet. Maar is een ontregelde gewaarwording niet juist wat Philip Glass beoogde?
Baken
Bescheiden opkomend zette Karen Kamensek de radertjes van de gestaag transformerende herhaalde arpeggio’s subtiel in gang. ‘Een helder en rustig baken zijn’ zo omschreef ze haar rol in interviews bij de sublieme Metropolitan Opera-productie die ze meermaals leidde. Het Radio Filharmonisch, van alle violen ontdaan, vatte gaande weg de middag de flow steeds beter, maar al de Prelude had via de oren, zoals bijvoorbeeld optical art via de ogen, een hallucinerende én ‘unheimische’ werking.

De componist zag immers Akhnaten als het letterlijk donkergetinte ‘tragische’ deel van zijn trilogie rond historische initiators van ‘ideeënrevoluties’. Einstein en Mahatma Gandhi zijn lofwaardiger dan farao Achnaton, wiens kortdurende exclusieve zonnecultus rond 1350 v.Chr. vooral zelfverheerlijking diende. Toch blijven zijn kunst en utopische ijver boeien, een dubbelzinnigheid die Glass knap belicht.
Onbescheiden blootvoets daalde bas Zachary James de fameuze trap af. Glass en zijn co-librettisten omarmden de fragmentarische aard van het materiaal via originele teksten, gezongen in oude talen en gereciteerd in het Engels door de Scribe. Met ferme stem en dito charisma vertolkte James uit alle hoeken de hem vertrouwde lastige spreekrol, die hem zelfs tot een Egyptische borsttattoo aanzette!

Voelbare aanwezigheid
Met de titelrol identificeert Anthony Roth Costanzo zichzelf sterk, ondanks talrijke andere partijen en inmiddels ook een toppositie achter de schermen. Al vóór zijn opkomst was Akhnatens aanwezigheid voelbaar via solotrompettist Cyrus Allyar. Echte oud-Egyptische muziek is een raadsel maar frappant, gezien de in Toetanchamons graf gevonden exemplaren, hoe een trompet steeds de farao vergezelt.

In het begrafenisritueel voor Amenhotep III zette bas-bariton Frederik Bergman als hoveling Aye samen met het Groot Omroepkoor de grimmige toon van de oude garde, via rauw gescandeerde Oud-Egyptische woorden. Bariton Benson Wilson (generaal Horemhab) en tenor James Kryshak (Amon-Hogepriester) voegden zich met ceremoniële tred bij hem tijdens de kroningscène. Maar de nieuwe orde klonk met name via de houtblazers en de virtuoze toetsenist op synthesizer en tegelijk (éénhandig!) op celesta.

Buisklokken brachten dan eindelijk Costanzo in oogverblindend gouden jasje het podium op, tussen zijn moeder Tye (sopraan Kiandra Howarth) en echtgenote Nefertiti (mezzo Chrystal E. Williams). Hun stemmen, intens en gefocust zoals hun houdingen, zweefden met koor en orkest naar een climax die Kamensek als bij toverslag afsloot. Alleen de klokkennagalm hield de eerste ovatie even op afstand.
In de aanval op de monotoon biddende Amonpriesters in akte 2, met een gepast nerveuze Kryshak, steeg Costanzo’s counterstem amper boven het orkestgeweld uit. Een bewust effect want bij koningin Tye’s verlate opkomst sneden de hoge noten van Howarth als een laserstraal door de klankmassa. Dit maakte muzikaal duidelijk hoezeer de onervaren farao op zijn moeders kracht leunde.
Nederlands
Gelijkwaardig qua ligging maar in magnifiek contrasterende timbres zongen Costanzo en Williams hun liefdesduet, waarvan de verstilde charme de in mijn oren wat mat gespeelde Dans oversteeg. De tekst komt van een grafkist met een mummie waarvan de consensus nu, anders dan in 1984, luidt dat het Achnaton zelf is. Het zeer zeker persoonlijke karakter van de prachtige Aton-hymne inspireerde Glass tot de hier gelukkig gerespecteerde wens dat het in de taal van het publiek zou worden gezongen.
Onvergetelijk hoe de tengere Anthony Roth Costanza, zijn tekstblad dragend als een heilig object, de zaal vulde met klankpoëzie in onze vaak unfair verguisde moedertaal. In de hoogte soms versmeltend met genoemde solotrompet was zijn timbre sereen maar niet zalvend, eerder had hij iets kinderlijks. De onverantwoordelijke naïviteit die historici Achnaton wel toeschrijven, liet hij treffend meeklinken.
Dat de ketterfarao Mozes’ mentor zou zijn mag regelrecht naar het fabelrijk. Even treffend dus dat het Groot Omroepkoor psalm 104 vanachter de coulissen zong, als een vage echo uit later tijd. Cello’s en hoorns toonden daarbij hoe fraai ook de fluisterzachte Glass kan zijn. Maar het introverte tekstloze gezinsgeluk in akte 3, met koorzangeressen in mooie dochterrolletjes, kon slechts in geweld eindigen.

Karen Kamensek wist koor, ingestudeerd door Murray Hipkin, en orkest tot steeds intensere expressie te voeren, waarbij de draai naar de 20e eeuw met Zachary James als reisgids banaal afstak. Dat werkt wellicht beter in het theater. Maar Costanzo, Williams en Howarth zongen als statig bewegende schimmen de betovering helemaal terug en lieten horen wat dit werk feitelijk is: een klankritueel dat je haast kan doen geloven in de macht van muziek om geesten te tot leven te wekken.
Akhnaten is terug te luisteren op NPO Klassiek.
Verder kijken, luisteren en lezen
Video teaser van de Met productie van Akhnaten.
In 2019 schreef Franz Straatman over de productie van de Metropolitan Opera van Akhnaten.
In 2015 zag Peter Franken Akhnaten In Antwerpen.