bioscoop operaBuitenlandFeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Rienzi eindelijk in het Festpielhaus

De Bayreuther Festspiele brengen al enkele jaren één productie live in cinema’s over de hele wereld. Dit jaar viel de keuze op Rienzi. Peter Franken zag de opera in in het Filmtheater Voorschoten.

Rienzi in Bayreuth met op de voorgrond Andreas Schager in de titelrol en staand Gabriela Scherer als Irene. Met het koor van de Bayreuther Festspiele. Foto: © Enrico Nawrath

Bij gelegenheid van het 150-jarig jubileum van de eerste Bayreuther Festspiele in het speciaal daarvoor ontworpen en gebouwde Festspielhaus wordt eenmalig (?) afgeweken van het aan Richard Wagner zelf toegeschreven verbod zijn drie Frühwerke daar uit te voeren. Van Die Feen en Das Liebesverbot is dat wel begrijpelijk: daar had Wagner weinig genoegen aan beleefd. Maar zijn Grand Opéra Rienzi was uiterst succesvol, feitelijk het werk waar hij tijdens zijn leven voor velen zijn reputatie als componist aan te danken had, niet in de laatste plaats zijn vrouw Minna.

Grand Opéra

Grand Opéra is echter een genre dat midden 19e eeuw sterk verbonden was aan de Parijse Opéra en in het verlengde daarvan aan Giacomo Meyerbeer. En daar wilde Wagner liefst niet teveel aan herinnerd worden, om uiteenlopende redenen. Over zijn Rienzi liet hij zich dientengevolge ook wat minzaam uit, het was iets uit zijn jonge jaren en daar kon hij bezwaarlijk zijn hele verdere leven op afgerekend worden. De hoofdpersoon, Cola Rienzi, was een beetje een schreeuwlelijk en muzikaal en structureel voldeed het werk niet aan zijn latere niveau.

In de voorbeschouwingen en commentaren op deze historische Rienzi vliegt de term ‘Grand Opéra’ je om de oren. En natuurlijk gaat het over Hitler en de nazi’s. Daar blijf ik verre van, in mijn beleving is dat sneeuw van eergisteren, is allang gesmolten. Maar hoe zit het nu eigenlijk met dat fameuze genre?

Een Grand Opéra voldoet in principe aan de volgende kenmerken.

Het werk is doorgecomponeerd van begin tot eind en wordt dus niet onderbroken door dialogen. De Opéra (Pélétier, Garnier) heeft de première en is feitelijk de artistiek eigenaar van het werk. Er is sprake van een episch verloop in vijf bedrijven en het geheel wordt aangekleed met koor- en balletscènes. In de derde akte vindt altijd een groot ballet plaats. Er wordt steeds een sociaal-historisch thema behandeld vanuit een realistisch oogpunt. De Grand Opéra kiest voor wat betreft haar thematiek niet langer voor de mythologie of de antieke geschiedenis. De dramatische handelingen worden geplaatst in het iets recenter verleden, met een voorkeur voor de middeleeuwen of in de zestiende of zeventiende eeuw. De eerste akte laat de toeschouwer kennismaken met de protagonisten en de historische maatschappelijke verhoudingen waarbinnen zij gebonden zijn. In de tweede akte is sprake van ontwikkeling, de plot tekent zich af om in de derde akte zijn definitieve vorm te krijgen. Een groot ballet kan daarin worden gebruikt om het onthulde conflict te becommentariëren of na te spelen. De vierde akte behandelt de gerezen crisis en de slotakte toont de vaak dramatische afloop.

Scènefoto Rienzi in Bayreuth. Foto: ©Enrico Nawrath

Transpositie

Welnu, daar past Rienzi perfect in, maar wat belangrijker is: het sociaal-historische thema maakt deze opzet bij uitstek geschikt voor een transpositie. En dat is exact wat het regieduo Alexandra Szemerédy en Magdolna Parditka met het verhaal over de middeleeuwse volksmenner Rienzi hebben gedaan; een populist avant la lettre. In hun productie wordt hij gepresenteerd als een hedendaags politicus die ‘het volk’ weet aan te spreken door ze op te zetten tegen de gevestigde orde. Maar net als in de hedendaagse politiek redt hij dat niet zonder ruggensteun. En die krijgt hij van de paus die het aan lagerwal geraakte onveilige Rome heeft ingewisseld voor de veilige rust van Avignon. Eenmaal aan de macht met als titel Volkstribuun, een verwijzing naar de plebejers uit de Romeinse Republiek, stijgt het succes Rienzi naar het hoofd en waant hij zich almachtig. Het is niet moeilijk een hedendaagse parallel te vinden. Met zijn geliefde Rome gaat Rienzi na een kort bewind ten onder.

Wat altijd goed werkt in een opera is een liefdesaffaire tussen twee mensen uit vijandige kampen. In Rienzi betreft dat Rienzi’s zus Irene en Adriano, de zoon van diens grote tegenstrever Steffano Colonna. Met de adellijke familie Orsini strijden de Colonna’s om de macht waarbij hun straatgevechten als bijkomend verschijnsel het volk terroriseren. En nu Rienzi de steun van de paus en het volk krijgt, verenigen ze zich tijdelijk om die upstart plebejer te bestrijden.

Eigentijds

In de Bayreuther productie zien we dit in eigentijdse setting: iedereen loopt met een telefoon, overal grote beeldschermen, nieuwsflitsen: ‘live from the Capitol’. Op een scherm zien we heel kort het bericht dat Colonna wordt beschuldigd van een ‘hit and run’ waarbij een kind is overreden. Het betreft het jongere broertje van Rienzi en Irene en daarmee opent de voorstelling.

Tijdens de ouverture is er een drietal geschakelde opengewerkte kubusvormige kamers te zien. In de linker zit een jongetje met een beer te spelen, hij zit aan life support en overlijdt korte tijd later. In de rechter is Rienzi is achter zijn bureau druk bezig plannen te smeden voor zijn machtsgreep, weliswaar via verkiezingen maar evengoed een route naar alleenheerser schap. Als hij zijn strijdplan heeft afgerond viert hij dat moment met zijn zus, net iets te innig, wat suggereert dat het online pesten van Irene d.m.v. berichten over haar incestueuze relatie met broerlief niet helemaal uit de lucht komt vallen. En als Rienzi tegen het einde van de avond zijn enige echte liefde bezingt, die voor Vrouwe Roma, wil de regie ons liever doen geloven dat hij het in werkelijkheid over Irene heeft. Daar staat tegenover dat we Irene en Adriano wel samen zien ontwaken in huize Rienzi. In elk geval is er sprake van een liefdesaffaire tussen die twee en dat maakt Adriano’s gedrag veel geloofwaardiger dan ik in eerdere producties heb gezien. Meestal is het een irritant onderkruipertje, hier een (nogal vrouwelijke) man van vlees en bloed die strijdt voor zijn grote liefde .

Scènefoto Rienzi in Bayreuth met op de voorgrond Gabirla Scherer als Irene en Jeniffer Holloway als Adriano, op de trappen Andreas Schager als Rienzi en verder leden van het Festival Koor van Bayreuth. Foto: ©Enrico Nawrath

De drie kubussen maken deel uit van een lange rij en ook nog eens met drie verdiepingen eronder: het geeft (vooral aan de buitenkant) de suggestie van een dystopische omgeving met overal Plattenbau. In plaats van de alomtegenwoordige duiven zien we hier zwarte raven, leuk accent.

Tribune

Een ander belangrijk decorelement is een tribune die dienst doet als Capitool en televisiestudio. In een bepaalde scène zien we Rienzi op het toppunt van zijn roem en macht terwijl het ‘klapvee’ in slow motion applaudisseert. En kort daarna is alles voorbij.

De strijd van de burgers tegen de Nobili, de militie van de families Orsini en Colonna, wordt getoond als een ware veldslag. Veel nadruk op militarisme: oorlog is geen wandeling in het park. Doden, kindsoldaten, een filmshot van het verwoeste Gaza, een oorlogskerkhof, we krijgen het allemaal mee. En zo onnodig: als Rienzi die Colonna en zijn maat direct had laten executeren in plaats van ze na dat oorlogje persoonlijk een nekschot te geven, waren er niet zoveel slachtoffers gevallen. En waarom? Alleen vanwege die Adriano die het liefje van zijn zus is. Familie mag dan wel boven alles gaan, maar dan toch in elk geval de eigen familie! En dan te bedenken dat Rienzi’s campagne is begonnen als vendetta tegen diezelfde Colonna vanwege de dood van zijn broertje.

Ik zag de première in het kleine bioscoopzaaltje in Voorschoten, het enige filmtheater in Nederland dat elk jaar de uitzending uit Bayreuth verzorgt. De beelden waren nadrukkelijk in close up, te veel naar mijn smaakt. Ook al die nerveuze beeldschermen krijg je nadrukkelijk te zien. Voordeel is dat je meer oppikt aan details dan toeschouwers in de zaal, nadeel dat je er horendol van wordt. Dat gekoppeld aan het hoge geluidsniveau maakte de voorstelling tot aan de pauze voor mij persoonlijk geen onverdeeld genoegen.

Rienzi in Bayreuth met in het midden Andreas Schager in de titelrol en verder solisten en leden van het koor van de Bayreuther Festspiele. Foto: © Enrico Nawrath

Het begon met de ouverture, een kunststukje vergelijkbaar met die van Lohengrin. Mits goed gespeeld zet dit de toon, kan al ontroeren voordat er een noot is gezongen. Met al dat stil spel waarbij ook nog iemand dood gaat, verdween de muziek echter op de achtergrond en was ik blij toen het voorbij was. En daarna begon het audiovisuele bombardement. Nogmaals, hoe het in het Festspielhaus beleefd is kan ik niet beoordelen, ik schrijf over mijn eigen ervaringen.

Tegen het einde van de tweede akte werd er een lange pantomime opgevoerd in de stijl van een kinderfeestje. Daarin werden de tien opera’s uit de canon nagespeeld, heel aardig maar net als de rest van de opera aan de lange kant. De begeleidende balletmuziek is ronduit saai; nu er geen contractuele verplichting is om een ballet in te voegen zie ik geen enkele noodzaak daaraan vast te houden. Na de tweede akte is het verhaal wat compacter en heeft de regie minder mogelijkheden om tijdens de uitgesmeerde scènes in te breken met dat hedendaagse videocircus. Zowaar vond ik de productie het tweede deel van de avond goed te genieten.

Voluit

Andreas Schager vertolkte de titelrol op een wijze die me aan Wagners ‘schreeuwlelijk’ deed denken al kan dat ook aan het bioscoopvolume hebben gelegen. In elk geval had hij voldoende stamina om de hele avond voluit te zingen. Opvallend dat waar hij zich kwetsbaar opstelt en het gebed ‘Almächtiger Vater’ zingt de stem bijna leek te breken. Kennelijk kan Schager alleen voluit zingen, dat gaat hem het beste af. Hoe dan ook; hij droeg de voorstelling.

Andreas  Schager als Rienzi, liggend Jennifer Holloway als Adriano en zittend Gabriela Scherer als Irene. Foto:©Enrico Nawrath.

Gabriela Scherer vertolkte de rol van Irene. Ze is voornamelijk acterend op het toneel, heeft pas in de laatste akte veel te zingen en dat ging haar uitstekend af. Opvallend dat voor Adriano geen mezzo was gecontracteerd maar een sopraan. Jennifer Holloway was na Schager de beste ‘man’ van het veld. Zeer fraaie vertolking en zoals gezegd, ook een geloofwaardige lover.De kleinere rollen waren goed bezet.

Uiteraard een belangrijk aandeel van het koor, dat is verantwoordelijk voor het aspect ‘grand’ in een grand opéra. De bewegingsregie was voortreffelijk en er werd veel geluid geproduceerd, allemaal zeer gelijk op maar moeilijk verstaanbaar. Ook hier kan de bioscoopervaring mij parten spelen.

De begeleiding door het Festivalorkest onder leiding van Nathalie Stutzmann maakte geen bijzondere indruk. Het klonk goed allemaal zonder dat er momenten uitsprongen. Goed beschouwd is dat ook mijn oordeel over Rienzi als opera. Er is te veel nietszeggende muziek en de handeling kent nogal wat dode momenten. Wat dat betreft was de drie uur durende voorstelling die Oper Leipzig maakte voor de Festspiele van 2013* een veel betere keuze geweest voor het doorbreken van het taboe op uitvoering in het Festspielhaus.

Rienzi is nog te zien in Bayreuth tot en met 26 augustus, maar alle acht resterende voorstellingen zijn  uitverkocht.

Verder kijken, luisteren en lezen

De gehele voorstelling van Rienzi uit Bayreuth is inmiddels op Youtube te zien.

*Peter Franken over Rienzi in 2013 in Leipzig.

In 2024 sprak Gabriela Scherer met Place de l’Opera n.a.v. haar optreden in Die Legende der heiligen Elisabeth in de NTR Zaterdag Matinee.

Vorig artikel

Prachtige zang in verminkte Rosenkavalier

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter Franken

Peter Franken