Home » Operarecensie

Domingo en Levine domineren Nabucco

8 januari 2017 23 reacties

Het gebeurt niet vaak dat twee zeventigplussers een operavoorstelling domineren, en al helemaal niet op een prominent toneel als dat van de Metropolitan Opera. Plácido Domingo en James Levine lieten zaterdagavond in de Live in HD-voorstelling van Nabucco zien hun vak nog altijd te verstaan.

Plácido Domingo als Nabucco. (© Marty Sohl / Metropolitan Opera)

Plácido Domingo als Nabucco. (© Marty Sohl / Metropolitan Opera)

Plácido Domingo is 75 jaar, James Levine 73. Beiden hebben een immense loopbaan achter de rug, waarin de Metropolitan Opera een bijzondere plek inneemt. Ze hebben er honderden voorstelling gecreëerd, waarvan vele samen.

Het was James Levine die Verdi’s eerste hit Nabucco in 2001 weer op het repertoire van de Met zette, nadat de opera daar zo’n vijftig jaar niet meer was uitgevoerd. Sindsdien is Levines gezondheid zichtbaar achteruitgegaan, maar zijn directie blaakt nog altijd van energie. Hij gaf zaterdag voor het oog van een mondiaal publiek in 2.000 bioscopen een scherpe lezing van Nabucco, nauwkeurig tot in de kleinste details en tegelijk ongeremd groots qua dramatiek. Het is te hopen dat hij nog vele voorstellingen bij de Met kan dirigeren.

Op de bühne draaide de al wat oudere productie van Elijah Moshinsky om superster Plácido Domingo, die de baritonpartij van Nabucco voor het eerst in New York vertolkte. Domingo is niet meer zo dynamisch in zijn spel en zingt met wat minder finesse, maar wat hij presteert, is nog altijd onvoorstelbaar. Zijn gevoel voor drama is springlevend en zijn tekstinterpretatie blijft een voorbeeld voor velen. Zeker in de laatste twee akten ontpopte hij zich als de smaakmaker van de voorstelling. Onstuimig was dan ook het applaus voor de veteraan.

De rest van de productie had, om eerlijk te zijn, een stuk minder te bieden. De enscenering van Moshinsky zag er gelikt uit – spectaculair decor, fraaie kostuums – maar schonk weinig aandacht aan de theatrale component van de operakunst. De eerste twee akten zaten vol clichégebaren en statische opstellingen. Pas bij de confrontatie tussen Abigaille en Nabucco in akte drie begon het te broeien, maar dat was vooral te danken aan Domingo en het schepje dat hij erbovenop deed.

Liudmyla Monastyrska als Abigaille. (© Marty Sohl / Metropolitan Opera)

Liudmyla Monastyrska als Abigaille. (© Marty Sohl / Metropolitan Opera)

Liudmyla Monastyrska zong Abigaille met orkaankracht. Ik vond haar zang bijwijlen hysterisch en de overgangen van hoog naar laag niet altijd even vloeiend. Maar de vastberadenheid en wilskracht van haar personage kwamen goed uit de verf.

Russell Thomas vertolkte Ismaele met heroïsche, penetrante tenor. Een mooi geluid, dat hij jammer genoeg erg declamerend inzette. Dmitry Belosselskiy (Zaccaria) was wat dat betreft lyrischer. Hij bracht zijn rijke, volle stem met prachtig legato helemaal tot bloei. Jamie Barton was een knappe Fenena. Acterend niet zo spannend, maar vocaal in uitmuntende vorm.

In Nabucco speelt het koor een grote rol. Niet alleen in het overbekende ‘Va, pensiero’ – dat zaterdag zelfs een encore kreeg – maar in nog tal van scènes. Het Met-koor leverde puik werk. Het deed met zijn eendrachtige, monumentale zang de dramatische temperatuur flink stijgen. Ik was graag in New York geweest om de kracht van hun optreden live te kunnen meemaken. Op je bioscoopstoel mis je toch een dimensie.

De Met keert over twee weken (21 januari) alweer terug op het bioscoopscherm. Dan met een nieuwe productie van Gounods Roméo et Juliette, met Diana Damrau en Vittorio Grigolo in de hoofdrollen.

door

23 reacties »

  • Pieter K. de Haan zei:

    De voorstelling in mijn vaste, dichtstbijzijnde Met-bioscoop was uitverkocht en de gladheid heeft mij ervan weerhouden mijn heil verder van huis te zoeken. Ik heb het daardoor vooralsnog moeten doen met de radio-uitzending. Wat Levine en Domingo (wordt deze maand 76!) betreft ben ik het wel met de heer Kooiman eens. Monastyrska klonk wel imposant, maar niet altijd even fraai. Belosselskiy is mij erg tegengevallen: de man heeft totaal geen laagte (meer?). De andere solisten, koor en orkest klonken goed tot zeer goed. Zie ook de chat op Parterre: http://parterre.com/2017/01/07/chat-nabucco-2/.

  • Hans van Verseveld zei:

    Het voordeel van opera op de radio is wel, dat je details hoort, die je in de bioscoop met het overweldigende beeld soms ontgaan. Opvallend is de laatste jaren wel, dat opera’s uit de MET steeds minder subtiel worden uitgevoerd. Ik weet wel dat Verdi’s Nabucco geenszins een subtiel werk is, maar zó grof, hard en in sommige gevallen zeer onzuiver gezongen is nou ook weer niet nodig.

    Monastyrska klonk zo ongenuanceerd en meedogenloos hard en vaak onzuiver, dat dit zelfs voor een Abigaille nauwelijks acceptabel was en de Zaccaria van Belosselskiy had het afschuwelijke geluid van een honderdjarige zanger met een griepje.
    Domingo viel mij op de radio niet tegen, maar meer dan een goede bariton als Nabucco was het echt niet.

    Een uitvoering op dit muzikale niveau zou in onze Nationale Opera absoluut niet zo’n jubelende reactie teweeg brengen en het alleraardigst gezongen Slavenkoor zeker geen bisering.

  • Rudolph Duppen zei:

    Jammer voor Pieter K. de Haan want de voorstelling was ook visueel zeer de moeite waard al was het alleen maar voor de gezichtsuitdrukking en de gebaren van James Levine bij het in ontvangst nemen van de stormachtige ovaties. De stem van Belosselskiy (Zaccaria) is fraai in het midden register maar boet sterk aan volume in in het lage. De rol van Abigaille blijft problematisch. Net als Lady Macbeth moet ze vooral niet mooi zingen en daartoe krijgt ze de kans ook niet met die vervaarlijke intervallen. Monastyrska attaqueerde de rol vocaal met groot aplomb en ook histrionisch wist ze goed raad met de rol.Domingo zette aanvankelijk een strenge en nietsontziende heerser neer en later een kwetsbare oude man om aan het einde zijn innerlijk evenwicht te hervinden na zijn bekering.Zijn wat beperktere vocale middelen wist hij optimaal te benutten.Wat een groot kunstenaar.Jamie Barton (Fenena) heeft een schitterende stem die met smaak wordt gebruikt maar haar acteertalent is zoals Jordi Kooiman ook al schrijft enigszins rudimentair.Russell Thomas zong een overtuigende Ismaele. Het koor van de Met was onovertroffen en bij het bisseren van Va pensiero moesten niet alleen enkele koorleden een traantje wegpinken.Levine en het Met orkest gaven een prachtige, gepassioneerde lezing van Verdi’s partituur.

    Ik denk dat je in de bioscoop vaak de opera’s intenser ervaart dan live in de zaal van de Met. Als je plaatsen in de zaal hebt voel je je wel betrokken bij wat er op het toneel gebeurt maar dat wordt al anders als je op één van de balkons zit want dan krijg je al gauw het kijkdoos effect van wegen de grote afstand tot het toneel. Gelukkig is de akoestiek de stemmen zeer gunstig gezind.

    Wie trouwens eens een totaal andere Nabucco wil horen kan op 29 april a.s. terecht bij de NTR Zaterdag Matinee voor Falvetti’s Il Dialogo del Nabucco.

  • Stefan Caprasse zei:

    Ik vond het toch een vrij indrukwekkende bezetting. En Domingo kan nog steeds fantastisch een rol neerzetten! En toch mooie beelden, zoals de opstelling tijdens het slavenkoor. Ik moest wel een beetje lachen met de -inderdaad op zich mooie- kostuums. Met een soort ‘petten’, hoofddoekjes die me soms aan ‘Le nozze di Figaro’ deden denken, hemden met knopen (bestonden die toen al?) en meer typisch zwart-witte joodse gewaden. Ik weet ook wel dat niemand echt kan weten hoe de hebreeuwen er toen bijliepen, en als het al ‘klassiek’ ‘bedoeld’ is zullen de meest traditionele onder ons al tevreden zijn, zeker…

  • Stefan Caprasse zei:

    Ik vond overigens Monastyrska een heel overtuigende Abigail, vokaal en qua présence en Belosselskiy een hele mooie stem-en heel geschikt voor de rol (afschuwelijk geluid van een honderdjarige zanger met een griepje ??? sommige mensen zijn toch echt wel genadeloos!) maar hij ontbreekt inderdaad wel schrijnend de laagste noten…

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Stefan heeft het over de kleding. Over het decor heb ik nog niemand gehoord. Ik vond het sober maar zeer effectief. Zoals die steile trap naar de troon. Luguber ook dat aansteken van de tempel. De wisseling tussen de aktes en scènes verliep dankzij deze draaiende constructie bijzonder gestroomlijnd. Zie ook de recensie op: blog.cinemec.nl.

  • georgette hella zei:

    Ondanks het slechte weer, toch op naar Nabucco
    Het geheel, op een paar details na, oogde fraai !
    James Levine : “meesterlijk”
    Monastyrska : helemaal eens met Mr. Caprasse
    Belosselskiy : voor mij geen bas maar eerder een zware bariton (haalde zijn laagste noten “nauwelijks”.
    Jamie Barton : hele mooie vertolking, mooie stem ; scenisch nog wat bij te schaven !
    Russell Thomas : mooie tenorstem !
    Domingo : respect voor wat die man op zijn leeftijd nog neerzet maar ik moet mijn wederhelft gelijk geven = geen baritonstem, sorry
    Geheel : heb genoten !

  • Dirk van der Wulp zei:

    Ik heb de uitvoering van ‘Nabucco’ zaterdag ook in een (bijna uitverkochte) bioscoop gezien en kan me grotendeels wel vinden in de recensie van Jordi Kooiman. Aanvullend daarop nog het volgende.

    Allereerst dient zeker James Levine genoemd te worden. Wat een held is deze man: de liefde voor de muziek, zijn ziekte ten spijt, spatte van de uitvoering af. Ik ben dankbaar dat er zulke musici bestaan. Zijn bewegingen waren, ook al kwamen ze vanuit een rolstoel, nog duidelijk en begeesterd. Het orkest van de MET leverde een zeer goede bijdrage aan de avond.

    Ten tweede Plácido Domingo. Ook wat deze man deed was groots te noemen. Zijn 75 jaar ten spijt zette hij een noemenswaardige Nabucco neer die als karakter wonderwel samenviel met zijn leeftijd: een aftakelende vorst, die ziet dat zijn dochter Fenena in vijandige handen is, terwijl bastaard Abigaille achter zijn rug de kroon grijpt. Vocaal vond ik Domingo’s stem zeker in de eerste akten qua kracht tekort schieten. Dit maakte hij na de pauze goed. Zijn verschijning en acteerwerk waren prachtig. Kortom: een waardige Nabucco.

    De vocale sterren van de avond vond ik vooral de Russen Dmitry Belosselskiy (Zaccaria) en Liudmyla Monastyrska (Abigaille): krachtige stemmen, die prachtig acteerden. Met name het geluid van Belosselskiy vond ik magistraal: van intiem tot en met een enorme orkaankracht. Hij zette een prachtige Zaccaria neer.

    Het grote nadeel van deze opera lijkt mij het plot. Het lijkt wel of de auteur daarvan geen keuze heeft kunnen maken, waardoor het hele verhaal zo overladen is en uit zoveel facetten bestaat dat het daaraan ten onder gaat: gaat het nu om de transformatie van Nabucco, om de vader-dochterrelatie, om de liefdesgeschiedenis tussen Abigaille vs. Fenena en Ismaele, of om de strijd tussen het Joodse monotheïsme en Babylon? Het is nu van alles wat geworden, met heel vreemde plotwendingen als gevolg: Nabucco degenereert maar herrijst na zijn overgave aan Jehovah als een Phoenix uit de as, wat een beetje vreemd is: hoe kan dat en waarom zou een Babylonische vorst dat doen? De overstap van Fenena naar het Joodse volk en de directe acceptatie van haar door Zaccaria vond ik ook ongeloofwaardig: Zaccaria is een zeer strenge, zeer overtuigde, twijfelloze leider van het Joodse volk die zich overal met Gods beleid zelf samen vindt vallen. Hij heeft een grondige afkeer van de Baäldienst van Nabucco c.s.en is er op uit om alles wat Joods is te beschermen tegen zijn invloed. Hij zal niet direct de dochter van Nabucco, die hij eerder nog gijzelde en wilde doden, als voluit onderdeel van zijn Joodse volk opnemen, lijkt mij. Ook vreemd is de directe acceptatie van het nieuwe geloof van Nabucco door zijn soldaten: Nabucco hoeft maar een teken te geven en direct vereren ze allemaal Jehovah. En hoe komt Nabucco zelf eigenlijk aan kennis over de Joodse godsdienst? Is Nabucco niet gewoon een opportunist? En waarom had Abigaille nu zo’n spijt? Omdat iedereen inmiddels voor het Joodse kamp had gekozen en ze dus alleen stond? Al met al rammelt het verhaal aan alle kanten.

    Al met al mooi om deze opera eens te horen, niet in het minst omdat het een jonge Verdi laat horen die zou uitgroeien tot de schepper van meesterwerken zoals ‘Don Carlos’, ‘Aida’ en ‘Rigoletto’.

  • Stefan Caprasse zei:

    Inderdaad imposant décor dat dus mooie kooropstellingen toeliet en waar soms wat paniekerig op en af werd gelopen… Bij dat aansteken, had ik de indruk dat het boekenrollen waren die werden in brand gestoken. Maw de hebreeuwse cultuur en religie werden ‘in het hart getroffen’.

  • Stefan Caprasse zei:

    @Dirk van der Wulp: Op de operaplaneet wordt al eens een serieus loopje met de geschiedenis en de psychologie genomen. Wel mooi hoe U het allemaal analyseert!

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Stefan: Thoraverbranding: dat zou best eens kunnen kloppen. Heftige zet van de regie!

  • jacques liers zei:

    Ik moet reageren op wat ik hier allemaal lees. Ik maakte kennis met Placido Domingo, die ik praktisch hoorde en zag debuteren op het hoogste niveau, in Turandot en Don Carlo in Verona 1968, en La Forza Del Destino in Wenen voor hij langs Londen, daarna zijn debuut deed in New-York in hetzelfde jaar. Allemaal in 1968. Dat zo een prachtige mooie zanger, nu hij tenor bijna af is, zich toch nog vastklampt om nog “bariton” rollen te “proberen” vind ik voor hem een afgang en een bedrog voor het publiek. HIJ IS GEEN BARITON. Niemand in de ganse wereld durft dit te zeggen. Ik noem dit hypocrisie. Hij is een heel goed acteur maar het heeft nu alleen nog nut om het publiek om de tuin te lijden. Van in het begin zong hij met een verdoken tenorstem (zoals hij altijd doet, bvb. ook in Simon Boccanegra). Niets dat leek op de stem van een overheerser. Niets van een door de toorn Gods getroffen held, niets van verstandverlies. In de grote aria (Dio di Giuda!) verliest hij helemaal de pedalen en kon ik hem in de script niet meer volgen.
    Maar, beste operaliefhebber, het blijft een groot mens, een groot acteur en talent, en iemand die de opera veel heeft bijgebracht. Met mijn respect.
    Mr. Kooiman houdt zich hier heel goed op de vlakte.
    Dmitry Belosselskiy (Zaccaria)is een diepe bariton met een groot volume. Zaccaria moet een diepe bas zijn met grote hoogte en volume.
    Monastyrska zong de partij van Abigaile doeltreffend en opmerkelijk. Ik verheug mij op Don Carlo in de Deutsche Oper Berlin.
    Jamie Barton : heel goed en verheug mij voor Eboli. Daar moet het uit een ander vaatje.
    Russell Thomas : mooie lyrische tenor, perfect in de “masque”.
    Koor en orkest : perfect.
    Voor de Met : een niet totaal geslaagde opvoering, maar het is een meeslepende opera. Met dank.

  • Pieter K. de Haan zei:

    Tekens weer verbaas ik mij erover hoezeer de meningen van operaliefhebbers en -kenners over zangers, zangeressen, regisseurs en dirigenten uiteenlopen, ja soms zelfs lijnrecht tegenover elkaar staan. Iedereen heeft toch oren aan zijn/haar hoofd zou je denken, maar vergeten wordt meestal, dat iedereen daarmee wel hetzelfde “product” waarneemt, maar dat op zijn/haar eigen wijze interpreteert: subjectief dus, gekleurd door eigen ervaringen, opvattingen, vooroordelen en wat dies meer zij. Men kan op grond daarvan iets VINDEN maar daarmee IS het nog niet zo! Dat zou moeten leiden tot enige bescheidenheid met betrekking tot het eigen oordeel, maar helaas, die is vaak ver te zoeken.

  • Stefan Caprasse zei:

    Natuurlijk hangt alles af van ieders subjectieve mening (ALTIJD!).
    En zeker zou enige bescheidenheid over de relativiteit van een mening vaak op zijn plaats zijn.
    Dit gezegd zijnde, Jacques Liers heeft natuurlijk wel een punt als hij zegt dat Domingo geen ‘echte’ bariton is, maar een tenor die nu bariton zingt -wat hij naar mijn ondeskundige en subjectieve mening toch redelijk goed doet – IK zie hem nog steeds graag bezig…bedrog voor het publiek? hypocrisie? Ik zie er alleen een heel doorleefde vertolking in. Maar Jacques spreekt dan tenminste nog met redelijk respect over hem…

  • Basia Jaworski zei:

    Een leuk “weetje”: zaterdag, toen we allemaal in de bioscoop zaten, was het precies 2500 jaar gelden dat Nebukadnezar(Nabucco dus) Jeruzalem heeft aangevallen. Wat toen in de vlammen verloren was gegaan was de Koning Salomon Tempel, beter bekend als de eerste Tempel, inclusief alle heilige boeken en de Torah rollen

  • Pieter K. de Haan zei:

    Wat velen al weten is, dat Plácido Domingo zijn zangerscarrière is begonnen als bariton, dat hij als tenor nooit een hoge C heeft bezeten en dat zijn timbre vaak als “baritonaal” werd omschreven. Nu hij sinds een aantal jaren uitsluitend baritonpartijen zingt heet hij wegens gebrek aan laagte geen bariton te zijn, maar ook een “tenoraal” timbre te hebben. Het kan raar lopen. Wat daar ook van zij, ik vind hem een geweldige, laat ik dan maar zeggen “performer”.

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    @Basia: dat was toch in 587 v.Chr.?

  • Basia Jaworski zei:

    Maarten-Jan: volgens de Joodse jaartelling

  • Maarten-Jan Dongelmans zei:

    Ah, heel toevallig inderdaad!

  • Maria zei:

    Prachtige avond gehad! Een Abigaile op orkaankracht, een priester met een echt priesterlijke uitstraling en Placido Domingo als.. nou ja, Placido Domingo. Regie wat statisch, maar zat zeker niet in de weg. Dat de aanslag op de tempel werd verbeeld door het in brand steken van boekrollen was een even eenvoudig als schrijnend beeld.
    Alleen vraag ik me af: waarom worden de dames van het koor toch zo vaak met van die malle mutsjes opgezadeld? Dit is toch niet de eerste keer dat ik dacht: ah, zwemles…
    Een mooie avond in een uitverkocht Pathe Haarlem. Voor wie het gemist heeft: na afloop werd meegedeeld dat er een encore komt. Als ik het goed heb onthouden op 12 februari.

  • Wiebke Göetjes zei:

    Ik ben het deze keer helemaal met de heer Pieter K. de Haan eens!

  • Pieter K. de Haan zei:

    Waarvan akte!

  • Leen Roetman zei:

    Zondag 12 februari om 11.00 uur is er in de theaters van Pathé in 11 steden een encore!

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.