Overvolle museale Macbeth in de Met
Op zaterdag 17 oktober werd Louisa Proske’s nieuwe productie van Giuseppe Verdi’s Macbeth live in HD uitgezonden vanuit de Metropolitan Opera. Zoals altijd zag ik de voorstelling in Pathé Schouwburgplein in Rotterdam, in een opvallend goed gevulde zaal ditmaal.

Proske doet recht aan de tradities van de Met: librettogetrouw, overdadig gedetailleerde, zware kostumering, overvolle tonelen waarin een koor zelden meer is dan een zingend tableau vivant, en weinig aandacht voor gerichte personenregie. Het toneelbeeld werd bepaald door een soort oorlogsruïne, een poging om het desolate karakter van het bestaan in de Schotse Hooglanden tijdens de Middeleeuwen te suggereren. De kostumering is echter meer Tudor-Engels met Spaanse accenten en de nodige harnassen. De uitmonstering van de heksen is over the top: uitzinnige kostuums en bebloede monden, het gevolg van kannibalisme. Dankzij een draaitoneel kan nu en dan het interieur van de Macbeth-residentie worden getoond, veelal een enkele kamer. Als schouwspel was het om door een ringetje te halen, maar tijdens de eerste twee aktes heb ik me vooral zitten vervelen, de goede tot zeer goede zang ten spijt.
Die verveling gaf me ruim de gelegenheid te reflecteren op een paar aspecten van dit werk.
Tijdvakken
Opera’s hebben vaak een verloop dat zich uitstrekt over meerdere jaren, denk bijvoorbeeld aan La forza del destino. Door verschillende tijdvakken te beperken tot afzonderlijke aktes wordt recht gedaan aan het verstrijken van de tijd. De toeschouwer moet zelf de ontbrekende periode zien te overbruggen en uit de handeling is meestal snel op te maken wat er in de tussentijd is gepasseerd.

Zo niet Macbeth, waarin de scènes en aktes elkaar opvolgen alsof de werkelijke handeling overeenkomt met de tijd dat het publiek alles meebeleeft — of op zijn minst dat alles zich in luttele maanden of zelfs weken voltrekt. Er is sprake van een dubbele tijdlijn, en Verdi weet zodoende een ongekende urgentie aan zijn opera te geven.
Als je wat nauwkeuriger kijkt naar de feitelijke gebeurtenissen, dan blijkt al snel dat dit een illusie is. Een land raakt immers niet in een paar weken zo grondig ontwricht dat er een massale vluchtelingenstroom aan de grens ontstaat, zoals bezongen in het koor Patria oppressa!. Dat wijst op een slepend bewind van terreur en verarming. Ook de psychische aftakeling van Lady Macbeth vraagt om tijd: haar nachtelijke waanzin en het dwangmatige willen wegpoetsen van een denkbeeldig bloedvlekje dat haar permanent herinnert aan de moord op koning Duncan, zijn het gevolg van jarenlang opgekropte schuldgevoelens en eenzaamheid.
Aanvankelijk was zij de sterkste van de twee: een narcistische vrouw met sociopathische trekjes, die je vooral niet in de weg moet willen lopen. Macbeth heeft de eerste stap gezet door zijn oor te lenen aan de heksen. Door hun voorspelling klinkt de stem van de duivel; in termen van zielenheil beweegt Macbeth zich hier al op glad ijs. Banquo kan de verleiding niet weerstaan om hen ook om een toekomstvoorspelling te vragen — dat had hij beter niet kunnen doen, in elk geval niet waar Macbeth mee kon luisteren.
Lady Macbeth kan koningin worden simpelweg door haar echtgenoot op te dragen de slapende Duncan te vermoorden. Weliswaar een schending van het gastrecht én een sluipmoord, maar zo’n uitgelezen mogelijkheid om een voorspelling uit te laten komen mag je niet voorbij laten gaan. En daarna gaat alles mis.

Dynastie
Aan het begin van de tweede akte verklaart Macbeth: ‘En toch zijn het koninklijk gewaad dat mij bedekt en de diadeem mij nutteloos, als de zonen van Banco moeten heersen.’ Het is een parafrase van Shakespeares tekst: ‘Upon my head they placed a fruitless crown, And put a barren sceptre in my gripe, Thence to be wrenched with an unlineal hand, No son of mine succeeding.’
Alles draait hier om het ontbreken van een dynastieke lijn. Macbeth zal niet meer zijn dan een ‘tussenpaus’, een heerser zonder bloedlijn waarmee hij sporen nalaat in de geschiedenis. Door Duncan te vermoorden heeft hij zijn zielenheil verspeeld. En waarvoor? Het wordt al snel een obsessie voor hem, en zijn poging om het lot een andere wending te geven leidt tot het bevel om Banquo’s bloedlijn uit te moorden. Dat mislukt echter doordat diens zoontje Fleance tijdig weet te ontkomen.
Tussen die twee moorden moet beslist een flinke tijd hebben gezeten. De wijze waarop Macbeth reageert als hij de schim van de zojuist omgebrachte Banquo waarneemt op diens stoel, duidt op een gevorderd proces waarin Macbeth zijn geestelijke stabiliteit aan het verliezen is. Met zijn vrouw is dan alles nog prima in orde; zij brengt enthousiast een toast uit op het banket.

Als Macbeth voor de tweede keer de heksen raadpleegt, wordt dit alles hem nog eens ingewreven. Hij ziet de schim van Banquo met een lange reeks opvolgers. Hij wel, ik niet. Maar in elk geval is hijzelf gevrijwaard van moordaanslagen: alleen als het woud oprukt loopt hij gevaar. Dat geeft een veilig gevoel. Niettemin willen de Macbeths voor alle zekerheid Macduff en zijn gezin uitroeien. Uiteindelijk wordt alles gesmoord in bloed. En zelfs een sociopaat als Lady Macbeth gaat daar uiteindelijk aan onderdoor.
Van Verdi is de uitspraak overgeleverd dat zijn Lady niet zozeer mooi moest kunnen zingen als wel goed moest kunnen acteren. Dat acteren als essentiële component van de rol is overigens ook van toepassing op Macbeth. Het koppel geraakt in een psychologische rollercoaster, en als dat onvoldoende over het voetlicht komt, schiet de regie tekort.

De zangers
Op Quinn Kelsey in de titelrol was dat gelukkig niet te zeer van toepassing, al toonde hij zijn aftakeling vooral door steeds verwilderder te acteren. Zijn zang maakte hem echter tot een ideale vertolker van de titelrol; elke keer als hij het toneel in bezit nam, ging ik er eens echt voor zitten.

Dramatische sopraan Lise Davidsen bleef hier ver bij achter. Haar zang was zonder meer uitstekend en het relatief zwakke lage register werd goed gecamoufleerd door toedoen van dirigent Yannick Nézet-Séguin, die zijn orkest onopvallend inhield. Vermoedelijk werkte ook de goed gecontroleerde geluidsbalans tijdens de uitzending in haar voordeel. Van het karakter dat ik hierboven heb geschetst, heb ik bij Davidsen echter weinig meegekregen. Dat ze haar vlammende Vieni! t’affretta moest zingen, helemaal alleen in een leeg kamertje zonder iets of iemand waar ze haar aandacht op kon richten, hielp sowieso niet echt. Verder dan wat losse armbewegingen kwam ze niet. En ook in latere scènes vond ik haar acteren wat eendimensionaal; haar afsluitende slaapwandelaria Una macchia maakte slechts vocaal indruk. Kortom: voor deze rol was Davidsen niet de meest voor de hand liggende keuze.

Beter uit de verf kwam de Banquo van Ryan Speedo Green, feitelijk een luxebezetting voor deze rol. Freddie De Tommaso als Macduff deed ook een stapje in een kleinere rol, terug na eerdere optredens als Cavaradossi en Rodolfo.

Gespeeld werd de herziene versie uit 1865, compleet met ballet tijdens de heksensabbat. Dat bracht aardig wat vaart in het geheel, en het was opvallend hoe het ballet werd benut om scènes uit de handeling subtiel na te spelen. Een drietal dansers die rondtolden als moderne derwisjen stalen al eerder de show.
Waar ik vaak wat aan te merken heb op het geluidsvolume, moet ik nu vaststellen dat alle protagonisten tamelijk ingetogen zongen, zodat er nog wat ruimte bleef voor dramatische accenten. Behalve De Tommaso natuurlijk, maar dat was te verwachten.

Het koor speelt een buitengewoon belangrijke rol in dit werk, en dat was aan het Chorus of the Metropolitan Opera goed besteed. Ik was er behoorlijk van onder de indruk, moet ik zeggen. Ook het orkest van de Met onder leiding van Yannick liet zich van zijn beste kant horen.
Vooraf haalde host Anthony Roth Costanzo, die van zijn optreden bijna een karikatuur van zichzelf maakte, de voorstelling van een paar dagen eerder aan. Bij die gelegenheid werd vooraf het volkslied van Oekraïne ten gehore gebracht om de solidariteit van de Met met dit land en volk te benadrukken. Gezegd moet worden dat de Met dit al vanaf het begin van de oorlog voluit heeft gedaan. Een opname van deze uitvoering ging vooraf aan de live-uitzending.
Macbeth is in de Encore te zien op 29 oktober om 11.00 uur in verschillende Pathé bioscopen, waaronder Pathé Tuschinksi Amsterdam, Pathé Amsterdam Noord, Pathé Arnhem, Pathé Leidscherijn Utrecht en Pathé Zwolle.
Verder kijken, luisteren en lezen
Scene uit de eerste akte van Macbeth
Deel van de slaapwandelscène uit Macbeth.