Home » Operarecensie

Widmann kleurt zijn opera babylonisch bont

Amsterdam5 juni 2017 Geen reacties

Spraakverwarring, hangende tuinen, erotische vrijheid, oord van ballingschap: allemaal begrippen verbonden aan de naam Babylon, de metropool uit de oudheid. De Duitse componist Jörg Widmann maakte er in 2012 een opera over, op een libretto van de Duitse schrijver Peter Sloterdijk. De NTR ZaterdagMatinee verzorgde op 3 juni een concertante uitvoering.

Markus Stenz. (© Catrin Moritz)

Er viel geen gruis uit het plafond van het Amsterdams Concertgebouw, zoals onlangs tijdens een technoconcert. Maar er waren momenten dat de decibellen uit het enorme Radio Filharmonisch Orkest plus het Groot Omroepkoor en het Nederlands Kamerkoor dermate overdonderend waren, dat je het ergste vreesde.

Jörg Widmann schuwde geen enkel effect om de bonte wereld van Babylon uit te beelden. Aan de ene kant de vrije leefopvattingen van de heidense Babyloniërs, aan de andere kant de vrome ingetogenheid van het Joodse volk dat er in ballingschap leeft.

In zeven taferelen plus een proloog en een epiloog ontvouwde de schrijver en filosoof Peter Sloterdijk een klassiek aandoend operaverhaal over de Joodse jongeman Tammu, die in de liefdesban geraakt voor de Babylonische priesteres Inanna. Componist Widmann schreef er een onvervalst romantisch klinkend liefdesduet bij, dat je niet verwacht in een hedendaagse opera, met wondermooie expressie gezongen door sopraan Marisol Montalvo en tenor Jussi Myllys.

Tammu komt door zijn erotische ontvlamming in conflict met zijn eigen Joodse cultuur. Dat is een abstracte figuur, die door Sloterdijk wordt aangeduid als ‘de Ziel’. Zij is de eigenlijke geliefde van Tammu. Kan het klassieker: twee sopranen in liefdesstrijd om een tenor.

De verwikkelingen leiden ertoe dat Tammu geofferd moet worden. De priester-koning der Babyloniërs (een stereotype statige bas-baritonpartij) heeft de offerriten hersteld om de goden mild te stemmen. Hij kiest als eerste slachtoffer de man die hem juist zeer lief is: Tammu. Dit tot afschuw van zowel de Ziel als van Inanna. In deze scène ontwikkelt Widmann als offermuziek een orkestraal geweld waarin hij zichzelf overschreeuwt, een kwaal waaraan nogal wat moderne Duitse opera’s lijden.

Marisol Montalvo.

Inanna zet al haar kwaliteiten in om haar geliefde Tammu uit de dood terug te halen. Ze vermurwt de godin van de dood, haar eigen zus, met smeltende zang, alsof zij in de leer is geweest bij de beroemde Orpheus. Wat hem niet lukte, krijgt zij wel voor elkaar: Tammu keert terug in het leven. De geliefden zingen een hartstochtelijk duet en de Ziel lost zichzelf op in licht.

Widmann plaatste het geheel in het kader van een grand opéra, in de beste traditie van klassiekers als La Juive en Le próphète. Intieme liefdesmomenten (eerste tafereel) staan tegenover operetteachtige scènes van dansende feestvierders met septetten door figuren die penissen en vagina’s voorstellen (derde tafereel). Jacques Offenbach zou er zeer tevreden over zijn.

Ook in het offerfeest (vijfde scène) – met extatische zang van het koor der Babyloniërs en de klaagzangen van het Joodse koor, gebed in klankgolven uit het orkest – laat Widmann horen dat hij als componist alle stijlen uit het verleden en heden van de operageschiedenis beheerst. Hij ontlokte zijn matineepubliek wilde toejuichingen tijdens het uitbundige slotapplaus.

Het gejuich was vooral gericht op de vocale prestaties van de hoofdrolzangers: Tammu, Inanna en de Ziel. De partij van de Ziel in het eerste tafereel, waarin zij mijmert over haar band met Tammu, verbaasde door de extatische hoogte, die sopraan Guibee Yang naar de grenzen van haar stembanden voerde. Wat lyrisch zou moeten klinken, verwerd tot pijnklank. Bovendien moest zij opboksen tegen een schelle, overdadige orkestomspeling. Waarom begaan componisten zulke misdaden tegen de menselijke stem?

Markus Stenz, chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest, leidde deze Nederlandse première met enorme intensiteit, die afstraalde van het gehele uitvoerende apparaat. Het is een wonder dat Stenz zo veel eigentijdse werken in de loop der jaren heeft aangepakt in de ZaterdagMatinee.

door

Babylon
Jörg Widmann

Uitgevoerd door: Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en Nederlands Kamerkoor onder leiding van Markus Stenz.
Solisten: Marisol Montalvo, Jussi Myllys, Guibee Yang e.a.
Bezocht op 3 juni 2017 in Het Concertgebouw - Amsterdam.

Laat uw reactie achter!

Hieronder kunt u een reactie geven op dit artikel.

Operaliefhebbers: wees aardig voor elkaar. Houd het taalgebruik netjes en blijf bij het onderwerp.