FeaturedHeadlineOperarecensieRecensies

Die Tote Stadt levensgevaarlijke opera

Zaterdag trapte de serie NTR ZaterdagMatinee af met die ingewikkelde opera, Die Tote Stadt, van Erich Korngold. Men kwam met een uitgebreid orkest waarbij de een grote uitbouw van het podium in de Grote Zaal in stelling was gebracht. De beroemde maar vervaarlijke trappen van het Concertgebouw waren door het grote orkest nog iets lastiger te belopen en ook de opkomsten via de zijtrappen waren niet eenvoudig.

Het Groot Omroepkoor, Het Nationaal Kinderkoor, leden van het Radio Filharmonisch Orkest, Corby Welch, Johanni van Oostrum en dirigent Oksana Lyniv. Foto: ©Foppe Schut.

Behalve de toch al hoge eisen die de compositie aan de partijen stelt, was het grote Radio Filharmonisch Orkest (dat zich vaak wel in trachtte te houden) natuurlijk niet in de bak. Dat dreef de solisten wel tot het uiterste, vooral Johanni van Oostrum en invaller Corby Welch. Gelukkig pakten zij het goed op. Daarbij was Van Oostrum wat stabieler en Welch probeerde het (misschien door vermoeidheid) met een heel scala aan verschillende technieken en bewees zich zo een uitermate flexibele tenor. Hun stemmen en de andere stemmen worden hier uitvoerig besproken.

Leden van het RadioFilharmonisch Orkest, Johanni van Oostrum, (Marietta) Corby Welch (Paul) en dirigent Oksana Lyniv. Foto: ©Foppe Schut.

Inhoud kort

Het libretto van Die tote Stadt is een nogal vrije bewerking van de 19e-eeuwse roman van Georges Rodenbach Bruges-la-Morte. De handeling vindt plaats in Brugge tegen het einde van de 19e eeuw. Het voornaamste personage is Paul, een jongeman, wiens echtgenote Marie onlangs is overleden. De opera gaat over het verwerken van dat verlies en balanceert tussen werkelijkheid en waanbeelden.

Welch

Corby Welch werd een week voor de uitvoering pas benaderd om in te vallen. De rol van Paul kent lyrische passages, heftige passages, zachte passages en is ellenlang. Eigenlijk niet te doen. Gelukkig heeft Welch al ruimschoots ervaring met deze rol.

De rol van Paul is een van de zwaarste en hoogste rollen voor een tenor in het Duits- romantische stemvak. Welch staat te boek als heldentenor. Zoals vaker bij heldentenoren gaat het niet om het fijne werk. Loeiende noten zonder vibrato worden in dit fach wel geaccepteerd. Wat eigenlijk wel jammer is, zijn de knauwgeluiden die vaak voorbijkomen.

 Eine Frauwwww. […] Nicht Ähnlichkeit mehr — nein, ein Wunder, Begnààààdigung! Es schien sie sèèèlbst

Dat geeft een indruk. Het is de vraag of de klanken anders gekleurd hadden kunnen worden, of dat dit voor de zware manier van zingen een gegeven is.

Het verrassende van Welch is echter dat hij ook heel zacht en mild kan zingen. Daardoor komen er werkelijk prachtige passages voorbij. De eerste scène samen met Van Oostrum was prachtig mild en ingehouden. Zo waren er meerdere scènes. Aan het eind liet Welch meer en meer technieken horen, waaronder een voix mixte. Verbluffend, want dit associeer je niet met heldentenor. Maar het kan ook te maken hebben met uitputting van de stem, dat hij naar steeds andere technieken greep deze zaterdag. De hoge Bes in het derde bedrijf (“Des Glaubens selig süße Frenesie zwingt alles auf die knie”) ging niet zonder problemen. Begrijpelijk gezien de zwaarte en lengte van de partij, maar Welch bracht het er allemaal levend vanaf in Die Tote Stadt.

Corby Welch (Paul), dirigent Oksana Lyniv. en Leden van het Radio Filharmonisch Orkest. Foto: ©Foppe Schut.

Van Oostrum

In de rollen van Marie en haar “dubbelganger” Marietta hoorden we Johanni van Oostrum. De partij is ook heel verraderlijk met talloze zware hoge inzetten. Dat deed Van Oostrum prima. Ook de vele milde stukken, bijvoorbeeld de eerste scène met Paul en met name Marietta’s Lied, de beroemde aria “Glück das mir verblieb”waren prachtig. Het spannendst was eigenlijk de prelude van het tweede bedrijf, waar Van Oostrum nog de stem van Marie mocht laten horen, maar gezongen halverwege de trap, wat onzeker overkwam. Over de volle lengte van de rol genomen is dit natuurlijk een kleinigheid.

Johanni van Oostrum, (Marietta) Corby Welch (Paul) en dirigent Oksana Lyniv met Leden van het RadioFilharmonisch Orkest. Foto: ©Foppe Schut.

 Krimmel

In de rol van Frank hoorden we bariton Konstantin Krimmel. Hij begon me wat te voorzichtig voor het levensgevaarlijke concept met het grote orkest, maar liet al snel horen de rol goed te kunnen dragen. Met ook wat stevige passages, bijvoorbeeld de ruzie (die zich volledig afspeelt in het hoofd van Paul) in het tweede bedrijf.

Later in dat bedrijf zong Krimmel ook een wat lichtere Pierrot genaamd Fritz. Dat deed hij prima. Die rol heeft een soort Weens operettelied, het bekende ¨Mein Sehnen, mein Wähnen´, een atypisch stukje binnen de opera, maar prima beluisterbaar.

In het midden Konstantin Krimmer(Frank/Fritz) links Mark Omvlee, (Graf Albert), rechst Johanni van Oostrum, (Marietta), dirigent Oksana Lyniv en Leden van het Radio Filharmonisch Orkest, Foto: ©Foppe Schut.

 Lewis

De paradoxale rol van huishoudster Brigitta was voor de rekening van mezzosopraan Natalie Lewis. De rol kent zeer lage passages en een paar stevige hoge passages. Eigenlijk is Korngold hier niet duidelijk; naar wat voor zangeres zoekt hij precies? Als je beseft dat het personage wat ouder is, wordt het duidelijker. Een dramatische sopraan die op haar oude dag meer in de laagte wil zingen, dat lijkt er bedoeld te zijn.

Hoewel Lewis niet in die categorie valt (ze is een nog jonge mezzo), klonk ze in alle liggingen comfortabel, veelal met haar aangename middenregister, wat de rol wat gemoedelijks gaf. De hoogte stroomde vrij en de laagste passage zong Lewis dan weer met een diepe borststem, waarmee ze ook prima doorkwam. Haar lieflijke en betrouwbare stem werd door het publiek dankbaar toegejuicht in het slotapplaus.

Natalie Lewis (Brigitta). Foto: © Lodi Lamie.

Ensemble

Vooral in het tweede bedrijf is het ensemble aan zet. Een absurde scène in een boot in de grachten van Brugge (gehallucineerd door Paul) kent een behoorlijk aantal rollen, plus koor. Het probleem van deze scène is wel, dat hij muzikaal niet zo interessant is. De scène moet het van regie hebben. In concertante vorm was het wat dat betreft een matige passage.

De zangers die hier aan zet waren, waren Mark Omvlee als graaf Albert, Krimmel als Pierrot, Elisa Maayeshi en Eline Welle als danseressen en Lucas van Lierop in een dubbelrol (de jonge Gaston en de regisseur van het gezelschap).

Het ensemble Lierop, Maayeshi en Welle maakte eigenlijk vooral indruk in het eerste bedrijf. Waar ze verderop, want uit de scène, een strak meerstemmig stuk brachten. Ook qua draagkracht viel dit positief op.

Van links naar rechts Lucas van Lierop (Gaston) Elisa Maayeshi en Eline Welle als danseressen. Foto: © Foppe Schut

Koor

Het Groot Omroepkoor (ingestudeerd door Edward Ananian-Cooper) had niet veel te doen. In het tweede bedrijf slechts een paar keer een joechee-stukje dat kloek klonk. De sopranen zongen mee met het “Weense operettelied” van Franz, hetgeen heel degelijk gebeurde. In het derde bedrijf zong het Nationaal Kinderkoor (olv. Irene Verburg) over het hiernamaals, een mooie passage. Dit koor werd weer afgelost door GOK met iets verderop nog een hoge tenorpassage in de processie die dan zo langzamerhand was ontstaan. Er werd nog iets onheilspellends gedaan met de rug naar het publiek; de processie van kerkelijken trekt voorbij  in de fantasie van Paul. Dat was het.

Orkest

Het Radio Filharmonisch Orkest kreeg heel wat voor hun kiezen, er zijn een aantal heel goede dingen te zeggen. Allereerst dat er consequent gelijk gespeeld werd, ondanks dat het mijn indruk was dat de tempi regelmatig iets wisselden. Knap dus van dirigent Oksana Lyniv, dat ze iedereen zo strak bij elkaar weet te houden. Tweede dat ze echt wel bewust inhielden om ruimte te geven aan de zangers. Al was het alsnog ingewikkeld of eigenlijk dus levensgevaarlijk vanwege de grootte. Dat laatste was dan weer fijn voor de wilde dansen van Marietta. Met zeven slagwerkers was bijvoorbeeld de finale van het tweede bedrijf (zo’n wilde danspassage) goed aan hen besteed. Zo heeft uiteindelijk iedereen het er levend vanaf gebracht in deze Tote Stad.

Verder kijken, luisteren en lezen

Die tote Stadt is hier op NPO Klassiek volledig terug te luisteren.

In 2018 was Die tote Stadt te zien bij De Nederlandse Reisopera.

 

Vorig artikel

Legacies waar en groots eerbetoon

Volgend artikel

Dit is het meest recente artikel.

De auteur

Peter 't Hart

Peter 't Hart

Peter 't Hart reist stad en land af voor opera. Met een literatuurachtergrond intrigeren de verhalen hem enorm. Sinds 2013 zingt hij zelf ook (tenor).