AchtergrondBinnenkortFeaturedInterviews

Kolja, een opera over en vol van stilte

Op 3 september begint een serie voorstellingen van een nieuwe opera, Kolja op een libretto en naar de gelijknamige roman van Arthur Japin, op muziek van Bob Zimmerman.

De opera vertelt het verhaal van Kolja (Nikolaj Konradi), een doof geboren jongen die onder de hoede van de broers Modest en Pjotr Tchaikovsky leert liplezen en praten. Na een ingewikkelde, intense relatie met Modest komt hij te laat om Pjotr nog levend te zien, maar gaat op onderzoek uit naar de omstandigheden van diens dood. Het verhaal is een detective met een filosofische laag over ‘stilte’ , isolement en het anders zijn. Modest en Pjotr waren homoseksueel in een tijd dat openlijke homoseksualiteit in Rusland verboden was. Het is op ware feiten gebaseerde fictie. Arthur, jij hebt je eigen libretto gemaakt. Wist je toen al dat Bob het ging componeren toen je aan het libretto begon?

Arthur Japin en Bob Zimmerman. Foto © De Schaapjesfabriek

Arthur Japin: “Ja, dat wist ik. We hebben heel lang geleden samengewerkt, 45 jaar geleden. Ik kende Bob wel en een deel van zijn werk, maar vast niet alles. Ook zijn stadsopera Trijn had ik niet gezien, want daar begon het mee. Dezelfde groep die Trijn met Bob had gedaan, vroeg mij.

 Ik ben benieuwd naar de samenwerking zoals tussen Von Hofmannsthal en Strauss, Mozart en Da Ponte en nu Japin en Zimmerman. Hoe gingen jullie te werk? Stuurde Arthur steeds een scene die Bob dan op muziek ging zetten”

 AJ:” Nee, dat heb ik wel gevraagd. Maar op een gegeven moment zei Bob: “Stuur me het maar als het helemaal af is.” Dus dat heb ik gedaan. Heel veel van mijn boeken beginnen als theater- of film- of muziekidee. Theater is mijn taal.

Opera

Daarbij vind ik eigenlijk dat opera de hoogste vorm is. Dus mijn allereerste boek, De zwarte met het witte hart, begon ook als een idee voor een opera. Ik had toen zelf net een heel klein mini rolletje gezongen bij de Nederlandse Opera Stichting.

En toen zat ik in die operawereld en dacht: ‘Het wordt een opera’. Die kwam er veel later alsnog, Kwasi & Kwame van de Britse componist Jonathan Dove. Dat was mijn eerste libretto. Maar het geldt eigenlijk voor alle boeken: het zijn verknipte theaterwerken, films waarin ik zelf had willen spelen. Ik denk in scènes en schrijf in scènes.

Dus op het moment dat de vraag kwam of ik een opera zou willen maken was het antwoord: “Ja, natuurlijk heel graag. En liefst zelf weer het libretto.” Om dat met Bob te doen was natuurlijk heel fijn. Ik heb het libretto geschreven zoals ik dacht dat het moest zijn. En op een paar kleine dingen na is dat ook zo gebleven volgens mij.”

Bob, toen jij het libretto kreeg, kreeg je meteen een soort muzikale taal die je daarbij dacht te horen?

Bob Zimmerman:” Ja, meteen. Het grappige van onze samenwerking van 45 jaar geleden, een stuk bij Toneelgroep Centrum genaamd Junkie Verdriet in de regie van Peter Oostoek, was dat Jeroen Lopes Cardozo, die nu Kolja regisseert,  daar regieassistent was. Dus wij drieën gingen gelijktijdig van start, niet wetend dat we 45 jaar later samen een opera zouden maken.

Ik had Kolja gelezen en dacht “Daar zit een opera in”.  Prachtig en er was geen enkele noodzaak om wat dan ook in het libretto te veranderen. Er was één klein ding dat ik met toestemming van de auteur heb veranderd. De opening na de pauze is de scène dat Tchaikovsky zijn zesde symfonie componeert. Zijn laatste compositie. Daar zit ook het enige Tchaikovsky citaat in, waarvan ik vond dat het er toch ergens moest komen, wat als resultaat heeft dat je in de muziek hoort wat hij componeert.

Componist Bob Zimmerman. Foto: © De Schaapjesfabriek.

Dat is een heel dankbaar motief om een beetje mee te spelen. Het komt nooit 100% letterlijk, maar altijd de tendens ervan. We krijgen dan letterlijk een kijkje in het hoofd van Tchaikovsky.

In die scene zingt hij een laatste noot, een laatste maat. En toen kon ik het niet laten om te denken:’ Hij gaat binnenkort dood. Waarom zingt hij ook niet een laatste rust?”. Dat is ook een muziekterm, een laatste rust. Daar was Arthur het mee eens. En dat is natuurlijk heavy drama, maar daar doe je opera voor. Je doet opera niet om met je billetjes samengeknepen, alles keurig binnen de lijntjes te keuren. Nee, dat mag zelfs vet af en toe.”

Componisten zijn vaak op zoek naar de stilte. Arthur, jij schrijft over de stilte. En de stilte in dit boek is natuurlijk extreem belangrijk.

 AJ:” Ik ben sowieso enorm gehecht aan stilte. Ik vind het altijd fijn om mijn eigen boeken voor te lezen, omdat ik daar de stiltes kan laten horen. Vaak zit een gedachte, een gedachtenovergang, als je speelt, en zeker ook in de muziek, maar ook in het schrijven, in de stilte.

Die wordt niet uitgesproken als het goed is, die wordt niet nadrukkelijk gespeeld, maar die kan je horen als er een stilte valt. Dat is ook fijn in de muziek, want daar kan Bob dat hoorbaar maken. En dat is meteen waarom het fijn is om je eigen werk te bewerken.

Schrijver Arthur Japin. Foto: © De Schaapjesfabriek

Door de muziek, of doordat je weet dat de muziek dingen gaat invullen, kan ik heel veel uitleg gewoon schrappen en weglaten en overslaan. Het is heerlijk om dingen te schrappen en dan er op te mogen vertrouwen dat de muziek dat invult en de zanger en ook hoe het gespeeld wordt en hoe het geregisseerd wordt, maar zeker de muziek.”

BZ:” Stilte is natuurlijk een hoofdmotief als je een doof en niet sprekende hoofdpersoon hebt.

Ik heb een zanger die doof en niet sprekend is. Dus mijn eerste uitdaging was; ‘Hoe kan ik met Kolja omgaan en in zijn ontwikkeling van 0 naar 100 gaan?’ Want ik kan natuurlijk niet een hoofdpersonage nemen dat alleen maar geluid voortbrengt. In mijn gedachten heb ik geprobeerd een systeem te ontwikkelen, waardoor je gelooft dat Kolja in het begin helemaal niks kan en alleen maar klankjes uit kan brengen en in tweede helft een prachtige lyrische tenor is. En die geloofwaardigheid heb ik er dus in manieren van geluid voortbrengen ingecomponeerd en in de partituur, tamelijk dwingend, voorgeschreven.  Omdat stilte een hoofdmotief is en ook benoemd wordt.

Tchaikovsky filosofeert in een prachtige aria “Hoe kan iemand gaan spreken als hij niet weet wat klank is?’ Waar haalt een schrijver of een componist zijn materiaal vandaan? Waar zijn de violen voordat ik ze gecomponeerd heb?”

Het stuk begint en eindigt met een proloog en een epiloog. In die proloog en de epiloog is de muziek 100% anders dan in de hele rest van de opera, namelijk een soort ijle, iriële, fluittoonachtige klanken, flageoletten van strijkers. En daar is muziek die heel erg stil is: muziek die de stilte verwoordt en dat is hoorbare stilte, wat mij betreft.

Hoofdmotieven

Er zijn twee hoofdmotieven: dat zijn de doofheid van Kolja en de homoseksualiteit van de broers Tchaikovsky, omdat het levensgevaarlijk is om homoseksueel te zijn. Vlak voor het einde, dus net voordat de epiloog begint, zegt Modest tegen Kolja: “Mijn broer en ik hebben jou leren spreken, maar het beste wat je nu voor ons kan doen is zwijgen.” Over stilte gesproken.”

AJ: ‘Ik heb dat boek geschreven. Het is zes jaar oud, maar van de week, toen ik dat eerste stukje hoorde van Bob, en Tijn Kuijpers (als de jonge niet sprekende Kolja) en Olivier Kemler (als de zingende Kolja), die dat speelden. Binnen 30 seconden zat ik te huilen. En dat is in al die jaren niet gebeurd.

Olivier Kemler (Kolja)Foto: © De Schaapjesfabriek

Dat is de kracht van de muziek en theater. Dat je in 30 seconden iets ontdekt wat je in zes jaar lang, of misschien acht jaar met het schrijven erbij, niet hebt gezien. Dat je denkt: “Oh, maar dat is het.” En dat het je zo kan raken.”

BZ: “ Het is natuurlijk 100% non-verbaal. Dat is alleen maar klank en beeld en geen woord.

Ik ben 30 jaar zeer gelukkig getrouwd geweest met een dramaturge. Ik heb 50 jaar in het theater gewerkt. Het is mijn wereld. Dus hoe je met muzikale middelen drama vertolkt, dat is helemaal mijn ding. Ik ben ook een opera-buff. Ik heb er honderden gezien in mijn leven, natuurlijk, en gehoord.

Realiteit

Om als componist opera te componeren betekent voor mij dat de muziek vertolkt, maar ook de situatie in muziek vertolkt. En dus ook de situatie waarin het karakter zich bevindt. Dat is wat ik altijd probeer. Dat vind ik ook bij de Puccinis en de Strausses van deze wereld en ook bij Wagner. Dat vind ik het summum. Het theatraal maken, het voelbaar maken. Uiteindelijk gaat het uitsluitend om gevoel, en wordt het, als het goed is, ook realiteit, voelbare realiteit. En niemand hoeft daar verder zich mee bezig te houden, alleen maar het te ondergaan. En als dat lukt, ja, dan is er geen gelukkiger mens ter wereld. Dat is waar zowel Arthur als ik naar streven. Het gaat niet om de informatie. Het gaat om wat licht, geluid, karakter, beelding, teweeg brengt bij het toeschouwer.

Ik ben inmiddels bij Kolja componist af. Ik ben nu gewoon de consument, ik ben de klant, ik ben het publiek. “Wat ervaar ik? En ervaar ik wat ons beide bedoeling was?” Voor 90% is dat nu ( in de repetities) al zo. Geen decor, en er is alleen maar een elektrisch pianootje in plaats van een prachtige 19-koppig orkest. Nu al, omdat de ingrediënten zo goed zijn, al zeg ik het zelf, hoor je wat het is. En dan wordt het alleen nog maar mooier ingekleurd en mooier voltooid.”

 Er is heel veel werkelijkheid over Kolja en over Tchaikovsky en zijn broer. Want alleen al de brieven. Er zijn zoveel brieven van Kolja met Modest. Heb je die allemaal doorgeworsteld? Hoeveel heb je gestudeerd, Arthur?

 AJ: “Ik doe alleen wat ik nodig heb om mijn fantasie op gang te krijgen. Ik vergelijk het altijd met een soort verliefdheid. Zoals wanneer je iemand leert kennen, je zo goed mogelijk wilt begrijpen wie iemand is. Dus daarvoor ga ik lezen. Wat was er te lezen in die tijd? Hoe werden die lessen van Hugentobler (de methode om niet horenden te leren liplezen en praten) gedaan? Die oefeningen die gebruikt worden zijn echt. Je wil zoveel mogelijk snappen. Omdat de vraag eigenlijk elke keer is: ‘Mijn God, mens, hoe heb jij nu overleefd? Hoe heb jij dat gedaan?” Gewoon uit nieuwsgierigheid naar die mensen schrijf ik zo’n boek. Dus ik weet op het moment dat ik het schrijf van die geschiedenis alles wat van belang is, van de eerste tot de laatste bladzij. Alles wat daarbuiten valt, dat weet ik niet. Ik heb alleen maar kennis van mijn personen. En als zij het niet geweten hebben, dan weet ik het ook niet eigenlijk. Dus ik doe van tevoren zoveel mogelijk, zo consciëntieus mogelijk. Ik geef ze een stem als het ware.

Pjotr Tchaikovsky met zijn broer Modest, Nikolay Konradi (Kolja) en gouvernante Sofya Yershova. Gefotografeerd door F. Garrigue, Juli 1876 in Montpellier.

In het meeste geval is het een ritme, gek genoeg. Ritme is voor mij het allerbelangrijkste. De ene zin kan alleen maar voortkomen uit het ritme van de vorige zin. Als ik dan iets wil vertellen en ik kan niet het juiste woord vinden wat binnen dat ritme past, dan verandert de betekenis van de zin. Want ik moet dat ritme vasthouden. Ik doe het omdat je zo goed mogelijk die persoon wil snappen. In die zin doe ik het onderzoek. Dan, als die stem er eenmaal is, dan vergeet ik alles. Maar dan zit het tegen die tijd zo goed in me dat ik erop durf te vertrouwen.

En dan doet het gekke fenomeen zich voor dat heel veel van die dingen die ingevuld zijn, dus de feiten, blijken te kloppen.Bij De zwarte met het witte hart bleek voor het eerst, maar ook later vaak, dat dingen die ik verzonnen heb, die uit die gekke chaos tevoren zijn gekomen, waar bleken te zijn. Figuren uit De zwarte met het witte hart, die ik bedacht heb, bleken te hebben bestaan. De frenoloog bijvoorbeeld. Op een gegeven moment, toen het boek uit was, werd ik gebeld en zei iemand: ‘Ja, maar ik heb hem hier. Ik heb die tekeningen van Kwazi’s en Kwamie’s hoofden.’ Dat soort gekke dingen maakt dat ik durf te vertrouwen op de informatie die ik heb en de stem die daaruit voortkomt.”

Arthur Japin. Foto : © De Schaapjesfabriek

BZ:” We maken geen documentaire. We maken werk van fictie waar een aantal feiten van moeten kloppen. Want anders ondermijn je het fictieve gehalte ook. En kloppen is een intellectuele kant die je even gewoon opgeruimd moet hebben voordat je die nieuwe werkelijkheid gaat creëren.

Er moet geen onzin in zitten, maar er mag wel fantasie in zitten. En dat is net het verschil waar het over gaat. Dan mag je niet jokken. Maar als je een opera maakt, mag je liegen dat je barst.

Die weerdegang van niks kunnen naar lyrische tenor worden. Dat is Kolja zelf. Muziek als totaal is per definitie een abstractie. Dus ik ga niet anekdotisch dingen schilderen. Dus laten we zeggen, de manier waarop ik Kolja van stapje naar stapje volg, is al bijna aan de anekdotische kant. En ik hoop dat mensen het niet in de gaten hebben hoe ik het doe. Dat zou ik jammer vinden. Ik wil alleen maar dat ze het ondergaan.

Mijn de clou is natuurlijk als componist dat ik het geloofwaardig moet maken dat mijn dove, niet sprekend personage het laatste half uur prachtig zingt. Dat is mijn grootste zorg. Dat mensen zeggen: “Ja, doei. Dat kan helemaal niet.” Want dan haak je af van de magie van de vertelling.

Nog een ander item in de compositie was hoe om te gaan met de tijd waarin het zich afspeelt? Ga ik romantische muziek schrijven? Ik zou niet weten waarom. Ik schrijf wat ik zelf mooi vind. En het gehalte van die muziek is de ene keer veel dissonanter en de andere keer veel harmonischer en romiger. Gewoon omdat de situatie of de personages daarom vragen.”

Klinkt Kolja uiteindelijk gelukkig dan?

 BZ:” Ja, maar hij is er in de dissonanties. Het eindigt prachtig. Er is heel veel mineur, want dat is Russisch. En ook mijn Jiddische kant is altijd mineur. Daar worden wij vrolijk van.

In zijn beginstadium, als Kolja nog nauwelijks kan praten, komt zijn beeld over dat hij zich voorstelt dat woorden als vlinders zijn. En na die hele weergang is zijn conclusie in de epiloog als vlinders, vleugels wiekend, levend vastgepikt. Dus dat is de wreedheid waarbij de schoonheid van de vliegende vlinder gevangen wordt. Hij stelt zich voor dat woorden in de lucht vliegen en fladderen.

Hij begint met die epiloog: “Niets heeft mij ooit zo teleurgesteld als woorden”. Dan werkt hij dat uit in het slotbeeld in prachtig majeur. Dan kwijnen we weg naar de terugkeer van het begin, met de ijle klanken van de stilte. Als vlinders, vleugelswiekend, terwijl ze vastgeprikt zijn. Ik vind dat bloedstollend mooi. Tijdens het componeren moest ik al wenen en toen ik ze weer terug hoorde, moest ik weer wenen. Want wij zitten nou eenmaal in de snot- en tranenbusiness. Als we niet huilen, is het niet goed gegaan.”

Kolja is te zien in 4 theaters in Nederland van 3-23 september 2026. Meer info en  tickets via www.kolja.nl.

In de cast onder meer:

Kolja: Olivier Kemler
Pjotr Tsjaikovski :Peter Bording
Modest Tsjaikovski, zijn broer: Huub Claessens
Sofja, juffr Jershova, Kolja’s gouvernante: Francis van Broekhuizen
Alina Ivanovna, Kolja’s moeder: Aylin Sezer

Orkest: Club Classique onder leiding van Roel Vogel

Place de l’Opera zal, bij monde en pen van Peter Franken, verslag doen van de voorstelling.

Verder kijken, luisteren en lezen

De video trailer van Kolja.

Aria uit de stadsopera Trijn van Bob Zimmerman.

Peter Franken over de stadsopera Trijn.

Bob Zimmerman in 2022 over zijn opera Maduro.

 

 

Vorig artikel

Raehann Bryce-Davis in droomrol terug

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Bo van der Meulen

Bo van der Meulen