Rommelige Tosca in De Munt
Vijf jaar na de oorspronkelijke opdracht is Tosca in de regie van Rafael R.Villalobos nu te zien in De Munt in Brussel. Dat duurde even omdat er een pandemie tussen zat en de première in 2021 plaatsvond met slechts 200 toeschouwers. Het is een productie die, zou je zeggen, de tijd heeft gekregen om te rijpen. Het is ook een productie die bij de co‑producent in Barcelona voor een -misschien geënsceneerd- schandaal zorgde.*

Tosca
In Giacomo Puccini’s Tosca raakt de beroemde zangeres Tosca verwikkeld in een gevaarlijk machtsspel met haar geliefde, de schilder Cavaradossi, en de meedogenloze politiechef Scarpia. Wanneer Scarpia haar chanteert, doodt zij hem in een poging haar geliefde te redden. Zijn laatste bedrog blijkt echter fataal: Cavaradossi wordt geëxecuteerd en Tosca kiest ook voor de dood.
Interpretatie en cast
Tosca kent twee casts, dus ook twee verschillende vertolkers voor de drie hoofdrollen. Bijzonder is de verdieping die Villalobos heeft aangebracht met betrekking tot een extra figuur in de opera, namelijk Pier Paolo Pasolini. Deze invloedrijke, radicale en controversiële Italiaanse intellectueel was openlijk homoseksueel en werd vermoord kort na de première van zijn film ‘Salò o le 120 giornate di Sodoma’. Velen geloven nog steeds dat die brute moord een politieke afrekening was om hem het zwijgen op te leggen. Voor de regisseur van Tosca werd Pasolini in ieder geval als staatsvijand gezien door dezelfde machtsstructuren die anderhalve eeuw eerder in het toneelstuk van Victorien Sardou de dienst uitmaakten. Sardou’s toneelstuk lag ten grondslag aan het libretto van de opera Tosca. Villalobos vindt dit veelzeggend over de Romeinse samenleving. Op zich geen slecht idee, maar het is altijd lastig persoonlijke associaties te volgen en ze in een bestaande opera te verwerken of aan het publiek uit te leggen. In de uitvoering in Brussel zijn er wat teksten en een extra scène toegevoegd. Pasolini zit na de pauze in een box in het theater en verleidt een jonge man, iets met macht en geld. Of dat nodig is, vraag ik me af. Wat voegt het toe? Tosca is op zichzelf al een prima verhaal over geld en macht.

Institutionalisering van het kwaad
Waar Puccini het sadisme beperkt tot de psychologische strijd tussen Scarpia en Tosca, trekt de regisseur het via Pasolini dus breder. Hij laat in het eerste bedrijf de koster de jongens straffen en betasten, en de hele ‘hofhouding’ in het tweede bedrijf toont dat corruptie en machtsmisbruik volledig zijn genormaliseerd, zelfs in de privésfeer (een kind) en de rechtspraak. Villalobos schuwt de controverse niet: er zijn langere tijd naakte mannen in onderdanige posities en hij speelt met zijn mes op de rug van één van hen.
Visuele symboliek en decor
Het decor (Emanuele Sinisi) is een opvallende protagonist op zich: twee grote, ronddraaiende delen die soms synchroon en dan weer tegen elkaar in bewegen. Het visuele beeld doet denken aan een geabstraheerd Colosseum. Het ene deel is klassiek met imposante zuilen en beelden, het andere deel is een strakker, hedendaags hekwerk. Het zeer geregeld draaien zal voor de toeschouwer onrustig aanvoelen en dat is jammer, want het is wel een esthetisch en doordacht decor. Tosca komt tijdens het Te Deum als geestelijke met mijter op, wat een mooi beeld is, en gaat aan het einde van de opera tegen datzelfde licht haar einde tegemoet. De enscenering zit vol intrigerende, beklemmende symboliek. Een jongetje met een varkentje in zijn armen fungeert als rode draad, wellicht een jonge Pasolini of een kind van Scarpia – raadselachtig en wat afleidend. Datzelfde varkentje verschijnt later als gebraden maal op tafel. De keuze om de beul als een vrouw in een smetteloos witte jurk te presenteren, die vervolgens met diezelfde handen de marteling van Cavaradossi uitvoert, is gewaagd, maar wat voegt het toe?

Female gaze
Een interessant aspect in deze uitvoering is het volgende: Villalobos breekt met de traditie waarin Tosca louter het passieve, angstige slachtoffer is van de patriarchale roofdierenergie van Scarpia. In de eerste akte kantelt de machtsdynamiek wanneer Scarpia Tosca’s jaloezie probeert aan te wakkeren met de vermeende ontrouw van Cavaradossi. Tosca zet haar woede om in een uitdaging. Zij neemt het initiatief. Ze streelt Scarpia met haar hand over zijn gezicht, verleidt hem geraffineerd, om hem vervolgens ijskoud van zich af te duwen. Met deze actie ontpopt de normaal gesproken sadistische Scarpia zich tot een masochist. Zijn werkelijke verlangen blijkt niet de brute marteling, maar de ultieme onderwerping aan de vrouw die hij begeert; Tosca moet zijn domina worden! Nu weet Tosca ook wel wat het ultieme genot van een masochist is: “sla me, meesteres, sla me” en de meesteres zegt “nee”. Maar in dat spel gaat Tosca niet mee en of Scarpia wel of niet vermoord wil worden weten we niet, maar hij geeft haar het mes.

Muzikale balans
Het orkest onder leiding van Jordan de Souza is vaak zeer luid. Het besluit om het volledige koor van De Munt( ingestudeerd door Emanuel Trenque) totaal achter de coulissen te plaatsen is jammer en pakt in de praktijk ongelukkig uit. Vooral tijdens het Te Deum missen we de fysieke aanwezigheid en de noodzakelijke vocale kracht; het koor klinkt op afstand en verliest aan impact. De zangers worden soms overspoeld door de instrumentatie. Gelukkig hebben de zangers flinke stemmen, maar de subtiliteit in de zang gaat soms verloren.
Ongetemde Tosca
De Amerikaanse sopraan Leah Hawkins zette in deze productie een moedige, bijna ongetemde Floria Tosca neer. Ze beschikt over een volumineus instrument met een fascinerend kleurenpalet. Het was in de eerste akte even zoeken: een prominent aanwezig vibrato en een lichte ongelijkheid in klankkleur tussen de registers vroegen wat gewenning van het oor. Naarmate de avond vorderde smolt haar techniek echter prachtig samen met de emotionele boog van haar personage. Haar intieme, vanuit een oprechte kwetsbaarheid gezongen ‘Vissi d’arte’ was van zeldzame schoonheid en bracht de Munt-zaal in absolute stilte. Omdat ze over een imposante bühneprésence beschikt, heeft de meer fijnmazige personenregie haar kunnen helpen om dat enorme fysieke potentieel nog scherper te focussen. In Nederland maakte ze als Giorgetta in het zeer goed ontvangen Il tabarro ook al indruk.**

Als haar geliefde, Mario Cavaradossi, hoorden we Stefano La Colla. Hij is allerminst de dromerige, lyrische schilder die men wellicht verwacht, want hij heeft vocaal een meer furore stem in huis. Met een scherpe, directe en vocaal krachtige projectie kan hij het gevecht met de orkestbak aan. Het is ook een vervelend begin voor een tenor, maar er ontbrak zeker wat lyriek in ‘Recondita armonia’. Daarna ging hij als een raket en bereikte in de derde akte zijn absolute hoogtepunt. Het ‘E lucevan le stelle’ greep de toeschouwer en uw recensent bij de keel, niet in de laatste plaats omdat het Munt‑orkest hier plotseling magistraal met de zanger mee ademde. Een tweede hoogtepunt van de avond.

De ervaren bariton Lucio Gallo gaf gestalte aan baron Scarpia. Hij bezit ontegenzeggelijk de vocale autoriteit voor deze partij en acteert met verve, maar ik miste in zijn stem een essentieel randje duisternis. De vileine verleidelijkheid en de demonische, bulderende lach die een Scarpia werkelijk gevaarlijk maken, bleven te veel onderbelicht. Gallo’s Scarpia werd daardoor bijna té sympathiek, waardoor de macabere dreiging die Puccini zo ingenieus in de partituur verweefde aan dramatische impact inboette. Wel een mooie stem die ik graag in andere rollen zou horen.

Onder de overige rollen viel bas Li Huanhong in positieve zin op als de gevluchte Cesare Angelotti. Met een indrukwekkend stemgeluid en uiterst overtuigend spel wist hij de fragiliteit van de voormalige consul voelbaar te maken. Paolo Orecchia zette als de koster met zijn ietwat nerveuze, kruiperige voordracht, uitstekend de sfeer van moreel verval neer, zelfs al was de vocale lijn soms wat minder stabiel. Zeer mooi was de bijdrage van countertenor Pieter De Praetere, die hier de herdersjongen (pastorello) zong.
Epiloog
Ondanks het hoge volume van het orkest was het vocaal een mooie Tosca. De regie is niet echt geslaagd, wel is het idee boeiend en dwingt de kijker na te denken over macht, misbruik en de duistere kant van de menselijke natuur. Ik vond ‘Iphigénie en Tauride’ twee jaar geleden van Villalobos bij Opera Ballet Vlaanderen*** wél erg goed en helder. Maar eerlijk: zijn twee Monteverdi’s ‘I Grotteschi’ ****werden in De Munt ook niet warm onthaald omdat het veel te ingewikkeld was.
Tosca in De Munt in Brussel is nog te zien tm 1 juli.
Op 26 juni is de voorstelling te horen in een Live uitzending op Klara en Musiq3
Verder kijken, luisteren en lezen
Video trailer Tosca in de Munt
Video met Rafael R. Villalobos over Tosca.
**Il tabbaro bij De Nationale Opera
*** Iphigénie en Tauride bij Opera Ballet Vlaanderen
****I Grottschi in De Munt in 2025